Inzet op life events lijkt te werken. Maar inkomensbeleid Rijk schiet tekort

Het college van B&W van Utrecht vraagt de gemeenteraad in te stemmen met de notitie ‘Utrecht Inclusief deel 2, inzet van de armoederegelingen’, waarin wordt gekozen voor 1. het jaarlijks bepalen van de vervolgstappen binnen de armoedeaanpak (nieuwe manier van beleid maken); 2. het zetten van verdere stappen richting meer maatwerkondersteuning; 3. het voorlopig voortzetten van de Individuele Inkomenstoeslag (ITT); 4. het beëindigen van de energieregeling voor ouderen en 5. het voortzetten van preventieve ondersteuning bij levensgebeurtenissen.

Lees ook Verdieping Utrecht Inclusief Deel 2.

Utrecht Inclusief Deel 1 werd vorig jaar gepresenteerd.

Life events
Interessant onderdeel van de Utrechtse aanpak is de preventieve ondersteuning bij levensgebeurtenissen. Uit een evaluatie blijkt dat die aanpak een meerwaarde heeft.

‘Inkomensbeleid Rijk niet toereikend’
Utrecht heeft het Nibud onderzoek laten doen naar de invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Daaruit blijkt dat niet alle groepen dezelfde positieve effecten in hun portemonnee merken. Zo komt een paar zonder kinderen op bijstandsniveau €138 per maand tekort. Voor een gezin met twee kinderen ouder dan 12 jaar op bijstandsniveau kan dat oplopen tot €307 per maand. Zij hebben bijvoorbeeld geen geld om op bezoek te gaan of het kind zakgeld te geven. Deze gezinnen kunnen soms zelfs basisbehoeften als voeding, huur, energie en zorgverzekering niet betalen. Belangrijke oorzaken zijn de hoogte van de uitkering en het kindgebonden budget dat voor oudere kinderen te laag is. Wethouder Everhardt: “Hun inkomensbasis is eenvoudigweg niet op orde. Daardoor heeft onze inzet op preventie, maatwerk en incidentele ondersteuning niet voor iedereen het effect wat het zou kúnnen hebben. We spannen zo het paard achter de wagen. En gemeenten mogen geen inkomensbeleid voeren, dat is voorbehouden aan het rijk. Ik ga dit bij het rijk aankaarten.”

Meerjarencijfers Wsnp, schuldhulp, bewind, faillissement, armoede en schulden

(Dit is de bijgewerkte, uitgebreide versie van een ouder artikel)

In dit artikel zet ik de meerjarencijfers instroom Wsnp, aanmeldingen schuldhulpverlening, aanvragen beschermingsbewind en ontwikkeling schuldenproblematiek tegen elkaar af. Conclusie is gemakkelijk te trekken: het zijn goeddeels communicerende vaten.

De instroom in de Wsnp neemt al enkele jaren af, zo blijkt uit cijfers van Bureau Wsnp.

Instroom Wsnp-zaken op peildatum 30-09 (Bron: Bureau Wsnp)

wsnp

De instroom in de minnelijke schuldhulpverlening laat een andere trend zien. Maar net als bij de Wsnp, zien we in 2015 een (lichte) daling van de instroom.

Aanmeldingen schuldhulpverlening (bron: NVVK)

nvvk

Het aantal aanvragen beschermingsbewinden volgt ongeveer dezelfde trend: na een lange periode van toename zien we in 2015 een (lichte) afname.

Aantal nieuwe aanvragen beschermingsmaatregelen (bron: Vervolgmeting aantallen en kosten beschermingsbewinden)

beschermingsbewind

Het CBS laat zien dat het aantal persoonlijke faillissementen sinds 2013 flink daalt:

faillissement

In Huishoudens in de rode cijfers (nov. 2015) is te lezen: De schuldenproblematiek van Nederlandse huishoudens is verergerd. Uit een vergelijking van 2015 met 2012 en 2009 blijkt dat er meer huishoudens zijn met problematische schulden die geen formele schuldhulpverlening ontvangen. In totaal behoort 15,7% van alle Nederlandse huishoudens tot de ‘onzichtbare huishoudens: zij hebben risicovolle schulden of problematische schulden zonder dat zij formele schuldhulpverlening ontvangen. Er is dus nog een relatief groot reservoir van potentiële cliënten voor schuldhulp – verlening. Als we de huishoudens meerekenen die in een schuld – hulpverleningstraject zitten, heeft bijna één op de vijf huishoudens te maken met risicovolle schulden of problematische schulden.

Aantal onzichtbare huishoudens met risicovolle schulden of problematische schulden (bron: Huishoudens in de rode cijfers)

rode-cijfers

Ontwikkeling armoedeproblematiek volgens niet-veel-maar-toereikendheidscriterium en basisbehoeftencriterium (bron: SCP)

armoede

In deze grafiek helaas geen harde cijfers over 2015 en verder. Maar het SCP heeft wel een raming gemaakt voor de komende jaren: het SCP verwacht dat de armoede de komende jaren (licht) zal dalen.

Tot slot, bekijk het filmpje van De Rekenkamer waarin bovengenoemde cijfers met elkaar in verband worden gebracht. Hun conclusie – ook te lezen in Aanpak problematische schulden – is dat we weinig kunnen zeggen over de effectiviteit van de aanpak van schulden in Nederland…

rekenkamer

Veel boeren leven al jaren in armoede

Bijna de helft van de varkens- en kippenhouders leeft onder de armoedegrens, gemiddeld al 15 jaar. Dat schrijft ING in een rapport over de stand van zaken in de Nederlandse landbouw en veeteelt. Tussen 2001 en 2015 moest 45 procent van de varkenshouders en de helft van de kippenboeren rondkomen van minder dan €22.300 bruto per jaar. Lees meer in Trouw.

In de armoedecijfers per gemeente zijn boeren meestal te vinden in de categorie ‘Inkomen uit onderneming’. Zie bijvoorbeeld CBS.

Lees ook: Boeren en tuinders onderbelicht in het armoedebeleid? (2008)

 

Thuisadministratie levert het dubbele op

Thuisadministratie levert het dubbele op. Dit blijkt uit onderzoek van APE Public Economics en het Landelijk Stimuleringsnetwerk Thuisadministratie (LSTA) naar de kosten en baten van ondersteuning bij de financiële administratie met inzet van vrijwilligers. Elke euro extra investering in thuisadministratie levert € 1,98 op, voor gemeenten, crediteuren en de bredere maatschappij. (Hé, waar hebben we een vergelijkbare conclusie eerder gehoord?).

Morgen wordt het rapport gepresenteerd tijdens een bijeenkomst in verband met 10 jaar LSTA.

Armoede in kaart

Deze week publiceerde het SCP ‘Armoede in kaart‘; een website met kaarten en cijfers over armoede in Nederland. Ook per gemeente en soms zelfs op wijkniveau. Dit is een mooie aanvulling op andere cijfers over armoede en schulden op gemeente-, wijk- en buurtniveau.

Uit de cijfers blijkt o.a. dat de armoede in Nederland afneemt. Maar de langdurige armoede (langer dan 3 jaar) neemt toe. In 2012, het laatste gemeten jaar, waren er in heel Nederland 660.000 mensen langdurig arm, 10% meer dan het jaar daarvoor. Dat is ongeveer de helft van alle armen. Nieuwsuur besteedde afgelopen dinsdag aandacht aan dit onderwerp. Met gemeente Leeuwarden als voorbeeld. Leeuwarden richt zich nu vooral op de bestrijding van langdurige armoede.

Gemeenten langs de sociale meetlat

Vandaag presenteerde de FNV haar Lokale Monitor editie 2016. In de monitor legt de FNV alle gemeenten langs de sociale meetlat.

De belangrijkste conclusies in relatie tot armoedebeleid en schuldhulpverlening:

  • 78% van de gemeenten hanteert voor de individuele inkomenstoeslag een inkomensgrens van 110% van het sociaal minimum of lager. In bijna alle gemeenten hebben minima wel na 3 jaar (of korter) recht om de toeslag opnieuw aan te vragen. De verstrekte bedragen verschillen enorm per gemeente.
  • In 4 jaar tijd hebben meer gemeenten een hogere inkomensgrens vastgesteld voor de minimaregelingen. De monitor laat een stijging van ruim 50% zien (t.o.v. 2012) van gemeenten die een inkomensgrens hanteren tussen de 120% en 150%.
  • De ruime meerderheid verstrekt geen vast bedrag voor de meerkosten die chronisch zieken en mensen met beperkingen moeten maken. De meeste gemeenten komen deze doelgroep wel gedeeltelijk tegemoet in de kosten die zij moeten maken voor de premie van de collectieve ziektekostenverzekering. Iets minder dan de helft van de gemeenten doet dat voor de verplichte eigen risico.
  • Daarnaast bieden de meeste gemeenten een compensatie aan, via de bijzondere bijstand of de collectieve ziektekostenverzekering, voor het betalen van de eigen bijdragen Wmo maatwerkvoorzieningen. 44% van de gemeenten vraagt geen eigen bijdrage voor de Wmo algemene voorzieningen.
  • 60% van de gemeenten doet geen onderzoek naar de financiële effecten van de kostendelersnorm.
  • De gemiddelde wachttijd voor de aanvraag van de bijstandsuitkering is in de afgelopen 10 jaar iets afgenomen. In 17% van de gemeenten wordt automatisch een voorschot verstrekt.

Vanaf p. 40 lees je hoe jouw gemeente scoort. Op p. 37/38 vind je reacties van gemeenten en goede voorbeelden.

10% Nederlanders mijdt zorg om financiële redenen

10% van de Nederlanders die in de eerste 7 maanden van dit jaar zorg nodig hadden, heeft die zorg uitgesteld of helemaal niet gebruikt om het eigen risico uit te sparen. De helft van die groep kon het naar eigen zeggen echt niet betalen. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van zorgverzekeraar VGZ.

Het aantal zorgmijders is licht toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Het aantal mensen dat geen geld heeft voor het eigen risico en daarom voorgeschreven zorg niet gebruikt, is met bijna de helft toegenomen. Omgekeerd heeft 1 op de 8 Nederlanders in 2016 een of meer keren extra zorg gebruikt, omdat ze het eigen risico toch al helemaal betaald hadden.

Uit de voor Prinsjesdag uitgelekte plannen van het kabinet blijkt dat het eigen risico in 2017 ongewijzigd blijft.

Lees nog eens: Eigen risico kun je meeverzekeren

Kosten beschermingsbewind stijgen, wel minder aanvragen; Klijnsma biedt gemeenten geen compensatie

Klijnsma heeft onderzoek laten doen naar de ontwikkelingen van zowel de kosten als het aantal onderbewindgestelden.

Uit het onderzoek  komt ten eerste naar voren dat sprake is van een aanmerkelijke stijging van het aantal mensen voor wie gemeenten bijdragen in de kosten van bewind in de periode 2013-2015 (32% per jaar). Een nog grotere stijging is waargenomen in de kosten die gemeenten maken voor bewind: de gemeentelijke bijdragen uit bijzondere bijstand namen in diezelfde periode toe met 44% per jaar. In totaal heeft de stijging van het aantal mensen dat beroep doet op de bijzondere bijstand in combinatie met de extra stijging in de kosten voor de periode 2013 tot en met 2015 extra gemeentelijke uitgaven van € 60 miljoen tot gevolg gehad (van € 55 miljoen in 2013 naar € 115 miljoen in 2015).

Een tweede bevinding is dat de ontwikkeling van zowel het aantal onderbewindgestelden dat beroep doet op bijzondere bijstand, als de totale gemeentelijke uitgaven voor bewind grote verschillen kent tussen gemeenten. Zo is indien de totale kosten van de gemeente worden afgezet tegen het aantal bijstandsgerechtigden van de desbetreffende gemeente in 26% van alle gemeenten sprake van kosten lager dan €200,00 per bijstandsgerechtigde, terwijl in 28% van alle gevallen sprake is van kosten hoger dan €400,00 per bijstandsgerechtigde. Daarbij kan dit verschil zelfs spelen tussen buurgemeenten of in ieder geval gemeenten binnen dezelfde regio.

Toch lijkt er ook een trendbreuk zichtbaar in 2015: het aantal aanvragen voor beschermingsbewind is voor het eerst gedaald en dit heeft een weerslag gevonden in een afvlakkende stijging van het aantal personen dat beroep deed op de bijzondere bijstand voor kosten bewind in dat jaar. Mogelijk ligt een deel van de verklaring voor deze trendbreuk in het feit dat steeds meer gemeenten werken aan de ontwikkeling van een alternatief aanbod. In het onderzoek geeft de helft (51%) van de gemeenten aan een alternatief op het vlak van beschermingsbewind aan te bieden en bijna altijd ook beschikbaar te hebben. Het overgrote merendeel van de gemeenten blijkt pas sinds kort met alternatieven voor bewind te werken. Ook een goede integrale aanpak lijkt zijn vertaling te vinden in een beperkter beroep op bewind. Lees hiervoor ook het Onderzoek Alternatieven voor bewind.

Voornemens Klijnsma

De inzet van Klijnsma voor de nabije toekomst is erop gericht gemeenten verder te faciliteren bij het vormgeven van de integrale aanpak. Klijnsma ziet daarin verschillende sporen:

  1. Belangrijk is dat organisaties die het eerst in contact komen met financieel beperkt zelfredzame personen die signalen herkennen en zo nodig doorverwijzen;
  2. Gemeenten bezien welke ondersteuning de betrokkene behoeft;
  3. Gemeenten beschikken over een voldoende gedifferentieerd instrumentarium om passende ondersteuning te kunnen bieden.
  4. Bewindvoerders en gemeenten in gesprek gaan over de instroom in en uitstroom uit bewind, alsmede de vervlechting van elkaars dienstverlening.

Lees een toelichting op deze sporenop pagina 3 van haar brief aan de Tweede Kamer d.d. 1 juli 2016.

Divosa ziet liefst dat Klijnsma gemeenten (ook) financieel compenseert voor de hoge kosten van beschermingsbewind.

 

7,5 miljoen extra voor schuldhulpverlening

Jetta Klijnsma trekt de komende drie jaar 7,5 miljoen euro extra uit voor schuldhulpverlening. De staatssecretaris past wetgeving aan waar dat nodig is, wil de professionaliteit en de registratie in de schuldhulp verbeteren en laat de inspectie onderzoek doen naar de toegankelijkheid. Zodat mensen die er zelf niet in slagen hun problematische schulden op te lossen, vaker op een passende manier kunnen worden geholpen.

Klijnsma schrijft dit naar aanleiding van de evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Gisteren verscheen het evaluatierapport. De evaluatie laat zien dat veel is verbeterd. Gemeenten shvpakken problemen meer integraal aan, bieden steeds meer soorten van schuldhulpverlening en hebben meer aandacht voor het voorkomen en op tijd in beeld krijgen van problematische schulden.

Maar Klijnsma vindt ook uit de evaluatie blijken dat er verbeterpunten zijn. Daarom koppelt zij actie aan de uitkomsten, na intensief overleg met onder meer VNG, Divosa, NVVK, Sociaal Werk Nederland en cliëntenraad LCR. Die organisaties wijzen er op hoe belangrijk het is dat mensen niet zondermeer worden geweigerd bij de schuldhulpverlening. Ze wijzen op het belang van de beslagvrije voet en van een goede afstemming tussen schuldeisers. Deze aanbevelingen en de knelpunten die de Ombudsman heeft verzameld gebruikt Klijnsma voor haar actieplan. “Mensen mogen zich niet in de steek gelaten voelen. Daarom wil ik samen met heel veel betrokken partners de schuldhulpverlening toegankelijker, transparanter en professioneler maken. Daar trek ik 7,5 miljoen euro voor uit.”

De 7,5 miljoen wordt besteed aan:

1. Professionaleringsimpuls:

  • VNG, NVVK, Divosa en Sociaal Werk Nederland onderzoeken in samenwerking met LCR en met SZW en Nibud als partners de invulling van een ondersteuningsprogramma voor schuldhulpverlening in het brede sociaal domein. Dit programma richt zich op raadsleden, wethouders, beleidsmedewerkers, medewerkers in de uitvoering alsmede op cliëntenraden.
  • Deze partijen zetten ook in op professionalisering door het actualiseren van de handreiking over schuldenproblematiek ten behoeve van de wijkteams en het organiseren van leercirkels en bijeenkomsten in de arbeidsmarktregio’s.
  • Het ontwikkelen van een handreiking over de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht in de Wgs. De handreiking zal niet alleen voor gemeenten, maar ook voor andere partijen, zoals lokale cliëntenraden, handvatten bieden om de rechtszekerheid beter te kunnen waarborgen.

2. Toegang tot gemeentelijk schuldhulpverlening

  • Om beter inzicht te krijgen in de toegankelijkheid van schuldhulpverlening start Inspectie SZW in 2016 een onderzoek waarin wordt nagegaan hoe gemeenten hier in de praktijk uitvoering aan geven.
  • Het ministerie van SZW bereidt tegelijkertijd een mogelijke aanscherping van de Wgs voor om geconstateerde blokkades betreffende de toegang tot weg te nemen. Mocht het onderzoek daartoe aanleiding geven, dan kan dat wetsvoorstel snel worden ingediend.

3. Innovatieve aanpakken

  • Gemeenten ondersteunen bij het terugdringen van problematische schulden, door via onderzoek de kennis over de effectiviteit van methoden/interventies in de schuldenaanpak te vergroten, via het al lopende meerjarige kennisprogramma “Vakkundig aan het werk”. Één van de programmalijnen waarbinnen onderzoeksubsidie kan worden aangevraagd is schuldhulpverlening en armoedebestrijding.
  • Nieuwe projecten en aanpakken van gemeenten stimuleren en bijdragen aan het verspreiden van kennis, maar ook gezamenlijk met gemeenten en partijen zoeken naar passende dienstverlening voor (nieuwe) doelgroepen.
  • Voortzetting van de subsidieregeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in 2016 en 2017.

4. Meten is weten: registratie en de beschikbaarheid van gegevens binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening

  • Verbeteren monitoring en benchmarking

5. Aanpassen van (aanpalende) wet- en regelgeving ten behoeve van een effectievere schuldhulpverlening

  • Breed wettelijk moratorium. Internetconsultatie loopt.
  • Besluit gegevensuitwisseling schuldhulpverlening. De VNG, Divosa en de NVVK werken uit waar en met welk doel in het proces van schuldhulpverlening welke gegevens noodzakelijk zijn. Op basis daarvan wordt bekeken wat de volgende stap is om tot een besluit te komen.
  • Per 1-7-2016 treedt het wetsvoorstel Wanbetalers in de zorg in werking. Belangrijke onderdelen van dit wetsvoorstel zijn: (a) verlaging bestuursrechtelijke premie, (b) de mogelijkheid dat een wanbetaler zonder tussenkomst van een schuldhulpverlener uit de wanbetalersregeling kan stromen als er een betalingsregeling wordt getroffen met de zorgverzekeraar en (c) de onderliggende lagere regelgeving om bijstandsgerechtigden onder bepaalde voorwaarden te laten uitstromen is in voorbereiding.

Voorlopig geen uitbreiding private schuldbemiddeling
Op de laatste pagina van de kabinetsreactie lees ik over het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars:

Wij maken van de gelegenheid gebruik hier stil te staan bij het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars. Schuldbemiddeling tegen betaling mag thans alleen worden aangeboden door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken en bepaalde gereguleerde beroepen zoals advocaten en notarissen. Overige private partijen is het slechts toegestaan om schuldbemiddeling te verrichten indien daarvoor geen vergoeding wordt gevraagd. Het bij uw Kamer voorgehangen Vrijstellingsbesluit maakt het mogelijk dat ook deze partijen schuldbemiddeling tegen betaling mogen aanbieden. Hierdoor zouden de mogelijkheden om (problematische) schulden op te lossen voor mensen worden vergroot. Dat zou er bijvoorbeeld aan kunnen bijdragen dat de doorlooptijden van de schuldhulpverlening worden verkort. Mensen moeten dan wel kunnen rekenen op kwalitatief goede dienstverlening. Hiervoor zijn in het eerder bij uw Kamer voorgehangen Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars diverse maatregelen voorgesteld. Uw vragen naar aanleiding van het voorgehangen besluit plus de nu voorliggende evaluatie geven het belang van een sterke invulling van de gemeentelijke regierol aan. De evaluatie laat bovendien zien dat de gewenste kwaliteitsbodem in de gemeentelijke schuldhulpverlening mede door alle ontwikkelingen in het sociale domein, nog niet volledig is gelegd. Het kabinet heeft hierom besloten het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars verder in procedure te brengen wanneer de kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening dusdanig is dat gemeenten hun regierol waar kunnen maken. Het kabinet onderzoekt wanneer dat het geval is. Daarnaast zal het kabinet er bij gemeenten die daar aan toe zijn op aandringen meer gebruik te maken van de mogelijkheden die zij thans al hebben om gebruik te maken van private schuldbemiddeling.

Lees ook:

 

Blokje onderzoek

Ik kom er niet aan toe om over alle onderzoeken uitgebreid te rapporteren op mijn blog. Daarom hier een korte samenvatting van onderzoeken die de afgelopen weken werden gepresenteerd:

  • De gemiddelde schuld van een zzp’er met financiële problemen is €135.000, blijkt uit cijfers die BNR heeft opgevraagd. De cijfers zijn volgens mij afkomstig van de NVVK, maar ik kon ze zelf niet vinden in het Jaarverslag 2015 van de NVVK.
  • Mensen met lage inkomens lopen vaak meer dan € 1.000 per jaar mis doordat ze toeslagen niet aanvragen. Volgens het VARA-programma Kassa vraagt 1 op de 7 huishoudens toeslagen waar ze recht op hebben niet aan. Ze lopen daardoor gemiddeld €1.330 mis.
  • Sinds 2014 ben ik in N-Brabant betrokken bij de inkoop van jeugdzorg. Daarom lees ik met extra interesse het CPB-rapport met de conclusie: ‘Jongeren met een achtergrond in de jeugdzorg, doen na hun achttiende een groot beroep op de Wajong, bijstand en de zorg’. Voor het gemak ga ik er maar van uit, dat ook het beroep op bijzondere bijstand en schuldhulp relatief groot is.
  • Hoe langer mensen in de bijstand zitten, hoe meer zij vinden dat ze niet meer kunnen werken. De oorzaak hiervan schuilt o.a. in de vruchteloze sollicitatiepogingen en het effect van niet-werken op de gezondheid. Bron: Divosa/CBS.
  • Opgroeien in ermbarmelijke omstandigheden kan je genen veranderen en verhoogt het risico op depressies en een drugs- of alcoholverslaving. Dat blijkt uit een studie die gepubliceerd is in het wetenschappelijke vakblad Molecular Psychiatry.
  • Armoede veroorzaakt fysieke pijn. Gepubliceerd in Psychological Science.
  • Een groeiende groep mbo-leerlingen kan de schoolkosten niet betalen, nu hun ouders hiervoor sinds dit schooljaar minder geld krijgen van het Rijk. Zij zijn er maximaal ruim €550 op achteruit gegaan (Volkskrant). Lees ook op mijn blog: Bussemaker: Kindgebonden Budget compenseert afschaffing Wtos afdoende.
  • Meer dan helft mantelzorgers heeft financieel probleem (Mezzo).

Laaggeletterden veel vaker langdurig arm

Mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen blijken veel vaker langdurig arm te zijn dan niet-laaggeletterden. Dit blijkt uit onderzoek vandaag gepubliceerd door Stichting Lezen & Schrijven.

Een veel lager inkomen, twee keer zo vaak langdurig arm, drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering: de positie van laaggeletterden in de samenleving is substantieel slechter dan die van niet-laaggeletterden, zo toont het onderzoek aan. Een belangrijke conclusie is dat armoede en laaggeletterdheid hand in hand gaan: laaggeletterdheid is vaak een belemmering om zelfredzaam te zijn en armoede vergroot de kans op laaggeletterdheid. De achterstand van laagopgeleiden is de laatste 25 jaar gegroeid ten opzichte van hoger opgeleiden en de prognose is dat deze achterstand verder zal groeien.

Stichting Lezen & Schrijven pleit ervoor dat in de aanpak van armoede structureel naar laaggeletterdheid gekeken gaat worden en dat mensen die een laag taalniveau hebben, verwezen worden naar een cursus in de buurt.

Lees ook:

TED Talk over ‘Scarcity’

Iedereen die zich bezighoudt met armoedebeleid of schuldhulpverlening kent inmiddels het boek Schaarste; hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen van Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir. Geen tijd om het hele boek te lezen? Kijk dan naar de inspirerend TED Talk van Eldar Shafir:

Of beter nog – maar ook iets langer – de presentatie van Sendhil Mullainathan:

Of lees de mooie samenvatting van De Correspondent.

NVVK jaarcijfers 2015

Zojuist gepubliceerd. Voor het eerst in jaren kan de NVVK melden dat het aantal aanmeldingen bij de schuldhulpverlening niet is gestegen. Daarmee is de schuldenproblematiek echter niet afgenomen, sterker nog, de NVVK ziet de omvang van de schulden sterk toenemen. Ook hebben mensen vaker hulp nodig om hun financiële situatie in evenwicht te brengen. Vooral ZZP’ers melden zich steeds vaker bij de schuldhulpverlening.

(klik op het plaatje voor de kerncijfers)

NVVK

Lees het persbericht en het volledige jaarverslag.

Minder gijzelingen, meer schuld- en beschermingsbewind

In het Jaarverslag Rechtspraak 2015 lees ik, dat het aantal Mulderzaken (lichte verkeersovertredingen en onverzekerd rijden) en gijzelingen (in gevangenis voor niet-betalen boete of strafbeschikking) in 2015 is gehalveerd ten opzichte van voorgaande jaren. Van 200.000 naar 100.000 zaken. (Lees ook: kwijtschelding verkeersboetes na afronding minnelijk traject).

Het aantal schuld- en beschermingsbewindzaken is toegenomen van 260.000 naar 295.000. (Lees ook: kosten beschermingsbewind rijzen de pan uit).

Ombudsman over schuldhulpverlening: niet-zelfredzamen vallen buiten de boot

De overheid gaat onterecht teveel uit van de zelfredzaamheid van burgers bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Minder zelfredzamen lopen tegen drempels op voor- en tijdens het schuldhulpverleningstraject en vallen buiten de boot. Dit concludeert de Nationale ombudsman in zijn rapport ‘Burgerperspectief op schuldhulpverlening’. Onvoldoende zelfredzaamheid is juist vaak één van de redenen waarom mensen in grote financiële problemen terechtkomen. Lees alles op nationaleombudsman.nl.ombudsman

Klijnsma zegt dat ze de bevindingen van de ombudsman zal meenemen in de beoordeling van de schuldhulpverlening door gemeenten. Lees ook de reactie van VNG, MOgroep, Divosa en NVVK (is grotendeels herhaling van wat zij in april al in een pamflet meldden).

Aantal arme gezinnen blijft stijgen

In 2014 leefden 421.000 kinderen in een gezin met een laag inkomen, meldt het CBS. Ze moeten van zo weinig geld rondkomen, dat bijvoorbeeld nieuwe kleren, op vakantie gaan, sport en muziekles voor hen niet vanzelfsprekend zijn. Dit komt neer op 12% van de kinderen. Van hen waren er 131.000 die al vier jaar of langer in zo’n situatie zaten. Het aantal kinderen met risico op armoede was in 2014 even groot als tien jaar geleden. Tussen 2005 en 2010 was sprake van een daling. Daarna is het aantal kinderen met risico op armoede tijdens de economische crisis gestegen.

CBS4

Bekijk hoe het staat met kinderen in armoede in mijn gemeente.

Ruim 4.600 huisuitzettingen door huurachterstand – wat te doen?

Woningcorporaties zagen zich in 2015 genoodzaakt tot huisuitzetting van 5.500 huishoudens. Dat is 6% minder dan in 2014. En in 2014 was er ook al een daling van 15%. In 84,2% is huisuitzetting het gevolg van een huurachterstand. Dit blijkt uit de Corporatiemonitor Schulden & Huisuitzetting van Aedes. Woningcorporaties, gemeenten en hulpverleners doen er – ook na een vonnis – nog veel aan om huisuitzetting te voorkomen. Uit de cijfers blijkt dat die inspanningen vaak iets opleveren. Na een gerechtelijk vonnis bij huurachterstand konden woningcorporaties in 75% van de gevallen alsnog huisuitzetting voorkomen.

Aedes

Corporaties troffen met 49.800 zittende huurders een betalingsregeling.

Overigens, deze week meldde BKR dat ook het aantal mensen met een betalingsprobleem op hun hypotheek blijft afnemen.

Gisteren meldde het Planbureau voor de leefomgeving dat een half miljoen huurders – vooral ‘absolute minima’- moeite heeft met rondkomen. In 2015 gold dat voor 18% van alle huurders, tegenover 13% in 2012. Aedes constateert dat schulden bij bijvoorbeeld de Belastingdienst en CJIB ertoe leiden dat mensen geen geld overhouden voor de huur.

Woningwet
Daarnaast speelt natuurlijk dat de huur vaak te hoog is. In de nieuwe Woningwet, die sinds juli 2015 van kracht is, zijn rollen van en verhouding tussen woningcorporaties en gemeenten gewijzigd. Corporaties moeten zich richten op hun kerntaak: huisvesten van mensen met een laag inkomen. Gemeenten moeten via hun woonbeleid sturing geven aan het beleid van corporaties. Corporaties moeten minimaal 80% van hun vrijgekomen sociale huurwoningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tot € 35.739,00 (prijspeil 2016). Maximaal 10% kan naar huishoudens met een inkomen tot € 39.874,00. De resterende 10% mogen corporaties vrij toewijzen. Daarbij moeten zij rekening houden met voorrangsregels voor mensen met woonurgentie en doelgroepen uit de gemeentelijke huisvestingsverordening. Lees meer in de handige factsheet van Tympaan. Eind vorig jaar bleek al dat de aanpak van scheefwonen faalt. En vorige week publiceerde het CBS cijfers waaruit opnieuw blijkt, dat steeds meer huurders (18%) in te dure woningen wonen. In Binnenlands Bestuur is te lezen dat het tekort aan sociale huurwoningen in sommige regio’s het gevolg is van geldnood bij woningcorporaties.

Wat te doen
Een paar voorbeelden:

Publicatie ‘Wat werkt bij armoedebestrijding’

movisie

Infographic (klik om te vergroten)

De publicatie ‘Wat werkt bij armoedebestrijding‘ van Movisie vermeldt de meest recente inzichten vanuit onderzoek en praktijk naar ‘werkzame factoren’ in de aanpak van armoede. En het geeft antwoord op de vraag wat overheden, professionals en burgers zelf kunnen doen om armoede te voorkomen en aan te pakken.

Movisie onderscheidt de volgende werkzame factoren:

  • Psychologisch kapitaal
  • Sociaal kapitaal
  • Maatschappelijk kapitaal
  • Economisch kapitaal
  • Psychologie van de schaarste

Eerder (september 2015) publiceerde Movisie al ‘Wat werkt bij schuldhulpverlening‘. Bekijk ook de andere dossiers.

Schuldregeling demotiverend bij aanvaarden werk?

hvaTijdens een schuldsanering loont het om (meer) te werken en meer te gaan verdienen. Bij een schuldbemiddeling is er geen financieel voordeel: elke extra euro gaat immers naar de schuldeisers.

Het lectoraat Armoede en Participatie van de Hogeschool van Amsterdam onderzocht wat deelname aan een schuldregeling doet met de arbeidsmarktoriëntatie van een uitkeringsgerechtigde.

De onderzoekers vonden geen stevige ondersteuning voor hun hypothese dat schuldbemiddeling sterker dan schuldsanering demotiveert om te gaan werken. De onderzoekers zeggen er wel bij, dat we de onderzoeksresultaten als ‘voorlopig’ moeten interpreteren en dat er vervolgonderzoek nodig is.

Download het rapport Schuldenvrij: de weg naar werk?

Aantal klanten voedselbank daalde in 2015 met 6%

Dat is opvallend, want de armoede is niet gedaald. Voedselbanken Nederland verklaart de daling van het aantal voedselbank klanten als volgt:

  1. Medio 2015 werden de toelatingscriteria iets veranderd ten gunste van huishoudens met kinderen. Op basis van de beschikbare cijfers kan nog niet geconcludeerd worden dat ook werkelijk meer huishoudens met kinderen onder de 18 jaar van de noodhulp gebruik hebben gemaakt
  2. Voedselbanken hebben veel strenger gelet op de 3-jaarstermijn (klanten mogen maximaal 3 jaar gebruik maken van de noodhulp). In 2015 was slechts 5% van het totaal aantal klanten drie jaar of langer klant. In 2014 bedroeg dit nog 23 %
  3. Diverse voedselbanken zijn ook nauwer gaan samenwerken met schuldhulpverleners en curatoren. Dit heeft geleid tot een meer zorgvuldige toepassing van de toelatingscriteria.

Verder te lezen op Voedselbanken.nl:

Het aantal voedselbanken dat lid was van Voedselbanken Nederland nam in 2015 toe tot 162 (was 157) en het aantal uitgiftepunten steeg tot 520. De voedselbanken bedienen klanten in meer dan 95% van alle gemeenten in Nederland.  Het werk bij de voedselbanken wordt gedaan door 10.500 vrijwilligers. Voedselbanken zijn steeds beter in staat om de voedselpakketten te vullen. Gemiddeld worden wekelijks 20 consumenteneenheden in een noodpakket verwerkt. Door de intensievere samenwerking met producenten en retailers is het aandeel verse groenten en fruit in een pakket afgelopen jaar toegenomen.

Verschil tussen arm en rijk in steden neemt toe

Steden zijn de motor van de Nederlandse economie. Het aantal banen in de stedelijke regio’s is de laatste 25 jaar met 30% toegenomen. Daarbuiten was dat 20%. In de steden zijn, in vergelijking met daarbuiten, veel hoogbetaalde banen te vinden. Ook stadsbewoners met een minder betaalde baan profiteren hiervan: zij verdienen gemiddeld meer dan diegenen met een vergelijkbare baan buiten de stad. Toch nam de afgelopen jaren het verschil tussen arm en rijk toe in Nederlandse steden. Het verschil tussen de hoogste en de laagste inkomens in de steden is in de afgelopen jaren met 3,5% gegroeid. Voor heel Nederland is dat 3%. Vergeleken met andere landen valt dat trouwens mee; alleen in Scandinavië bleven arm en rijk dichter bij elkaar. De kloof nam het hardst toe in Amsterdam. Het verschil tussen rijk en arm groeide daar met ruim 4%.

Dit zijn een paar conclusies uit het vandaag verschenen rapport De verdeelde triomf van het Planbureau voor de Leefomgeving.

En wat kun je daar als gemeente tegen doen:

Beleidscategorieën ten aanzien van stedelijke-economische ongelijkheid
Steden

‘Bijzondere bijstand is het duizenddingendoekje voor het aandweilen van rijksbezuinigingen’

Op basis van onderzoek concludeert Divosa, dat gemeenten al jaren veel meer uitgeven aan bijzondere bijstand en minimabeleid dan dat zij daarvoor ontvangen van het Rijk. De gemeentelijke uitgaven aan bijzondere bijstand en minimabeleid waren sinds 2005 twee keer zo hoog als het budget. En het wordt steeds erger. Voor de komende jaren verwachten gemeenten weer hogere kosten voor de bijzondere bijstand. Die kosten kunnen ze nauwelijks beïnvloeden. De snelst stijgende posten zijn bijzondere bijstand voor beschermingsbewind en voor voorzieningen voor vluchtelingen.

Vaak groeien de uitgaven in de bijzondere bijstand volgens Divosa ook door de keuzes die het Rijk maakt. Regelmatig bezuinigt het Rijk en verwijst het naar gemeenten om de gevolgen op te vangen. Gemeenten betalen zo het voordeel voor het Rijk met hun minimabeleid. Daardoor is de bijzondere bijstand volgens Divosa-voorzitter René Paas het duizenddingendoekje geworden voor het aandweilen van rijksbezuinigingen voor minima. Maar het doekje slijt snel, want gemeenten krijgen daarvoor veel te weinig geld. En o ja: algemeen minimabeleid mag niet meer. Het Rijk verplicht gemeenten tot de duurste manier van verstrekken: individueel maatwerk. En zo raken we klem, vervolgt Paas. De bijzondere bijstand is een zogenaamde ‘open-eind-regeling’. Hoe meer inwoners in de problemen komen, hoe groter de gemeentelijke tekorten worden. Dat kan zo niet doorgaan. Bijzondere bijstand is een wettelijke taak. Daarbij hoort een toereikend budget. Het zou niet nodig moeten zijn dat gemeenten het Rijk vragen om voldoende geld, aldus Divosa.

Inkomsten en uitgaven gemeenten voor bijzondere bijstand en minimabeleid (mln. euro)

 

divosa

Divosa maakte een overzicht van de tien belangrijkste trends en ontwikkelingen die veranderingen in uitgaven over de tijd kunnen verklaren. In volgorde van financiële impact zijn dat:

  1. Beschermingsbewind
  2. Groei statushouders
  3. Veranderingen woningmarkt
  4. Wanbetalers in de zorg
  5. Rechtsbijstand
  6. Wet taaleis en gebruik computer
  7. Jongeren: studietoeslag en bijstand voor levensonderhoud < 21 jaar
  8. Meer mensen een langdurig laag inkomen
  9. Hogere uitvoeringskosten door meer maatwerk en integrale aanpak
  10. Maatwerkvoorziening voor chronisch zieken en gehandicapten

Lees de toelichting in de factsheet bijzondere bijstand.

Meer langdurige armoede in Nederland

SCP2Het aantal Nederlanders dat in langdurige armoede verkeert, is door de economische crisis snel gestegen. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Een lang tekort van het SCP. Deze hoofdconclusie trok het SCP ook al in december jl. in het rapport Armoede en Sociale Uitsluiting 2015.

De belangrijkste conclusies uit het huidige onderzoek:

  • Ruim de helft van de arme Nederlanders verkeert drie jaar of langer in armoede. Het gaat om bijna 600.000 mensen, veel meer dan volgens eerdere tellingen: de gebruikelijke methoden om langdurige armoede te meten, leiden tot een onderschatting.
  • Door de recessie is de langdurige armoede gegroeid. Het is onzeker of dit terug zal lopen nu de economie weer aantrekt.
  • Ongeveer de helft van de langdurig armen bestaat uit werkenden en hun aandeel is sinds 2005 flink gegroeid, van ruim 40% naar ruim 50%.
  • Ouderen en niet-westerse migranten met minderjarige kinderen hebben een bovengemiddelde kans op langdurige armoede.
  • Bij ‘nieuwe armen’ daalt de kans dat er een eind komt aan hun armoede sterk. Na het eerste jaar stroomt 60% uit, na het tweede armoedejaar is dit minder dan 20%. Snel ingrijpen is dus cruciaal.
  • Van degenen die uitstromen, is bijna 20% een jaar later weer tot armoede vervallen.

scp3

Zie ook de reportage van de NOS.

Thuisadministratie organisaties lopen tegen grenzen aan

Vrijwilligersorganisaties helpen bij het ordenen en op orde houden van de financiële administratie. Thuisadministratie is vooral gericht op mensen die tijdelijk door de bomen het bos niet meer zien. Door maatschappelijke ontwikkelingen in zorg, welzijn en schulddienstverlening is er sprake van een toename van hulpvragers met grote financiële problemen, die (nog) niet geholpen worden door schuldhulpverlening, hulpvragers met psychische problemen en hulpvragers die door een licht verstandelijke beperking, ziekte of ouderdom niet leerbaar zijn en langdurige ondersteuning nodig hebben.

Lokale organisaties lopen daardoor tegen grenzen van de ondersteuning aan. Hierbij is de samenwerking en doorverwijzing in de keten niet altijd duidelijk voor vrijwilligers, net als de wet- en regelgeving van gemeenten en landelijke overheid. Onder andere door gebrek aan financiering wordt de kwaliteit van de ondersteuning (scholing van vrijwilligers en coördinatoren, meten en leren van resultaten) en adequate begeleiding van vrijwilligers door de lokale organisaties gezien als knelpunt.

Dit blijkt uit onderzoek van het Landelijk Stimuleringsnetwerk Thuisadministratie: ‘Ondersteuning bij de financiële administratie met vrijwilligers in Nederland’.

Klik op het kaartje voor hulp bij thuisadministratie in jouw gemeente:

LSTA

Benchmark armoede en schulden

Gemeenten kunnen zich nog tot 14 maart aanmelden voor de benchmark armoede en schulden. In de benchmark vergelijken gemeenten hun prestaties op het terrein van armoedebeleid en schuldhulpverlening over het kalenderjaar 2015. Vanaf 14 maart krijgen gemeenten ongeveer een maand de tijd om een vragenlijst in te vullen. De aangeleverde gegevens worden door de benchmarkorganisatie aangevuld met gegevens van onder meer CBS en Inlichtingenbureau. Eind april worden de eerste rapportages opgeleverd. Op 26 mei worden de resultaten besproken tijdens de eerste benchlearn bijeenkomst.

Wat wordt gemeten

  • Omvang en ontwikkeling minimapopulatie (minimascan/CBS) naar inkomensgrens;
  • Minimahuishoudens met kinderen;
  • Bijstand: omvang, samenstelling, duur en Aio (basisbenchmark);
  • % bijstandsgerechtigden  zorgtoeslag niet aangevraagd;
  • % bijstandsgerechtigden > 2 mnd. premieachterstand zorgverzekering;
  • Gemiddelde uitgaven bijbij, IIT, CAV, maatschappelijke participatie volwassenen, maatschappelijke participatie jeugd, fondsen (noodfonds, Leergeld e.d.), kwijtschelding en schuldhulp per verstrekking, minima-huishouden en inwoner;
  • Inkomensgrenzen per minimaregeling;
  • Formatie uitvoering bijbij;
  • Gebruik en bereik bijzondere bijstand, kwijtschelding, IIT en CAV, maatschappelijke participatie en beschermingsbewind;
  • Toekenningen en afwijzingen bijbij;
  • Aanvragen, aanmeldingen, intakes en toegekende aanvragen schuldhulp;
  • Recidive schuldhulpverlening;
  • Aantal klanten budgetbeheer, budgetcoaching, totaal schuldhulp en verwijzing Wsnp;
  • Slagingspercentages bemiddeling en sanering;
  • Schuldenvrije uitstroom en uitval;
  • Aantal schuldeisers en gemiddelde schuld;
  • Formatie schuldhulp;
  • Wachttijd schuldhulp;
  • % stabilisatietrajecten >4 mnd;
  • % schuldregelingen >120 dgn.

In de benchmark wordt gebruikgemaakt van gangbare definities van o.a. NVVK en CBS.

Lees meer op de website van Divosa.

Kwetsbare ouderen krijgen vaker hulp, behalve arme ouderen

SCPIn de vandaag verschenen publicatie Kleine Gebaren beschrijft het SCP de contacten met oudere dorpsbewoners en de manier waarop deze ouderen de lokale gemeenschap waarderen.

Hoewel dorpsbewoners naarmate ze ouder worden steeds minder dorpsbewoners om hulp kunnen vragen, krijgen ouderen op hoge leeftijd steeds vaker hulp van dorpsgenoten, zo blijkt. Vooral ouderen die relatief kwetsbaar zijn, omdat zij alleenstaand zijn dan wel lichamelijk beperkt, krijgen relatief vaak hulp van dorpsgenoten. Maar dit geldt niet voor alle kwetsbare groepen: ouderen met een laag inkomen krijgen juist weinig hulp van dorpsgenoten. Zij geven daarbij vaak aan dat zij geen behoefte hebben aan hulp van anderen. Deze combinatie kan duiden op sociaal isolement, aldus de onderzoekers.

Armoede, gezondheid en leefstijl

Ik ben even gedoken in onderzoek naar sociaaleconomische gezondheidsverschillen. In De Sociale Staat van Nederland 2015 (SCP, december 2015) wordt recent onderzoek aangehaald. Een paar highlights:

Het lijkt erop dat sociaaleconomische status en gezondheid elkaar wederzijds beïnvloeden. Zo gaat een hoog opleidingsniveau dat in de jeugd bereikt is, samen met een lagere sterfte op hoge leeftijd, terwijl een slechtere gezondheid een negatief effect heeft op arbeidsparticipatie en inkomen.

sociaaleconomisch

leefstijl

Een leefstijl die als gezond geldt, is meer onder hogeropgeleiden te vinden dan onder lageropgeleiden.

Lees op mijn blog ook: Inkomen minima gaat in rook op, Mensen met lage sociaaleconomische status vaker eenzaam en bekijk de 73 (overige) blogs in de rubriek Gezondheid.

 

 

 

Mensen met lage sociaaleconomische status vaker eenzaam

Babette van Veen start campagne tegen wintereenzaamheid

Uit onderzoek van het RIVM (2014) blijkt, dat onder mensen met een lage sociaaleconomische status (laagopgeleid, moeite om rond te komen, laag salaris, geen betaald werk) sterke eenzaamheid twee tot drie keer vaker voorkomt dan onder mensen met een hoge sociaaleconomische status.

Coalitie Erbij ondersteunt gemeenten bij de samenwerking aan een integrale aanpak van eenzaamheid. Ze doet dat onder andere met lokale startconferenties. Babette van Veen startte afgelopen zondag een campagne om wintereenzaamheid aan te pakken. Lees meer over mogelijkheden om met jouw gemeente hierop aan te haken.

Lees op dit blog ook:

En voor de nodige relativering op de vrijdagmiddag, lees De Speld: Eenzaamheid oudere vaak terecht.

Vergelijkingstool berekent kosten en baten minnelijke en wettelijke schuldregeling

Bureau Wsnp heeft in samenwerking met de NVVK een nieuw instrument ontwikkeld waarmee de kosten en baten van het minnelijk traject kunnen worden vergeleken met de kosten en baten van het Wsnp traject. In de meeste gevallen levert een minnelijk traject voor een schuldeiser financieel méér op dan een Wsnp traject, omdat de kosten voor een Wsnp-traject vele malen hoger zijn. Het is goed dit ook aan de schuldeisers kenbaar te maken. Mogelijk draagt dit instrument bij schuldeisers te overtuigen van deze financiële voordelen bij een minnelijk voorstel of een dwangakkoord. De rekentool is te vinden op de website van Bureau Wsnp.

Koopkracht minima en pensioengerechtigden

Traditiegetrouw presenteert het Nibud aan het begin van het jaar haar koopkrachtplaatjes. De meeste Nederlanders gaan er dit jaar op vooruit.

Gepensioneerden komen er echter relatief slecht vanaf in 2016. Hun koopkracht blijft gelijk; sommigen gaan er wat op achteruit. Maar gisteren meldde het CBS al dat de armoede onder gepensioneerden relatief laag is.

Door onder andere de stijging van de zorgtoeslag zullen bijstandsgerechtigden er in 2016 toch iets op vooruit gaan. Waar hun koopkracht in de berekeningen vorig jaar nog gelijk leek te blijven aan 2015, ziet het Nibud nu dat bijstandsgerechtigden er per maand 6 tot 17 euro op vooruit zullen gaan. Ondanks deze lichte koopkrachtstijging hebben deze huishoudens het nog steeds ontzettend krap en zullen ze ieder dubbeltje om moeten draaien om rond te komen, aldus het Nibud.

Vandaag meldt het CBS dat 4 op de 10 huishoudens met een laag inkomen moeilijk rond komt.

Huishoudens die moeilijk rondkomen

cbs3

 

55-plussers grootste kans op armoede

Personen tussen de 55 en 65 jaar lopen het hoogste risico om langdurig in armoede te moeten leven. In die groep wordt een steeds groter deel door arbeidsongeschiktheid en werkloosheid afhankelijk van een uitkering. Dit meldt CBS op basis van inkomensgegevens over 2011 tot en met 2014.

Huishoudens met laag inkomen naar leeftijd kostwinner

Ouderen

 

Armoede- en schuldencijfers op gemeente, wijk- en buurtniveau

Op zoek naar cijfers over armoede en schuldenproblematiek in jouw gemeente? Hieronder zet ik de mij bekende bronnen op een rij:

  1. Huishoudens met laag en langdurig laag inkomen, met huishoudenskenmerken per gemeente. Bron: CBS, cijfers hebben betrekking op 2013. Met Gouda als voorbeeld. Klik op ‘Pas selectie aan’ om je eigen gemeente te selecteren.
  2. Nog mooier: Gegevens op wijk- en buurtniveau van het aantal huishoudens met (langdurig) een laag inkomen. Bron: CBS, cijfers hebben betrekking op 2013.CBS2
  3. Schuldenproblematiek op straatniveau. Bron: Schuldhulpmaatje.Kaartje3
  4. Huishoudens met lichte tot zware problematische schulden per gemeente. Prognoses 2012. Bron: onderzoek APE/Stimulansz.
  5. Voor gemeenten Z-Holland: Databank Tympaan.
  6. Minimascan Stimulansz: huishoudens met een laag inkomen naar inkomensgrens en inkomstenbron. Betrouwbare ramingen van actuele armoedecijfer.
  7. Dagblad Trouw: interactief kaartje met armoedecijfers per gemeente.
  8. Waarstaatjegemeente.nl. Databank met o.a. dashboard Werk en inkomen en cijfers over gebruik inkomensondersteuning per gemeente.waarstaatjegemeente
  9. Benchmark armoede en schulden. Gegevens over problematiek, beleid en uitvoering per gemeente. Alleen voor deelnemende gemeenten.

Laat me weten als ik een bron vergeten ben!

Geautomatiseerde toets Bijzondere Bijstand door Inlichtingenbureau

IBGemeenten kunnen maandelijks aan het Inlichtingenbureau BSN’s aanleveren van burgers die een aanvraag voor een bijzondere bijstand hebben gedaan of mogelijk in aanmerking komen voor automatische verlenging daarvan. Het Inlichtingenbureau bepaalt aan de hand van een door gemeenten opgestelde beslisboom met gegevens uit de GBA-V de huishoudsituatie van de aanvrager. Vervolgens vindt een inkomenstoets bij het UWV, en eventueel een vermogenstoets bij RDW en/of de Belastingdienst plaats. Lees meer op de site van het Inlichtingenbureau.

CBS: Armoede is hardnekkig maar groei stabiliseert

CBS

Van alle huishoudens is de groep huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens in 2014 vrijwel gelijk gebleven aan 2013. Wel is het aandeel huishoudens dat al ten minste vier jaar van een laag inkomen moest rondkomen naar verhouding sterk opgelopen. Ook het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een langdurig laag inkomen nam toe. Dit meldt CBS vandaag in het rapport Armoede en sociale uitsluiting 2015.

Stat

 

Benchmark Armoedebeleid en Schuldhulpverlening

benchmarkVanaf heden kunnen gemeenten en samenwerkingsverbanden zich aanmelden voor de benchmarkmodule Armoede en Schulden. Daarmee vergelijken zij hun prestaties en de aanpak van armoede en schulden. De module is een verdiepende module van de Divosa Benchmark Werk en Inkomen.
In 2016 worden de prestaties over 2015 gemeten. Begin 2016 vul je online een vragenlijst in. De ingevulde gegevens worden aangevuld met gegevens uit andere bronnen zoals CBS, minimascan en de Divosa basisbenchmark. De resultaten worden vastgelegd in een standaardrapport. In heldere grafieken worden de prestaties vergeleken met die van andere gemeenten. Daarnaast is er de mogelijkheid de resultaten online nader te analyseren en te vergelijken met een groep benchmarkgemeenten naar eigen keuze. Tijdens twee benchlearn bijeenkomsten met alle deelnemers worden de rapportages en het verhaal achter de cijfers besproken.
De benchmark vergelijkt op:

  • Uitgaven, bereik en uitvoeringskosten van minimaregelingen zoals bijzondere bijstand, kwijtschelding belastingen en maatschappelijke participatie.
  • Uitgaven, aantal klanten, effectiviteit en de organisatie van de Schuldhulpverlening.

Lees meer.

Nibud: hoge zorgkosten en vaste lasten vaker oorzaak betalingsproblemen

Hoge zorgkosten en te hoge vaste lasten worden door consumenten twee keer zo vaak genoemd als oorzaak van de betalingsproblemen dan drie jaar geleden. In 2012 noemde 10% van de consumenten met betalingsachterstanden hoge zorgkosten als reden nu 22%. Ook het aantal mensen dat zegt door te hoge vaste lasten betalingsachterstanden te hebben, is gestegen van 15% naar 27%. Het Nibud vindt een stijging van dit soort betalingsproblemen verontrustend, omdat deze doorgaans moeilijker zijn op te lossen dan problemen die ontstaan door een slordige administratie of overbesteding.

HuishoudpotjeOok ziet het Nibud dat uitkeringsgerechtigden aan de grens zitten van hun financiële mogelijkheden. Driekwart van hen komt moeilijk rond, in 2012 was dat nog 69%. Lees het meest gelezen artikel op dit blog: kun je rondkomen van een bijstandsinkomen? (2009).

Lees het persbericht en het onderzoeksrapport op de website van het Nibud.

Preventie

Als je als gemeente toch zoveel mogelijk aan schuldpreventie wilt doen, biedt het Nibud onder meer het volgende:

 

1 op 5 huishoudens heeft risicovolle schulden

Het onderzoeksrapport ‘Huishoudens in de rode cijfers 2015‘ is verschenen. Het bevat nuttige informatie voor gemeenten en hulpverleners om risicocategorieën in beeld te krijgen en drempels naar schuldhulpverlening te verlagen. Het gaat bijvoorbeeld in op hoe problemen ontstaan en wat de kenmerken en oplossingsstrategieën van deze huishoudens zijn. Ook gaat het rapport specifiek in op de rol van levensgebeurtenissen en bevat het goede voorbeelden op lokaal niveau ter inspiratie.

Uit het onderzoek blijkt dat in vergelijking met eerdere metingen in 2012 en 2009 meer Nederlandse huishoudens een risico hebben op problematische schulden. De aantrekkende conjunctuur vertaalt zich niet in een afname van het aantal schuldenaren, maar de groei vlakt wel af. In totaal heeft bijna één op de vijf huishoudens in Nederland te maken met risicovolle schulden, problematische schulden of zit in een schuldhulpverleningstraject. Tijdens het onderzoek waren er bijna 1,2 miljoen schuldenaren niet en circa 193.000 schuldenaren wel in beeld bij de formele schuldhulpverlening. Het aantal huishoudens met problematische schulden dat geen gebruik maakt van formele schuldhulpverlening, is toegenomen.

Na een ervaring met schuldhulpverlening zijn huishoudens overwegend positief. Schuldhulpverlening wordt als laatste redmiddel voor de allerergste gevallen (waartoe de meeste huishoudens zichzelf niet rekenen) gezien. Mensen melden zich daardoor niet snel, terwijl zij gemakkelijker geholpen kunnen worden als het water hen nog niet aan de lippen staat.

Minimaal percentage huishoudens dat voldoet aan risico-indicatoren en zich niet gemeld heeft bij schuldhulpverlening, naar arbeidsmarktregio (p. 20 van het rapport):

NL

Vandaag publiceerde ook het BKR een onderzoek. Daaruit blijkt dat Nederlanders meer onhoudbare schulden hebben dan gedacht. Het gaat dan om schulden die in het verleden zijn opgebouwd.

‘Gemeenten: bied integrale schuldhulp aan (ex-) dakloze jongeren’

Staatssecretaris Klijnsma nodigt gemeenten uit de samenwerking te zoeken met de coalitie ‘Van de Straat’ om integrale schuldhulp te bieden aan (ex-)dakloze jongeren. De coalitie ‘Van de Straat’ is een samenwerking tussen Stichting Zwerfjongeren Nederland, de Federatie Opvang en stichting Kamers met Kansen. Deze jongeren hebben vaak allerlei problemen, waaronder schulden. Juist voor jonge (ex-)daklozen is de standaard dienstverlening vaak niet afdoende. Zij zijn gebaat bij maatwerk. Naast financiële stabiliteit, moeten deze jongeren ook een stabiele woonsituatie hebben, een stabiel inkomen en een opleiding met toekomstperspectief. Klijnsma roept gemeenten op om proefprojecten op te zetten.

Onderzoeken
In juni verscheen het onderzoek ‘Voor mijn gevoel had ik veel geld’, waarin onder meer gepleit werd voor laagdrempelig financieel advies dat aansluit bij de belevingswereld van jongvolwassenen. Ook worden aanbevelingen gedaan voor preventief beleid. Daarnaast heeft de Hogeschool Amsterdam onlangs een onderzoek gedaan naar effectieve interventies voor dak- en thuislozen.

Op effectieve schuldhulp.nl staan 9 tips voor effectieve schuldhulp voor deze doelgroep. Lees ook:

Zorgverzekering: grote verschillen tussen gemeenten

zorgverzekering+kiezenDe invulling van de collectieve zorgverzekering verschilt sterk per gemeente. Dat blijkt uit onderzoek van het Zorgverzekering Informatie Centrum. Uit het onderzoek, waarin alle 393 gemeenten zijn onderzocht, blijkt dat de verschillen zo groot zijn dat die kunnen oplopen tot wel honderden euro’s per jaar. Een aantal gemeenten geeft een (hoge) bijdrage voor de zorgpremie, terwijl andere gemeenten hebben besloten niet mee te betalen aan de premie. In dat laatste geval moeten minima de gehele zorgpremie zelf betalen. Ook de gehanteerde inkomensgrenzen verschillen per gemeente. De inkomensgrenzen variëren van 110% tot 150% van het sociaal minimum.

Klik hier voor de onderzoeksresultaten en de gegevens per provincie (helaas niet per gemeente).

 

Meeste mensen worden terecht onder bewind gesteld

image-3854686Beschermingsbewind biedt op relatief korte termijn financiële stabiliteit en de meeste mensen worden terecht onder bewind gesteld. Dat blijkt uit verdiepend onderzoek naar onder bewind gestelde Nederlanders dat staatssecretaris Klijnsma afgelopen vrijdag aanbood aan de Tweede Kamer. Slechts 7 tot 14% kan op termijn volledig financieel zelfredzaam zijn. Maar er is weinig samenwerking tussen bewind en gemeenten. Klijnsma schrijft dat ze dit zorgwekkend vindt, omdat ongeveer 60% van de onder bewind gestelde mensen kampt met problematische schulden. Juist dan kan de gemeente helpen met aanvullende dienstverlening, terwijl een tijdige (en bij voorkeur kortdurende) inzet van bewind escalatie van de schuldenproblematiek in bepaalde situaties kan voorkomen.

VNG en Divosa roepen de staatssecretaris op om gemeenten meer mogelijkheden te bieden om grip te krijgen op de forse toename in beschermingsbewind en gemeenten tegemoet te komen in de stijging van de kosten die zij via bijzondere bijstand aan het beschermingsbewind kwijt zijn. VNG en Divosa hebben hierover al eerder een brief aan de staatssecretaris en de Tweede Kamer gestuurd en zullen dat binnenkort opnieuw doen. Lees ook: Kosten beschermingsbewind rijzen de pan uit (25 sept. 2015).

bewindvoering

Naschrift 11-11-2015: Er is veel gereageerd op dit bericht, ook via Twitter. De conclusie van de onderzoekers dat de meeste mensen terecht onder bewind worden gesteld, behoeft misschien wat nuancering. Met de invoering van de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap op 1-1-2014 verdween ‘Verkwisting’ als grond voor curatele en werd het samen met het hebben van ‘problematische schulden’ een grond voor beschermingsbewind. Maar vóór 2014 zaten er ook al mensen in beschermingsbewind met alleen problematische schulden. Dat deze groep werd geregistreerd onder ‘psychische problemen’ duidt er volgens de onderzoekers op, dat de wetswijziging een formalisering van bestaande praktijk is geweest. Oorzaken van de problematische schulden zijn vaak een verstandelijke beperking of een psychisch probleem – wat al gronden waren voor beschermingsbewind. Maar het is dus niet duidelijk of daarvan bij deze groep sprake was. Je kunt je afvragen of mensen met (alleen) problematische schulden überhaupt in beschermingsbewind thuishoren. Die kunnen misschien beter bij de gemeentelijke schuldhulp en budgetbeheer terecht?

Aanpak scheefwonen faalt

Uit het zaterdag gepubliceerde rapport Passend wonen van Aedes en de Woonbond blijkt dat 418 duizend huishoudens eigenlijk te veel verdienen om in een gesubsidieerde huurwoning te wonen. Daarnaast wonen nog eens 332 duizend huurders gezien hun inkomen eigenlijk te duur. Ze krijgen daardoor meer huurtoeslag dan nodig is.

Minister Blok gaf corporaties de afgelopen jaren de ruimte om de huren voor de hogere inkomens extra te verhogen. Dat moest een prikkel geven om door te stromen. Maar deze aanpak werkt niet, zegt bijna driekwart van de 57 woningcorporaties in een onderzoek van de NOS. Een belangrijk probleem is volgens de corporaties, dat de huren binnen hun sector nooit hoger mogen worden dan €710. Voor die prijs is een koopappartement of een huurwoning in de vrije sector, vooral in de Randstad, onhaalbaar. De prijzen daarvan beginnen bij €900. Dat is een te grote stap voor veel scheefwoners.

Scheefwonen

Ondertussen repareert een aantal gemeenten voor minima waarvoor de huurtoeslag ontoereikend is, het inkomen met een woonlastenfonds of woonkostentoeslag. Maar dat is duur, het is geen duurzame oplossing en je doorkruist het inkomensbeleid van het rijk. De oplossing zal toch vooral gezocht moeten worden in verruiming van het (betaalbare) woningaanbod.

 

Kaarten met schuldenproblematiek op straatniveau

Schuldhulpmaatje, de vrijwilligersorganisatie die mensen met schulden helpt, produceert kaarten die heel precies per gemeente in beeld brengen in welke straten het risico op problematische schulden het grootst is. Zie hieronder een paar voorbeelden. Gratis te gebruiken door gemeenten die al werken met Schuldhulpmaatje. Tegen betaling beschikbaar voor overige gemeenten. Meer weten? Neem contact op met Hendrik-Jan Graber: hendrik-jan.graber.schuldhulpmaatje.nl.

(klik op de plaatjes om te vergroten)

Kaartje1Kaartje2Kaartje3Kaartje4Kaartje5Kaartje7

Waarom arme mensen domme dingen doen

SchaarsteNee, zeker geen nieuws. Maar het boek Schaarste; hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen van Sendhil Mullainathan & Eldar Shafir moet zeker nog vermeld worden op dit blog. Het wordt regelmatig aangehaald tijdens congressen en ik lees het ook steeds vaker terug in gemeentelijke beleidsplannen.

Armoedebestrijding in Nederland is vaak op een misvatting gebaseerd: dat armen het beste zichzelf aan de haren uit het moeras kunnen trekken. De baanbrekende theorie van Mullainathan & Shafir over de gevolgen van geldgebrek voor je denkvermogen laat zien dat dat niet klopt. De Correspondent geeft een perfecte samenvatting.

Over leven met schulden en overleven met schulden

TamaraVoor wie – net als ik – straks naar de promotie van Tamara Madern gaat, hierbij alvast een opwarmertje: ‘Schuldhulpverlening en wetenschap kunnen veel van elkaar leren’ (SPRANK 28aug). ‘Financieel gedrag kan leiden tot schulden, maar ook de oplossing heeft altijd te maken met financieel gedrag.’

Miljoenennota 2016 definitief

De Miljoenennota 2016 en Begroting SZW 2016 zijn zojuist gepubliceerd. Ik ontdek geen grote verrassingen ten opzichte van wat er al was uitgelekt. Voor het gemak zet ik hieronder nogmaals de belangrijkste zaken op een rij.

De meeste Nederlanders gaan er volgend jaar op vooruit. Werkenden met een minimuminkomen profiteren het meest. Zij krijgen er volgens de koopkrachtplaatjes 5,3% bij. Voor niet-werkenden gelden de volgende koopkrachtplaatjes:

Sociale minima
Paar met kinderen 0,1%
Alleenstaande 0,0%
Alleenstaande ouder 0,0%
AOW (alleenstaand)
(Alleen) AOW 0,8%
AOW + € 10.000 0,1%
AOW (paar)
(Alleen) AOW 0,4%
AOW + € 10.000 0,1%

Tip: kijk naar de zojuist gepresenteerde koopkrachtberekeningen van het Nibud voor meer details.

  • De zorgpremie stijgt volgend jaar met zo’n €7 per maand. Het eigen risico blijft nagenoeg hetzelfde en gaat alleen iets omhoog vanwege de stijgende prijzen. Voor verreweg de meeste mensen die er recht op hebben, stijgt de zorgtoeslag met ongeveer €67.
  • Verhoging arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer €50.000 met max. €700 (NB. in vorige jaren werd hij ook telkens al verhoogd).
  • Volledige en snellere afbouw algemene heffingskorting (ik kan nu nog niet goed inschatten wat dat betekent voor het sociaal minimum. In 2012 werd de afbouw van de dubbele heffingskorting gestart. Lees hier wat dat betekent voor het sociaal minimum).
  • Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting om de arbeidsparticipatie van werkende ouders met jonge kinderen te bevorderen.
  • Verhoging kinderopvangtoeslag
  • Geen bezuiniging op huurtoeslag
  • Verhoging kindgebonden budget
    2e kind: + €33
    3e kind: + €100
    4e kind e.v.: + €177
  • Lage Inkomens Voordeel (LIV) maakt het vanaf 2017 aantrekkelijk om mensen met een laag inkomen (tot 120% minimumloon) in dienst te houden.
  • Tot nu toe moesten zzp’ers vaak eerst hun pensioen opmaken als ze een beroep deden op de bijstand. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor waarin onder voorwaarden vrijlating van het pensioenvermogen plaatsvindt. Het kabinet heeft gemeenten gevraagd hier in 2015 al rekening mee te houden.
  • Het kabinet gaat de regels rond de beslagvrije voet vereenvoudigen. De regeling is op dit moment te ingewikkeld, waardoor de beslagvrije voet soms te laag wordt vastgesteld.
  • Het kabinet heeft €100 miljoen per jaar vrijgemaakt om armoede en schulden te bestrijden. Het grootste deel hiervan gaat naar gemeenten. In mijn overzicht van gemeentelijke budgetten zie je dat het in 2016 gaat om €90 miljoen.
  • Ik lees niets specifiek over schuldhulpverlening.

 

 

Re-integratie bodemloze put

Vorige week was ik bij het geslaagde Jaarcongres Schuldhulpverlening & Armoede van Divosa en HOEZO!. Bekijk alle presentaties waaronder die van mij en Ger Heijers over Noodhulpbureaus.

Rutger Bregman (bekend van o.a. het boek Gratis geld voor iedereen) brak er een lans voor het basisinkomen. Ik ga de discussie over het basisinkomen de komende tijd met meer aandacht volgen en heb daarom alvast een nieuwe rubriek aangemaakt (zie onderwerpen in de zijbalk). Bregman benadrukte ook nog maar eens dat het rendement op re-integratie inspanningen vrijwel nihil is, bijvoorbeeld door het Lock-in effect: als mensen in een traject zitten, spannen zij zich minder in om een baan te vinden. Met de besparing op re-integratie kunnen we deels het basisinkomen financieren. Het ministerie van SZW presenteerde vorig jaar een enigszins hoopgevend SEO-onderzoek waaruit blijkt, dat de lange termijn effecten van re-integratie groter zijn dan de korte termijn effecten. Maar o.a. de directeur van datzelfde SEO en hoogleraar Jouke van Dijk lieten er tijdens het voorjaarscongres van Divosa geen twijfel over bestaan: re-integratie kost meer geld dan het oplevert.

Maar in België zitten ze met hetzelfde probleem, hoor. Echt even kijken:

Chronisch zieken steeds dieper in schulden

GPKSteeds meer mensen met een chronische ziekte of beperking teren in op spaargelden en maken schulden. In 2011 betrof dit bijna een vijfde van deze mensen (19%) en in 2014 is dit opgelopen tot 28%. Het lijkt erop dat dit vooral komt doordat ze in 2013 minder inkomen – en niet zo zeer meer uitgaven – hadden dan de jaren daarvoor.

Dat  blijkt uit de monitor Zorg- en leefsituatie van mensen met een chronische ziekte of beperking die het NIVEL tweejaarlijks uitvoert. Gemiddeld hadden mensen met een chronische ziekte of beperking in 2013 €1.381 per maand te besteden, en de algemene bevolking €1.967 per maand. Hun inkomen is sinds 2010 sterker gedaald dan dat van de algemene bevolking. Vooral het inkomen van de 65- tot 75-jarigen met een chronische ziekte of beperking is verminderd.