Civiele invordering verder uitgewerkt

Staatssecretaris Struycken stuurde deze week een brief naar de Tweede Kamer met in de bijlage een nadere uitwerking van het stelsel van civiele invordering. Het nieuwe stelsel heeft gevolgen voor de doorstroom naar gemeentelijke schuldhulp. De staatssecretaris werkt twee maatregelen uit waarvan hij verwacht dat ze gezamenlijk een grote bijdrage leveren aan het aanpakken van de meeste knelpunten in het stelsel.

  1. Een collectief afbetalingsplan is een coördinerende incassomethode die schuldenaren in staat stelt om op basis van hun afloscapaciteit gestructureerd schulden af te lossen aan meerdere schuldeisers. Loonbeslag hoeft in deze fase nog niet aan de orde te zijn. De debiteur kiest een onafhankelijke partij om het plan op te stellen, zoals een deurwaarder, bewindvoerder of gemeente.
  2. De zorgplicht voor deurwaarders bestaat uit twee onderdelen, namelijk een verwijsfunctie waarbij de deurwaarder actief verwijst naar passende (schuld)hulp en een sociale ministerieplicht waarbij de deurwaarder de bevoegdheid krijgt om ambtshandelingen te weigeren als deze tot nodeloze schuldenopbouw leiden.

De staatssecretaris schetst verschillende scenario’s voor:

  • Wie gaat afbetalingsplan uitvoeren? Bijvoorbeeld deurwaarder, bewindvoerder of gemeente. Mede op verzoek van de Tweede Kamer onderzoekt Struycken of ook incassobureaus dit kunnen doen.
  • Wat gaat dit kosten en wat is een passende vergoeding? Op p. 5 gaat het ook over vergoeding aan gemeenten.
  • Hanteer je beslagvrije voet of VTLB?
  • Hoe lang mag aflosperiode duren (vooralsnog niet gemaximeerd)
  • In welke situaties is betalingsplan geschikt? Het is geschikt als er meerdere betalingsachterstanden zijn die niet in één keer kunnen worden voldaan, maar er wel afloscapaciteit is om in termijnen de schuld af te lossen. Het afbetalingsplan is minder geschikt als er sprake is van een ‘uitzichtloze situatie’. Overwogen kan worden om net als binnen de minnelijke schuldhulp termijnen van een collectief afbetalingsplan al mee te laten tellen voor de 18 maanden van een schuldregeling. Wanneer een debiteur zelf sterk de behoefte heeft om de schulden volledig af te lossen of geen hulpverlening wil aanvaarden en schuldeisers daarmee akkoord gaan, kan het collectief afbetalingsplan een langere looptijd hebben.

Wat mij betreft neemt Struycken in zijn overwegingen onvoldoende mee wat dit stelsel kan betekenen voor de doorstroom naar schuldhulpverlening. Begrijp me niet verkeerd, ik ben voorstander van zowel afbetalingsplan als zorgplicht, maar je zou bijvoorbeeld kunnen vastleggen in welke situaties er een melding naar de gemeente moet gaan. Als dat te vrijblijvend is is het gevaar dat mensen eindeloos blijven aflossen en geen hulp krijgen bij geldzaken of op andere leefgebieden. Zéker als het voor commerciële partijen financieel aantrekkelijk wordt om de debiteur lang vast te houden. Lees ook nog eens mijn pleidooi: meldplicht voor deurwaarders.

De staatssecretaris wil de Kamer in het najaar informeren over de verdere uitwerking en daarna starten met een wetgevingstraject.

  • 27/5/2025: Lees de reactie van de NVVK op de brief van Struycken. NVVK doet samen met Nibud een goede suggestie: herstart het Nederlands Instituut voor Betalingsregelingen.
  • 5/9/2025: Syncasso en Purpose ontwikkelden een prototype van het collectief afbetalingsplan (CAP). Daarin lees je dat als bij aanvang blijkt dat de vordering niet binnen 18 maanden kan worden afgelost, er verplicht wordt doorverwezen naar de gemeentelijke schuldhulp. Wanneer tijdens de aflossingsperiode betaling 3 maanden uitblijft gaat de deurwaarder namens de andere schuldeisers naar de rechter. De rechter kan 2 mogelijke maatregelen toepassen: (1) Machtiging voor beslag op de aflossingscapaciteit om het CAP voort te zetten of (2) Onderbewindstelling van de debiteurklant, waarna een bewindvoerder het CAP verder uitvoert. Ik zou in dit stadium eerst nog willen kijken wat de gemeentelijke schuldhulpverlener (samen met andere hulpverleners) kan doen voor de inwoner (bijvoorbeeld schuldregeling), dus voordat het naar de rechter gaat.
  • 3/11/2025: In deze column zegt KBvG: ‘Uiteindelijk willen we dat de deurwaarder wettelijk wordt erkend als signaalpartner binnen de schuldhulpketen.

Kabinet presenteert visie op schuldenaanpak

Waarschijnlijk mede met het oog op het commissiedebat van a.s. donderdag over armoede en schulden stuurden staatssecretarissen Nobel (SZW) en Struycken (Rechtsbescherming) afgelopen vrijdag een Kamerbrief met de kabinetsvisie- en plannen om problematische schulden terug te dringen. Uit het regeerprogramma en de Miljoenennota konden we al opmaken dat het basispakket in het IBO-rapport daarin een prominente plek krijgt.

Wat stond er ook alweer in het IBO-rapport

Het basispakket bestaat uit 6 essentiële en 14 praktische maatregelen:

6 essentiële maatregelen14 praktische maatregelen
1. Integraal schuldenoverzicht
2. Eén loket voor overheidsincasso
3. Zorgplicht gerechtsdeurwaarders.
4. Collectief afbetalingsplan 
5. Aanscherpen wettelijke (kwaliteits)eisen voor schuldhulpverlening
6. Eén helder schuldentraject
1. Betaal en ontvangstmomenten op elkaar afstemmen
2. Ondergrens BKR-registratie verlagen
3. Leeftijdsverificatie bij BNPL
4. Financiële educatie voor kinderen en jongeren
5. Verlagen verificatiegrens bij kredietwaardigheidstoets consumptief krediet
6. Begeleiding tijdens een Wsnp-traject
7. Verlagen aanmaningskosten verkeersboetes
8. Discretionaire ruimte om kostenoploop boetes ongedaan te maken en kosteloze betalingsherinnering
9. Verdienen aan kosten bij (door)verkoop van (executie)dossiers verbieden
10. Alle kosten rondom invordering herijken (inclusief sociaal tarief)
11. Pauzeknop voor incassoactiviteiten (bij het collectief afbetalingsplan)
12. Verjaringsmogelijkheden beperken
13. Aanpassen preferente positie van publieke schuldeisers
14. Betere vroegsignalering met structurele financiering

Daarnaast presenteerde het IBO bredere hervormingen en specifieke aanbevelingen voor een betere schuldenaanpak. Lees de uitgebreidere samenvatting van het IBO-rapport.

Wat staat er in de Kamerbrief

Behalve dat het fijn is om bevestigd te zien dat het kabinet de IBO-voorstellen breed oppakt, staat er niet heel veel nieuws in de brief. Het kabinet kondigt vooral aan dat ze de diverse maatregelen gaan uitwerken. Maar sommige zaken worden wel al wat concreter:

  • Voor betere vroegsignalering (praktische maatregel 14) reserveert het kabinet structureel € 20 miljoen. Dit is onderdeel van de € 75 miljoen structureel voor het integraal pakket problematische schulden (waarvan we nog niet weten welk deel naar gemeenten gaat). Eerder werd al aangekondigd dat we eind 2024 een verbeterplan vroegsignalering krijgen. Daarin zal ook de aanbeveling van het IBO worden betrokken om het aantal mogelijke signalen uit te breiden. Aanvulling dd 17/10: in het commissiedebat zegt staatssecretaris Nobel (kijk vanaf 01:47) dat deze € 20 miljoen naar gemeenten gaat.
  • De Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden van het vorige kabinet gaat over in het Nationaal programma Armoede en Schulden en wordt uitgebreid tot een integrale benadering waarbij wordt voortgebouwd op de adviezen uit het IBO. In het voorjaar van 2025 wordt de Kamer nader geïnformeerd over de uitwerking ervan.
  • In het voorjaar worden we ook d.m.v. een beleidsnotitie geïnformeerd over de uitwerking van de zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders en het collectief afbetalingsplan (essentiële maatregelen 3 en 4). Hierbij wordt ingegaan op de vraag wie een afbetalingsplan opstelt, waar dit plan geregistreerd moet worden en hoe de bekostiging hiervan wordt vormgegeven. Ik hoop dat de staatssecretarissen hierbij ook aandacht hebben voor het feit dat deurwaarders, bewindvoerders en gemeenten dan in de schuldenketen mogelijk dezelfde werkzaamheden gaan uitvoeren, namelijk de afloscapaciteit eerlijk verdelen over de schuldeisers. Dit moeten we efficiënt gaan organiseren, als één helder schuldentraject, en zonder financiële prikkels voor commerciële partijen om de schuldenaar ‘bij zich te houden’. Aanvullend op een zorgplicht zou ik een plicht willen voor deurwaarders om de cliënt bij de gemeente aan te melden, bijvoorbeeld als blijkt dat de schuld niet binnen 18 of 36 maanden kan worden afgelost, of misschien als blijkt dat er meer dan één schuld is. (Lees hier op p. 24 dat we eind 2024 een tussenevaluatie krijgen van de pilot ketensignalering)
  • Het kabinet wil ook aan de slag met integratie van het minnelijke en wettelijke traject (essentiële maatregel 6) en laat zich daarbij (net als in de Schuldenwet en de D66-initiatiefnota Sneller uit de schulden) inspireren door de Wet Homologatie Onderhands Akkoord voor ondernemers. De WHOA regelt dat de rechtbank een onderhands akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers betreffende de herstructurering van schulden kan goedkeuren (homologeren). De homologatie betekent dat het akkoord verbindend is voor alle bij het akkoord betrokken schuldeisers. Zij die niet met het akkoord hebben ingestemd, kunnen toch aan het akkoord worden gebonden als de besluitvorming over en de inhoud van het akkoord aan bepaalde eisen voldoet. Er zou dan niet een apart wettelijk traject gaan lopen zoals nu bij de Wsnp; de rechter toetst alleen of het (straks door de gemeente opgestelde) akkoord voldoet aan de wettelijke eisen.
  • Er volgt in 2025 mogelijk nog een derde tijdvak voor de subsidieregeling financiële educatie voor onderwijsinstellingen. Met de subsidie worden scholen financieel in staat gesteld om leerkrachten en docenten te trainen op het integreren en inbedden van financiële educatie in bestaande vakken en het bieden van persoonlijk financiële begeleiding en/of het betrekken van ouders bij de financiële opvoeding.
  • In het regeerprogramma stond al dat het CJIB straks gratis betalingsherinneringen stuurt en in situaties van overmacht de verhogingen bij Wahv-boetes mag kwijtschelden. Voor beide maatregelen is structureel € 19 miljoen gereserveerd uit de envelop Groepen in de knel*. Ik neem aan dat dit dan binnen die envelop ook komt uit het potje ‘integraal pakket problematische schulden’. De Kamer wordt voor de zomer van 2025 geïnformeerd over de uitwerking van deze maatregelen.
  • Voor uitwerking en implementatie van een kwaliteitskader voor gemeentelijke schuldhulpverlening reserveert het kabinet structureel € 8 miljoen, ook uit de envelop Groepen in de knel*. De staatssecretarissen schrijven ook: ‘Wanneer implementatie en de verwachte resultaten van het de nog te ontwikkelen kwaliteitskader uitblijven, wordt bezien of wettelijke borging wenselijk is.’
  • Het kabinet stuurt nog voor het herfstreces een planningsbrief naar de Kamer over een brede vereenvoudigingsagenda toeslagen, belastingen en sociale zekerheid.

* Toelichting op deze envelop vind je in Miljoenennota over armoede en schulden.

Reactie op voorstel ‘Schulden klein houden en perspectief bieden’

André Moerman (Schuldinfo) en Nadja Jungmann (HU) presenteerden onlangs hun voorstel voor een nieuw incassostelsel. Het vooronderzoek is gefinancierd door deurwaardersvereniging KBvG. Hieronder mijn samenvatting van de samenvatting + mijn commentaar.

Het voorstel omvat 5 maatregelen:

  1. Het afbetalingsplan is in de incassofase (vóór loonbeslag) gericht op 100%-betalingen en wordt op verzoek van schuldenaar opgesteld door schuldhulpverlener, deurwaarder of bewindvoerder. Deze ‘schuldbemiddelaar’ inventariseert alle schulden, stelt afloscapaciteit vast en doet een voorstel aan alle schuldeisers. Als een schuldeiser niet akkoord gaat en toch gaat dagvaarden, dan draait de schuldeiser of de schuldenaar op voor proceskosten. Dit is afhankelijk van het oordeel van de rechter.
  2. In de executiefase, als er al loonbeslag is, dan kunnen andere schuldeisers zonder vonnis actief meedelen in beslag. Dat verzoek doen zij bij de ‘verdelend deurwaarder’. Die inventariseert alle schulden en verdeelt de opbrengst, mits de schuldenaar dat wil. Een schuldeiser kan ervoor kiezen om niet deze route te bewandelen en toch zelf een vonnis te halen. Ook hier oordeelt de rechter of de schuldenaar of schuldeiser opdraait voor de proceskosten.
  3. Deurwaarders krijgen een zorgplicht om bij de schuldenaar te informeren of er meerdere vorderingen zijn. Als dat zo is, dan moet de schuldenaar worden uitgenodigd voor een afbetalingsplan of meedelen in beslag zoals hierboven beschreven. De deurwaarder moet ook verwijzen naar o.a. schuldhulp, wijkteam en bewind.
  4. Financiële prikkel voor schuldeiser om oploop van kosten te beperken. Een daarvan is het ontnemen van de bevoegdheid om voor eigen incassowerkzaamheden kosten in rekening te brengen. De andere financiële prikkels staan hierboven bij 1 en 2.
  5. Schuldhulpverlener, bewindvoerder, deurwaarder en wellicht op termijn incassobureaus krijgen een financieel belang om schuldenaren op te zoeken en te motiveren gebruik te maken van het afbetalingsplan.

Ik vind het geen goed idee als deurwaarders gaan schuldbemiddelen. Het beslag eerlijk verdelen onder schuldeisers die zich melden is prima. Dat gebeurt nu ook al. Maar actief overige schuldeisers opzoeken en aflosvoorstellen doen, gaat te ver. Een schuldregeling kost gemakkelijk €2.000. Wie gaat dat betalen? En welke perverse prikkels ontstaan hier? Hoeveel druk gaat een deurwaarder op zijn cliënt uitoefenen om deze vergoeding binnen te halen? Hoe gemotiveerd is de deurwaarder om door te verwijzen naar de gemeente? En gaat de verdelende deurwaarder vorderingen van andere schuldeisers op dezelfde manier beoordelen als die van hemzelf? Het is ook niet efficiënt als naast gemeenten andere spelers gaan schuldregelen. Gemeenten maken gebruik van schuldenknooppunt, convenanten, gedragscodes, ICT, etc. Gaan deurwaarders daar ook gebruik van maken, of krijgen we straks verschillen tussen schuldregelende partijen? En wat als het afbetalingsplan mislukt? Dan moet alsnog schuldhulp ingezet worden? Met alle kosten van dien en een klant die al een buts heeft opgelopen? Dat helpt allemaal niet, extra kosten en nog meer inzet op het terugwinnen van het vertrouwen van de klant. Helaas voorziet het voorstel ook niet in een schuldenvrije toekomst, bijvoorbeeld na 18 maanden aflossen. En als je dat wel zou inbouwen, wie bepaalt dan of de cliënt zich voldoende heeft ingespannen om bijvoorbeeld (meer) te gaan werken en maximaal af te lossen? En saneringskrediet inzetten kan ook niet. Een ander nadeel van dit deurwaardersmodel is dat de werkgever administratieve lasten houdt en weet dat de werknemer in een schuldregeling zit. Bij de gemeente kan dat vaak worden voorkomen. Tot slot, hoe voorkomen we dat deurwaarders doorverwijzen naar hun bewindvoerderstak i.p.v. naar de gemeente?

Wat wel goed is in het voorstel: (a) schuldeiser kan zonder kostenverhogend vonnis meedelen in beslag, (b) schuldeiser betaalt de proceskosten als hij toch onterecht dagvaardt, (c) ontneem deurwaarder bevoegdheid om voor eigen incassowerkzaamheden kosten in rekening te brengen en (d) deurwaarder moet doorverwijzen naar schuldhulp. Laten we dit zo regelen. Maar laten we niet verder gaan dan dat. Dit is bovendien relatief eenvoudig te realiseren. De verdelend deurwaarder hebben we al (sinds de invoering van de WvBvv hebben we een coördinerend deurwaarder). Ik vraag me wel af of deurwaarders betaald moeten worden voor het doorverwijzen naar schuldhulp.

Het voorstel is vooral in het belang van schuldeisers. Daar is niks mis mee natuurlijk. Het geeft schuldenaren niet meer bescherming dan zij nu al hebben met o.a. de beslagvrije voet. Het voorstel moet de oplossing zijn voor het probleem dat schuldeisers voordringen en dat schuldenaren onder druk betalingsafspraken maken die ze niet kunnen nakomen. Wat je dan beter kan doen is (a) die schuldeisers daarop aanspreken: houd hen aan de beslagvrije voet, regel een wettelijke pauzeknop en recht op betalingsregeling. En (b) zorg dat die debiteur z.s.m. bij de gemeente in beeld komt. Daar krijgt elke schuldeiser zijn rechtmatige deel en kan elke schuldeiser kosteloos zijn vordering toevoegen. En bij de gemeente kun je ook al terecht als er nog geen deurwaarder in beeld is. Voordeel voor de schuldenaar is bovendien dat de gemeente (net als de Wsnp) uitgaat van het vrij te laten bedrag. Het VTLB is meestal gunstiger voor de schuldenaar, en er kan maatwerk worden geleverd rond bijvoorbeeld autokosten en andere bijzondere kosten. Ik verwacht niet dat deurwaarders dat maatwerk gaan leveren. Een schuldenaar zal al snel onder druk akkoord gaan met een afbetalingsplan. Eigenlijk is dat hetzelfde als dat een schuldenaar onder druk akkoord gaat met een betalingsregeling die niet haalbaar is. Tot slot, bij de gemeente krijgt de schuldenaar ook de meestal noodzakelijke (budget)begeleiding en hulp op andere leefgebieden erbij.

Op nos.nl staat dat het verdienmodel van deurwaarders met dit voorstel drastisch beperkt wordt, omdat zij minder ambtshandelingen verrichten zoals het betekenen van vonnissen, dagvaarden en beslagleggen. Die dalende trend is er echter al jaren. Sinds 2016 is het aantal ambtshandelingen gehalveerd van ruim 3 miljoen naar 1,5 miljoen. Met de voorgestelde nieuwe bevoegdheden zal dat tij waarschijnlijk keren.

Kortom, laten we een paar ingrediënten van het voorstel overnemen. Maar verder: schoenmaker blijf bij je leest. Laten we de schuldhulpverlening (liefst met 1 schuldenwet) eenvoudiger maken en het aantal betrokken partijen beperken in plaats van uitbreiden.

Zie ook de reacties van NVVK en KBvG.

PS: Ik heb vóór publicatie het bovenstaande voorgelegd en besproken met André. De auteurs staan best open voor andere inzichten. Geef deurwaarder bijvoorbeeld plicht om te melden bij gemeente i.p.v. cliënt ‘motiveren om de stap naar hulp te zetten’. Verder hoop ik dat veel mensen suggesties doen, zodat het een goed voorstel wordt.

Vandaag (26 okt.) schrijft minister Weerwind dat hij samen met minister Schouten een verkenning start en dat zij ‘begin volgend jaar’ de Tweede Kamer zullen informeren over de uitkomsten daarvan.

Tot slot, ik heb een paar collega’s om feedback gevraagd (dank voor jullie reacties!). Eén collega deed de volgende suggestie: “De verschillende schuldeisers hebben geen objectief zicht op wat een debiteur kan aflossen. En ze weten niet welke andere schuldeisers er zijn. Eigenlijk sturen ze in de mist. De enige manier waarop je m.i. bewindvoerders, gemeentelijke schuldhulp én deurwaarders schulden kunt laten regelen is als je de registratie van schulden centraliseert en verplicht stelt. De sleutel om deze registratie te ontsluiten zou ik bij de inwoner leggen. Deze kan dus bepalen wie over zijn gegevens mag beschikken en zodoende een regeling kan treffen. Je zou zelfs een afbetalingsmogelijkheid naar draagkracht kunnen inbouwen. Je kunt deze registratie koppelen aan bijvoorbeeld in rekening mogen brengen van incassokosten of een andere prikkel.”

NB. Minister Schouten loopt op die schuldenregistratie al een beetje vooruit door aan te kondigen (6 okt.) dat er een makkelijk online-overzicht komt voor alle openstaande vorderingen bij de Rijksoverheid. En er komen extra waarborgen om te zorgen dat mensen bij het aangaan van betalingsregelingen niet onder het bestaansminimum zakken.

Commerciële schuldhulpverleners blijven vrijgesteld van btw

Schuldhulpverlenende organisaties met en zonder een winstoogmerk blijven vrijgesteld van de btw. Volgens een uitspraak van de Hoge Raad op 14 april is de vrijstelling te ruim geformuleerd en in strijd met de wet, waardoor commerciële instellingen 21% btw verschuldigd zouden zijn. Het kabinet wil dit voorkomen. Daarom treedt er vandaag een beleidsbesluit in werking waardoor commerciële schuldhulpverleners de vrijstelling mogen blijven toepassen. Lees meer.

Interessante uitspraak ACM en wetsevaluatie beschermingsbewind

De Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap is geëvalueerd. Minister Dekker bood het evaluatierapport vorige week aan aan de Tweede Kamer. De onderzoekers hebben vooral gekeken naar de wetswijziging op het gebied van beschermingsbewind. Sinds 2014 kan dit ook aangevraagd worden in het geval van problematische schulden. Voorheen was deze maatregel alleen mogelijk als mensen niet voor zichzelf konden zorgen.

Gemeenten vinden dat rechters doorgaans geen oog hebben voor mogelijke alternatieven voor beschermingsbewind zoals gemeentelijk budgetbeheer. Overigens krijgen gemeenten in de nabije toekomst waarschijnlijk wel adviesrecht voordat de rechter uitspraak doet over beschermingsbewind.

Gemeenten zien de wetswijziging als een belangrijke oorzaak voor de sterke stijging van het aantal beschermingsbewindzaken en de extra kosten in de bijzondere bijstand.

Los van de kritiek van gemeenten signaleert een expertgroep van rechters dat de categorie problematische schulden erg dominant begint te worden binnen de beschermingsmaatregelen en daarmee tot veel werk leidt. Tegelijkertijd zijn geraadpleegde kantonrechters, bewindvoerders en schuldhulpverleners positief over de wettelijke mogelijkheid, omdat hiermee aangesloten wordt op een belangrijk maatschappelijk vraagstuk en bewind in deze situatie een oplossing kan zijn.

Er is ook gekeken naar de nieuwe kwaliteitseisen voor bewindvoerders. Rechters signaleren dat met de eisen het ‘kaf van het koren’ is gescheiden en er bij vertegenwoordigers meer bewustzijn over het belang van goede dienstverlening ontstaan is. Ze zien echter ook, dat de kwaliteitseisen geen volledige garantie bieden dat misstanden uitgesloten worden.

Over de wettelijke verruiming van de bevoegdheden van bewindvoerders bij problematische schulden – een bewindvoerder mag alle handelingen verrichten die bijdragen aan een goed bewind – lopen de meningen van de kantonrechters uiteen. In de Memorie van Toelichting zijn de taken benoemd die een bewindvoerder kan uitoefenen bij problematische schulden: stabilisatie, toeleiding naar schuldhulpverlening en eventueel zelf (tegen betaling) minnelijke trajecten regelen. Bewindvoerders zijn positief over deze verruiming, de NVVK niet.

Verder lees ik: de aanscherping van de rechtsgrond en overheveling van verkwisting als grond voor beschermingsbewind hebben ertoe geleid dat curatele minder vaak wordt opgelegd.

Beschermingsbewind als ‘activiteit in het algemeen belang’
Afbeeldingsresultaat voor autoriteit consument & marktOok recent in het nieuws: Meerdere gemeenten willen beschermingsbewind zelf gaan aanbieden om de stijgende kosten van de bijzondere bijstand beheersbaar te maken en problemen met malafide bewindvoerders aan te pakken. Als gemeenten het beschermingsbewind aanmerken als activiteit in het algemeen belang – zoals Groningen deed in 2014 – handelen zij volgens een recente uitspraak van de ACM niet in strijd met de Wet markt en overheid. Gemeenten hoeven dan ook niet de kostprijs door te berekenen en ook niet bijzondere bijstand te verlenen voor particuliere bewindvoering. Bewindvoerders zeggen dat zij door het gemeentelijk beleid geen broodwinning meer hebben en dat zij bezwaar zullen aantekenen tegen de uitspraak van de ACM.

De uitspraak heeft geen gevolgen voor de experimenten met het beschermingsbewind in Deventer. Deventer werd vorig jaar teruggefloten door de ACM toen zij van plan was alleen nog bijzondere bijstand te verlenen aan klanten van bewindvoerders als dat bewind door het gemeentelijk BAD (Budget Adviesbureau Deventer) werd uitgevoerd. Daarop kwam de gemeente met een ander plan; de bijzondere bijstand voor vergoeding van beschermingsbewind werd vastgesteld op het prijsniveau van het beschermingsbewind door het BAD, ook als een cliënt bij een commerciële bewindvoerder zit. Daarover is nu bij wijze van pilot een proefproces gaande.

Deventer moet kosten voor particuliere bewindvoerders vergoeden

Autoriteit Consument & MarktGisteren kwam de langverwachte uitspraak van de Autoriteit Consument & Markt: De gemeente Deventer moet inwoners met een laag inkomen de keuze blijven geven tussen een particuliere bewindvoerder of een bewindvoerder van de gemeente en dus ook de kosten voor particuliere bewindvoerders blijven vergoeden vanuit de bijzondere bijstand.

Duidelijke uitspraak, dacht ik. Maar in het veld zijn de meningen over de mogelijke consequenties verdeeld. Zie bijvoorbeeld discussie op Twitter. Misschien trekken gemeenten  mogelijk toch aan het langste eind als zij straks alleen de kostprijs hoeven te vergoeden? André Moerman: Vanuit perspectief van oneerlijke concurrentie zou dat kunnen, maar redenerend vanuit bijzondere bijstand verwacht ik dat de rechter dat zal afschieten. Taco Schaafsma twittert nog een ander punt: Gemeenten die een “besluit van algemeen belang” nemen waarin beschermingsbewind wordt aangemerkt als activiteit die in het algemeen belang buiten de wet markt en overheid valt, hoeven zelfs de kostprijs niet door te berekenen. (Groningen deed dat al in 2014) en hoeven dus ook niet bijzondere bijstand te verlenen voor particuliere bewindvoering. Enfin, ik ben geen jurist en wacht de volgende rechtszaak met spanning af..

Overigens was in het Regeerakkoord te lezen: Gemeenten krijgen een adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind. Wellicht liggen daar voor gemeenten kansen om te besparen? Ben benieuwd hoe dit uitgewerkt wordt.

Maar uiteindelijk moet het natuurlijk niet gaan om de vraag wie betaalt en wie uitvoert. De hoogste kwaliteit zou voorop moeten staan. En een uitstekende samenwerking tussen schuldhulpverlener en bewindvoerder.

Lees ook mijn meest recente update over dit onderwerp: Gemeenten en beschermingsbewind (sept. 2017) en het nieuwsbericht van Deventer: Gemeente kan door met de werkwijze beschermingsbewind.

Wsnp-verzoek private organisaties afgewezen door rechter

Veel gemeenten hebben de schuldhulpverlening uitbesteed aan een private organisatie. Dat is al sinds jaar en dag het geval, maar we zien tegenwoordig met enige regelmaat dat Wsnp-verzoeken die worden ingediend door deze private organisaties, niet-ontvankelijk worden verklaard door de rechter, omdat deze organisaties niet vallen onder artikel 48 lid 1 sub d Wck. De NVVK heeft daarom vorige week een brandbrief gestuurd naar o.a. minister Wiebes met het verzoek een oplossing te bereiken. Bron: NVVK.

Budgetbeheer als voorliggende voorziening voor beschermingsbewind

Steeds meer gemeenten hebben of creëren een eigen gemeentelijke voorziening voor budgetbeheer als voorliggende voorziening voor beschermingsbewind. Meestal gratis, maar soms met een eigen bijdrage. Alleen als de gemeente bewindvoerder is, heeft rechthebbende volgens die gemeenten recht op bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage. De gemeenten doen dit om de uitgaven bijzondere bijstand voor bewindvoering terug te dringen. Die uitgaven zijn namelijk fors. Sinds 2015 is er overigens wel een trendbreuk te zien: er worden minder aanvragen voor beschermingsbewind gedaan.

Gemeenten voelen zich gesteund door een uitspraak van het ministerie van SZW: ‘Gemeenten kunnen een ander passend en toereikend alternatief aanbieden. Denk aan budgetcoaching of beheer. Als deze dienstverlening de problemen van cliënten voldoende ondervangt, volgt meestal geen onder bewindstelling. Kiest de cliënt in die situatie toch voor beschermingsbewind, dan hoeft de gemeente (op basis van Artikel 15 Participatiewet) de kosten ervan niet te betalen vanuit de bijzondere bijstand, omdat een passende en toereikende voorliggende voorziening voorhanden is.’

De CRvB heeft al diverse keren geoordeeld dat het door de gemeente aangeboden budgetbeheer inderdaad een toereikende voorliggende voorziening is. Zie bijvoorbeeld uitspraken 2016:6852015:3375 en 2014:4117.

Toch is niet iedereen het er mee eens. Zo zou je kunnen stellen dat bij de vraag of sprake is van een toereikende voorliggende voorziening ook de bedoeling van de wetgever van belang is (vergelijk bijv. CRVB:2009:BH2444). In de toelichting op de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren staat: “De beloning komt voor rekening van de betrokkene. Indien de betrokkene de kosten van de beloning zelf niet kan dragen komen die kosten in aanmerking voor vergoeding uit de bijzondere bijstand.” Bij de totstandkoming van deze regeling had de wetgever dus nadrukkelijk voor ogen dat er bijzondere bijstand verstrekt wordt als het inkomen te laag is.

En er zijn nog meer argumenten om gemeentelijk budgetbeheer niet als voorliggend te beschouwen:

  1. Het beperkt de keuzevrijheid van mensen;
  2. Het is oneerlijke concurrentie;
  3. Gemeente kan het niet per se beter of goedkoper;
  4. De gemeente is niet onafhankelijkheid, want naast bewindvoerder vaak ook schuldhulpverlener, bijstandsverstrekker, schuldeiser, etc. Een rechter heeft eerder geoordeeld dat er sprake moet zijn van een onafhankelijke bewindvoerder.
  5. Budgetbeheer biedt in het maatschappelijke verkeer niet dezelfde bescherming als beschermingsbewind.

In 2015 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin wordt gesteld dat de rechter moet kijken naar alternatieven, maar ik weet niet hoe dat een vervolg heeft gekregen. Wel hoor ik van gemeenten, dat het zinvol is om met rechters in gesprek te gaan hierover. En ook dat rechters hier nog heel verschillend mee omgaan.

Volg ook de discussie in de LinkedIn-groep Schuldinfo.

Voorbeeld Deventer
Deventer is één van de gemeenten die de mogelijkheden onderzoekt. Om de kosten voor bewindvoering te verlagen, wordt voorgesteld om gemeentelijke bewindvoering gratis aan te bieden. Daarmee hebben bewoners die door de rechter onder bewind zijn geplaatst nog steeds vrije keuze m.b.t. de bewindvoerder, maar is het niet langer mogelijk voor bewindvoerders om kosten bij de gemeente te declareren in het kader van bijzondere bijstand. Verwachte besparing als gevolg van deze ‘insourcing’ is €150.000 vanaf 2018. Achtergrondinfo:

Alternatieven
Er zijn ook andere manieren om de uitgaven te beperken. Lees bijvoorbeeld de nieuwsbrief Effectieve Schuldhulpverlening of 5 tips om de kosten van beschermingsbewind te beïnvloeden.

Eigen bijdrage budgetbeheer
Tot slot is er ook nog wat te doen rond eigen bijdragen voor budgetbeheer en schuldhulpverlening in brede zin. Mag, kan en willen we dat? Lees:

In de module Budgetbeheer van de NVVK staat (p.4): ‘De budgetbeheerder is gerechtigd voor de uitvoering van de werkzaamheden een vergoeding in rekening te brengen.’ In het verleden werden concrete bedragen genoemd, maar die zie ik niet meer terug.

Aanvulling d.d. 25 aug. 2017: Te lezen op Schuldinfo: De CRvB geeft de gemeente tips wat ze kan doen om meer greep op deze kostenpost te krijgen:

Anders dan appellant heeft betoogd staan hem overigens, nadat de bijzondere bijstandsverlening een aanvang heeft genomen, wel degelijk instrumenten ter beschikking om de noodzaak van de (voortzetting van de) bewindvoering – en daarmee de noodzaak van verdere bijstandsverlening – te verifiëren. Hierbij kan gedacht worden aan overleg met de bewindvoerder, waarbij indien aangewezen ook andere – minder vergaande – oplossingen zoals de inschakeling van een budgetcoach kunnen worden besproken. Voorts kan appellant, in lijn met wat de Raad reeds in zijn uitspraak van 9 november 2010 heeft overwogen, bij twijfel een onderzoek instellen om te verifiëren of de uit de bewindvoering voortvloeiende werkzaamheden zijn verricht en of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt verstrekt ook daadwerkelijk zijn gemaakt. Tot slot kan appellant onder meer gebruikmaken van de sinds 1 januari 2014 in het BW opgenomen mogelijkheid om bij wijziging van omstandigheden opheffing van de onderbewindstelling te verzoeken.

7,5 miljoen extra voor schuldhulpverlening

Jetta Klijnsma trekt de komende drie jaar 7,5 miljoen euro extra uit voor schuldhulpverlening. De staatssecretaris past wetgeving aan waar dat nodig is, wil de professionaliteit en de registratie in de schuldhulp verbeteren en laat de inspectie onderzoek doen naar de toegankelijkheid. Zodat mensen die er zelf niet in slagen hun problematische schulden op te lossen, vaker op een passende manier kunnen worden geholpen.

Klijnsma schrijft dit naar aanleiding van de evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Gisteren verscheen het evaluatierapport. De evaluatie laat zien dat veel is verbeterd. Gemeenten shvpakken problemen meer integraal aan, bieden steeds meer soorten van schuldhulpverlening en hebben meer aandacht voor het voorkomen en op tijd in beeld krijgen van problematische schulden.

Maar Klijnsma vindt ook uit de evaluatie blijken dat er verbeterpunten zijn. Daarom koppelt zij actie aan de uitkomsten, na intensief overleg met onder meer VNG, Divosa, NVVK, Sociaal Werk Nederland en cliëntenraad LCR. Die organisaties wijzen er op hoe belangrijk het is dat mensen niet zondermeer worden geweigerd bij de schuldhulpverlening. Ze wijzen op het belang van de beslagvrije voet en van een goede afstemming tussen schuldeisers. Deze aanbevelingen en de knelpunten die de Ombudsman heeft verzameld gebruikt Klijnsma voor haar actieplan. “Mensen mogen zich niet in de steek gelaten voelen. Daarom wil ik samen met heel veel betrokken partners de schuldhulpverlening toegankelijker, transparanter en professioneler maken. Daar trek ik 7,5 miljoen euro voor uit.”

De 7,5 miljoen wordt besteed aan:

1. Professionaleringsimpuls:

  • VNG, NVVK, Divosa en Sociaal Werk Nederland onderzoeken in samenwerking met LCR en met SZW en Nibud als partners de invulling van een ondersteuningsprogramma voor schuldhulpverlening in het brede sociaal domein. Dit programma richt zich op raadsleden, wethouders, beleidsmedewerkers, medewerkers in de uitvoering alsmede op cliëntenraden.
  • Deze partijen zetten ook in op professionalisering door het actualiseren van de handreiking over schuldenproblematiek ten behoeve van de wijkteams en het organiseren van leercirkels en bijeenkomsten in de arbeidsmarktregio’s.
  • Het ontwikkelen van een handreiking over de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht in de Wgs. De handreiking zal niet alleen voor gemeenten, maar ook voor andere partijen, zoals lokale cliëntenraden, handvatten bieden om de rechtszekerheid beter te kunnen waarborgen.

2. Toegang tot gemeentelijk schuldhulpverlening

  • Om beter inzicht te krijgen in de toegankelijkheid van schuldhulpverlening start Inspectie SZW in 2016 een onderzoek waarin wordt nagegaan hoe gemeenten hier in de praktijk uitvoering aan geven.
  • Het ministerie van SZW bereidt tegelijkertijd een mogelijke aanscherping van de Wgs voor om geconstateerde blokkades betreffende de toegang tot weg te nemen. Mocht het onderzoek daartoe aanleiding geven, dan kan dat wetsvoorstel snel worden ingediend.

3. Innovatieve aanpakken

  • Gemeenten ondersteunen bij het terugdringen van problematische schulden, door via onderzoek de kennis over de effectiviteit van methoden/interventies in de schuldenaanpak te vergroten, via het al lopende meerjarige kennisprogramma “Vakkundig aan het werk”. Één van de programmalijnen waarbinnen onderzoeksubsidie kan worden aangevraagd is schuldhulpverlening en armoedebestrijding.
  • Nieuwe projecten en aanpakken van gemeenten stimuleren en bijdragen aan het verspreiden van kennis, maar ook gezamenlijk met gemeenten en partijen zoeken naar passende dienstverlening voor (nieuwe) doelgroepen.
  • Voortzetting van de subsidieregeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek in 2016 en 2017.

4. Meten is weten: registratie en de beschikbaarheid van gegevens binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening

  • Verbeteren monitoring en benchmarking

5. Aanpassen van (aanpalende) wet- en regelgeving ten behoeve van een effectievere schuldhulpverlening

  • Breed wettelijk moratorium. Internetconsultatie loopt.
  • Besluit gegevensuitwisseling schuldhulpverlening. De VNG, Divosa en de NVVK werken uit waar en met welk doel in het proces van schuldhulpverlening welke gegevens noodzakelijk zijn. Op basis daarvan wordt bekeken wat de volgende stap is om tot een besluit te komen.
  • Per 1-7-2016 treedt het wetsvoorstel Wanbetalers in de zorg in werking. Belangrijke onderdelen van dit wetsvoorstel zijn: (a) verlaging bestuursrechtelijke premie, (b) de mogelijkheid dat een wanbetaler zonder tussenkomst van een schuldhulpverlener uit de wanbetalersregeling kan stromen als er een betalingsregeling wordt getroffen met de zorgverzekeraar en (c) de onderliggende lagere regelgeving om bijstandsgerechtigden onder bepaalde voorwaarden te laten uitstromen is in voorbereiding.

Voorlopig geen uitbreiding private schuldbemiddeling
Op de laatste pagina van de kabinetsreactie lees ik over het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars:

Wij maken van de gelegenheid gebruik hier stil te staan bij het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars. Schuldbemiddeling tegen betaling mag thans alleen worden aangeboden door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken en bepaalde gereguleerde beroepen zoals advocaten en notarissen. Overige private partijen is het slechts toegestaan om schuldbemiddeling te verrichten indien daarvoor geen vergoeding wordt gevraagd. Het bij uw Kamer voorgehangen Vrijstellingsbesluit maakt het mogelijk dat ook deze partijen schuldbemiddeling tegen betaling mogen aanbieden. Hierdoor zouden de mogelijkheden om (problematische) schulden op te lossen voor mensen worden vergroot. Dat zou er bijvoorbeeld aan kunnen bijdragen dat de doorlooptijden van de schuldhulpverlening worden verkort. Mensen moeten dan wel kunnen rekenen op kwalitatief goede dienstverlening. Hiervoor zijn in het eerder bij uw Kamer voorgehangen Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars diverse maatregelen voorgesteld. Uw vragen naar aanleiding van het voorgehangen besluit plus de nu voorliggende evaluatie geven het belang van een sterke invulling van de gemeentelijke regierol aan. De evaluatie laat bovendien zien dat de gewenste kwaliteitsbodem in de gemeentelijke schuldhulpverlening mede door alle ontwikkelingen in het sociale domein, nog niet volledig is gelegd. Het kabinet heeft hierom besloten het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars verder in procedure te brengen wanneer de kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening dusdanig is dat gemeenten hun regierol waar kunnen maken. Het kabinet onderzoekt wanneer dat het geval is. Daarnaast zal het kabinet er bij gemeenten die daar aan toe zijn op aandringen meer gebruik te maken van de mogelijkheden die zij thans al hebben om gebruik te maken van private schuldbemiddeling.

Lees ook:

 

Stand van zaken private schuldbemiddeling

Hoe staat het eigenlijk met het voornemen om private schuldbemiddeling mogelijk te maken? Dat vroeg Iris zich af in een reactie op een eerder artikel. Dat zette mij ook aan het denken. Wat ik kan vinden, is het volgende:

In september 2013 is onderzoek gedaan naar de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Conclusie was: Controle of de eisen van het besluit zijn nageleefd vindt altijd achteraf plaats. Toezicht achteraf heeft naar zijn aard beperkingen, omdat overtredingen dan al hebben plaatsgevonden. Bovendien zullen redelijkerwijs niet alle misstanden in de branche gedetecteerd en bestreden kunnen worden.

Ik zie dat EZ in juli 2014 al een eerste concept-Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars is gepubliceerd.

Op 27 november jl. schreef staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer: Ik heb de minister van Economische Zaken gevraagd naar de stand van zaken van de beantwoording van uw vragen naar aanleiding van het ontwerp-Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars en hem verzocht u over de afhandeling daarvan zo spoedig mogelijk te informeren.

Kortom, even wachten dus op de reactie van EZ….
loader

 

 

 

Lees ook andere berichten over private schuldbemiddeling op mijn blog (de meeste berichten dateren uit 2012).

Nieuwe beroepsvereniging voor budgetcoaching

Op 1 juni jl. is de Nederlandse Vereniging van Budgetcoaches (NVVBC) tot stand gekomen. Een nieuwe beroepsvereniging die vol enthousiasme aan de slag is om budgetcoaching in Nederland een geaccepteerd, gewaardeerd en betrouwbaar beroep te maken.  Op 29 september is er een feestelijke kick-off en meteen ook een eerste algemene ledenvergadering. Bekijk de uitnodiging.

Eerder al werd de belangenvereniging Anibus opgericht. En we hadden natuurlijk al de NVVK (viert dit jaar haar 80e verjaardag!). De markt roert zich! Dat heeft waarschijnlijk ook te maken met de aankondiging van een AMvB om private schuldbemiddeling tegen betaling mogelijk te maken. En om tegenwicht te bieden aan de negatieve berichtgeving over de sector.

Invoering private schuldbemiddeling: wat zijn de gevolgen voor gemeenten?

Andreas Weinberger – rechtenstudent aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys en stagiair bij Stimulansz – schreef afgelopen voorjaar hierover zijn afstudeerscriptie.

Er wordt momenteel gewerkt aan een AMvB waarin het voor private schuldbemiddelaars mogelijk wordt aan de schuldenaar een vergoeding te vragen voor schuldbemiddeling. Gemeente en schuldbemiddelaar kunnen op vier manieren samenwerken:

  1. Samenwerking door middel van overeenkomst
  2. Samenwerking door middel van doorverwijzing
  3. Samenwerking door middel van mandaatverlening
  4. Geen samenwerking. Gemeente laat zich niet in met schuldbemiddeling

De mate waarin gemeenten regie voeren verschilt per samenwerkingsvorm. Ook heeft Andreas per samenwerkingsvorm gekeken naar wie aansprakelijk is als er iets misgaat in de schuldbemiddeling. Tot slot geeft hij antwoord op de vraag of invoering van de AMvB ertoe leidt dat schuldbemiddeling aanbesteed moet worden (antwoord; nee).

Een interessante casus die wij bespraken: stel dat je als gemeente zelf niets meer doet aan schuldbemiddeling en alle klanten doorverwijst naar private partijen (zie punt 2)? Dat zou een enorme directe bezuiniging opleveren. Uiteraard staat daar tegenover dat je als gemeente niet of nauwelijks meer grip hebt op beleid en uitvoering (en bovendien mogelijk nieuwe kostenposten krijgt op andere beleidsterreinen).

De Krom informeert Kamer over armoedebeleid en schuldhulp

In zijn brief van 5 juli jl. informeert Staatssecretaris De Krom de Tweede Kamer over o.a. de volgende onderwerpen: 

  1. Landelijk Informatiesysteem Schulden;
  2. Ervaringen en leerpunten van gemeenten inzake de bevordering van participatie van kinderen;
  3. Bijzondere bijstand voor kinderen met ouders in maatschappelijke opvang;
  4. Schuldenproblematiek onder studenten;
  5. Ondersteuningsprogramma „Op weg naar effectieve schuldhulp‟.

Dit n.a.v. het Algemeen Overleg op 4 april jl.

Schuldhulpverlening en budgetcoaching: een markt?

Welke positie hebben kleine zelfstandige ondernemingen in de schuldhulp en budgetcoaching, voor en na invoering van de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en straks de toepasselijke nieuwe AMvB rondom private schuldbemiddeling? Dennis Luisterburg (zelfstandig ondernemer en initiatiefnemer van de Nederlandse Vereniging van Budgetcoaches) wijdde zijn afstudeeronderzoek aan dit onderwerp. Het leidde tot een mooi, genuanceerd en vlot geschreven rapport (+ belangrijk naschrift) en een pleidooi voor verbetering van de positie van de kleine zelfstandige ondernemingen in de branche.

“De huidige positie van kleine zelfstandige ondernemingen in de branche van schuldhulpverlening en budgetcoaching is voor verbetering vatbaar. Organisatorisch maken de kleine ondernemingen een beperkt deel uit van het geheel, en houden zij zich op eigen risico vooral bezig met budgetcoaching, budgetbeheer, beschermings- en WSNP-bewindvoering. Schuldbemiddeling wordt door kleine ondernemingen op kleine schaal en hoofdzakelijk in opdracht van gemeenten door hen uitgevoerd vanwege het besproken wettelijke verbod op schuldbemiddeling tegen betaling. Gemeenten doen dit vooral zelf, of besteden het uit aan een grote, vertrouwde organisatie. Juridisch wordt de positie dus begrensd door beperkende wetgeving, en politiek staat ook niet iedereen positief tegenover de private hulp aan kwetsbare burgers, alhoewel ook niet iedereen even tevreden is met de publieke hulpverlening die nu geboden wordt. Kleine ondernemingen kunnen ook veel voordelen voor de cliënt, de branche en de maatschappij als geheel met zich mee brengen, zo bleek.

Met de komst van de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de nieuwe AMvB inzake private schuldbemiddeling kan de organisatorische positie van kleine zelfstandigen verbeteren als gemeenten zich ook voor samenwerking en overleg met hen open stellen, zodat goede afspraken gemaakt kunnen worden over taakverdeling en financiering. De juridische positie van de kleine zelfstandigen zal verbeteren, omdat het verbod op schuldbemiddeling opgeheven wordt, waardoor zij meer mogelijkheden krijgen. Politiek bezien krijgen de kleine zelfstandigen met de nieuwe regels een kans om te laten zien wat zij kunnen, en het beeld dat over hen bestaat een positieve draai te geven. Zorgvuldige invoering, in combinatie met goede kwaliteitsborging en doordachte voorwaarden, is daarbij noodzakelijk.”

‘Kredietbanken moeten verzelfstandigen’

Myra Koomen (Voorzitter Stadsbank Oost Nederland, Wethouder in Enschede en voormalig 2e Kamerlid) roept op om kredietbanken te verzelfstandigen. Bezuinigingen, dubbele petten en de introductie van private schuldbemiddeling zijn de belangrijkste redenen om de uitvoering door de kredietbank meer op afstand te zetten.

Ik weet niet of Koomen op alle kredietbanken doelt, of alleen op de gemeenschappelijke regelingen. De Stadsbank Oost Nederland (SON) is een gemeenschappelijke regeling. De deelnemende gemeenten (ik geloof 22 gemeenten in die regio) bepalen samen het beleid van de SON. Nadeel is dat het wat lastig is voor een individuele gemeente om sterk afwijkend beleid te voeren. Voordeel is natuurlijk dat je gezamenlijk een mooie schaalgrootte bereikt. Maar die kan je via verzelfstandiging ook bereiken.

Je ziet ook omgekeerde bewegingen: Doetinchem bijvoorbeeld overweegt om zelf een kredietbank op te richten.

Verzelfstandigen, uitbesteden, zelf doen, samenwerken of… ? Ik denk niet dat er 1 variant is die voor alle gemeenten werkt. Elke gemeente moet hierin zijn eigen afweging maken. Je eigen beleid, doelen en efficiencyoverwegingen moeten hierin leidend zijn. Het is goed dat gemeenten hier de laatste jaren bewuster over zijn gaan nadenken.

Handreiking
Tijdens het Divosacongres op 13/14 juni wordt de handreiking Gemeentelijke regie op schuldhulpverlening gepresenteerd. Die geeft antwoord op de vraag welke factoren van belang zijn m.b.t. de positionering van de schuldhulp. Nog even geduld dus.

Beleidsplan Enschede
Enschede presenteerde eind april haar beleidsplan schulddienstverlening.

Privaat = malafide?

Vorige week besteedde Nieuwsuur aandacht aan malafide schuldhulpbureaus. Daarbij werd ingegaan op het voorstel van Minister Verhagen om private schuldbemiddeling tegen betaling mogelijk te maken. Bekijk de uitzending.

Ik vond het een prima uitzending hoor, maar had ook wel het gevoel dat de private schuldbemiddeling bij voorbaat in een kwaad daglicht wordt gesteld.

Naschrift d.d. 2 april 2012: In een brief aan de Tweede Kamer ontraden de G4 het toestaan van private schuldbemiddeling tegen betaling.

Private schuldbemiddeling gewenst

Modus Vivendi (een private schuldhulpverlener) heeft met een enquête gepeild wat professionals in het brede werkveld van de schuldenproblematiek vinden van private schuldbemiddeling tegen betaling.

‘De gangbare gedachte dat schuldsanering in het gemeentelijk domein thuis hoort wordt slechts gedragen door een kwart van de respondenten. Een groter deel vindt dat dit thuishoort in het publiek domein. Het grootste deel van de respondenten vindt echter dat het hoort in beide domeinen onder toezicht van een centraal orgaan waar beide domeinen onder vallen. Daarnaast vinden de respondenten dat behoefte is aan een objectieve kwaliteitstoetsing en dat dit hoort bij de diverse verenigingen; deze moeten dit dan wel oppakken.’ Lees alle conclusies.

Private schuldhulp en budgetcoaching

Is er markt voor? Wat zijn sterke en zwakke kanten? (Hoe) sluit het aan bij het aanbod van gemeenten? Deel je mening en ervaringen over private schuldhulpverlening en budgetcoaching via deze enquête van student Dennis Luisterberg.

Het onderwerp is hot. Modus Vivendi heeft ook een enquête uitstaan. En bij Stimulansz doet stagiair Andreas Weinberger onderzoek naar de juridische consequenties van schuldbemiddeling tegen betaling.

Zorgen om private schuldbemiddeling

In een brief aan de Tweede Kamer spreekt de NVVK haar zorg uit over de totstandkoming van de AMvB waarin private schuldbemiddeling wordt geregeld. Belangrijkste zorgen zijn de borging van de kwaliteit, toezicht, preventie, integraliteit en de wijze van financieren. En de eerste vraag die rijst is of er wel behoefte is aan een dergelijke maatregel.

Op 15 maart a.s. staat dit onderwerp op de agenda van een Algemeen Overleg van de Kamercommissie van SZW.

 

De publieke zaak: een zaak van private partijen?

Geen land zo netjes aangeharkt als Nederland. We hebben de neiging om alles te reguleren. Of toch niet? De overheid trekt zich steeds meer terug, ook op sociale zaken. Het rijk schuift verantwoordelijkheden naar gemeenten. Gemeenten zoeken steeds meer naar publiek-private samenwerking of het afstoten van taken. Is dit ingegeven door bezuinigingen, efficiencyoverwegingen, of is het echt een paradigmawisseling? Is het veramerikanisering, afbraak van de welvaartstaat of juist emancipatie van de civil society?

Het is niet meer automatisch zo dat de gemeente jouw probleem oplost. Je moet als klant of burger ook zelf de mouwen opstropen. Zie bijvoorbeeld de ‘kanteling’ van het armoedebeleid, de Wmo en de schuldhulpverlening in veel gemeenten. Niet meer de voorzieningen van de gemeente staan centraal, maar de kracht van de burger en mensen en organisaties in zijn of haar omgeving. Eigen-kracht-conferenties raken steeds meer in de mode.

Ook wordt steeds meer uitbesteed aan private organisaties of vrijwilligers, vanuit de gedachte dat zij het beter en goedkoper doen dan de overheid. Bij uitbesteding houd je als gemeente nog min of meer de regie: je bepaalt op hoofdlijnen wie wat krijgt. Maar er zijn ook ontwikkelingen waarbij de gemeente die grip veel minder heeft.

Zie bijvoorbeeld de opkomst van particuliere noodfondsen die worden gefinancierd door burgers en bedrijven. Een jaar of tien geleden was het not done om als gemeente je armoedegelden uit eigen regelingen terug te trekken en in noodfondsen te steken. Maar nu zie je dat steeds meer gemeenten het toch doen. Bijvoorbeeld omdat zij hun eigen wet- en regelgeving als beknellend ervaren en via de fondsen heel laagdrempelig en snel de doelgroep bereiken. Onder het motto ‘beter 1 keer teveel uitgekeerd dan 10 keer te weinig’ neemt de gemeente daarbij voor lief dat deels de regie uit handen wordt gegeven. Bovendien zien ze dat een noodfonds met een relatief kleine bijdrage aan een gezin de schuldhulpverlening vaak weer kan vlottrekken.

En wat te denken van de privatisering van de schuldbemiddeling? Het kabinet wil private schuldbemiddelaars toestaan tegen een vergoeding schuldbemiddeling te verrichten. Gezien de voorwaarden waaraan private partijen moeten voldoen, denk ik dat zij zich vooral zullen gaan richten op de wat gemakkelijker bemiddelbare schuldenaren. En de gemeenten? Misschien gooien zij de schuldbemiddeling wel helemaal overboord en gaan zij zich uitsluitend nog richten op stabilisatie en begeleiding van de moeilijkst bemiddelbaren.

Ik vind het een gewenste ontwikkeling zolang de overheid (of de ‘gemeenschap’ ?) voor iedereen een laatste vangnet kan garanderen. Laat duizend bloemen bloeien. Het wordt misschien wat minder aangeharkt, maar hopelijk wel mooier.

Marktwerking in de schuldhulpverlening

Private schuldbemiddeling wordt hèt thema van 2012. Het kabinet wil private schuldbemiddelaars toestaan tegen een vergoeding schuldbemiddeling te verrichten. Het plan moet nog worden uitgewerkt in een AMvB, maar duidelijk is al wel dat de commerciële schuldbemiddelaar pas een rekening mag sturen als er daadwerkelijk een schuldregeling tot stand is gekomen. Deze vergoeding is gemaximeerd en mag niet ten laste komen van het VTLB. De Belastingdienst/Holland-Midden houdt toezicht.

Nog uit te werken
Het lijkt me wijs om in het AMvB ook goed vast te leggen hoe ver de verantwoordelijkheid van de bemiddelaar strekt nadat de schuldregeling is getroffen. Wat als de schuldeiser er pas na een jaar achter komt dat de schuldenaar helemaal niet gereserveerd heeft en – erger nog – concurrente schuldeisers er met de buit vandoor zijn gegaan? Andere vragen die moeten worden beantwoord: Mag de private partij inkomen beheren? Is NVVK-lidmaatschap en/of werken conform gedragscodes verplicht? Kan de private schuldbemiddelaar een dwangakkoord en moratorium aanvragen en verwijzen naar de Wsnp zonder tussenkomst van de gemeente?

Afroming
In de nu al drie jaar durende discussie over het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening is private schuldbemiddeling vrijwel nooit aan de orde geweest. Wel heeft de VVD regelmatig gepleit voor een slanke overheid. En de ChristenUnie stelde onlangs dat de publieke schuldhulpverlening zich specifiek moet gaan richten op mensen met een verantwoord uitgavenpatroon. Andere mensen moeten volgens de CU naar de particuliere schuldhulp. Ik verwacht eigenlijk het tegenovergestelde: dat juist de particuliere schuldhulp zich zal gaan richten op mensen met een verantwoord uitgavenpatroon. Deze zijn gemakkelijker bemiddelbaar, hebben waarschijnlijk wat hogere inkomens en er valt dus meer aan te verdienen. Afroming dus. 

Als de vergoeding die de private schuldbemiddelaars mogen vragen van hun klant overeenkomt met de vergoeding die zij nu al mogen vragen als ze worden ingehuurd door de gemeente, vraag ik me trouwens af of private schuldbemiddeling überhaupt lucratief is.

Aanbod gemeenten verandert
Gemeenten zullen zich gaan afvragen wat zij nog willen doen met de harde kern van schuldenaren die minder of helemaal niet bemiddelbaar zijn. De kosten/baten-verhouding van schuldhulpverlening is meestal positief, maar zal wel onder druk komen te staan als het aanbod niet verandert. Misschien gooien gemeenten de schuldbemiddeling wel helemaal overboord en gaan zij zich uitsluitend nog richten op stabilisatie, inkomensbeheer, beschermingsbewind, budgetbegeleiding en psychosociale hulpverlening!

Gemeenten als marktpartij
Misschien leidt de grotere aandacht voor kosten en baten ertoe dat gemeenten zichzelf gaan opstellen als marktpartij. De gemeente Spijkenisse (platform schuldhulpverlening) loopt hierin voorop. Al in 2009 presenteerden ze het rapport Het topje van de ijsberg over de kosten en baten van schuldhulp. Spijkenisse heeft bovendien een aanbod geformuleerd voor bedrijven in de regio. De werkgevers betalen voor schuldhulpverlening die de gemeente biedt aan hun werknemers. De animo bij de werkgevers is groot. En het biedt de gemeente de gelegenheid om een deel van de bezuinigingen terug te verdienen! Meer info over het aanbod van Spijkenisse:

Schuldhulpverlening niet langer monopolie gemeenten

Minister Verhagen van ELI wil maatregelen treffen om private schuldbemiddelaars toe te staan tegen een vergoeding schuldbemiddeling te verrichten, mits zij voldoen aan enkele strikte voorwaarden:

  1. Ten eerste zal het private schuldbemiddelaars slechts toegestaan zijn een vergoeding in rekening te brengen indien en pas op het moment dat daadwerkelijk een regeling tot stand is gekomen tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers over de aflossing van de schuldenlast.
  2. Een tweede belangrijke voorwaarde is dat de door schuldbemiddelaars te vragen vergoedingen niet ten laste mogen komen van het vrij te laten bedrag van de schuldenaar, dat wil zeggen het minimumbedrag waarvan de schuldenaar maandelijks moet rondkomen.

De artikelen 47, 48 en 48a van de Wet op het consumentenkrediet vormen de basis voor schuldbemiddeling binnen de huidige minnelijke schuldhulpverlening. Op grond van deze artikelen mag schuldbemiddeling tegen betaling worden aangeboden door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken en bepaalde gereguleerde beroepen zoals advocaten en notarissen. Overige private partijen is het slechts toegestaan om schuldbemiddeling aan te bieden indien daarvoor geen vergoeding wordt gevraagd.

De minister streeft ernaar een voorstel voor een AMvB in het voorjaar van 2012 ter consultatie aan de betrokken partijen voor te leggen.

lees de brief aan de Tweede Kamer. Gemeenten hebben dan niet meer het monopolie!