Besparen op beschermingsbewind: je bent er nog niet met een algemeen belang-besluit

Meerdere gemeenten willen beschermingsbewind zelf gaan aanbieden om de stijgende kosten van de bijzondere bijstand beheersbaar te maken, zo schreef ik in september. Als gemeenten het beschermingsbewind aanmerken als activiteit in het algemeen belang – zoals Groningen deed in 2014 – handelen zij volgens een uitspraak van de ACM niet in strijd met de Wet markt en overheid. Gemeenten hoeven dan ook niet de kostprijs door te berekenen en ook niet bijzondere bijstand te verlenen voor particuliere bewindvoering.

Guido Le Noble van Schulink schreef onlangs n.a.v. twee uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven: Aanbieden van beschermingsbewind onder de marktprijs stopt niet bij het nemen van een algemeen belang-besluit. Volgens Guido doet de gemeenteraad er verstandig aan om:

  1. een prijsstelling in het algemeen belang-besluit op te nemen;
  2. aan te tonen dat die prijsstelling daadwerkelijk leidt tot vermindering van bijzondere bijstandsuitgaven;
  3. het nadeel voor de ‘normale’ professionele bewindvoerders zoveel mogelijk te beperken;
  4. een termijn aan het algemeen belang-besluit te verbinden;
  5. de ‘normale’ professionele bewindvoerders financiële compensatie te bieden voor het nadeel dat zij ondervinden en dat redelijkerwijs niet te hunner laste behoort te blijven.

Klinkt aannemelijk, maar vooral met punt 5 gaat natuurlijk elke ‘winst’ weer verloren en moet je je afvragen of je al het gedoe op de hals wil halen.

Lees ook:

Subsidie voor onderzoek beschikbaar voor gemeenten en kennisinstellingen

Subsidieregelingen Provincie en Rijksoverheid

Hoe kunnen we armoede bestrijden, het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever helpen?

Er is €3 miljoen beschikbaar om deze vragen te onderzoeken. Gemeenten, kennisinstellingen en andere geïnteresseerde maatschappelijke partijen kunnen van 9 maart tot 23 april 2019 bij ZonMw een motivatiebrief indienen. Lees meer.

Fonds 1818 investeert € 1 miljoen in financiële zelfredzaamheid

Voor organisaties en gemeenten in de regio Delft, Den Haag, Zoetermeer, Leiden, Westland, de Duin- & Bollenstreek en tussenliggende gemeenten:

Fonds 1818 stelt € 1 miljoen beschikbaar voor projecten die financiële zelfredzaamheid vergroten. Het project moet in ieder geval bijdragen aan een of meer van de volgende doelen:

  • het verbeteren van de samenwerking tussen partijen
  • het versterken van de vrijwilligersinzet
  • het opzetten van noodhulpbureaus
  • het verbeteren van de vroegsignalering
  • het verbeteren van de informatievoorziening

Alle informatie over deze tender staat vanaf 14 januari op www.fonds1818.nl. Organisaties kunnen tot 1 april 2019 een aanvraag indienen.

Budget voor onderzoek schuldhulpverlening

Schouders Eronder stelt budget beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling van nieuwe werkwijzen en instrumenten op drie thema’s binnen schuldhulpverlening:

  1. Leren van anderen (max. € 73.500)
  2. Het stabilisatietraject (max. € 200.000)
  3. Experimenten binnen de schuldhulpverlening (€ 73.500)

Binnen elk thema wordt één onderzoeksvoorstel gehonoreerd. Meld je interesse uiterlijk 5 november 2018.

Extra geld voor bestrijding armoede en schulden

op Prinsjesdag schreef ik €8 miljoen extra voor bestrijding kinderarmoede en schulden bij jongeren. Inmiddels zijn we een stapje verder en is na de Algemene Beschouwingen deze motie aangenomen. Als ik het zo lees, ga ik ervan uit dat het geld niet naar gemeenten gaat. Ik denk €4 miljoen naar (leden van) de Vrijwilligersalliantie, misschien ook SchuldenlabNL, en €4 miljoen naar de samenwerkende partijen achter Sam& (Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Jarige Job en Nationaal Fonds Kinderhulp).

€8 miljoen extra voor bestrijding kinderarmoede en schulden bij jongeren

Afbeeldingsresultaat voor miljoenennota 2019In de vandaag gepresenteerde Miljoenennota zie ik niet direct nieuwe budgetten of initiatieven op het gebied van gemeentelijke armoedebestrijding en schuldhulpverlening.

In het AD lees ik wel iets nieuws! Als ik het goed begrijp, komt er eenmalig €4 miljoen voor het terugdringen van armoede onder kinderen. En ook €4 miljoen om jongeren te begeleiden om uit de schulden te komen. Of daarvan een deel naar gemeenten gaat, kan ik nog niet achterhalen.

Dit komt dan bovenop de al eerder aangekondigde decentralisatie-uitkering van €72 miljoen voor het voorkomen van schulden en bestrijden van armoede – in het bijzonder onder kinderen. Dat bedrag wordt nu genoemd op p. 283 van de bijlage bij de Miljoenennota. Bekijk nog even het volledige overzicht van armoede- en schuldenbudgetten.

Interessante uitspraak ACM en wetsevaluatie beschermingsbewind

De Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap is geëvalueerd. Minister Dekker bood het evaluatierapport vorige week aan aan de Tweede Kamer. De onderzoekers hebben vooral gekeken naar de wetswijziging op het gebied van beschermingsbewind. Sinds 2014 kan dit ook aangevraagd worden in het geval van problematische schulden. Voorheen was deze maatregel alleen mogelijk als mensen niet voor zichzelf konden zorgen.

Gemeenten vinden dat rechters doorgaans geen oog hebben voor mogelijke alternatieven voor beschermingsbewind zoals gemeentelijk budgetbeheer. Overigens krijgen gemeenten in de nabije toekomst waarschijnlijk wel adviesrecht voordat de rechter uitspraak doet over beschermingsbewind.

Gemeenten zien de wetswijziging als een belangrijke oorzaak voor de sterke stijging van het aantal beschermingsbewindzaken en de extra kosten in de bijzondere bijstand.

Los van de kritiek van gemeenten signaleert een expertgroep van rechters dat de categorie problematische schulden erg dominant begint te worden binnen de beschermingsmaatregelen en daarmee tot veel werk leidt. Tegelijkertijd zijn geraadpleegde kantonrechters, bewindvoerders en schuldhulpverleners positief over de wettelijke mogelijkheid, omdat hiermee aangesloten wordt op een belangrijk maatschappelijk vraagstuk en bewind in deze situatie een oplossing kan zijn.

Er is ook gekeken naar de nieuwe kwaliteitseisen voor bewindvoerders. Rechters signaleren dat met de eisen het ‘kaf van het koren’ is gescheiden en er bij vertegenwoordigers meer bewustzijn over het belang van goede dienstverlening ontstaan is. Ze zien echter ook, dat de kwaliteitseisen geen volledige garantie bieden dat misstanden uitgesloten worden.

Over de wettelijke verruiming van de bevoegdheden van bewindvoerders bij problematische schulden – een bewindvoerder mag alle handelingen verrichten die bijdragen aan een goed bewind – lopen de meningen van de kantonrechters uiteen. In de Memorie van Toelichting zijn de taken benoemd die een bewindvoerder kan uitoefenen bij problematische schulden: stabilisatie, toeleiding naar schuldhulpverlening en eventueel zelf (tegen betaling) minnelijke trajecten regelen. Bewindvoerders zijn positief over deze verruiming, de NVVK niet.

Verder lees ik: de aanscherping van de rechtsgrond en overheveling van verkwisting als grond voor beschermingsbewind hebben ertoe geleid dat curatele minder vaak wordt opgelegd.

Beschermingsbewind als ‘activiteit in het algemeen belang’
Afbeeldingsresultaat voor autoriteit consument & marktOok recent in het nieuws: Meerdere gemeenten willen beschermingsbewind zelf gaan aanbieden om de stijgende kosten van de bijzondere bijstand beheersbaar te maken en problemen met malafide bewindvoerders aan te pakken. Als gemeenten het beschermingsbewind aanmerken als activiteit in het algemeen belang – zoals Groningen deed in 2014 – handelen zij volgens een recente uitspraak van de ACM niet in strijd met de Wet markt en overheid. Gemeenten hoeven dan ook niet de kostprijs door te berekenen en ook niet bijzondere bijstand te verlenen voor particuliere bewindvoering. Bewindvoerders zeggen dat zij door het gemeentelijk beleid geen broodwinning meer hebben en dat zij bezwaar zullen aantekenen tegen de uitspraak van de ACM.

De uitspraak heeft geen gevolgen voor de experimenten met het beschermingsbewind in Deventer. Deventer werd vorig jaar teruggefloten door de ACM toen zij van plan was alleen nog bijzondere bijstand te verlenen aan klanten van bewindvoerders als dat bewind door het gemeentelijk BAD (Budget Adviesbureau Deventer) werd uitgevoerd. Daarop kwam de gemeente met een ander plan; de bijzondere bijstand voor vergoeding van beschermingsbewind werd vastgesteld op het prijsniveau van het beschermingsbewind door het BAD, ook als een cliënt bij een commerciële bewindvoerder zit. Daarover is nu bij wijze van pilot een proefproces gaande.

Decentralisatie-uitkering Schulden en Armoede | Budgetten per gemeente

Afbeeldingsresultaat voor subsidieIn de net verschenen Meicirculaire gemeentefonds 2018 staat vanaf p. 86 hoeveel jouw gemeente in deze kabinetsperiode extra krijgt vanuit de Decentralisatie-uitkering Schulden en armoede. ‘Deze uitkering moet een impuls geven aan de verbetering van de toegang tot en effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening en aan versterking van de lokale regiefunctie van het (kindgericht) armoedebeleid.’ Het budget is niet geoormerkt. De gemeente is dus niet verplicht het in te zetten voor de bestrijding van armoede en schulden. Maar het kabinet maakt in het Interbestuurlijk Programma met de VNG afspraken over de besteding ervan.

Kijk ook nog even naar het overzicht van (overige) budgetten armoedebeleid en schuldhulpverlening 2015 – 2021.

Budgetten armoedebeleid en schuldhulpverlening 2015 – 2021

Ik heb een overzicht gemaakt van de gemeentelijke budgetten armoedebeleid en schuldhulpverlening. Of liever gezegd: de mutaties daarin, want het is niet mogelijk om per gemeente precies aan te geven welk budget beschikbaar is. De budgetten zijn in het gemeentefonds niet afgebakend en bijna altijd ongeoormerkt. Hieronder de budgetten vanaf vertrekjaar 2010.

Het maken van dit overzicht was geen sinecure, want de circulaires en Miljoenennota’s zijn erg lastig te lezen en onderling nauwelijks vergelijkbaar. Dus voor wat het waard is:

2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Regeerakkoord 2010 Bezuiniging schuldhulpverlening -20 -20 -20 -20 -20 -20 -20
Regeerakkoord 2011 Maximering inkomensgrenzen * – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40
Miljoenennota 2011 Koopkracht van bijv. chronisch zieken, gehandicapten en ouderen.  €90  €90  €90  €90  €90  €90  €90
Miljoenennota 2011 Aanpassing norm kwijtschelding en bijzondere bijstand kinderopvang  €10  €10  €10  €10  €10  €10  €10
Regeerakkoord 2012 Intensivering armoedebeleid  €90  €90  €90  €90  €90  €90  €90
Regeerakkoord 2012 Maatwerkvoorziening chronisch zieken en gehandicapten  €216  €266  €268  €268  €268  €268  €268
Intensivering armoede- en schuldenaanpak, Kamerbrief 2013 € 90 € 90 € 90 € 90 € 90 € 90 € 90
Armoedebestrijding ouderen, dec. circulaire 2016 € 3,75 € 3,75
Klijnsma-gelden aanpak kinderarmoede, dec. circulaire 2016 € 85 € 85 € 85 € 85 € 85
Decentralisatie-uitkering voorkomen schulden en bestrijding armoede – in het bijzonder onder kinderen (Schuldenaanpak)  €27  €22,5  €22,5

* Hoewel de maximering in 2013 alweer ongedaan is gemaakt, is het budget niet gecorrigeerd.

Kabinet presenteert Schuldenaanpak

Lees het zojuist gepresenteerde Actieplan brede schuldenaanpak, overzicht initiatieven schuldenaanpak en de Kamerbrief.  Veel maatregelen vonden we al in het Regeerakkoord, een paar keer zelfs met exact dezelfde formulering. Er wordt voor concrete afspraken tussen Rijk en gemeenten onder meer verwezen naar het in februari gestarte Interbestuurlijk Programma (IBP) van Rijk en VNG. Maar zéker wel nieuw is het volgende:

€72 miljoen extra voor gemeenten
In het Regeerakkoord stond al dat het kabinet de komende drie jaar €80 mln. (2018: €30 mln., 2019: €25 mln., 2020 €25 mln.) ter beschikking stelt voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede – in het bijzonder onder kinderen. In de Kamerbrief is vandaag te lezen dat het merendeel van de middelen (90%) via een decentralisatie-uitkering beschikbaar zal worden gesteld aan gemeenten. NB. Voor decentralisatie-uitkeringen geldt formeel dat er geen sprake is van een bestedingsverplichting richting de Rijksoverheid. De middelen kunnen ook aan de bekende lantaarnpalen worden uitgegeven. Maar Rijk en VNG zullen er ongetwijfeld via o.a. het IBP op toezien dat het geld goed wordt besteed.

40 maatregelen
Het actieplan presenteert 40 maatregelen rond 3 actielijnen. Ik noem ze hieronder bijna allemaal; in ieder geval de meest concrete en voor gemeenten relevante:

  • Er wordt verder geëxperimenteerd met een schuldenrechter. Daar lazen we hier en hier al wat meer over. De rechtspraak komt binnenkort met een visiedocument ‘rechtspraak en schulden’ met maatregelen om de schuldenproblematiek te verlichten.
  • Gemeenten krijgen adviesrecht in gerechtelijke procedure rond schuldenbewind. Voorontwerp voor wetsvoorstel wordt naar verwachting rond de zomer voor consultatie aangeboden.
  • Ter ondersteuning van vroegsignalering, betere dienstverlening en kortere doorlooptijden wordt geïnventariseerd welke verduidelijkingen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening mogelijk en nodig zijn. NB. Ik wens dat gemeenten niet allemaal afzonderlijk en telkens verschillende convenanten hoeven te sluiten met schuldeisers, maar dat dit landelijk en uniform wordt opgepakt.
  • Uitvoering van kennis- en ontwikkelprogramma’s Vakkundig aan het werk en Schouders Eronder.
  • De minimum-incassokosten, nu €40, gaan mogelijk omlaag.
  • Ook kleine boetes, vanaf €75, mogen in termijnen worden betaald.
  • Een nieuw incassoregister gaat bureaus registreren die voldoen aan alle eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding. Gaat een incassobureau te vaak in de fout, dan wordt het beboet en verliest het registratie.
  • Voor de zomer volgt de consultatie van het wetsvoorstel waarin wordt geregeld dat ook bij bankbeslag de beslagvrije voet wordt gerespecteerd.
  • Het Platform Wijzer in Geldzaken bevordert verantwoord financieel gedrag, met bijvoorbeeld de Werkgeversaanpak en het versterken van financiële vaardigheden van kinderen en jongeren in het onderwijs.
  • Voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid in het programma Tel mee met Taal. NB. Stichting Lezen & Schrijven kan jouw gemeente helpen met het ‘laaggeletterd proof’ maken van de schuldhulpverlening!
  • Eenvoudig maatwerk bij ingewikkelde problemen. Dit is een traject binnen het Programma Sociaal Domein.
  • De ‘doenvermogentoets‘ wordt opgenomen in de Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets en in overleg met de uitvoeringsorganisaties
    concreet vormgegeven. Dit in navolging van het advies van de WRR om uit te gaan van een realistisch perspectief i.p.v. rationalistisch perspectief. Dat advies werd ook al opgepakt in de eerste Miljoenennota van dit kabinet. Mooi. En is uiteraard ook aandachtspunt voor gemeenten.
  • Betere ondersteuning voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Ook een traject binnen het Programma Sociaal Domein.
  • Met 7 gemeenten worden 100 kwetsbare jongeren aan het werk geholpen. Tegelijk wordt gekeken naar het terugbrengen van het aantal belemmerende factoren m.b.v. coaches, waaronder schulden. Onderdeel van Project Integrale Persoonsgerichte Toeleiding Arbeid.
  • Kleinschalige pilots voor de ontwikkeling van een persoonsgerichte aanpak voor mensen met een ernstig psychiatrische aandoening.
  • Breda en Tilburg experimenteren met re-integratie van (ex)-gedetineerden. Daarnaast lopen er experimenten met reclassering in Amsterdam.
  • In het kader van de regeling ter stimulering van activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek wordt op 1 februari 2019 het zesde tijdvak opengesteld. Voor projecten is €4 miljoen beschikbaar. Niet voor gemeenten.
  • De alliantie van vrijwilligersorganisaties versterkt de inzet van vrijwilligers in de gemeentelijke schuldhulpverlening.
  • CBS onderzoekt hoe problematische schulden in kaart kunnen worden gebracht op basis van gegevens uit bestaande registers in plaats van op basis van enquêtes, zoals tot nu toe gebeurt.
  • Vereenvoudiging toeslagen. Bij 3 maanden zorgpremieachterstand zal de zorgtoeslag direct worden overgemaakt naar de zorgverzekeraar. Over afschaffing of aanpassing wanbetalersregeling wordt niet gerept. De regering zal nog wel voor de zomer reageren op een motie om de wanbetalersregeling te onderzoeken op ongewenste effecten. Onderzoek naar omleiden huurtoeslag loopt nog. Eerder werd bekend dat kinderopvangtoeslagniet zal worden omgeleid. Er komt waarschijnlijk een vervolg op pilots waarin de Belastingdienst burgers proactief attendeerde op het moment dat hun situatie verandert en wanneer dit mogelijk gevolgen kan hebben voor hun toeslag.
  • Het conceptbesluit vereenvoudiging beslagvrije voet is eind vorig jaar in consultatie gegeven. Afronding consultatiefase staat gepland op Q2 2018. Dat betekent vast niet dat de nieuwe beslagvrije voet dan al direct van toepassing is. Ik denk dat nog wordt vastgehouden aan invoering per 1-1-2019.
  • Afstemming Rijksincasso. Het kabinet streeft ernaar om organisaties als Belastingdienst, UWV, CJIB en Zorgverzekeraars aan te sluiten op het beslagregister. RVO en DUO zijn al aangesloten. Manifestpartijen SVB, Belastingdienst, CAK, UWV, DUO en CJIB bezien hoe het contact met schuldenaren kan worden verbeterd (lees meer daarover in overzicht initiatieven schuldenaanpak).

Vanavond 22:30 uur praten staatssecretaris van Ark en journalist Jesse Frederik in RTL Late Night over de Schuldenaanpak.

Opgroeien in armoede

De SER presenteerde vorige maand haar advies Opgroeien zonder armoede.  De Kinderombudsman presenteerde eerder het rapport Alle kinderen kansrijk. In haar brief van 6 april schrijft staatssecretaris Van Ark namens het kabinet dat ‘de adviezen betekenisvolle inzichten hebben gegeven die het belang van de aanpak van armoede onder kinderen onderstrepen. In lijn met deze adviezen zal het kabinet niet alleen inzetten op het compenseren van de gevolgen van armoede door kinderen mee te laten doen op school, aan sport en cultuur en aan sociale activiteiten, maar ook stevig investeren in het aanpakken van de structurele oorzaken van armoede.’

In de 19 kantjes tellende brief worden vrij uitputtend de maatregelen opgesomd die het kabinet neemt om kinderarmoede te bestrijden. Gelukkig wordt e.e.a. samengevat op p. 18/19. De meeste maatregelen kennen we al, mede omdat ze zijn genomen door het vorige kabinet. In veel gevallen wordt voor de uitvoering (van de maatregelen en opvolging van de adviezen) verwezen naar gemeenten. Ik heb een paar zaken ge-highlight en gelinkt:

VOORKOMEN VAN ARMOEDE

Meer mensen aan het werk

  • In gesprek met gemeenten over perspectief voor mensen in de bijstand
  • Het versterken van de werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s

Werk moet lonen

  • Verlaging van de lasten op arbeid
  • Meer uren werken laten lonen: verkleinen marginale druk vanaf het minimumloon.

Naar de mening van het kabinet past in dit verband een categoriale invulling van het armoedebeleid met vaste inkomensgrenzen niet bij het wettelijk uitgangspunt van de aanvullende inkomensondersteuning dat individueel maatwerk leidend is.

Verbeteren inkomenspositie van gezinnen met kinderen

  • Verlaging van de lasten op arbeid.
  • Verhoging van de kinderopvangtoeslag.
  • Verhoging van de kinderbijslag.

Voorkomen en bestrijden van problematische schulden

  • Het kabinet presenteert dit voorjaar haar brede schuldenaanpak.

Inzet extra middelen

  • Extra middelen in 2018-2020 voor het voorkomen van schulden en het bestrijden van armoede, in het bijzonder onder kinderen. Over de invulling van deze middelen wordt de Tweede Kamer dit voorjaar geïnformeerd. [Ik weet niet of dit geld naar gemeenten gaat]

TEGENGAAN VAN DE GEVOLGEN VAN OPGROEIEN IN EEN GEZIN MET LAAG INKOMEN

Lokaal integraal maatwerk

  • Programma Sociaal Domein (versterken lokale slagkracht en verbinding gemeenten).
  • Ondersteunen gemeenten bij invulling lokale regiefunctie in overleg met VNG en Divosa.

Samenwerking met maatschappelijke organisaties

  • Financiële ondersteuning van Stg. Leergeld, Jeugdsportfonds / Jeugdcultuurfonds, Nationaal Fonds Kinderhulp en Stg. Jarige Job
  • Subsidieregeling Kansen voor alle kinderen

Samenwerking met scholen

Het kabinet investeert structureel € 170 miljoen extra in een verruiming van het aanbod van voorschoolse educatie. Daarmee kunnen gemeenten peuters met een risico op een achterstand spelenderwijs meer taalvaardigheden mee laten geven. Daarnaast investeert het kabinet structureel € 15 miljoen extra in verdere versterking van de onderwijskansen. Deze investeringen komen bovenop het al bestaande budget ter bestrijding van onderwijsachterstanden. Dat betekent dat vanaf 2020 voor gemeenten in totaal structureel € 486 miljoen beschikbaar is. Voor basisscholen is structureel € 260 miljoen als onderdeel van de lumpsum beschikbaar.

Het kabinet faciliteert lokale samenwerking. Onder meer via het programma Gelijke Kansen, met daarbinnen de Gelijke Kansen Alliantie waarin gemeenten, scholen, onderwijsinstellingen, maatschappelijke initiatieven en het ministerie van OCW samenwerken. Vanuit hun lokale agenda bepalen deze partijen welke initiatieven zij gezamenlijk ondernemen om de gelijke kansen in het onderwijs te bevorderen. Het kan gaan om extra taallessen aan de ouders en kinderen, coaching en begeleiding van leerlingen of om activiteiten gericht op beroepseducatie en het trainen van sociale vaardigheden. Het ministerie van Onderwijs heeft € 2,5 miljoen beschikbaar gesteld voor cofinanciering van deze initiatieven.

Versterken van kennisopbouw en kennisdeling

Financiële ondersteuning gemeenten

  • Vanaf 2017 €85 miljoen extra per jaar voor het verstrekken van voorzieningen in natura voor kinderen in armoede

MONITOREN VAN RIJKSBELEID EN GEMEENTELIJK BELEID

  • Het kabinet is voornemens om aan het SCP, CPB en CBS gezamenlijk te vragen om te onderzoeken of het mogelijk is tot eenduidige armoede indicatoren te komen die bruikbaar zijn voor een eventuele reductiedoelstelling.
  • Tweejaarlijks inzicht in huishoudens met risico op armoede via rapportages CBS en SCP
  • Monitoring van de bestuurlijke afspraken met de VNG
  • Gesprekken met partijen op basis van deze inzichten

INZET VAN WERKGEVERS EN WERKNEMERS

Tot slot, lees ook de reacties van VNG en Divosa:

Regeerakkoord over armoede en schulden

Regeerakkoord

Op p. 27 van het vanmiddag gepresenteerde Regeerakkoord wijdt de nieuwe coalitie een paragraaf aan het Terugdringen van schulden en armoede:

  • Eén op de tien huishoudens heeft problematische schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever te helpen. Schuldhulpverlening is en blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Via programmatische afspraken wenst het kabinet met gemeenten tot een vernieuwende schuldenaanpak en een verbeterd schuldhulpverleningstraject te komen. Hierbij kunnen de volgende thema’s aan bod komen:
    – Verbeteren van de (toegang tot) schuldhulpverlening, met kortere wachttijden.
    – Beter samenwerken met andere partijen om onnodig oplopen van schulden te voorkomen.
    – Voorkomen van uithuisplaatsingen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn.
    – Ruimte geven aan gemeenten om op lokaal niveau met vernieuwende aanpakken en maatwerk te experimenteren.
  • De overheid heeft als schuldeiser een bijzondere verantwoordelijkheid om onnodige vergroting van schulden te voorkomen. De overheid dient de beslagvrije voet te respecteren. Om escalatie van schulden te voorkomen, wordt meer ingezet op direct contact met schuldenaren. De stapeling van boetes vanwege te laat betalen en bestuursrechtelijke premies wordt gemaximeerd. Mogelijkheden voor
    betalingsregelingen worden uitgebreid.
  • Bij incasso worden misstanden effectiever bestreden. De maximale incassokosten die in rekening mogen worden gebracht, worden gehandhaafd en er wordt bezien of het minimumbedrag omlaag kan. Er komt een incassoregister waarin incassobureaus worden opgenomen, die voldoen aan eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie.
  • Excessen in kredietverlening zullen worden tegengegaan, net als verdienmodellen waarbij hoge rentes mensen in de problemen brengen en de kosten van wanbetaling op de samenleving worden afgewenteld.
  • De juridische afhandeling van schulden wordt verbeterd. Schuldeisers dienen eerst de mogelijkheden van een betalingsregeling te onderzoeken voor een zaak voor de rechter wordt gebracht. Er komt een experiment met een schuldenrechter, die alle zaken van een schuldenaar geconcentreerd behandelt.
  • Gemeenten krijgen een adviesrecht in de gerechtelijke procedure rondom schuldenbewind.
  • Met gemeenten en erkende vrijwilligersorganisaties wordt gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van vrijwilligersprojecten gericht op schuldhulp en financiële begeleiding.
  • Het kabinet zal extra middelen beschikbaar stellen voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede – in het bijzonder onder kinderen. Op p. 61 zie ik bedragen staan: €30, €25 en €25 miljoen voor 2018, 2019 respectievelijk 2020. Niet structureel dus. Ik neem aan dat dit komt bovenop de Klijnsmagelden. Ik weet niet of het via gemeenten wordt uitgekeerd.

En verder lees ik:

  • P. 26: Het kabinet gaat in gesprek met gemeenten over de wijze waarop zij actief uitvoering geven aan de bestaande tegenprestatie. Omdat werk een zeer belangrijke onderdeel is van integratie, moet de arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond –nieuwkomers én oudkomers– worden verbeterd. Om de beheersing van de Nederlandse taal –en daarmee het toekomstperspectief– te vergroten, geven gemeenten actief uitvoering aan de bestaande verplichting om de Nederlandse taal te leren. Het kabinet wil hierover niet-vrijblijvende bestuurlijke afspraken maken met gemeenten.
  • P. 27: Wanneer mensen vanuit de bijstand aan het werk komen, is het van belang dat ze er ook echt op vooruit gaan. Daarom wil het kabinet met gemeenten afspraken maken over het lokaal beleid om de armoedeval te verkleinen. Ook blijft de huidige ruimte voor experimenten in de Participatiewet om bijstandsgerechtigden weer actief te krijgen op de arbeidsmarkt.
  • P. 55: Te veel nieuwkomers blijven te lang aangewezen op een bijstandsuitkering. Dit is een onacceptabele uitkomst van het inburgeringsbeleid. Om dat te voorkomen dient er, waar mogelijk, een activerend en tegelijk ontzorgend systeem van sociale voorzieningen te zijn. Een simpeler en activerend systeem van voorzieningen voor statushouders kan dan inhouden: integratie met burgerschapswaarden en een verplicht leer- en (vrijwilligers)werktraject; een begeleide toegang tot de verzorgingsstaat: gemeenten
    innen de zorgtoeslag, huurtoeslag en bijstand gedurende de eerste twee jaar en de nieuwkomer ontvangt deze voorzieningen en begeleiding in natura met leefgeld. Na een toetsmoment kan een statushouder die zichzelf redt op de arbeidsmarkt, eventueel eerder uitstromen. Iemand die niet slaagt voor de toets, stroomt in principe nog niet uit. Op basis van het voorgaande worden middelen en werkwijzen ontwikkeld die in alle gemeenten toepasbaar kunnen zijn, zo nodig op basis van wet- en regelgeving, die het mogelijk maakt op deze wijze de zelfredzaamheid van nieuwkomers te bevorderen.
  • P. 66: De jaarlijkse afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in het referentieminimumloon voor de bijstand wordt verlaagd van 5%-punt naar 3,75%-punt. Jaarlijks structureel, zo interpreteer ik het. In de Miljoenennota 2018 werd dit al aangekondigd voor alleen het jaar 2018. Lees wat dit betekent in Sociaal minimum gaat omlaag (2011) en Hoe zit dat nou precies met die dubbele heffingskorting? (2011).
  • P. 16: De hoogte van het maximale verplichte eigen risico voor zorgkosten wordt deze kabinetsperiode bevroren op €385 per jaar. Het niet verhogen van het eigen risico leidt, gegeven de financieringssystematiek in de Zvw, tot hogere zorgpremies.
  • P. 31: De harde afbouwgrens in de huurtoeslag wordt omgevormd naar een geleidelijkere afbouw.

Weinig verrassingen in begroting 2018

Vandaag werden de Miljoenennota 2018 en Rijksbegroting SZW 2018 gepresenteerd. Voor gemeenten zie ik rond armoedebeleid en schuldhulpverlening geen nieuwe budgettaire wijzigingen. Op p. 19 van de SZW-begroting is een paragraaf over ‘armoede en schulden’ opgenomen. Maar ook daarin lees ik niets nieuws.

Voor minima en mensen met schulden zie ik wel een paar vermeldenswaardige zaken:

Eerder was al bekend dat het kabinet €425 miljoen uittrekt om de koopkracht van de meest kwetsbare groepen op peil te houden. En dat het eigen risico, de zorgpremie en de zorgtoeslag (p. 169 begroting SZW) omhoog gaan.

Minder snelle verlaging sociaal minimum
Op p. 19 Miljoenennota lees ik: ‘Het kabinet verbetert met verschillende maatregelen de koopkracht van kwetsbare groepen. Zo wordt de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in de bijstand getemporiseerd, wat een positief effect heeft op de inkomens van de sociale minima.’ Door de afbouw – die volgens de oorspronkelijke plannen zou plaatsvinden in 20 jaar vanaf 2012 – wordt het sociaal minimum verlaagd. Het sociaal minimum wordt in de nieuwe plannen dus nog wel verlaagd, maar minder snel. In de periode 2014 tot en met 2017 is het afbouwtempo gehalveerd. De maatregel in de Miljoenennota voorziet in het verlengen van deze temporisering tot en met 2018. Lees: Sociaal minimum gaat omlaag (Schut 2011) en Hoe zit dat nou precies met die dubbele heffingskorting? (Schut 2011) en Worden we blij van een temporisering van de verlaging van de bijstand? (Eiselin 2017).

Verhoging Kindgebonden budget
p. 72 Miljoenennota: Het bedrag voor het tweede kind van het kindgebonden budget verhoogt het kabinet met €71 naar €977 per jaar.

Zelfredzaamheid van de burger
Afgelopen vrijdag bepleitte Will Tiemeijer namens de WRR dat de overheid (rijk en gemeenten) de sociale zekerheid en schuldhulpverlening veel meer moet organiseren vanuit realistisch perspectief, en minder vanuit rationalistisch perspectief. (Mensen nemen beslissingen vaak niet alleen op basis van rationele overwegingen, maar ze worden beïnvloed door allerlei sociale en psychologische factoren). De adviezen van de WRR hebben een prominente plek gekregen in de Miljoenennota! Zie p. 36-39. Inzichten vanuit de gedragswetenschappen worden o.a. meegenomen in het beleid van DUO en de Belastingdienst. En: ‘Het Ministerie van Financiën onderzoekt nu samen met de AFM, mede vanuit een gedragsperspectief, de risico’s en ontwikkelingen op de markt voor consumptief krediet. Dit helpt om te bepalen welke rol er is voor waarschuwingen en hoe deze effectief kunnen zijn. Hierbij is speciale aandacht voor de link tussen consumptief krediet en de schuldenproblematiek.

Nieuwe beslagvrije voet pas in 2019
Misschien heb ik iets gemist, maar op p. 19 van de SZW-begroting lees ik: ‘Daarnaast wordt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet uiterlijk op 1 januari 2019 geïmplementeerd.’ Eerder dit jaar was de beoogde invoeringsdatum nog 1 januari 2018!

€ 8 miljoen om armoede en schulden tegen te gaan

Afbeeldingsresultaat voor zak met geld euroGoede initiatieven die armoede en schulden tegengaan kunnen ook de komende 2 jaar mogelijk worden gemaakt. Staatssecretaris Klijnsma heeft de subsidieregeling armoede en schulden verlengd naar 2018 en 2019. Sinds vandaag staat de regeling in de Staatscourant en zijn de thema’s bekend waarvoor maatschappelijke organisaties subsidie kunnen aanvragen.

Thema’s
Voor subsidie in 2018 en 2019 komen projecten in aanmerking die zich richten op:

  1. de ondersteuning van mensen die moeite hebben om mee te doen in de maatschappij;
  2. het bereiken en motiveren van moeilijk bereikbare groepen mensen met financiële problemen;
  3. het versterken van aandacht voor armoede en schulden in het sociaal domein, onder meer in de wijkaanpak;
  4. de voorbereiding van en begeleiding van jongeren in de leeftijdgroep18-/18+ ter preventie van schulden.

Aanvragen indienen
Op 1 februari 2018 opent de subsidieregeling en kunnen organisaties aanvragen indienen. In het najaar van 2017 organiseert het ministerie een voorlichtingsbijeenkomst voor potentiële aanvragers. Hoe, waar, wanneer en wat de voorwaarden zijn wordt tegen die tijd bekend gemaakt. Wilt u op de hoogte worden gehouden? Stuur dan een email naar sub.reg.armoedeschulden@minszw.nl en houd www.dus-i.nl in de gaten.

Gemeenten konden tot nu toe niet gebruikmaken van de subsidieregeling. Ik neem aan dat dat in 2018 en 2019 opnieuw het geval is.

 

€500.000 subsidie beschikbaar voor onderzoek

Afbeeldingsresultaat voor subsidieVanaf heden kunnen gemeenten projectvoorstellen indienen om onderzoek te doen naar hun eigen praktijk rond schuldhulpverlening en armoedebestrijding. Subsidie wordt beschikbaar gesteld vanuit het kennisprogramma Vakkundig aan het werk van het ministerie van SZW, VNG, UWV, ZonMw en Divosa.

Voor de programmalijn schuldhulpverlening en armoedebestrijding is in totaal €500.000 beschikbaar. Er kunnen 2 projecten van maximaal €250.000 worden gehonoreerd. Focus van dit onderwerp ligt op onderzoek naar wat werkt om problematische schulden en armoede te bestrijden. Nog specifieker gaat het om onderzoek naar gedragsverandering bij klanten. De maximale looptijd van een project is 3 jaar.  Je kunt tot 3 oktober 2017 een projectvoorstel indienen.

Lees alles over subsidieaanvraag op zonmw.nl.

Kun je hulp gebruiken bij het bedenken van een goede onderzoeksvraag of het vinden van de juiste onderzoeker die jouw vraag kan onderzoeken? Kijk dan op Eerste Hulp Bij Onderzoek van Divosa. En inhoudelijk sparren mag ook met ondergetekende.

Huurkorting voor minima in te duur huis

Afbeeldingsresultaat voor scheefwonen3.000 Utrechtse minima die in een te dure sociale huur­woning zitten, betalen per 1 september gemiddeld €60 per maand minder huur. Amsterdam is deze maand al begonnen met dergelijke steun. Het geldt voor huurders met een inkomen van maximaal 125% van het sociaal minimum, met een huur boven de huurtoeslaggrens van €592 (alleenstaanden) of €635 per maand. Zij krijgen een korting op de huur van het bedrag dat zij hier bovenop betalen. Een sociale huurwoning kost maximaal €710 per maand. In Utrecht gaat het om een proef van twee jaar. De gemeente steekt er €2 miljoen in, de overige kosten – naar schatting €1,5 miljoen – betalen de corporaties. Lees meer op U-pas.nl.

Dit is een alternatief voor bijvoorbeeld inkomensafhankelijke huur, de woonkostentoeslag en huur op maat. Lees meer in de rubriek Wonen op dit blog.

Lees ook:

Uitgaven bijzondere bijstand in 2015 met 3% gedaald

In 2015 gaven gemeenten volgens het CBS €428 miljoen uit aan bijzondere bijstand. Dat is €14 miljoen (3%) minder dan het jaar ervoor. Dat komt vooral omdat minder mensen bijzondere bijstand krijgen toegekend. Het aantal personen dat bijzondere bijstand ontving daalde met maar liefst 34%. En dat terwijl de armoede in 2015 niet afnam (!).

De onderzoekers wijten de daling o.a. aan de afschaffing van de langdurigheidstoeslag die een lagere toekenningsdrempel had dan de individuele inkomenstoeslag die ervoor in de plaats kwam. Gemeenten gaven €39 miljoen uit aan de individuele inkomenstoeslag, terwijl de post waaronder de langdurigheidstoeslag viel met €77 miljoen daalde.

De uitgaven voor de post beschermingsbewind stegen in 2015 wel weer verder (naar €86 miljoen). De andere grote post die stijgt, is voorzieningen voor wonen. Hieronder vallen de kosten voor huisvesting en huisinrichting voor vluchtelingen met een status. En vergoedingen voor mensen met een hoge huur of hypotheek die (nog) niet kunnen verhuizen. Een daling van het aantal vluchtelingen, zoals nu het geval is, zal de ook uitgaven op deze post weer doen dalen.

Het CBS zet zelf een paar kanttekeningen bij de betrouwbaarheid van de resultaten. Zo vragen zij zich af of gemeenten de uitgaven voor o.a. de collectieve ziektekostenverzekering en beschermingsbewind goed registreren. Ik denk dat gemeenten daarnaast (in het jaar van de grote transities) ook meer inkomensondersteuning zijn gaan doen buiten de bijzondere bijstand om (maatwerkbudgetten voor wijkteams, ondersteuning via fondsen, maatwerkvoorziening Wmo, etc.).

Subsidieregeling voor projecten rond kinderen in armoede

Afbeeldingsresultaat voor armoede kinderen nederlandOrganisaties zonder winstoogmerk kunnen van het ministerie van SZW subsidie krijgen om meer kinderen die in armoede opgroeien te bereiken en kansen te bieden om mee te doen op het gebied van sport, cultuur, school en sociale activiteiten via het verstrekken van voorzieningen in natura. Organisaties die kunnen aanvragen zijn bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen of partijen in de jeugdzorg.  Ze moeten landelijk of bovenregionaal werken, dus hun activiteiten niet beperken tot één gemeente of één regio. Gemeenten kunnen dus geen aanvraag indienen.

Het aanvraagtijdvak 2017 is open van 29 mei tot en met 12 juni. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Dien daarom de aanvraag zo snel mogelijk in! Lees meer over deze subsidieregeling.

NB. Ben je van plan lokaal of regionaal wat te gaan doen voor kinderen in armoede, dan kun je misschien een aanvraag doen via www.kansfonds.nl.

Maatschappelijke effectencalculator

Zakelijk kijken naar interventies in het sociale domein hoort er tegenwoordig bij. Hoeveel kost iets nu? En als we iets kunnen voorkomen, wat levert dat dan op? De maatschappelijke prijslijst – een initiatief van de Effectencalculator – geeft een indicatie.

Op de prijslijst kun je bijvoorbeeld zien wat een uithuisplaatsing kost, of een ambulance, rollator, medisch specialist en andere hulpverleners.

Lees meer over maatschappelijke kosten baten analyses (MKBA):

Betrek jongeren bij opstellen armoedebeleid!

speaking-mindsBijvoorbeeld via ‘Speaking Minds’. Dit is een methode waarbij jongeren meedenken over een actueel beleidsvraagstuk, bijvoorbeeld de invulling van de ‘Klijnsma-gelden’, en de mogelijke oplossingen aan de gemeente terugkoppelen. Lees meer. Wees er snel bij, want het ministerie van SZW subsidieert de eerste 10 gemeenten die zich aanmelden!

Budgetten armoedebestrijding kinderen bekend

Afbeeldingsresultaat voor subsidieIn de decembercirculaire (p. 30) staat hoeveel gemeenten de komende jaren krijgen voor bestrijding van armoede in gezinnen met kinderen. In totaal gaat het om €85 miljoen.

In mijn nieuwsbrief van 28 september maakte ik al een raming per gemeente. Mijn raming klopt redelijk. Het Rijk heeft voor deze berekening net een andere inkomensgrens gehanteerd, vandaar de afwijkingen hier en daar.

Lees ook: Bestuurlijke afspraken rond inzet €85 miljoen voor kinderen

Ook in 2017 subsidie voor schulden- en armoedeproblematiek

Afbeeldingsresultaat voor financieringHet derde tijdvak van de subsidieregeling armoede en schulden is op 17 juni 2016 gesloten. In deze ronde zijn 14 aanvragen toegekend voor activiteiten die een duurzame bijdrage leveren aan het tegengaan van armoede- en schuldenproblematiek.

Op 1 februari 2017 opent het vierde tijdvak van de subsidieregeling. Aanvragen kunnen tot 28 februari 17:00 uur worden ingediend. Via sub.reg.armoedeschulden@minszw.nl kun je een aanvraagformulier opvragen.

Om maatschappelijke organisaties ook in 2018 en 2019 de mogelijkheid te geven subsidieaanvragen in te dienen, is staatssecretaris Klijnsma van plan om nog twee tijdvakken toe te voegen aan de subsidieregeling armoede en schulden.

Armoedebestrijding met een (kerkelijk) noodfonds

Afbeeldingsresultaat voor samenwerking loesjeOp meer dan 150 plekken in Nederland is de plaatselijke kerk betrokken bij een (inter)kerkelijk noodfonds. Zo’n noodfonds biedt tijdelijke financiële of materiële hulp aan mensen in armoede en werkt heel laagdrempelig. De meeste noodfondsen zijn interkerkelijk en werken samen met de voedselbanken, SchuldHulpMaatje of het Maatschappelijk Werk. Voor de gemeente is zo’n samenwerkingsverband een handig aanspreekpunt voor overleg en afstemming. Kerk in Actie heeft de ervaringen, tips en trucs van kerkelijke noodfondsen gebruikt om een toolbox te ontwikkelen, die je kunt downloaden op www.kerkinactie.nl/noodfondsen. Dus wil je als gemeente de versnippering van noodhulp aanpakken; wijs de kerken dan hierop.

En als je nog een stapje verder wilt gaan, verbind dan ook niet-kerkelijke initiatieven aan een lokaal of regionaal noodfonds. Kijk daarvoor op de website van Stichting Urgente Noden Nederland (SUNN). Lees ook: Tien redenen waarom elke gemeente een noodhulpbureau moet hebben.

Bijdrage van kerken aan armoedebestrijding neemt fors toe

kerkenMeer mensen kloppen uit nood op de deur van de kerk, zo blijkt uit het Armoedeonderzoek 2016 onder een groot aantal kerken en geloofsgemeenschappen (helaas geen moskeeën) in Nederland. Kerken droegen in 2015 meer dan € 36 miljoen in hulp en meer dan 1,25 miljoen uren (waarde uitgedrukt in geld: € 38,8 miljoen) aan vrijwilligerswerk bij aan armoedebestrijding. De bijdrage bestaat o.a. uit individuele financiële hulp, collectieve hulp aan bijvoorbeeld voedselbanken, immateriële hulp, verstrekking van kerstpakketten en steun aan inloophuizen.

kerken2

€7,5 miljoen voor ouderen

Al wel genoemd in mijn nieuwsbrief, maar voor de volledigheid nu ook nog op mijn blog: in de Miljoenennota p.16) is te lezen dat het kabinet specifiek voor armoedebestrijding onder ouderen met een bijstandsuitkering in 2017 en 2018 in totaal €7,5 miljoen beschikbaar stelt via het Gemeentefonds. Hieraan worden geen nadere regels gesteld, maar er is met name gedacht aan bijzondere bijstand voor gepensioneerden zonder volledige AOW. Deze groep kan via de SVB weliswaar een beroep doen op algemene bijstand in de vorm van Aanvullende Inkomensondersteuning voor Ouderen (AIO), maar is op de gemeente aangewezen in situaties waarin bijzondere bijstand nodig kan zijn. Dit is een aanvulling op de middelen die al in het kader van armoedebestrijding beschikbaar komen.

Hoe dit te besteden? Als ik op mijn blog zoek op ouderen of 65 plussers dan valt me tegen hoeveel interessante voorbeelden er zijn. Misschien moeten we het vooral zoeken in de hoek van chronisch zieken en gehandicapten of de Wmo? Heb je een goed idee of voorbeeld, dan houd ik me aanbevolen!

 

Experimenteren met bijstand en schulden…

… in de wijkteams. Om de effectiviteit van wijkteams te vergroten, starten dit najaar vernieuwende experimenten in vijf wijken in Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Utrecht en Zaanstad. De aanpak heeft als doel maatwerk mogelijk te maken in de vijf wijken met:

  • Een brede geldstroom voor maatwerk en integrale ondersteuning: in plaats van aparte gelden voor Wmo 2015, jeugdhulp, participatie, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en armoedebestrijding.
  • Meer handelingsruimte voor het wijkteam en vermindering van de regeldruk.
  • Versterken competenties sociaal werkers.
  • Beschermingsbewind onder regie van de gemeente.
  • Betere aanpak van schulden door preventie, afspraken maken in situaties waar grote problemen dreigen en het instellen van ‘Teams foutherstel’.

De basis voor de experimenten is een analyse van 100 wijkteamcasussen van de vijf steden. Daaruit blijkt dat wijkteams meer slagkracht nodig hebben om kwetsbare huishoudens goed en snel te kunnen ondersteunen. In de publicatie ‘Doen wat nodig is’ die deze week is gepresenteerd op een landelijke bijeenkomst van City Deal Inclusieve Stad, Initiate en VNG, het G32-stedennetwerk en Platform31, staat de analyse van de casuïstiek en de contouren van de experimenten beschreven. Verplichte kost als je met maatwerk(budget) in je wijkteams aan de slag wilt.

…in de Participatiewet. Vrijdag 30 september stuurde staatssecretaris Klijnsma het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet naar de Eerste en Tweede Kamer. Ze wil liefst per 1 januari 2017 starten met de experimenten. Lees ook Basisinkomen en regelarme bijstand.

Vorige week gaf ik bij de Inspectie SZW de presentatie Creatief met bijstand en schulden.

Hoe zit het met die €100 miljoen voor armoedebestrijding kinderen?

De Miljoenennota en Begroting van SZW zijn daar niet heel duidelijk over. Maar de brief van staatssecretaris Klijnsma geeft helderheid:

P. 3. “Van deze 100 miljoen euro zal 85 miljoen euro structureel beschikbaar worden gesteld aan gemeenten via een decentralisatieuitkering, verdeeld naar rato van het aantal kinderen in de gemeente dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen. Ten aanzien van het doeltreffend inzetten van de middelen, sluit het Rijk een convenant af met de VNG. In deze bestuurlijke afspraken zal ook aandacht worden besteed aan het monitoren en evalueren van de voortgang en de rol en betrokkenheid van gemeenteraden. Inzet is dat er geen verdringing van bestaand beleid plaatsvindt: Het is van belang dat de huidige inzet van middelen door gemeenten onverminderd wordt voortgezet. De extra middelen dienen als aanvullende impuls. Mijn streven is om voor 1 november met de VNG tot afspraken te komen.”

Verder is nog te lezen:

P. 4. “De ambitie van het kabinet geldt uiteraard ook voor kinderen in Caribisch Nederland. Het kabinet stelt voor Caribisch Nederland dan ook structureel 1 miljoen euro beschikbaar.”

Miljoenennota 2017

Hier is ‘ie dan, de Miljoenennota 2017. Maar vooral interessant is de Begroting SZW 2017. Daarin is het volgende te lezen over armoedebeleid en schuldhulpverlening:

p. 16. Specifiek voor armoedebestrijding onder ouderen met een bijstandsuitkering stelt het kabinet in 2017 en 2018 in totaal € 7,5 miljoen beschikbaar via het Gemeentefonds.

p. 16. Om ervoor te zorgen dat ook kinderen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, stelt het Rijk structureel € 100 miljoen beschikbaar voor benodigdheden voor kinderen (0 tot 18 jaar) waardoor ze mee kunnen doen en die ze nu missen door armoede. Het gaat bijvoorbeeld om schoolbenodigdheden, sportattributen, zwemles, kleding of schoolreisje. Om er zeker van te zijn dat de middelen direct bij de kinderen terecht komen, ontvangen de kinderen deze benodigdheden in natura. De beschikbaarstelling van deze middelen zal op een dusdanige wijze gebeuren dat er zo min mogelijk administratieve lasten zijn. (NB. Op Zorg+Welzijn lees ik dat 90 van de € 100 miljoen naar gemeenten gaat, maar dat kan ik nergens terugvinden in de stukken bij de Miljoenennota. In de Volkskrant staat 85 van de € 100 miljoen, dus het zal zo ongeveer wel kloppen). (Lees update d.d. 21 sept.)

P. 16/17. gaat over de vereenvoudiging van de beslagvrije voet. Bevat geen nieuws (zie laatste nieuws op mijn blog), maar wel een mooi plaatje met de oude en nieuwe beslagvrije voet:

beslagvrije-voet

P. 169.

  • Ook in 2017 wordt de armoedeval kleiner. Werkenden met een lager inkomen gaan er het meeste op vooruit. Zij profiteren niet alleen van de maatregelen uit het koopkrachtpakket, maar ook van de verhoging van de maximale arbeidskorting.
  • Een toename van de gemiddelde nominale zorgpremie van € 1.199 naar € 1.241;
  • Beleidsmatige verhoging van de normpercentages van de zorgtoeslag. De zorgtoeslag stijgt hierdoor met € 15 voor een alleenstaande en € 33 voor een paar. Dit bovenop de stijging van de zorgtoeslag als gevolg van de hogere zorgpremie;
  • Een beleidsmatige verhoging van de algemene heffingskorting met € 5 tot € 2.254 in 2017;
  • Een beleidsmatige verhoging van de maximale arbeidskorting met € 110 tot € 3.223. Tegelijkertijd wordt de arbeidskorting € 2.325 eerder afgebouwd, vanaf € 32.444 in 2017, maar met een lager percentage (3,6%) dan in 2016 (4%);
  • De eerste- en tweede-kindbedragen in het kindgebonden budget worden met respectievelijk € 100 en € 67 verhoogd;
  • Een beleidsmatige verhoging van de ouderenkorting tot de inkomensgrens met € 101 tot € 1.292 in 2017;
  • Afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in de sociale zekerheid naar 1,8125 vanaf januari 2017 en 1,8 vanaf juli 2017 en versobering uitbetaling algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner naar 40% in 2017.

P. 177. Vanaf 1 januari 2017 wordt de eigen bijdrage in de huurtoeslag structureel verlaagd. De verlaging van de eigen bijdrage is vormgegeven door de opslag op de normhuur (de opslag plus de normhuur is het bedrag dat voor eigen rekening komt van de huurtoeslagontvanger) met € 10,50 per maand te verlagen. Elke huurtoeslagontvanger met een huur hoger dan de normhuur (ongeveer € 230 per maand) heeft hierdoor een positief inkomenseffect van € 10,50 per maand. Voor de ontvangers van huurtoeslag is het gemiddelde positieve inkomenseffect 0,6%.

P. 245. Overzicht van subsidies voor projecten rond armoede en schulden.

Ook interessant: Op Nibud.nl zijn koopkrachtplaatjes te vinden van diverse huishoudens. De website wordt druk bezocht vanavond, want hij loopt regelmatig vast.

Extra geld voor arme gezinnen

Traditiegetrouw liggen de plannen van het kabinet voor 2017 ruim voor Prinsjesdag al op straat. In de stukken is te lezen dat het kabinet €100 miljoen uittrekt voor kinderen in gezinnen met een laag inkomen. Het geld is bedoeld voor zwemles, schoolreisjes, sportspullen, schoolspullen en kleding. Het wordt in natura uitgekeerd. Hoe de regeling precies gaat werken, en of/welke rol gemeenten daarin krijgen, is nog niet bekend.

Ook lees ik dat de zorgtoeslag en het kindgebonden budget omhoog gaan.

Ik kijk uit naar de troonrede..

Kosten beschermingsbewind stijgen, wel minder aanvragen; Klijnsma biedt gemeenten geen compensatie

Klijnsma heeft onderzoek laten doen naar de ontwikkelingen van zowel de kosten als het aantal onderbewindgestelden.

Uit het onderzoek  komt ten eerste naar voren dat sprake is van een aanmerkelijke stijging van het aantal mensen voor wie gemeenten bijdragen in de kosten van bewind in de periode 2013-2015 (32% per jaar). Een nog grotere stijging is waargenomen in de kosten die gemeenten maken voor bewind: de gemeentelijke bijdragen uit bijzondere bijstand namen in diezelfde periode toe met 44% per jaar. In totaal heeft de stijging van het aantal mensen dat beroep doet op de bijzondere bijstand in combinatie met de extra stijging in de kosten voor de periode 2013 tot en met 2015 extra gemeentelijke uitgaven van € 60 miljoen tot gevolg gehad (van € 55 miljoen in 2013 naar € 115 miljoen in 2015).

Een tweede bevinding is dat de ontwikkeling van zowel het aantal onderbewindgestelden dat beroep doet op bijzondere bijstand, als de totale gemeentelijke uitgaven voor bewind grote verschillen kent tussen gemeenten. Zo is indien de totale kosten van de gemeente worden afgezet tegen het aantal bijstandsgerechtigden van de desbetreffende gemeente in 26% van alle gemeenten sprake van kosten lager dan €200,00 per bijstandsgerechtigde, terwijl in 28% van alle gevallen sprake is van kosten hoger dan €400,00 per bijstandsgerechtigde. Daarbij kan dit verschil zelfs spelen tussen buurgemeenten of in ieder geval gemeenten binnen dezelfde regio.

Toch lijkt er ook een trendbreuk zichtbaar in 2015: het aantal aanvragen voor beschermingsbewind is voor het eerst gedaald en dit heeft een weerslag gevonden in een afvlakkende stijging van het aantal personen dat beroep deed op de bijzondere bijstand voor kosten bewind in dat jaar. Mogelijk ligt een deel van de verklaring voor deze trendbreuk in het feit dat steeds meer gemeenten werken aan de ontwikkeling van een alternatief aanbod. In het onderzoek geeft de helft (51%) van de gemeenten aan een alternatief op het vlak van beschermingsbewind aan te bieden en bijna altijd ook beschikbaar te hebben. Het overgrote merendeel van de gemeenten blijkt pas sinds kort met alternatieven voor bewind te werken. Ook een goede integrale aanpak lijkt zijn vertaling te vinden in een beperkter beroep op bewind. Lees hiervoor ook het Onderzoek Alternatieven voor bewind.

Voornemens Klijnsma

De inzet van Klijnsma voor de nabije toekomst is erop gericht gemeenten verder te faciliteren bij het vormgeven van de integrale aanpak. Klijnsma ziet daarin verschillende sporen:

  1. Belangrijk is dat organisaties die het eerst in contact komen met financieel beperkt zelfredzame personen die signalen herkennen en zo nodig doorverwijzen;
  2. Gemeenten bezien welke ondersteuning de betrokkene behoeft;
  3. Gemeenten beschikken over een voldoende gedifferentieerd instrumentarium om passende ondersteuning te kunnen bieden.
  4. Bewindvoerders en gemeenten in gesprek gaan over de instroom in en uitstroom uit bewind, alsmede de vervlechting van elkaars dienstverlening.

Lees een toelichting op deze sporenop pagina 3 van haar brief aan de Tweede Kamer d.d. 1 juli 2016.

Divosa ziet liefst dat Klijnsma gemeenten (ook) financieel compenseert voor de hoge kosten van beschermingsbewind.

 

Tegemoetkoming voor mbo’ers uit gezinnen met laag inkomen

Minister Bussemaker maakt €5 miljoen vrij om ouders met een laag inkomen en minderjarige kinderen op het mbo tegemoet te komen in de schoolkosten. Ze komt in het najaar met een structurele oplossing.

In het regeerakkoord werd bepaald dat de tegemoetkoming in de schoolkosten (WTOS) moest opgaan in het kindgebonden budget. Hierdoor krijgen veel meer huishoudens met een laag inkomen een compensatie. Los van deze overgang zijn de bedragen in het kindgebonden budget bovendien verhoogd. Desondanks heeft de wijziging van de regeling tot onbedoeld gevolg gehad dat sommige groepen erop achteruit gingen. Daarom zijn de afgelopen jaren gemeenten en fondsen in het gat gesprongen.

Afgelopen najaar concludeerde Bussemaker nog dat compensatie niet nodig was.

Kansfonds financiert projecten

1 op de 9 kinderen in Nederland leeft in armoede. Kansfonds (voorheen Skanfonds) zet zich de komende jaren extra in voor deze kinderen en zoekt projecten die hun kansen vergroten. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om hulp bij het opvoeden. Meer zelfvertrouwen opdoen. Durven praten over de problemen. En steun uit de buurt. Heb je een goed plan? Dien vóór 15 september 2016 een voorstel in. Lees meer over de voorwaarden en criteria op www.skanfonds.nl/armoede. En meld je gelijk aan voor een kennismakingsgesprek op 28 juni 2016 of 1 september 2016.

Pamflet MOgroep, VNG, Divosa en NVVK naar Tweede Kamer

Vanmiddag boden de MOgroep, VNG, Divosa en de NVVK de Tweede Kamer een pamflet aan met een aantal vergaande concrete maatregelen om armoede en schulden wel beter te voorkomen, signaleren en beperken (hyperlinks naar achtergrondinfo zijn van mijzelf):

Preventie en vroegsignalering

  • Financiële educatie in het onderwijscurriculum, zodat de financiële weerbaarheid onder jongeren wordt vergroot.

De overheid als schuldeiser

  • Opheffen preferenties en andere bijzondere incassobevoegdheden van overheden en andere publieke instellingen. (Rijksincassovisie gaat hierin niet ver genoeg)
  • Correct toepassen en vereenvoudigen van de beslagvrije voet.
  • Afschaffen bronheffing en de mogelijkheid bieden voor een aanvullende ziektekostenverzekering tijdens minnelijk traject schuldhulpverlening.
  • Wegnemen wettelijke belemmeringen voor saneren van vorderingen, bijv. CJIB-boetes en fraudevorderingen bij uitkeringen.

De overheid als systeemverantwoordelijke

  • Wettelijk breed moratorium invoeren.
  • Brede toegang organiseren tot het beslagregister voor de reguliere incasso en de schuldhulpverleners op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
  • Eén moment van betaling regelen voor diverse uitkeringen, teruggaaf inkomstenbelasting, toeslagen en vakantiegelden.
  • Vereenvoudig het systeem van inkomensvoorzieningen en toeslagen zodat kwetsbare groepen hun weg kunnen vinden en zorg voor een bestaansminimum.

Budget armoede- en schuldenbeleid

  • Een budget voor beschermingsbewind vanuit het Rijk en de wettelijke mogelijkheid voor gemeenten om een rechter te adviseren bij een aanvraag voor beschermingsbewind.
  • Een toereikend budget voor het armoede- en schuldenbeleid voor gemeenten. De bijzondere bijstand wordt steeds vaker beschouwd als een ‘logische’ demping voor (onvoorziene) inkomenseffecten voor inwoners (kostendelersnorm, kindregelingen, beschermingsbewind, inrichtingskosten, rechtsbijstand). Gemeenten worden geacht bezuinigingen en maatschappelijke ontwikkelingen in het brede sociale domein steeds vaker op te vangen met de bijzondere bijstand. Uit de factsheet van Divosa blijkt dat gemeenten veel meer uitgeven aan bijzondere bijstand dan zij aan budget ontvangen.

CfR8TjUWIAA0vPf
Foto: Marcel Matthijsen

Volgende week vergadert de Kamer over armoede en schulden.

Zie ook: NOS journaal 5 april 2016

Maatwerk budget voor wijkteam

Vorige week een inspirerende presentatie gezien van Zaanstad, tijdens een bijeenkomst van Divosa. Over inkomensondersteuning maat. Zaanstad geeft wijkteams carte blanche voor de manier waarop zij inwoners helpen. In een proef stelt de gemeente 4 ton beschikbaar zonder voorwaarden. Het geld mogen professionals van wijkteams besteden aan zaken waarmee zij denken dat inwoners geholpen zijn op het gebied van werk, woning of armoedebestrijding. Dat kan ook gaan om de vergoeding van een laptop of de aanschaf van een fiets. Deze vorm van inkomensondersteuning bestaat naast de bijzondere bijstand, waarvoor nog wel gewoon beleidsregels bestaan. Lees meer op Divosa.nl. Ook van Breda weet ik, dat zij op een vergelijkbare manier aan het experimenteren zijn. De gemeente is zelf positief over de eerste ervaringen. Lees ook nog eens Inkomensondersteuning op maat op dit blog.

Klijnsma: 8 miljoen voor strijd tegen armoede en schulden

f_20151214211137_76297_220425397Zoals in december aangekondigd, stelt Staatssecretaris Klijnsma opnieuw extra geld beschikbaar voor projecten die armoede en schulden bestrijden. Voor 2016 en 2017 is elk jaar €4 miljoen beschikbaar. Vanaf 23 mei kunnen de aanvragen voor dit jaar worden ingediend. Organisaties en stichtingen met goede plannen om duurzaam armoede en schulden te bestrijden, kunnen intekenen en dragen zelf 25% in de kosten bij om hun project te verwezenlijken. De aanvraag bedraagt per project ten minste € 125.000 en maximaal € 350.000.

Lees alles over voorwaarden en aanvragen op overheid.nl.

‘Bijzondere bijstand is het duizenddingendoekje voor het aandweilen van rijksbezuinigingen’

Op basis van onderzoek concludeert Divosa, dat gemeenten al jaren veel meer uitgeven aan bijzondere bijstand en minimabeleid dan dat zij daarvoor ontvangen van het Rijk. De gemeentelijke uitgaven aan bijzondere bijstand en minimabeleid waren sinds 2005 twee keer zo hoog als het budget. En het wordt steeds erger. Voor de komende jaren verwachten gemeenten weer hogere kosten voor de bijzondere bijstand. Die kosten kunnen ze nauwelijks beïnvloeden. De snelst stijgende posten zijn bijzondere bijstand voor beschermingsbewind en voor voorzieningen voor vluchtelingen.

Vaak groeien de uitgaven in de bijzondere bijstand volgens Divosa ook door de keuzes die het Rijk maakt. Regelmatig bezuinigt het Rijk en verwijst het naar gemeenten om de gevolgen op te vangen. Gemeenten betalen zo het voordeel voor het Rijk met hun minimabeleid. Daardoor is de bijzondere bijstand volgens Divosa-voorzitter René Paas het duizenddingendoekje geworden voor het aandweilen van rijksbezuinigingen voor minima. Maar het doekje slijt snel, want gemeenten krijgen daarvoor veel te weinig geld. En o ja: algemeen minimabeleid mag niet meer. Het Rijk verplicht gemeenten tot de duurste manier van verstrekken: individueel maatwerk. En zo raken we klem, vervolgt Paas. De bijzondere bijstand is een zogenaamde ‘open-eind-regeling’. Hoe meer inwoners in de problemen komen, hoe groter de gemeentelijke tekorten worden. Dat kan zo niet doorgaan. Bijzondere bijstand is een wettelijke taak. Daarbij hoort een toereikend budget. Het zou niet nodig moeten zijn dat gemeenten het Rijk vragen om voldoende geld, aldus Divosa.

Inkomsten en uitgaven gemeenten voor bijzondere bijstand en minimabeleid (mln. euro)

 

divosa

Divosa maakte een overzicht van de tien belangrijkste trends en ontwikkelingen die veranderingen in uitgaven over de tijd kunnen verklaren. In volgorde van financiële impact zijn dat:

  1. Beschermingsbewind
  2. Groei statushouders
  3. Veranderingen woningmarkt
  4. Wanbetalers in de zorg
  5. Rechtsbijstand
  6. Wet taaleis en gebruik computer
  7. Jongeren: studietoeslag en bijstand voor levensonderhoud < 21 jaar
  8. Meer mensen een langdurig laag inkomen
  9. Hogere uitvoeringskosten door meer maatwerk en integrale aanpak
  10. Maatwerkvoorziening voor chronisch zieken en gehandicapten

Lees de toelichting in de factsheet bijzondere bijstand.

Beleid voor vluchtelingen

Het rijk en gemeenten hebben een (voorlopig) Bestuursakkoord gesloten rond de opvang van vluchtelingen. Het rijk compenseert gemeenten goeddeels voor kosten die zij maken.Vluchtelingen

In het concept-Bestuursakkoord wordt een bedrag van € 50 miljoen genoemd om de hoge instroom van vergunninghouders in de bijstand te bekostigen. Het bedrag van € 50 miljoen is geen maximumbedrag, maar een bedrag dat nu alvast beschikbaar komt voor gemeenten. Het Rijk zal de kosten vergoeden op basis van nacalculatie.

Wat betreft bijzondere bijstand heeft de VNG meer tijd nodig om in kaart te brengen welke extra kosten er zijn en wat een redelijke aanvulling op het bestaande budget zal zijn. Er is ruimte in het volgende bestuursakkoord (zo rond de voorjaarsnota 2016) om dit mee te nemen.

Om in aanmerking te komen voor (bijzondere) bijstand heb je een verblijfsvergunning nodig; je bent dan ‘statushouder’. In het Casusboekje Vluchtelingen in Nederland beschrijft Stimulansz (ter gelegenheid van haar 15-jarige bestaan; gefeliciteerd!) hoe je als gemeente om kunt gaan met bijstandsverlening aan statushouders. En lees ook nog even: Schuldpreventie migrantengroepen.

En: Vluchtelingen in Oisterwijk krijgen 10.000 euro shoptegoed

Ook in 2016 en 2017 subsidieregeling voor tegengaan armoede en schulden

f_20151214211137_76297_220425397Op 3 december heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt gevraagd om voor 2016 en 2017 geoormerkte gelden uit te trekken voor stimulering van projecten die zich richten op:

  • kinderen in armoede;
  • preventie van schulden bij kwetsbare groepen;
  • maatjesprojecten voor schuldhulpverlening;
  • preventie van schulden door budgeteducatie bij jongeren;
  • meer maatwerk voor jongeren in schulden.

In 2014 en 2015 hadden we ook al zo’n regeling; het ging het om 3,5 miljoen per jaar.

Alternatieve schuldhulpverlening

Spannend! Houd dit initiatief in de gaten of beter: denk mee. Het huidige model voor schuldhulpverlening werkt niet meer. ‘Betere uitkomsten verwachten met dezelfde aanpak is minimaal naïef’ zeggen de initiatiefnemers van het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden. Het afgelopen jaar hebben verschillende nationale en lokale organisaties (waaronder NVVK) samengewerkt aan een nieuwe aanpak van schulden. Gemeenten, schuldeisers en lokale initiatieven gaan deze vanaf 2016 in de praktijk testen.

Op pagina 5 van het ‘handboek‘ wordt de essentie van de nieuwe aanpak beschreven:

Er is een integrale aanpak ontwikkeld om een debiteur niet alleen eenmalig uit de schulden te halen maar daar ook duurzaam uit te houden. De aanpak richt zich erop om mensen met schulden, ongeacht de herkomst van de schuld, binnen vier weken te helpen. Dit creëert de rust, de ruimte en het IQ (bron: Shafir & Mullainathan) die nodig zijn om de neerwaartse spiraal te doorbreken en dit voorkomt dat schulden razendsnel oplopen door incasso- en deurwaarderskosten. Door de aandacht te richten op de context van de schuldenaar, in een samenwerking tussen gemeente en lokale initiatieven, ontstaat vervolgens weer nieuw perspectief. Wanneer het besteedbaar inkomen normaliseert, worden de rekeningen en vaste lasten weer structureel betaald.

Financieel en sociaal

Het DNA van het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden bestaat uit twee onlosmakelijk met elkaar verbonden strengen: de financiële en de sociale.

1. Nationale afspraken en lokale fondsen om mensen uit schulden te halen en hen rust en ruimte te bieden. Per gemeente wordt een (publiek en/of privaat) lokaal fonds ingesteld. Het lokale fonds wendt zijn vermogen aan om de gehele schuld binnen vier weken te herstructureren en voorkomt daarmee de oplopende incasso- en deurwaarderskosten.

Praktisch houdt dit in:

  • Met de sectoren energie, sociale woningbouw en zorg worden nationale en lokale afspraken gemaakt onder welke voorwaarden en saneringspercentages een schuld gedeeltelijk wordt kwijtgescholden.
  • Het overblijvende bedrag van de schuld wordt door het lokale fonds betaald aan de schuldeisers.
  • Schuldeisers krijgen in ruil voor het gedeeltelijk afboeken van de schulden structureel en betrouwbaar betalende klanten.
  • De gemeente en de debiteur tekenen een overeenkomst, gebaseerd op ons studiefinancieringsmodel: de debiteur betaalt de totale schuld terug aan de gemeente, met een maximaal maandbedrag en in maximaal 180 maanden.
  • Net als in ons studiefinancieringsmodel kan er extra worden afgelost om de afbetaling sneller af te ronden; en net als in ons studiefinancieringsmodel wordt de restschuld na 180 maanden kwijtgescholden.
  • Het lokale fonds en de debiteur maken precieze afspraken over het startpunt van terugbetaling (zodra de afloscapaciteit dit toelaat), aflossing naar draagkracht (bijv. anders aflossen bij stijging van besteedbaar inkomen) en de rentepercentages.

2. Een lokale sociale infrastructuur wordt opgebouwd om mensen duurzaam uit schulden te houden en om hen perspectief te bieden. Zonder een plan en een behulpzaam netwerk is de kans op terugkerende schulden immers groot. De sociale infrastructuur is gebaseerd op samenwerking tussen gemeente en lokale initiatieven, en ziet er per gemeente anders uit.
In de overeenkomst tussen gemeente en debiteur worden niet alleen financiële afspraken gemaakt, maar met nadruk ook een set sociale. De behoeften van de debiteur zijn leidend; de afspraken zijn erop gericht om diegene actief mee te laten doen aan lokale initiatieven. Denk aan financiële coaching-trajecten door een buddy, meewerken in een sociale coöperatie, loopbaan-coaching of deelnemen op werkervaringsplekken. De overeenkomst biedt ruimte om in te spelen op veranderende persoonlijke omstandigheden.

Nationaal en lokaal

Dit is een nationaal initiatief omdat armoede, schulden en schuldeisers zich niet aan gemeentegrenzen houden. Een groot deel van de vaste lasten van huishoudens wordt gevormd door zorgverzekeringen, energiekosten en huur en deze aanbieders werken landelijk of regionaal. Zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningbouwcorporaties, brancheorganisaties en gemeenten hebben daarom de handen ineen geslagen.
Anderzijds heeft dit initiatief een decentraal karakter omdat elke gemeente het concept zal aanpassen aan de lokale cultuur en infrastructuur van WMO-budgetten, sociale fondsen, aanbestedingen voor welzijnsinstellingen en aan de aard van de lokale initiatieven. Iedere gemeente(raad) moet een eigen afweging maken over hoe het fonds wordt ingericht.

 

 

10 miljoen beschikbaar voor onderzoek gemeentelijke uitvoeringspraktijk

Het ministerie van SZW is onlangs het kennisprogramma ‘Vakkundig aan het werk’ gestart. Dit programma financiert wetenschappelijk onderzoek over werk en inkomen in de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Eén van de programmalijnen is armoede en schulden. Lees meer.

Gemeente Druten financiert restschuldleningen

medium_dreamstime_xs_22806177De gemeente Druten wil potentiële huizenkopers helpen met het aanbieden van restschuldleningen.

Lees op mijn blog over alternatieven om mensen te helpen met hun restschuld:

Positief nieuws: Aanzienlijk meer Nederlanders noemen aflossen en vermogen opbouwen in hun huis als maatregelen voor hun pensioen (Wijzeringeldzaken).

Tien redenen waarom elke gemeente een noodhulpbureau moet hebben

sunnNoodhulpbureaus geven geld als mensen in acute financiële nood verkeren. Particuliere fondsen en gemeenten betalen daar aan mee. De aanvraag wordt altijd gedaan door een professionele hulpverlener. Hij doet vervolgens de noodzakelijke uitgaven voor zijn cliënt. De hulpverlener en het noodhulpbureau checken altijd eerst of er een voorliggende voorziening is, en of die op tijd beschikbaar is. Voor een kleine doelgroep zijn er in Nederland helaas te weinig voorzieningen, o.a. omdat gemeenten gebonden zijn aan de kaders van de Participatiewet, regels rond schuldhulpverlening en beperkte budgetten. Een noodhulpbureau is daaraan niet gebonden en kan bovendien meestal sneller hulp bieden; als het moet, wordt het geld binnen 24 uur overgemaakt. Dat is althans de werkwijze van de Stichting Urgente Noden Nederland (SUNN) waar ik in het bestuur zit. Op dit moment zijn er 19 lokale en regionale SUN’s.

Een paar voorbeelden

  • Een 41 jarige man is overstuur en in de war. Na ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis worden diverse zaken op de rails gezet door het maatschappelijk werk: budgettering, thuiszorg, schuldhulpverlening en adequate medicatie. Drie fondsen zijn via het noodhulpbureau bereid een bijdrage te verstrekken voor de herinrichting van de woning.
  • Een 18 jarige vrouw wordt door Jeugdzorg geholpen om zelfstandig onder begeleiding te wonen. De gemeente verstrekt bijzondere bijstand. Dit is echter niet voldoende om haar woning in te richten. Via het noodhulpbureau wordt een aanvullende bijdrage gerealiseerd.
  • Een maatschappelijk werker doet een aanvraag voor een echtpaar dat een bijstandsuitkering heeft. Ze hebben een zoon die door psychiatrische problemen zwaar op hen drukt. Er is een mogelijkheid om een weekje erop uit te gaan, maar dat kost 220 euro. Het noodhulpbureau vindt een fonds.
  • De energierekening valt 140 euro hoger uit dan verwacht. De schuldhulpverlening dreigt te stranden door deze nieuwe schuld. Het noodhulpbureau betaalt de energierekening.
  • Een vrouw van 52 jaar gaat door stress onderuit: ze heeft schulden en haar kinderen kan ze bijna niet meer aan. Haar huisarts verwijst haar naar een psycholoog. Voor de schulden wordt zij doorverwezen naar schuldhulpverlening. Ook wordt zij aangemeld bij de Voedselbank. Hangende de schuldsanering wordt een bijdrage gevraagd voor de boodschappen.
  • Een 82 jarige man woont zelfstandig met alleen een AOW-uitkering. Zowel de wasmachine, koelkast, als televisie zijn dringend aan vervanging toe. De verstrekte bijzondere bijstand is onvoldoende. Een aanvullende bijdrage maakt de vervanging mogelijk.
  • Zij moet uit huis vanwege huiselijk geweld, krijgt een woning en Bijstand, maar moet de huur van de woning vooruit voldoen. Ze komt daardoor klem te zitten. Het noodhulpbureau komt via haar maatschappelijk werker binnen vier uur in actie, waardoor ze de sleutel van het huis in ontvangst kan nemen.
  • Een vrouw uit Angola fietst tegen een auto. De schade is een paar honderd euro. Tijdens haar asielaanvraag was zij ambtshalve verzekerd voor aansprakelijkheid. Drie weken geleden kreeg zij haar status en verviel de verzekering. Dat wist zij niet. Het noodhulpbureau vergoedt de schade. De hulpverlener zorgt dat zij direct een aansprakelijkheidsverzekering afsluit.

Er is bijna altijd sprake van multiproblematiek. Het noodhulpbureau beoordeelt altijd of er een ‘plan’ is voor structurele verbetering van de situatie.

Waarom een noodhulpbureau

  1. De hulp is snel en laagdrempelig. Via hulpverleners worden de moeilijkst bereikbare doelgroepen geholpen.
  2. SUN vult het gat dat gemeenten niet kunnen vullen, omdat zij gebonden zijn aan wet- en regelgeving (zie hoofdstuk 2 van de Werkwijzer Bijzondere Bijstand).
  3. De relatief kleine bijdragen werken als smeerolie voor de hulpverlening.
  4. De hulpverlener moet een ‘plan’ hebben voor een structurele aanpak van de problemen van het gezin. Er moet perspectief zijn.
  5. Elke euro verdient zich vele malen terug (lees: Eén probleemgezin kost overheid zeker 40.000 euro)
  6. Particuliere fondsen dragen bij aan het giftenbudget. Dat is een mooie aanvulling op de gemeentelijke budgetten voor armoedebestrijding en maatschappelijke ondersteuning.
  7. Ook lokale ondernemers kunnen bijdragen en zo hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.
  8. Het noodhulpbureau signaleert problemen van individuen en lokale en landelijke trends en koppelt deze terug aan de gemeente.
  9. De uitvoeringskosten zijn laag. Er is meestal één betaalde kracht die de aanvragen beoordeelt en administratief afhandelt. Vaak is er ondersteuning door vrijwilligers. De onbezoldigde bestuursleden kijken mee met de beoordeling (vier-ogenprincipe) en bepalen het beleid van het noodhulpbureau.
  10. Een eigen – lokaal of regionaal – fonds kent de hulpverleners en het lokale armoedebeleid en kan beter dan landelijke fondsen de aanvragen beoordelen. Soms stelt een fonds een potje beschikbaar aan schuldhulpverlening of maatschappelijk werk voor kleine uitgaven die niet afzonderlijk verantwoord hoeven te worden.

Een SUN is een welkome samenwerkingspartner voor de gemeente en past uitstekend in het armoedebeleid. Het is gepast dat de gemeente in het bestuur vertegenwoordigd is en tenminste de uitvoeringskosten financiert. Maar de gemeente moet ook een gezonde afstand bewaren als het gaat om beleid en claimbeoordeling. Het Rijk wil niet dat gemeenten via een SUN de Participatiewet omzeilen, en fondsen en hulpverleners willen niet dat gemeenten de bijstand op SUN afwentelen. Zie hoofdstuk 4 van de Werkwijzer Bijzondere Bijstand.

Ruim 100 jaar

De voorloper van SUNNederland, het Koninklijk Nationaal Steuncomité, werd in 1914 opgericht door minister Treub en Koningin Wilhelmina. Lees op onze website meer over de geschiedenis of bestel het boekje 100 jaar noodhulp in Nederland 1914-2014. Op sheet 6 van deze presentatie zie je enkele voorbeelden van andere fondsen in het sociaal domein.

Ja, ik wil

Heeft jouw gemeente nog niet een SUN of iets wat er op lijkt? Of is de noodhulp te versnipperd? Hoe richt je een noodhulpbureau op? Ik kom graag langs om er meer over te vertellen! Mail me op info@martijnschut.eu.

Miljoenennota 2016 definitief

De Miljoenennota 2016 en Begroting SZW 2016 zijn zojuist gepubliceerd. Ik ontdek geen grote verrassingen ten opzichte van wat er al was uitgelekt. Voor het gemak zet ik hieronder nogmaals de belangrijkste zaken op een rij.

De meeste Nederlanders gaan er volgend jaar op vooruit. Werkenden met een minimuminkomen profiteren het meest. Zij krijgen er volgens de koopkrachtplaatjes 5,3% bij. Voor niet-werkenden gelden de volgende koopkrachtplaatjes:

Sociale minima
Paar met kinderen 0,1%
Alleenstaande 0,0%
Alleenstaande ouder 0,0%
AOW (alleenstaand)
(Alleen) AOW 0,8%
AOW + € 10.000 0,1%
AOW (paar)
(Alleen) AOW 0,4%
AOW + € 10.000 0,1%

Tip: kijk naar de zojuist gepresenteerde koopkrachtberekeningen van het Nibud voor meer details.

  • De zorgpremie stijgt volgend jaar met zo’n €7 per maand. Het eigen risico blijft nagenoeg hetzelfde en gaat alleen iets omhoog vanwege de stijgende prijzen. Voor verreweg de meeste mensen die er recht op hebben, stijgt de zorgtoeslag met ongeveer €67.
  • Verhoging arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer €50.000 met max. €700 (NB. in vorige jaren werd hij ook telkens al verhoogd).
  • Volledige en snellere afbouw algemene heffingskorting (ik kan nu nog niet goed inschatten wat dat betekent voor het sociaal minimum. In 2012 werd de afbouw van de dubbele heffingskorting gestart. Lees hier wat dat betekent voor het sociaal minimum).
  • Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting om de arbeidsparticipatie van werkende ouders met jonge kinderen te bevorderen.
  • Verhoging kinderopvangtoeslag
  • Geen bezuiniging op huurtoeslag
  • Verhoging kindgebonden budget
    2e kind: + €33
    3e kind: + €100
    4e kind e.v.: + €177
  • Lage Inkomens Voordeel (LIV) maakt het vanaf 2017 aantrekkelijk om mensen met een laag inkomen (tot 120% minimumloon) in dienst te houden.
  • Tot nu toe moesten zzp’ers vaak eerst hun pensioen opmaken als ze een beroep deden op de bijstand. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor waarin onder voorwaarden vrijlating van het pensioenvermogen plaatsvindt. Het kabinet heeft gemeenten gevraagd hier in 2015 al rekening mee te houden.
  • Het kabinet gaat de regels rond de beslagvrije voet vereenvoudigen. De regeling is op dit moment te ingewikkeld, waardoor de beslagvrije voet soms te laag wordt vastgesteld.
  • Het kabinet heeft €100 miljoen per jaar vrijgemaakt om armoede en schulden te bestrijden. Het grootste deel hiervan gaat naar gemeenten. In mijn overzicht van gemeentelijke budgetten zie je dat het in 2016 gaat om €90 miljoen.
  • Ik lees niets specifiek over schuldhulpverlening.

 

 

Miljoenennota 2016

Volgens goed gebruik is de Miljoenennota ruim voor Prinsjesdag gelekt. Helaas vind ik hem nog nergens integraal online. Wel vind ik de volgende relevante flarden:

  • MiljoenennotaDe meeste Nederlanders gaan er volgend jaar op vooruit. Werkenden met een minimuminkomen profiteren het meest. Zij krijgen er volgens de koopkrachtplaatjes 5,3% bij.
  • Gepensioneerden en mensen met een uitkering gaan er niet op achteruit. In de oorspronkelijke plannen moesten deze twee groepen nog koopkracht inleveren. Maar de minnen zijn inmiddels weggepoetst.
  • De zorgpremie stijgt volgend jaar met zo’n €7 per maand. Het eigen risico blijft nagenoeg hetzelfde en gaat alleen iets omhoog vanwege de stijgende prijzen. Voor verreweg de meeste mensen die er recht op hebben, stijgt de zorgtoeslag met ongeveer €67.
  • Verhoging arbeidskorting (ik weet niet met hoeveel. NB. in vorige jaren werd hij ook telkens al verhoogd).
  • Volledige en snellere afbouw algemene heffingskorting (ik kan nu nog niet goed inschatten wat dat betekent voor het sociaal minimum. In 2012 werd de afbouw van de dubbele heffingskorting gestart. Lees hier wat dat betekent voor het sociaal minimum)
  • Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting
  • Verhoging kinderopvangtoeslag
  • Uitstel bezuinigingen huurtoeslag eenmalig
  • Verhoging kindgebonden budget
    2e kind: + €33
    3e kind: + €100
    4e kind e.v.: + €177
  • Lage Inkomens Voordeel (LIV) maakt het vanaf 2017 aantrekkelijk om mensen met een laag inkomen (tot 120% minimumloon) in dienst te houden
  • Ik lees niets over gemeentelijke budgetten armoedebeleid of schuldhulpverlening. Maar misschien zijn er morgen nog verrassingen.

 

Budgetten armoedebeleid en schuldhulpverlening 2012 – 2019

Ik heb een overzicht gemaakt van de gemeentelijke budgetten armoedebeleid en schuldhulpverlening. Of liever gezegd: de mutaties daarin, want het is niet mogelijk om per gemeente precies aan te geven welk budget beschikbaar is. De budgetten zijn in het gemeentefonds niet afgebakend en bijna altijd ongeoormerkt. Hieronder de budgetten vanaf vertrekjaar 2011.

Het maken van dit overzicht was geen sinecure, want de circulaires en Miljoenennota’s zijn erg lastig te lezen en onderling nauwelijks vergelijkbaar. Dus voor wat het waard is:

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Regeerakkoord okt. 2010. Structurele bezuiniging schuldhulpverlening -€20 -€20 -€20 -€20 -€20 -€20 -€20 -€20
Regeerakkoord maart 2011. Maximering inkomensgrenzen * – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40
Miljoenennota sept. 2011. Koopkracht van bijvoorbeeld chronisch zieken, gehandicapten en ouderen. €90 €90 €90 €90 €90 €90 €90 €90
Miljoenennota sept. 2011. Aanpassing norm kwijtschelding en bijzondere bijstand kinderopvang €10 €10 €10 €10 €10 €10 €10 €10
Regeerakkoord okt. 2012. Intensivering armoedebeleid €20 €70 €90 €90 €90 €90 €90
Regeerakkoord okt. 2012. Maatwerkvoorziening chronisch zieken en gehandicapten €45 €216 €266 €268 €268 €268
Meicirculaire 2014. Individuele studietoeslag €6 €12 €11 €6

* Hoewel de maximering in 2013 alweer ongedaan is gemaakt, is het budget niet gecorrigeerd.

In 2015 stelt Klijnsma €4 miljoen beschikbaar voor projecten van maatschappelijke organisaties voor het tegengaan van armoede en schulden.

Miljoenennota 2015

Ik ben er een tijdje tussenuit geweest, en dus heeft mijn blog wat witte vlekken. Die probeer ik de komende tijd zoveel mogelijk in te vullen. De Miljoenennota van vorig jaar, bijvoorbeeld. Wat stond daar in over armoedebeleid en schuldhulpverlening:

  • De maximale arbeidskorting wordt met 100 euro verhoogd. Mede hierdoor wordt de inkomensvooruitgang voor mensen die vanuit een uitkering aan het werk gaan groter. Speciale aandacht gaat uit naar de alleenstaande ouder die werkt tegen het minimumloon. Deze huishoudens gaan er volgend jaar 10 procent in koopkracht op vooruit dankzij de herziening van kindregelingen. Onderdeel van deze hervorming is de harmonisatie van de inkomensondersteuning voor kinderen met lage inkomens. Het wetsvoorstel lost de armoedeval voor de alleenstaande ouder in de bijstand op. Hiermee wordt een belangrijke financiële belemmering voor alleenstaande ouders om te gaan werken weggenomen.
  • “Sterke groei zzp’ers zet druk op welvaartsstaat”. Ik voel me aangesproken. Zzp’ers dragen bij aan werkgelegenheid, innovatie en productiviteit. Maar zzp’ers dragen geen werknemerspremie af (voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) en hebben ook minder toegang tot de sociale zekerheid dan werknemers. Ook zetten zij minder vanzelfsprekend middelen apart voor pensioen. Hierdoor is de kans op armoede groter, zowel op de korte als op de lange termijn. Zzp’ers leveren zo een kleinere bijdrage aan het collectief, maar profiteren wel van collectieve voorzieningen zoals AOW, zorg en bijstand. Het Kabinet schrijft een forse paragraaf (2.3.1.) over voor- en nadelen van de groei van het aantal zzp’ers, maar neemt (nog) geen nieuwe maatregelen. Wel zet het kabinet haar beleid voort om schijnzelfstandigheid en schijnconstructies met zzp’ers te bestrijden.
  • Schuldhulpverlening kwam in deze Miljoenennota niet aan bod.

Zometeen volgt een eerste artikel over de Miljoenennota 2016.

 

 

Budgetten armoedebestrijding per gemeente

sigarendoosOp de achterkant van een sigarendoosje heb ik per gemeente voor de periode 2012 e.v. berekend hoe het budget voor armoedebestrijding (bijzondere bijstand) groeit ten opzichte van het jaar 2011. Ik heb dit gedaan op basis van oude verdeelsleutels. Ik vermoed dat de uitkomsten behoorlijk accuraat zijn, maar ik bied geen enkele garantie!

In de berekeningen heb ik onder meer de volgende uitnames en toevoegingen meegenomen:

Miljoenennota 2012 (sep. 2011):

  • – €40 mln. maximering categoriaal beleid (inkomensgrens 110%)
  • + €10 mln. voor aanpassing norm kwijtschelding en bijzondere bijstand voor kosten kinderopvang;
  • + €90 mln. voor koopkrachtondersteuning van bijvoorbeeld chronische zieken, gehandicapten en ouderen.

Regeerakkoord (okt. 2012):

Download Budgetten per gemeente (lees daar eerst de toelichting!)

Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten

In het Regeerakkoord (p.61):

“De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het organiseren van zorg dicht bij mensen maakt vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk van regelingen als de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de fiscale regeling voor aftrek van specifieke zorgkosten en de Compensatie Eigen Risico (CER). Door decentralisatie van de financiële ondersteuning voor chronisch zieken en gehandicapten met meerkosten ontstaat uit een complex van ongerichte regelingen één eenduidig vangnet, waarmee de doelgroep op transparante wijze en met scherpe focus bereikt wordt. Voor het leveren van maatwerk door gemeenten aan chronisch zieken en gehandicapten die in de knel kunnen komen door meerkosten komt structureel ruim 760 mln. beschikbaar. […] Het wettelijk kader voor het uitvoeren van deze taak door gemeenten kan de Wmo of de Wet bijzondere bijstand [ik neem aan de WWB. red.] zijn, maar ook een nieuw op te stellen wettelijk kader behoort tot de mogelijkheden.”

2013 2014 2015 2016 2017 Structureel
Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten 100 709 759 761 761

Regeerakkoord: 100 miljoen voor armoedebestrijding

Op p.6 van het Regeerakkoord staat:

“De individuele bijzondere bijstand voor daadwerkelijk gemaakte kosten wordt verruimd. Extra aandacht is er voor gezinnen met kinderen, werkenden met een laag inkomen en ouderen met een klein pensioen. De mogelijkheden voor bijzondere bijstand in de vorm van een aanvullende zorgverzekering of een pas voor culturele, maatschappelijke en sportvoorzieningen worden ruimer. Het is belangrijk dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen kunnen sporten. Daarom wordt de subsidie aan Jeugdsportfonds Nederland verlengd en de Sportimpuls verhoogd. Mensen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen zonder zicht op verbetering, krijgen op individuele basis een toeslag. Categoriale bijzondere bijstand voor aannemelijke kosten wordt beperkt. Voor dit hele pakket wordt structureel 100 miljoen vrijgemaakt.”

P.63:

2013 2014 2015 2016 2017 Structureel
Intensivering armoedebeleid 80 100 100 100 100

Huishoudinkomenstoets wordt huishouduitkeringstoets

Het Regeerakkoord staat online. Daarin lees ik (p.5):

“De huishoudinkomenstoets wordt vervangen door een huishouduitkeringstoets. Dit voorkomt dat binnen een huishouden sprake kan zijn van stapeling van uitkeringen, waardoor de inkomsten hoger zijn dan bij de buurman of buurvrouw die aan het werk is. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat het wel loont om aan het werk te gaan door dit loon niet te verrekenen met de uitkeringen in het huishouden.”

Op p.69 staat:

“Een huishouduitkeringstoets wordt ingevoerd per 2015. Het normbedrag van de WWB wordt verlaagd naarmate in een huishouden meer inwonende volwassenen aanwezig zijn. De inkomsten van gezinsleden binnen het huishouden worden niet verrekend met de uitkering van de bijstandsontvanger, zodat werken lonend is en niet direct consequenties heeft voor de overige gezinsleden. Wel wordt de bijstandsuitkering lager naarmate er meer boven bedoelde gezinsleden zijn. Elk van de gezinsleden blijft een zelfstandig recht op bijstand houden.”

Ombuiging
De invoering van de huishouduitkeringstoets levert een bezuiniging op van 80 miljoen per jaar (p.63). Opvallend: dat is meer dan besparing die de invoering van de huishoudtoets moest opleveren (54 miljoen per jaar)!

2013 2014 2015 2016 2017 Structureel
Huishouduitkeringstoets 80 80 80 80

Uitwerking
Ik ben erg benieuwd hoe de huishouduitkeringstoets (zullen we vanaf nu spreken over HUT) uitgewerkt gaat worden!

De oplossing is volgens mij toch echt anders dan het alternatief dat de G4 vorig jaar aandroegen voor de huishoudtoets: Beperk de bijstandsnorm voor inwonende kinderen tot het niveau van de uitgaven die voor hen noodzakelijk zijn. Hierbij wordt gedacht aan het niveau van de persoonlijke toelage voor personen in een intramurale instelling (circa € 340 per maand) om bijvoorbeeld verplichte verzekeringen te betalen.