Het vernieuwde CBS-dashboard Schuldenproblematiek in beeld geeft gemeenten nu nog meer inzicht in de schuldensituatie van hun inwoners. Naast de omvang van de groep, brengt het dashboard nu ook de aard, de stapeling van langlopende betalingsachterstanden en de achtergrondkenmerken van huishoudens gedetailleerd in kaart. De cijfers zijn bijgewerkt tot 1 januari 2025.
De cijfers laten zien dat het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden licht afneemt, van 8,9% naar 8,6%. Maar tegelijkertijd groeit de groep die langdurig (minimaal 3 jaar) klem zit, van 61% naar 66%. Dit betekent dat de groep die eenmaal in de problemen zit, er steeds moeilijker op eigen kracht uitkomt. Wat opvalt is dat deze groep nog vaker tot sociaaleconomisch kwetsbare groepen behoren dan de totale groep huishoudens met problematische schulden. Vorig jaar zagen we een vergelijkbare trend rond armoede: de armoede neemt af, maar de armoede-intensiteit neemt toe.
Voorbeeld van te selecteren variabelen:
De verwachting is dat deze gegevens straks ook kunnen worden gekoppeld aan de gegevens die het CBS in het kader van Data delen armoede en schulden ophaalt bij gemeenten.
Voor het eerst in vijf jaar leven er weer meer mensen in armoede. Volgens het CBS hadden vorig jaar 551.000 mensen te maken met armoede, 3,1% van de bevolking. Deze groep mensen houdt na het betalen van de grootste vaste lasten (wonen, energie, zorg) te weinig geld over voor de andere minimale levensbehoeften.
De toename van de armoede heeft te maken met het wegvallen van de energiemaatregelen in 2024 en dan vooral de energietoeslag van veelal € 1.300. Met andere koopkrachtverhogende maatregelen zoals de verruiming van de huurtoeslag en de verhoging van het kindgebonden budget bleef het armoedepercentage in 2024 wel onder het niveau van 2021.
Ook armoede-intensiteit toegenomen
Armen komen inkomen tekort. In 2024 was het inkomen in doorsnee 19% lager dan de armoedegrens. Dat betekent dat de helft van de mensen in armoede meer dan 19% onder de armoedegrens verkeerde. Het tekort was in 2018 nog 12% en liep vooral in 2022 en 2023 op. In die jaren maakten bijstandsontvangers door de energietoeslag een minder groot deel uit van de arme bevolking en werkenden juist een groter deel. In arme huishoudens die voornamelijk inkomen uit werk hebben, komen mensen in doorsnee meer inkomen tekort dan in bijstandshuishoudens. In 2024 ging het bij bijstandsontvangers om 13%. In werknemershuishoudens was het tekort 22% en in zelfstandigenhuishoudens 33%.
Betalingsachterstanden en andere financiële problemen
Het merendeel van de (bijna-) armen had onvoldoende geld om versleten meubels te vervangen, jaarlijks een week op vakantie te gaan of regelmatig nieuwe kleren te kopen. Ook had 17% achterstanden bij de betaling van de maandelijkse huur- of hypotheeklasten, de elektriciteits-, water- of gasrekeningen of bij het afbetalen van een lening of op krediet gekochte artikelen. Mensen die niet arm en ook niet bijna-arm zijn, hadden hier relatief weinig mee te maken.
Van de mensen die arm of bijna-arm zijn, gaf 35% in 2024 aan (zeer) moeilijk te kunnen rondkomen. Bij de mensen die niet arm en niet bijna-arm zijn, was dat 5%. Het percentage armen en bijna-armen dat zegt schulden te moeten maken, kwam uit op bijna 12. Van de mensen in huishoudens met meer inkomen of een voldoende vermogensbuffer was dat 2%. Arme en bijna-arme mensen hebben bovendien vaker problematische schulden en komen vaker in de schuldsanering terecht dan mensen die dat niet zijn. Ook zijn armen en bijna-armen minder tevreden over hun financiële situatie en somberder over de financiële toekomst.
In 2024 had 30% van alle mensen die in armoede leven, te maken met geregistreerde problematische schulden. 1 op de 5 armen heeft al drie jaar op rij problematische schuld.
Cijfers per gemeente
De top vijf van gemeenten met de meeste armoede werd aangevoerd door Vaals (6,9%). De andere gemeenten in de top vijf waren Amsterdam (6,7%), Den Haag (6,4%), Rotterdam (6,3%) en Groningen (5,8%). Bekijk de cijfers per gemeente op Statline. De zijn de cijfers met de nieuwe armoededefinitie. Hier vind je het aantal huishoudens met een inkomen tot x% van het sociaal minimum. Let op, je kunt zelf de variabelen aanpassen en tabellen samenstellen.
Onderzoek van Ipsos I&O laat zien dat 60% van terugvorderingen van uitkeringen leidt tot negatieve effecten.
In een reactie noemt het kabinet de conclusie dat 25% van de betrokkenen ernstigenegatieve effecten ondervindt van een terugvordering verontrustend. En bijzonder zorgwekkend is ook de bevinding dat een terugvordering voor 5% van de mensen tot problematische schulden leidt. Dit zou volgens het kabinet niet moeten mogen en het huidige vorderingenbeleid biedt ook waarborgen om dit te voorkomen. Terugvordering is een verplichting, maar er is recent meer ruimte ontstaan om in bepaalde situaties geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
Initiatieven als schoolontbijten, laptops en sportabonnementen helpen niet goed genoeg, concludeert Kinderombudsman Margrite Kalverboer. Uit hun onderzoek blijkt dat kinderen die in armoede leven hun leven een lager cijfer geven dan leeftijdsgenoten met genoeg geld thuis. Voor het onderzoek hebben bijna 10.000 kinderen 8 jaar lang vragenlijsten ingevuld. In Nederland leeft 1op 28 kinderen in armoede (3,6%). Bekijk de cijfers van jouw gemeente.
Aanbevelingen voor gemeenten
De Kinderombudsman stelt dat de verschillen tussen gemeenten in strijd zijn met het recht op gelijke behandeling (artikel 2 van het Kinderrechtenverdrag). Gemeenten zouden ‘integraal armoedebeleid’ moeten voeren. De focus ligt nu te eenzijdig op het verstrekken van fietsen, laptops en sportabonnementen en dergelijke. De Kinderombudsman heeft de volgende aanbevelingen voor gemeenten:
Maak voor de invulling van integraal armoedebeleid gebruik van de 14 omgevingsvoorwaarden (p.23 van het rapport): Aandacht van ouders, Structuur, Voorbeeld ouders, Interesse van ouder, Opvoeding, Veiligheid thuis, Verzorging, School en vrije tijd, Vrienden, Andere volwassenen, Voorbeeld andere volwassenen, Respect, Veiligheid buurt en Zekerheid en toekomstperspectief.
Kijk wat nodig is binnen je organisatie voor een integrale aanpak van armoede onder kinderen. Wie moeten de verschillende onderdelen van de levens van deze kinderen onderzoeken en meenemen in besluiten? Gaat het om verschillende afdelingen of organisaties? Hoe hebben die contact met elkaar en met gezinnen? Hoe wordt bepaald wat een gezin nodig heeft? En hoe wordt daarna gekeken of dat klopt?
Zet getrainde professionals in die met kinderen praten over de kwaliteit van hun leven. En gebruik daarbij de 14 omgevingsvoorwaarden. Het is belangrijk dat kinderen hun antwoorden delen met de juiste professionals. Dat moeten mensen zijn met kennis over de ontwikkeling van kinderen.
Vraag ouders hoe zij de 14 omgevingsvoorwaarden ervaren. En laat hen aangeven op welke onderdelen zij hulp of ondersteuning nodig hebben.
Aanvulling 26/9/2025: in de figuur in het dossier cijfers is te zien dat het aantal lopende schuldenbewinden in 2024 opnieuw daalde, terwijl het aantal lopende toestandsbewinden opnieuw licht steeg.
Het bereiken van inwoners met een migratieachtergrond is voor veel (schuld)hulpverleners een uitdaging. Vaak sluit de formele hulpverlening niet goed aan op de leefwereld van deze groep, zo blijkt uit onderzoek van het KIS. Slechts 5% van de gemeenten traint bijvoorbeeld medewerkers in vaardigheden op het gebied van cultuur- of diversiteitsensitief werken.
De NVVK ontwikkelt momenteel een werkwijzer interculturele hulpvragers. Deze biedt nóg meer praktische handvatten en is specifiek gericht op het oplossen van schulden.
Vanaf heden neemt het CPB de ‘armoede-intensiteit’ op in haar halfjaarlijkse ramingen. Armoede-intensiteit is het procentuele verschil tussen het besteedbaar inkomen en de armoedegrens. Het CPB hanteert daarbij de nieuwe armoededefinitie.
Het aantal mensen in armoede in Nederland neemt af sinds 2018. Maar het aantal mensen met een inkomen van minder dan 30% onder de armoedegrens is de afgelopen jaren hetzelfde gebleven. Daardoor loopt de doorsnee armoede-intensiteit (mediaan) op. Na 2021 loopt de doorsnee armoede-intensiteit op van 10% naar 20% in 2026. Anders gezegd: Minder mensen in armoede, maar overblijvende groep komt gemiddeld meer tekort.
De groep mensen met een hoge armoede-intensiteit komt in 2026 meestal uit huishoudens met loon- of zelfstandigeninkomen. Deze huishoudens vragen relatief vaak niet de toeslagen aan waar zij recht op hebben. Werknemers in armoede hebben vaak een lager inkomen vanwege een laag aantal gewerkte uren. Voor zelfstandigen in armoede ontstaat het lage inkomen door het lage uurtarief.
Mensen met een bijstandsuitkering hebben vaak een relatief lage armoede-intensiteit. Zij vragen meestal al hun toeslagen aan, maar samen met hun uitkering is dit niet altijd voldoende om boven de armoedegrens uit te komen.
Het zeer lezenswaardige onderzoeksrapport van het Instituut voor Publieke Economie (IPE) belicht de complexe realiteit van inkomensafhankelijke gemeentelijke regelingen, waarmee gemeenten noodgedwongen de lacunes in landelijk beleid opvullen. Hoewel deze regelingen essentiële ondersteuning bieden aan mensen met een laag inkomen, veroorzaken ze ook rechtsongelijkheid, complexiteit en inefficiëntie.
De 21 onderzochte gemeenten kennen maar liefst 90 verschillende inkomensafhankelijke regelingen. Hetzelfde huishouden kan, afhankelijk van de woonplaats, €200 meer of minder per maand krijgen. In 2021 ging er naar schatting bijna € 1 miljard om in gemeentelijk minimabeleid. Hiervan werd 2/3 besteed aan bijzondere bijstand en 1/3 aan regelingen die hier niet onder vallen. Gemeentelijke regelingen kunnen oplopen tot 7% van het inkomen van een huishouden in de bijstand.
Aanbevelingen
IPE vond 5 regelingen die het beste bij gemeenten passen, omdat ze gericht zijn op individueel maatwerk of lokale verschillen. Maar de onderzoekers vonden ook 6 regelingen die beter landelijk kunnen worden uitgevoerd, omdat de Rijksoverheid voldoende gegevens heeft en er geen individueel maatwerk nodig is. Ten slotte vonden ze 21 participatieregelingen die gemeenten kunnen samenvoegen tot één minimatoelage. Ze doen uiteindelijk de volgende aanbevelingen, die ik van harte onderstreep en die bovendien goed aansluiten op die van de Commissie Sociaal Minimum en het programma Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor Mensen (VIM):
Rijksoverheid:
Gemeenten:
1.Verminder de afhankelijkheid van gemeentelijke regelingen door de bestaanszekerheid via landelijk beleid te verhogen. 2. Centraliseer kinderopvang-, laptop- en meerkostenregelingen en de studietoeslag, collectieve zorgverzekering en individuele inkomenstoeslag. 3. Maak geld geven makkelijker voor gemeenten en hanteer een heldere, werkbare definitie van inkomenspolitiek. (en maak ambtshalve verstrekking mogelijk, red.) 4. Spreek met de Belastingdienst af welke regelingen wel en niet worden belast. 5. Maak expliciet welke regelingen gemeenten moeten en mogen aanbieden en tegen welke voorwaarden. 6. Richt een landelijk kennis- en datacentrum op voor gemeentelijk minimabeleid (aansluitend op DDAS, red.)
1. Voeg participatieregelingen samen in één minimaregeling (zie fig. 3.1 hieronder en voorbeeld Wageningen, red.) 2. Geef deze minimaregeling zoveel mogelijk de vorm van vrij besteedbaar geld. 3. Expliciteer regelingen in de bijzondere bijstand. 4. Vereenvoudig het aanvraagproces zoveel mogelijk en ken zoveel mogelijk proactief toe.
Interessante figuren
De volgende figuren vatten het rapport wat verder samen. Klik om ze te vergroten.
In figuur 1.6. zie je de waarde van formele en informele regelingen. Formele regelingen worden volledig door de gemeenten gefinancierd en uitgevoerd. Deze regelingen zijn in lokale verordeningen vastgelegd en elke inwoner die aan de voorwaarden voldoet, heeft hier recht op. Informele regelingen zijn regelingen die niet door de gemeente worden uitgevoerd.
In figuur 3.1. zie je welke regelingen kunnen worden gecentraliseerd, samengevoegd of afgeschaft. Zie legenda midden-boven en klik om te vergroten.
CBS, SCP en Nibud presenteerden gisteren de nieuwe methode om armoede te meten. In die nieuwe methode worden de werkelijke kosten die mensen hebben aan wonen en energie meegenomen in plaats van gemiddelden. Daarnaast is gekeken of huishoudens een financiële buffer hebben. Extra zorgkosten, schulden en kinderopvangkosten worden niet meegerekend, en er wordt van uit gegaan dat mensen alle toeslagen aanvragen. Kijk voor meer uitleg op CBS.nl.
Volgens de nieuwe methode leefden in 2023 540.000 mensen onder de armoedegrens. Dat is 3,1% van de bevolking. Hoewel het aantal armen in 2023 lager was dan in de jaren ervoor, nam de ernst van de armoede toe.
Per gemeente
De armoedecijfers zijn ook per gemeente beschikbaar, maar dan alleen over 2022 en 2023. Bekijk tabel 5 (.xls).
Op Statline (van CBS) staan nu alleen nog de cijfers per gemeente volgens de oude definities (laag inkomen of percentage van sociaal minimum).
Ik heb deze grafiek bijgewerkt met de nieuwe cijfers (ook te vinden op de pagina Cijfers):
Het aantal mensen in armoede daalt in 2024 en 2025. Dat verwacht het CPB in een nieuwe raming. Het CPB hanteert het niet-veel-maar-toereikendcriterium als armoedegrens.
In 2023 leefde 4,6% van de bevolking onder de armoedegrens. In 2025 is dat naar verwachting 4,1%. Ook het percentage kinderen in armoede daalt, van 5,8% in 2023 naar 4,6% in 2025. Na 2025 loopt de armoede wel weer licht op.
In de raming zijn maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet meegenomen, voor zover ze duidelijk genoeg waren. In de raming is logischerwijs niet meegenomen wat de effecten zijn van maatregelen die binnenkort worden aangekondigd op Prinsjesdag. De raming van het CPB vormt wel de basis voor de onderhandelingen in de aanloop naar Prinsjesdag. Zo werden in het verleden bijvoorbeeld nog bepaalde toeslagen verhoogd, zodat de koopkracht van sommige groepen verbeterde. Met Prinsjesdag komt het CPB dan met een nieuwe raming, waarin de Prinsjesdagmaatregelen wel zijn meegenomen.
Ik verbaas me wel een beetje over de raming. In 2022 en 2023 had de energietoeslag een zeer grote invloed op de armoedecijfers (wel met een andere definitie van armoede). Welke maatregelen maken dan dat de armoede nu blijft dalen ondanks het wegvallen van de energietoeslag? Anyway, we gaan het zien.
Het kabinet stelt in het hoofdlijnenakkoord als doel dat de (kinder-)armoedecijfers niet uitkomen boven referentiejaar 2024. Deze doelstelling is minder ambitieus dan die van het vorige kabinet.
Alsof ik het niet al druk genoeg heb met de vakantie deadlines trakteerden afzwaaiende bewindslieden me de afgelopen weken op een flinke stapel rapporten en voorstellen voor verbetering van de schuldenketen. Tussen afwezigheidsassistent aanzetten en kampeerspullen inpakken kom ik eindelijk toe aan het lezen van de meest veelbelovende stukken.
Het IBO-rapport Naar een werkende schuldenketen springt er wat mij betreft bovenuit. Dit rapport is opgesteld door de ministeries zelf, dus niet in opdracht van. Ik gaf de opstellers onlangs al complimenten, maar ben nog enthousiaster nu ik het echt goed gelezen heb. Het is de beste analyse sinds die van de commissie Boorsma in de jaren ’90. Er worden niet alleen knelpunten benoemd, maar er worden ook hele concrete en wat mij betreft goede voorstellen voor verbetering gedaan. Dit overstijgt het niveau van pleisters plakken.
Ze onderscheiden zes ‘essentiële maatregelen’. In de samenvatting hieronder noem ik ook een deel van de 14 ‘praktische maatregelen’ en 52 beleidsopties:
Integraal schuldenoverzicht. Alle schulden van een huishouden worden samengebracht in één overzicht. Het huishouden kan (schuld)hulpverleners en deurwaarders toegang geven. Ook kunnen vanuit het schuldenoverzicht op termijn gerichte signalen worden gegeven als schulden problematisch dreigen te worden (vroegsignalering). Voorstellen voor een schuldenregister strandden in het verleden op privacy-bezwaren, maar nu lijkt de AVG geen belemmering meer te zijn.
Eén loket voor overheidsincasso: 1 vorderingenoverzicht, 1 gezamenlijke betalingsregeling, 1 partij die gemachtigd is om maatwerk te bieden. Op termijn uitgebreid met medeoverheden. Deze maatregel is al in gang gezet.
Zorgplicht gerechtsdeurwaarders. Hiermee krijgen deurwaarders de mogelijkheid rekening te houden met de belangen van debiteuren en moeten ze zich richten op het voorkomen van een nodeloze oploop van schulden. Dit kan bijvoorbeeld door een collectief afbetalingsplan te faciliteren (zie 4). Ook moeten deurwaarders mensen met een te beperkte betaalcapaciteit actief doorverwijzen naar schuldhulp. Hiervoor krijgen ze een sociaal tarief. NB. Dit onderdeel wordt verder uitgewerkt in de Contourenschets Civiele Invordering van voormalig minister Weerwind (28 juni jl.). NB. Ik zou hier een meldplicht aan toevoegen; bijvoorbeeld als blijkt dat de schuld niet in 18 maanden kan worden afgelost, dat de deurwaarder dan (bijv. via het integraal schuldenoverzicht) een melding moet doen bij de gemeente, zoals bij vroegsignalering. Als je de deurwaarder hiervoor betaalt kan het misschien te aantrekkelijk worden om de debiteur vast te houden?
Met een collectief afbetalingsplan wordt de afloscapaciteit naar rato verdeeld over alle schuldeisers. Dit gebeurt op verzoek van de debiteur door een schuldbemiddelaar zoals bedoeld in art. 48 Wck (o.a. gemeente, deurwaarder, bewindvoerder). De schuldbemiddelaar kan met een pauzeknop alle incasso-activiteiten pauzeren. Blijkt de schuldenlast te hoog, dan moet de schuldbemiddelaar actief wijzen op schuldhulp. Wat mij betreft dus verplicht melden zoals bij vroegsignalering.
Om de kwaliteit van schuldhulp te verbeteren en verschillen tussen gemeenten te verkleinen wordt een traject van leren en verbeteren gestart om het bestaande kwaliteitskader inhoudelijk te laden. Daarnaast wordt bij wet vastgelegd dat gemeenten hieraan moeten voldoen (inclusief in welke termijnen). NB. Ik zou de gedragscodes en convenanten van de NVVK en de basisdienstverlening een wettelijke basis geven, zodat die niet alleen gelden voor alle gemeenten, maar ook voor alle schuldeisers. Leg vast wat gemeenten minimaal aan budgetbegeleiding, budgetbeheer en nazorg moeten bieden (beleidsoptie S11). En leg voor de hele keten vast hoe je de afloscapaciteit berekent. En dan daarnaast een traject van leren en verbeteren starten.
Integreren van minnelijke en wettelijke traject tot één helder schuldentraject. De nieuwe regeling is laagdrempelig, start met een automatisch moratorium en kent voor de verdere afwikkeling vaste regels en termijnen. Het traject wordt overal op dezelfde manier uitgevoerd en de debiteur kan zelf bepalen door wie hij het traject laat uitvoeren. Hierbij is een voorstel dat gemeenten een schuldregeling bindend kunnen maken, zonder tussenkomst van de rechter, bijvoorbeeld op het moment dat 2/3e van de schuldeisers akkoord is. Hiervoor is aanpassing van de Wgs noodzakelijk. Om de mogelijkheid tot bezwaar en beroep open te houden voor schuldeisers, zal de gemeente deze mogelijkheid moeten inrichten. Indien de afhandeling van het bezwaar voor de schuldeiser niet het gewenste effect heeft dan staat de weg naar beroep (rechter) open. Als het niet lukt om 2/3e akkoord te laten gaan, kan de schuldbemiddelaar een verzoek bij de rechtbank indienen voor een dwangakkoord en/of Wsnp, zoals nu ook het geval is. Ook het centraliseren van schuldregeling wordt als beleidsoptie (S10) genoemd.
De voorstellen omvatten de belangrijkste elementen van 1 Schuldenwet. Het is aan het nieuwe kabinet om hierover richting de Tweede Kamer een standpunt te formuleren.
De Arbeidsinspectie presenteerde op 25 juni het rapport De weg naar een schone lei – Onderzoek gemeentelijke schuldhulpverlening. Het onderzoek geeft inzicht in hoe gemeenten de schuldhulpverlening uitvoeren, en benoemt een aantal aandachtspunten. Bekijk de infographic. Ik lees geen verrassende bevindingen. Wel fijn om te lezen: ‘Als hulpvragers eenmaal in de schuldhulpverlening zitten gaat er veel goed. De wettelijke termijn van vier weken tussen aanmelding en intake wordt in verreweg de meeste gevallen gehaald. Vaak hebben hulpvragers al binnen een week na de aanmelding een eerste gesprek met de hulpverlener. Als een intake toch later plaatsvindt, komt dat meestal doordat de hulpvrager het gesprek wil verplaatsen. Na het intakegesprek wordt ook de beschikking doorgaans binnen de wettelijke termijn (8 weken na aanmelding) afgegeven. De meeste hulpvragers vinden dat hun schuldhulpverlener hulpvaardig en begripvol is. Ook vindt men hun hulpverlener doorgaans goed bereikbaar.’
HvA: Financiële dienstverlening; toen, nu en straks
Het rapport van de HvA geeft ons een mooie geschiedenisles. Bij het rapport vind je een praatplaat met de belangrijkste bevindingen, een tijdlijn (van 1990-2022) waarop relevante gebeurtenissen, wetswijzigingen en ontwikkelingen over de tijd zijn weergegeven en onderstaande animatie die alle informatie samenvat en als basislesmateriaal over schuldhulpverlening kan dienen.
De conclusie is wat mij betreft, dat weliswaar de verantwoordelijkheidsverdeling en wet- en regelgeving de afgelopen decennia voortdurend veranderden, maar dat we in de kern nog steeds schuldregelen volgens dezelfde principes: schuldenaar lost af wat ‘ie in een bepaalde periode kan aflossen, rekening houdend met een vrij te laten bedrag, schuldeisers schelden de rest kwijt, gelijkberechtiging, toets op goede trouw en inkomensperspectief, en we werken aan oorzaken en gedrag. Ruim 25 jaar na commissie Boorsma en invoering Wsnp is nu de tijd rijp om deze principes in 1 wet vast te leggen en de schuldenketen te herschikken rond de zes essentiële maatregelen van het IBO.
SZW heeft de effectiviteit van 30 interventies voor preventie en vroege aanpak van geldzorgen laten onderzoeken, met de vraag wat de werkzame bestanddelen zijn. Doel is om gemeenten en andere organisaties extra handvatten te geven in hun keuzeproces voor de inzet op de preventie. In het rapport lees je meer over deze 30 interventies:
Signaleren, individueel advies geven en doorverwijzen
De Voorzieningenwijzer
Geldfit
Informatiepunt Digitale Overheid
JIP
Samen erop vooruit
SchuldHulpMaatje
Voorlichting en educatie
Aan de slag met je geldzaken – online cursus Nibud
Sterk met geld
Money Start
Nooit meer skeer
SpaarWijs
Op eigen kracht-training
Ondersteuning (langduriger)
Cash2Grow
Fris Supermarkt
Get a Grip
Oprecht
Plinkr
Sociaal Raadslieden
Stichting BuurtBazen
Effectief inrichten van de fysieke en sociale omgeving
Vorig week presenteerde de NVVK haar Jaarverslag 2023. De meest opvallende cijfers:
Aanmeldingen schuldhulpverlening 2007 – 2023
5% meer aanmeldingen (79.514 in 2023)
Maar liefst 62% meer ondernemers (5.578 in 2023). Deze stijging werd verwacht, onder meer na de aankondiging dat de Belastingdienst uitgestelde vorderingen echt zou gaan innen.
46% heeft midden- of hoger inkomen (in 2022 was dat 43%).
Gemiddelde schuld daalt van €40.170 naar €38.735.
8% minder schuldregelingen (saneringskrediet + schuldbemiddeling). Aandeel sk’s loopt nog steeds op, nu 70%.
12% meer doorverwijzingen naar Wsnp. Daarmee wordt lange dalende trend gestuit.
Vier jaar geleden schreef ik over de toen net geïntroduceerde Armoedescan van het CBS. De Armoedescan is inmiddels flink doorontwikkeld en beproefd. Lees op CBS.nl over de huidige stand van zaken of ga direct naar de Armoedescan met cijfers van jouw gemeente.
De Basis Armoedescan biedt voor alle gemeenten basisinformatie over de doelgroep.
De Lokale Armoedescan geeft inzicht in het bereik van de lokale minimaregelingen. Dit inzicht krijg je alleen als je cijfers over het gebruik van jouw minimaregelingen aanlevert. Op dit moment zijn Arnhem, Den Haag, Dordrecht, Leiden, Groningen, de Kempengemeenten (Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-de Mierden en Oirschot) en Schagen aangehaakt.
Het CBS is voornemens om ook schuldhulpdata op te gaan halen bij gemeenten.
Meer weten? Stuur een e-mail naar ASD@cbs.nl o.v.v. Dashboard armoedescan (PR002374).
Volgens het Nibud gaan vrijwel alle huishoudens er in 2024 op vooruit. Als je werkt en kinderen hebt, stijgt je koopkracht het meest. Maar er zijn ook huishoudens die hun koopkracht zien dalen. Vooral alleenstaanden met een laag inkomen gaan er door het verdwijnen van de energietoeslag tussen de € 65 en € 75 op achteruit.
Klik op deze tabel voor 10 uitgewerkte voorbeelden (.pdf)
Wist je dat het Nibud ook de koopkracht in jouw gemeente kan berekenen? Ze noemen dat de Minima Effect Rapportage (MER). Ze brengen dan naast de effecten van landelijke regelingen ook de effecten van gemeentelijke minimaregelingen in beeld. Je krijgt inzicht in welke huishoudens een tekort hebben, en in welke mate de armoedeval optreedt (fictief voorbeeld):
Neem voor meer info contact op met Sanne Lamers van het Nibud.
Stadsring, de schuldhulporganisatie voor Amersfoort en Leusden, scheldt saneringskrediet deels kwijt als jongeren zich houden aan bepaalde doelen die zij voor zichzelf stellen in een toekomstplan: bijvoorbeeld het afronden van een opleiding, het behouden van een baan, minder drinken en roken of de woonruimte op orde houden.
De aanpak startte in de tijd dat het traject nog 36 maanden duurde, maar ook nu nog kan een deel van de 18 maanden worden kwijtgescholden.
Stadsring experimenteerde ook met een turbo saneringskrediet voor jongeren met een schuldenlast tot €1.000 (in 2024 verhoogd naar €1.500). De ambitie is om binnen één week een afkoopvoorstel van 40% te doen aan de schuldeiser(s). Jongeren zonder afloscapaciteit kunnen het krediet volledig aflossen middels een tegenprestatie. Jongeren met draagkracht betalen maximaal 1 jaar een passende aflossing (max. €25 per maand) naast de tegenprestatie.
Lees meer in de Volkskrant (19 dec. ’23) en het evaluatierapport van Stadsring (11 dec. ’23). In de evaluatie lees je ook wat Stadsring nog meer doet om jongeren te bereiken en te helpen.
Misschien is deze aanpak ook geschikt voor volwassenen?
Je ziet per gemeente en wijk hoeveel inwoners geregistreerde problematische schulden hebben, hoeveel er jaarlijks instromen en welke kenmerken ze hebben (kinderen, leeftijd, herkomst, huishoudtype, etc.).
Na een redelijke stabiele periode is er een toename van 7,7% (618.090 huishoudens) op 1-1-2021 naar 8,8% (726.210 huishoudens) op 1-1-2023. Deze toename zit vooral bij de Belastingdienst. Zonder de Belastingdienst zou de schuldenproblematiek waarschijnlijk licht zijn afgenomen in de laatste 3 jaar.
Gisteren meldde het CBS dat het armoedepercentage sinds 1977 nog nooit zo laag is geweest: vorig jaar had 3,8% van de bevolking een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Ook de kinderarmoede en langdurige armoede zijn fors gedaald. Ik heb de cijfers verwerkt in deze grafiek:
(klik om te vergroten)
Trends armoede en schulden vanaf 2011 (=100)
De sterke daling in 2022 hangt samen met de energietoeslag en andere inkomensondersteunende maatregelen. Als die maatregelen niet worden meegeteld, zou het armoedecijfer op 5,9% uitkomen, dus juist hoger dan in 2021 (5,0%) .
Uitgaven bijzondere bijstand
De energietoeslag heeft ook een grote invloed op de uitgaven bijzondere bijstand (zwarte lijn in grafiek). Het CBS meldde vorige week dat gemeenten in 2022 ruim drie keer zoveel uitgaven als het jaar daarvoor. Ik heb het buiten beschouwing gelaten, omdat het niet in mijn grafiek past. En het is ook niet mogelijk om alleen de energietoeslag buiten beschouwing te laten.
Beschermingsbewind
Uit hetzelfde CBS-onderzoek blijkt dat gemeenten in 2022 €188 miljoen uitgaven aan bijzondere bijstand voor beschermingsbewind. Dit is €58 miljoen meer dan in 2021, wat neerkomt op een stijging van 45%. In 2019 zagen we ook al een stijging van 45%. Ook deze cijfers heb ik toegevoegd aan de grafiek (gestreepte groene lijn). Ik vind geen verklaring voor het zeer grillige verloop van de uitgaven sinds 2016.
65% van de schuldregelingen wordt gedaan met een saneringskrediet. Dat is nog geen 90%, maar we zijn op de goede weg.
Het aantal schuldregelingen voor ondernemers steeg van 2.187 in 2021 naar 3.447 in 2022. Da’s een toename van 58%.
De gemiddelde schuld van particulieren bleef nagenoeg gelijk (€37.485), maar de gemiddelde schuld van ondernemers daalde aanzienlijk van €112.673 naar € 74.000.
In 2022 zagen NVVK-leden meer mensen met een modaal of een bovenmodaal inkomen, en minder met een minimuminkomen of lager.
Het aantal schuldregelingen daalde, maar het aantal betalingsregelingen steeg; een trend die sterker kan worden naarmate vroegsignalering effectiever wordt. Amsterdam ziet bijvoorbeeld een duidelijk verband tussen afname van het aantal schuldregelingen en toename van het aantal betalingsregelingen, als gevolg van een sterke inzet op vroegsignalering.
Tegen eerdere verwachtingen in, is het aantal aanmeldingen voor schuldhulp niet sterk gestegen in 2022. Het aantal aanmeldingen ligt weer op het niveau van voor corona. Dat blijkt uit de Monitor Schuldhulpverlening in onzekere tijden.
In 2019 introduceerde Utrecht een nieuwe schuldenaanpak. Een in het oog springende maatregel was de verkorting van aflosperiode: de gemeente scheldt max. 12 maanden of €1.000 van het saneringskrediet kwijt als er zicht is op duurzame schuldenvrijheid. Ook verlaagde Utrecht de eisen aan het schuldregelingsdossier: als 80% van het dossier op orde is, wordt de rest geschat (80/20-regel). Er is een ‘Oepspotje’ voor de gevallen waarbij een verkeerde schatting is gemaakt.
Andere maatregelen (allerminst uitputtend):
Studenten die wettelijk gezien door hun situatie niet kunnen aflossen op hun schulden, kunnen door gedeeltelijke kwijtschelding toch schuldenvrij worden zonder de studie te hoeven afbreken.
Het Voorkom-erger-potje is een soort maatwerkbudget. In een Whatsapp-groep beslissen hulpverleners van het buurtteam met elkaar over bedragen tot €500.
Inwoners (zowel jongeren als volwassenen) krijgen, nadat ze een (bijzondere) bijstandsaanvraag hebben gedaan, de vraag of ze open staan voor een vrijblijvend Rondkomengesprek: een gesprek over geld, rondkomen en alles daaromheen.
Utrechtse jongeren die bijna 18 worden krijgen een verjaardagskaart met info over wat het betekent om (financieel) volwassen te zijn (zie nieuwsbericht).
Sociaal raadslieden zijn standaard aanwezig bij rolzittingen van de rechtbank. Als er gedaagden met geldproblemen aanwezig zijn verwijst de rechter ze direct door naar de sociaal raadslieden.
In het kader van de vroegsignalering zijn er afspraken gemaakt met deurwaarders over warme doorverwijzing naar de buurtteams.
Er is een gezamenlijk aanbod van ASR, Rabobank, Volksbank, Nibud, DOCK, gemeente en U-Centraal voor gratis gastlessen en financiële educatie in het gehele Utrechtse onderwijs, van primair onderwijs tot hbo/wo.
De gemeente heeft 6 ervaringsdeskundigen in dienst genomen als praktisch ondersteuner. Ze motiveren mensen om hulp te aanvaarden en bieden zelf praktische hulp bij het op orde brengen van de administratie, het bellen met schuldeisers en de aanmelding voor schuldhulp.
Met het Huishoudboekje beheert de gemeente de bankrekening van de inwoner en betaalt hiervan maandelijks de vaste lasten voor de inwoner, wat overblijft krijgt hij of zij als leefgeld. Schommelingen in het inkomen worden met een buffer van maximaal €1.500 in het Huishoudboekje opgevangen. Inmiddels maken ca 550 inwoners gebruik van het Huishoudboekje, waaronder standaard alle statushouders. Vanuit andere gemeenten is er veel interesse; samen met de VNG wordt gewerkt aan landelijke opschaling.
In de pilot sociaal renoveren wordt bij een fysieke renovatie (van een flatblok) met de corporatie, aannemer en bewoners in gesprek gegaan over sociale vraagstukken betreffende werk of bestaanszekerheid. Er is een nieuwe functie van bewonersverbinder ontwikkeld. Deze medewerker, met eenzelfde culturele achtergrond als veel inwoners van de flat, zoekt laagdrempelig contact, is gericht op vertrouwen winnen en gaat in gesprek zonder agenda. De bewonersverbinder helpt inwoners overzicht te creëren over de eigen leefsituatie en hulpvragen te formuleren en heeft daarmee een brugfunctie tussen inwoners en instanties.
Invordering op maat. Werk en Inkomen hanteert bij incasso een lijn van algemene coulance waar mogelijk en het vergroten van persoonlijk contact met de inwoners. Inwoners worden kort na een besluit telefonisch benaderd om in overleg te bepalen welk maandelijks bedrag voor hem/haar reëel en wenselijk is.
Als schuldeisers niet mee willen werken aan een aanbod voor een schuldregeling, kan de rechter hen dwingen middels een dwangakkoord. Vaak stemmen schuldeisers alsnog in met het voorstel, zodra ze de uitnodiging van de rechtbank ontvangen, waardoor de zitting niet nodig is. De gemeente en de rechtbank hebben een slimme werkwijze bedacht en ingevoerd: eerst de schuldeisers uitnodigen voor de zitting, daarna pas het complete verzoek indien. In drie kwart van de gevallen als dit laatste niet meer nodig. Dat bespaart veel stress, tijd en geld.
Uit de evaluatie blijkt dat er mooie resultaten zijn behaald, zoals:
De gemiddelde schuldenlast bij aanvang van een schuldregeling is in 4 jaar meer dan gehalveerd: van € 44.000 in 2019 naar € 21.300 in 2022.
De doorlooptijd tussen het eerste intakegesprek en de start van een schuldregeling is gedaald van 11 maanden in 2020 tot een kleine 5 maanden in 2022.
Het aantal schuldenbewinden is in 5 jaar tijd met 30% gedaald.
TNO deed ook onderzoek naar de samenhang met gezondheid. Wat blijkt (geen verrassing): hoe meer energiearmoede, hoe hoger de gezondheidskosten. Dat lees je in het rapport Gezondheidskosten en energiearmoede.
De eerste vier jaar van m’n leven woonde ik in dit huis in Nieuweschans (Oldambt), de gemeente met – na Heerlen en Vaals – de meeste energiearmoede.
In de afgelopen weken werd het armoedebeleid van gemeenten verschillende keren langs de meetlat gelegd.
Energietoeslag
Raf Janssen van de Sociale Alliantie bekeek op de websites van alle gemeenten hoe zij de energietoeslag hebben geregeld. Het gros van de gemeenten volgt in grote lijnen de handreiking van Stimulansz, maar er zijn ook een paar interessante afwijkingen als het gaat om bijvoorbeeld peildatum, aanvraagtermijn, inkomens- en vermogengrens, gespreide betaling, vermogensgrens, vakantiegeld en voorschotten. Lees het artikel Energietoeslag in gemeenten heel verschillend geregeld en bekijk het overzicht van gemeenten die de inkomensgrens boven 120% hebben vastgesteld. Janssen doet in het artikel een voorstel voor hoe de Energietoeslag 2023 er uit zou moeten zien.
Ook Divosa presenteerde gisteren de resultaten van een peiling. Een opvallende conclusie is dat gemeenten gemiddeld 15% te weinig middelen hebben om de uitkerings- en uitvoeringskosten te dekken. De meeste gemeenten geven aan dat ze bereikcijfers van rond de 90% hebben; een aantal geeft aan boven de 100% uit te komen.
Noodfondsen
Naast de uitvoering van de energietoeslag, laat de Divosa-peiling zien dat de meeste gemeenten nog extra stappen zet om inwoners te ondersteunen. In hoofdstuk 5 van het rapport lees je dat ruim een kwart van gemeenten dit doet in de vorm van een noodfonds, dat zich veelal op inwoners in specifieke situaties richt.
Daarnaast neemt een derde nog aanvullende maatregelen, door een maatwerkvoorziening te treffen, de individuele bijzondere bijstand uit te breiden of in te zetten op reeds bestaande externe fondsen zoals SUNN. Via het recent gestarte Datadashboard van SUNN zie je welke noodhulp jouw lokale fonds biedt, en aan wie.
Vrijwilligers kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de schuldhulpverlening. Maar als de problematiek te complex is, is het verstandiger om de hulp aan professionals over te laten. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Jansje van Middendorp.
Als de problematiek complex (multi-problematiek) is en/of structureel (bij een licht verstandelijke beperking, (beginnende) dementie, laaggeletterdheid of psychische problemen) of wanneer de achtergrond van een cliënt te veel verschilt van die van de vrijwilliger (zoals bij een migratieachtergrond) is ondersteuning vaak niet effectief. Cliënten kunnen uitvallen en voor vrijwilligers kan dat demotiverend werken.
De implicatie is dat lokale organisaties beter aan de poort zouden moeten screenen welke cliënten wel en welke niet geholpen kunnen worden, wat het doel van de ondersteuning is en naar welke organisatie zij kunnen doorverwijzen. Samenwerking met beroepskrachten is hierbij cruciaal.
Mooi werk, Jansje!
Jansje en ik zijn allebei verbonden aan het LSTA netwerk thuisadministratie vanuit waar zij een groot deel van haar onderzoek deed. Het LSTA is weer onderdeel van de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp. Kijk hier eens rond als je in jouw gemeente aan de slag wil met vrijwilligers.
In Nederland ondersteunen jaarlijks ruim 13.000 vrijwilligers 42.000 mensen bij hun administratie en financiën. Op lsta.nl vind je een kaartje met vrijwilligersorganisaties per gemeente.
Uit de Monitor Schuldhulpverlening in onzekere tijden blijkt dat het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening in juni 2022 voor het eerst uitkomt boven het aantal aanmeldingen van januari 2020. De corona-dip is dus achter de rug!
Ga er even goed voor zitten; de indrukwekkende NVVK-documentaire ‘Ruimte voor toekomst’. In de 20 minuten durende docu vertellen hulpvragers en hulpverleners over de impact van financiële hulpverlening.
De NVVK presenteerde deze docu vorige week tijdens haar jubileumcongres.
De docu is onderdeel van een onderzoek naar de meetbare en merkbare effecten van financiële hulpverlening. In april jl. schreef ik in het artikel Schuldhulpverlening loont! over de meetbare effecten.
Normaal gesproken maak ik na de vakantie even een overzichtje van al het nieuws dat je mogelijk gemist hebt. Deze keer is het nieuws erg eentonig en kan het je niet ontgaan zijn: Steeds meer mensen komen in de financiële problemen, en het kabinet wordt opgeroepen met oplossingen te komen.
Het rijk aan zet
Gemeenten hebben met o.a. de energietoeslag de ergste pijn wat verzacht, maar roepen het kabinet nu op om de volgende reparatie niet opnieuw bij gemeenten te beleggen. Het kabinet moet komen met landelijke maatregelen. VNG-bestuurder Peter Heijkoop noemt het een farce dat het kabinet de koopkrachtcrisis niet kan oplossen. Heijkoop denkt dat bijvoorbeeld het versneld en meer verhogen van het minimumloon een goede maatregel zou zijn. Ook een eenmalig extraatje voor mensen die zorgtoeslag ontvangen zou volgens hem veel mensen lucht kunnen geven.
Armoedebestrijding en koopkrachtbescherming moet topprioriteit zijn, vinden Nederlanders. Tegelijkertijd is er weinig vertrouwen dat de overheid deze taken goed oppakt. Dat zijn uitkomsten van een opiniepeiling die I&O Research uitvoerde voor het ministerie van SZW.
Meer armoede
Zonder nieuw beleid daalt volgens het CPB de koopkracht van huishoudens dit jaar met 6,8%, om volgend jaar met 0,6% slechts licht te herstellen. Het CPB verwacht een inflatie van 9,9%, en voor 2023 4,3%. Hierdoor neemt de armoede toe. Het aandeel personen in armoede (met maximaal een basisbehoeftenbudget) stijgt volgend jaar tot 8,1% (het was 5,7% in 2021). Voor kinderen is dat zelfs 9,8% (7,2% in 2021). Vorige maand meldde het Nibud ook al dat steeds meer mensen financieel klem zitten. Mensen in een schuldregeling komen niet meer rond met het vrij te laten bedrag. Ophoging van het vtlb is alleen een optie voor mensen met een wat hoger inkomen.
Prinsjesdag
Het CPB zegt dat de verwachting zeker sinds de jaren 90 niet zo somber was. Op Prinsjesdag publiceert het CPB een update van de verwachtingen, met daarbij de impact van eventuele extra kabinetsmaatregelen. Prinsjesdag wordt dit jaar spannender dan ooit.
Energietoeslag studenten
Tot slot nog even het laatste nieuws over de energietoeslag:
Het aantal aanmeldingen voor schuldhulp is in 2021 ongeveer gelijk gebleven. Dat blijkt uit het Jaarverslag 2021 van de NVVK.
Het aantal aanmeldingen ligt op ongeveer het niveau van 10 jaar geleden. In deze grafiek heb ik de aanmeldingen (groene lijn) gerelateerd aan andere cijfers (2011=100).
(klik om te vergroten)
Andere interessante cijfers:
Gemiddeld schuldbedrag stijgt van € 41.985 in 2020 naar € 42.662 in 2021, vooral door hogere schulden van ondernemers.
Aantal schuldregelingen daalt van 19.204 in 2020 naar 17.408 in 2021.
58% van de schuldregelingen getroffen met een saneringskrediet.
Gemiddeld 13 schuldeisers per hulpvrager.
Coronacrisis
In het jaarverslag wordt ook verwezen naar het onderzoeksrapport Meer schuldhulp door de coronacrisis? van SEO Economisch Onderzoek. De onderzoekers verwachten een toename van 3% tot 20% van het aantal mensen met problematische schulden als gevolg van een inkomensterugval tijdens de coronacrisis. Dit leidt naar verwachting in totaal tot minimaal 3.000 en maximaal 18.000 extra schuldhulpvragen.
Schoolprestaties hangen sterk samen met: inkomen en opleidingsniveau van ouders, hulpbronnen thuis en de fysieke leefomgeving. Dat blijkt uit onderzoek i.o.v. ABN AMRO foundation en Jeugdeducatiefonds.
(klik om te vergroten)
Daarom is het goed dat er een Jeugdeducatiefonds (JEF) is. Via het JEF kan de gemeente de hulpbronnen van kinderen uit arme gezinnen versterken. Het JEF is min of meer complementair aan andere bekende stichtingen zoals Jeugdfonds Sport- en Cultuur en Leergeld.
Dat wisten we natuurlijk al. Tien jaar geleden toonden twee verschillende onderzoeken dat al aan. De NVVK heeft het nu opnieuw laten uitzoeken. Met een geheel andere onderzoeksopzet, maar met ongeveer dezelfde uitkomst: elke geïnvesteerde euro levert het dubbele op!
In dit onderzoek zie je bovendien mooi hoe de situatie van de hulpvrager verbetert op meerdere leefgebieden (p. 7):
De impact van schuldhulp is uitgedrukt in cijfers. Daarnaast brachten hulpverleners en hulpvragers – gewapend met een camera – de impact letterlijk in beeld. Bekijk de trailer:
Dus geef deze boodschap nog even mee bij de collegeonderhandelingen in jouw gemeente!
KIS presenteerde eerder deze week de Wijkmonitor met cijfers over o.a. inkomen, migratieachtergrond, opleidingsniveau en leefomstandigheden op gemeente- en wijkniveau.
Op het gebied van arbeid en inkomen ziet KIS zorgwekkende leefomstandigheden van mensen afkomstig uit Eritrea en Syrië. Zo is het percentage werkzoekenden onder mensen met een Syrische achtergrond 55%, en met een Eritrese achtergrond 43%. Ter vergelijking: het percentage werkzoekenden zonder migratieachtergrond (15-65 jaar) was 3,9% in 2019. Hoge percentages, ook al is dat voor een groot deel te verklaren uit de forse nieuwe instroom van asielzoekers uit deze landen vanaf 2015. Het is ook hoger dan onder inwoners met een Marokkaanse achtergrond, die op hun beurt (met ruim 16%) vier keer vaker werkzoekend zijn dan gemiddeld.
Gemeentelijk armoedebeleid
‘De cijfers kunnen een aanleiding zijn voor accenten in het gemeentelijke armoedebeleid’, zegt KIS. ‘De cijfers maken bijvoorbeeld duidelijk dat de armoede het grootst is onder mensen met een Syrische achtergrond, maar dat zij relatief weinig gebruik maken van schuldsanering. Cijfers in de monitor zijn natuurlijk beschrijvend en geven geen verklaringen, maar het is bekend dat statushouders een groot risico lopen om in problematische schulden te geraken. Vaak starten ze bijvoorbeeld al met schulden, omdat er schulden zijn gemaakt om de reis naar Nederland te bekostigen. En om de lessen voor het inburgeringsexamen te betalen sluiten statushouders een lening af bij DUO. Mogelijk is de schuldsanering niet voldoende bekend bij statushouders die relatief kort in een gemeente gevestigd zijn.’
Landelijke cijfers en analyse
Lees het onderzoeksrapport met alle landelijke cijfers en bevindingen.
Het aantal signalen nam over de periode januari-september 2021 toe. De meeste signalen kwamen van zorgverzekeraars (52%), hoewel hun aandeel langzaam afneemt door een stijging in signalen van energiebedrijven (van 4% in januari naar 21% in september). 74% van de meldingen is enkelvoudig, 4% is meervoudig en 23% is opeenvolgend (over meerdere maanden).
67% is opgevolgd met één contactpoging. Meestal wordt er gebeld. Veel gemeenten hebben huisbezoeken gedurende enige periode in 2021 gestaakt vanwege corona. Bij de eerste contactpoging is het aandeel verstuurde brieven groter dan bij opvolgende pogingen.
Bij 25% van de meldingen waarbij contactpogingen zijn gedaan, is contact met de inwoner geregistreerd. Huisbezoeken, bellen en brieven leidden in 44%, 41% respectievelijk 15% tot contact. Hoe hoger de schuld hoe groter de kans op contact.
Gemiddeld is het hulpaanbod naar aanleiding van 3,5% van alle meldingen geaccepteerd. Gekeken naar alle meldingen waarbij contactpogingen zijn geregistreerd, ligt dit percentage iets hoger: 5%. De hulpacceptatie ligt hoger bij opeenvolgende meldingen (11%) en meervoudige meldingen (8%). Meldingen met signalen van woningverhuurders leiden relatief het vaakst tot hulpacceptatie (6%).
Vorig jaar hebben gemeenten huishoudens met een laag inkomen met € 755 per jaar ondersteund. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2019. Dat blijkt uit de Benchmark Armoede & Schulden. De daling zit – niet verrassend – vooral bij regelingen voor sport en cultuur.
In deze infographic staan de belangrijkste cijfers (klik om te vergroten). *
* De cijfers zijn gewogen op basis van de doelgroep van een regeling. Daarmee is vervolgens een landelijk gemiddelde berekend.
Ruim een half miljoen huishoudens leeft volgens TNO in energiearmoede. Zij hebben een hoge energierekening, meestal een slecht geïsoleerd huis en een laag inkomen.
Op de interactieve kaart (scroll naar de start-knop) zie je hoe het staat met de energiearmoede in jouw gemeente.
Volgens TNO hebben energiearmoede en inkomensarmoede met elkaar te maken, maar vallen de verschijnselen lang niet altijd samen. “Energiearmoede ligt geconcentreerder. In slechts 5 gemeenten en 7% van de wijken is meer dan 10% van de huishoudens energiearm. Dat maakt gericht beleid per gemeente of regio eenvoudiger.”
Energiemarkt slaat op hol
Vorige week lazen we op nos.nl: Door een unieke samenloop van omstandigheden lopen de prijzen voor elektriciteit en gas dit jaar ongekend hard op. Als de prijzen zo hoog blijven, wacht miljoenen huishoudens met variabele tarieven na 1 januari een fors hogere energierekening. Wie op dit moment een nieuw contract afsluit, betaalt ook al snel tientallen euro’s per maand meer.
Wat kunnen gemeenten doen
Via de bijzondere bijstand de energierekening betalen, mag niet. Maar je kunt er wel voor zorgen dat woningen van vooral minima geïsoleerd en energiezuinig zijn. En geef voorlichting over hoe je energie kunt besparen en een voordelig energiecontract kunt afsluiten. Op energiearmoede.nl vind je handige instrumenten om hiermee aan de slag te gaan. Meer voorbeelden op dit blog #energiearmoede.
Vorig jaar presenteerde het CBS een fraai nieuw dashboard met cijfers over schulden per gemeente. Vandaag zijn er nieuwe cijfers, bijgewerkt tot maar liefst oktober 2020. Het aantal geregistreerde problematische schulden daalt sinds 2018. Lees het persbericht van het CBS.
De cijfers gaan terug tot 2015. Ik heb ze in onderstaande grafiek gecombineerd met oudere cijfers vanaf 2009 (rode lijn) en afgezet tegen andere trends. Het jaar 2011 = 100. In de grafiek zie je bijvoorbeeld dat het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening (groen) terug is op ongeveer het niveau van 10 jaar geleden.
Klik om te vergroten
NB. de meeste (achtergronden bij de) cijfers in de grafiek zijn te vinden in de categorie onderzoek & statistiek.
Een derde van de rechthebbenden maakt geen gebruik van de bijstand. Dat staat in het rapport Niet-gebruik van de algemene bijstand van Inspectie SZW. Een kwart van de niet-gebruikers heeft geen inkomen. Niet-gebruik is vooral hoog bij jongeren, zelfstandigen en Europese migranten. Van de niet-gebruikers is 33% langdurig niet-gebruiker.
(klik om infographic te vergroten)
De bijzondere bijstand is niet onderzocht, maar ga er maar van uit dat het niet-gebruik daar nog hoger is. In de bestuurlijke reactie van VNG en Divosa staat wat gemeenten kunnen doen om niet-gebruik tegen te gaan:
Mogelijkheden voor bestandskoppeling benutten;
Balans zoeken tussen doelmatigheid en bestaanszekerheid;
Voorlichting geven.
Lees ook de niet zo spannende Kamerbrief van minister Koolmees. Het rapport komt ongetwijfeld aan de orde tijdens het kamerdebat op 30 juni.
In 2020 meldden ruim 78.000 mensen zich aan voor schuldhulp. Dat is ruim 11.000 minder dan het jaar ervoor. Dat blijkt uit het jaarverslag van de NVVK. De daling heeft volgens de NVVK te maken met corona-maatregelen.
En vorig jaar waren er voor het eerst meer saneringskredieten dan schuldbemiddelingen! Andere trend is dat er veel meer betalingsregelingen zijn getroffen.
Het CBS publiceerde eerder deze maand het dashboard armoede thuiswonende kinderen. Het dashboard geeft informatie over huishoudens met kinderen in relatie tot kenmerken als inkomen, inkomensbron, welvaart, opleidingsniveau, betalingsachterstand zorgpremie en re-integratie, over de periode 2015-2018. De gegevens zijn beschikbaar op gemeente- en soms ook wijkniveau.
Waarom dit dashboard? Het kabinet en gemeenten spannen zich samen in om alle kinderen in armoede te bereiken, zoals opgetekend in de bestuurlijke afspraken kinderarmoede. In dat licht zijn ook in 2019 de ambities kinderarmoede in het leven geroepen. Ambitie 1 richt zich erop dat ieder kind dat opgroeit in een gezin met een laag inkomen, kan meedoen: ‘In 2021 worden álle kinderen met ouders in de bijstand bereikt met het gemeentelijke armoedebeleid. En worden 7 op de 10 kinderen bereikt in werkende gezinnen met een laag inkomen’. Uit de eerste evaluatie van de bestuurlijke afspraken blijkt dat het vaak lastig is voor gemeenten om zicht op de doelgroep te krijgen. Dit dashboard is gemaakt om hierbij te helpen.
De gemeentelijke kinderombudsman in Rotterdam onderzocht de gemeentelijke regelingen voor kinderen in armoede en concludeert dat het aanbod onvolledig en vaak onbekend is, en de aanvraag te ingewikkeld. Deze conclusies gelden uiteraard niet alleen voor Rotterdam.
Wat hebben kinderen nodig De regelingen bieden: sport, cultuur, schoolspullen, schoolreisje, laptop, fiets, jeugdtegoed. Kinderen vragen om eten, kleding en een fijn thuis. Bestrijding van uitsluiting. Ze vragen om sport en fijne plekken buiten. Ouders vragen om OV, bijles en internet. Kinderen vinden behoeften voor thuis het belangrijkst. De regelingen zien op school en activiteiten. De regelingen sluiten dus maar deels aan bij de behoeften van kinderen.
Gemeenten betrekken kinderen veel te weinig bij het opstellen van de regelingen. Dat armoede een moeilijk onderwerp is, is geen goede reden om hier niet met kinderen over te praten. Aanbeveling: Betrek kinderen bij het opstellen van de regelingen. Zo sluiten de regelingen beter aan bij wat kinderen belangrijk vinden. Maak bekend wat jeugdparticipatie voor de gemeente inhoudt.
Bekendheid Veel ouders en kinderen kennen de regelingen niet. De vindbaarheid via gemeentelijke website is slecht. Een handig overzicht ontbreekt vaak. De taal is te moeilijk en alleen in het Nederlands. De informatie richt zich op de ouders. Aanbeveling: Maak een eenvoudig overzicht met alle regelingen bij elkaar (papier en digitaal). Verspreid de informatie actief in een mix van deze vier manieren: via brieven en folders, digitaal, via social media, op school en in de wijk. Gebruik heldere taal. Bied ook informatie aan in andere talen.
De aanvraag De aanvraagprocedure is te moeilijk. Er zijn te veel hindernissen waardoor het risico bestaat dat ouders geen aanvraag doen of halverwege afhaken. Stress, schaamte en angst voor de gemeente zijn factoren om rekening mee te houden. Aanbeveling: Het kan veel eenvoudiger! Maak één eenvoudige aanvraagprocedure voor meerdere aanvragen. Hanteer een heldere inkomensgrens en een hardheidsclausule. Sluit geen kinderen uit, zoals mbo-ers en kinderen van ouders met schulden. Biedt hulp op school of in de wijk bij het doen van een aanvraag.
Tip [red.]: sluit aan bij de Geldplannen van het Nibud. Het Geldplan Rondkomen met kinderen geeft een overzicht van alle regelingen die op jouw situatie van toepassing zijn.
De armoedecijfers van het CBS laten een hele lichte daling zien, overall en voor de meeste doelgroepen. De armoede onder zzp’ers neemt gelukkig wel wat sterker af.
De cijfers per gemeente (2019) vind je in deze tabel. Je kunt hier o.a. verschillende inkomensgrenzen selecteren.
Het Nibud pleit voor verhoging van het sociaal minimum. Uit bestudering van 5 jaar armoedebeleid bij 80 gemeenten blijkt dat tienduizenden inwoners maandelijks tientallen euro’s tekort komen.
Het Nibud wijst vooral op rijksregelingen, maar heeft ook suggesties voor gemeentelijk minimabeleid: Maak minimabeleid voor mensen met een laag en flexibel inkomen – waarbij het hebben van een eigen huis, spaargeld of een hoog inkomen in het verleden niet per definitie betekent dat men geen inkomensondersteuning krijgt. En: Help gemeenten ruimhartig te kunnen zijn – geef hen de ruimte om meer maatwerk te kunnen leveren zodat inwoners kunnen rondkomen en meedoen. Een gemeentelijke bijdrage van €50 per jaar om te kunnen sporten helpt inwoners niet als de sportschool €20 per maand kost.
Verlaging sociaal minimum
10 jaar geleden leek de de financiële situatie van minima minder nijpend, hoewel vooral (eenouder)gezinnen met kinderen ook toen al erg krap zaten. Dit lees je in o.a.: Kun je rondkomen van een bijstandsinkomen?
Sinds 2012 wordt jaarlijks het sociaal minimum verlaagd. Het was oorspronkelijk de bedoeling om in 20 jaar het bijstandsniveau te verlagen met ongeveer €2.000 op jaarbasis, maar in sommige jaren heeft het kabinet ervoor gekozen minder snel af te bouwen. In 2021 is er bijvoorbeeld geen verlaging. Ik impliceer overigens niet dat verlaging van het sociaal minimum de enige reden is dat het nu nijpender lijkt te zijn, maar het helpt uiteraard niet. Tegenover de verlaging staan overigens weer andere maatregelen die ervoor zorgen dat de jaarlijkse koopkrachtplaatjes van zowel het kabinet als het Nibud de afgelopen jaren nooit een daling van de koopkracht voor minima lieten zien. Maar het Nibud wijst erop dat de inkomensondersteuning te complex is waardoor mensen die het het hardst nodig hebben er onvoldoende gebruik van maken, en waardoor die koopkracht vaak alleen op papier bestaat.
Gemeenten gaven in 2019 €582 miljoen uit aan bijzondere bijstand. Dat is bijna 7% meer dan in 2018. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde CBS-rapport Bijzondere bijstand 2019.
Aandelen uitgaven bijzondere bijstand per cluster, 2019 en 2018
Totaal uitgekeerd bedrag aan bijzondere bijstand, per jaar
Beschermingsbewind
Ruim een kwart gaat op aan beschermingsbewind (dit valt onder ‘financiële transacties’). De toch al hoge uitgaven voor beschermingsbewind stegen in 2019 met maar liefst 45% naar €155 miljoen.
Om deze uitgaven terug te dringen besloot ‘s-Hertogenbosch eerder deze maand om zelf beschermingsbewind te gaan doen en aan te merken als ‘activiteit in het algemeen belang’. De gemeente heeft dat besluit goed onderbouwd, maar toch is het spannend of bewindvoerders in beroep zullen gaan, en wat dan de uitspraak van de rechter zal zijn. Ik houd je op de hoogte.
Waar in Nederland je wieg staat, kan beslissend zijn voor de hoogte van het inkomen dat je later gaat verdienen, blijkt uit nieuw onderzoek. Ontdek op Volkskrant.nl/ongelijkheid hoe ongelijk de kansen voor kinderen verdeeld zijn – en wat de vooruitzichten zijn in jouw gemeente.
Lees hier de artikelen in de Volkskrant van afgelopen zaterdag en vandaag.
Het CBS meldt de grootste huurstijging in 6 jaar. De sociale huren stijgen ietsje minder dan gemiddeld. De huurverhoging is niet hoger dan de inflatie meldt Aedes. Dat was ook afgesproken in het Sociaal Huurakkoord.
Huurstijging t.o.v. voorgaande jaar
Betaalrisico
De huurprijzen stijgen sneller dan de lonen en uitkeringen.
Dat betekent dat de huur een groter deel van het inkomen opslokt. Het risico dat huurders op een gegeven moment de huur niet meer kunnen betalen, is gestegen in 2018, zo blijkt uit de meest recente Lokale Monitor Wonen:
Wat te doen?
Verlaging verhuurdersheffing
Volgens Haagse bronnen gaat de verhuurderheffing voor sociale huurwoningen blijvend met €200 miljoen omlaag. Een deel van dat bedrag is bedoeld om volgend jaar de huren van huurders in de problemen te kunnen verlagen. Een ander deel is bedoeld om de bouw te stimuleren. Het kabinet wil de plannen op Prinsjesdag presenteren (bron: NOS)
Wetsvoorstel tijdelijke huurkorting
Het Wetsvoorstel tijdelijke huurkorting maakt het mogelijk om de huurprijs van een zelfstandige woning tijdelijk te bevriezen of te verlagen voor huurders die daarom vragen, bijvoorbeeld als gevolg van inkomensverlies. Deze huurkorting geldt voor een periode van een maand tot maximaal drie jaar.
Vroegsignalering
Vanaf 1 januari moeten gemeenten met verhuurders afspraken maken over vroegsignalering. Veel gemeenten hebben al afspraken met woningcorporaties. Verwey Jonker onderzocht of ook particuliere verhuurders willen samenwerken. Een groot deel van de verhuurders staat positief tegenover samenwerking en formuleert randvoorwaarden: snel melden en snel actie, regie bij verhuurder, efficiënte informatie-uitwisseling, snelle terugkoppeling over de stappen die gezet worden, beveiliging persoonsgegevens en korte lijnen en vaste contactpersoon van de gemeente.
Utrechters met een laag inkomen krijgen vanaf 1 januari 2021 een huurkorting van ongeveer €60 per maand. De woningcorporaties dragen de kosten, dus is er geen sprake van ongeoorloofd gemeentelijk inkomensbeleid.
‘Onvoldoende betaalbare woningen, minder fijne wijken en afnemende kwaliteit van de woningvoorraad.’ Dat is volgens onderzoek van Platform31 het resultaat van 30 jaar Rijksbeleid op volkshuisvesting.
Afgelopen drie jaar heeft de coöperatie Goede Gieren onder de naam ‘Amargi’ vroege hulp bij geldzorgen georganiseerd. Per 31 juli 2020 is het project afgerond. Zie hier de samenvatting. We zijn blij dat de ontwikkelde werkwijze op de meeste plekken is ingebed in de reguliere financiële hulpverlening. Deze vorm van vroegsignalering is een waardevolle aanvulling op de wettelijke vroegsignalering zoals per 1-1-2021 vastgelegd in de Wgs.
De kern van Amargi is dat schuldeisers, werkgevers, uitkeringsinstanties en zorgaanbieders als zij signaleren dat hun klanten of medewerkers financieel klem zitten, contact met hen opnemen en hulp aanbieden. Bij positieve respons, meldt de signaalpartner de bewoner met zijn of haar toestemming aan voor vroege hulp bij geldzorgen. Er zijn tot nu toe 1.075 meldingen opgepakt. Deze meldingen kwamen van 51 signaalpartners en werden opgepakt in 26 aangesloten gemeenten.
Amargi is mogelijk gemaakt door het Ministerie van SZW, het Kansenfonds van de Provincie Friesland, het Kansfonds en Aegon. Het project loopt nu ten einde. Maar dat wil niet zeggen dat de vroege hulp bij geldzorgen stopt!
Signaalpartners blijven meldingen doorgeven, handmatig via aanmelden@amargi.nl of via RIS. Zolang de meldingen veilig en met toestemming worden doorgegeven en deze snel en altijd opgepakt, hoeven er geen nieuwe overeenkomsten te worden gesloten tussen signaalpartners en gemeenten.
Aanmeldingen kunnen in ieder geval tot 31 december 2020 op de bestaande manier worden doorgeven. De Coöperatie Goede Gieren onderzoekt de komende tijd hoe het netwerk van signaalpartners en meewerkende gemeenten structureel kan worden ondergebracht bij een van de andere landelijke initiatieven.
Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, lees je dat hier. Voor nu veel succes met vroege hulp bij geldzorgen!
Tilburg startte in 2017 met het Schuldenoffensief dat moet voorkomen dat inwoners in financiële problemen raken of dat bestaande schulden complexer worden. Het schuldenoffensief heeft een duidelijke toegevoegde waarde, zo blijkt uit de evaluatie.
Verschillende aanpakken zijn al eens de revue gepasseerd op dit blog. Ik noem hieronder alleen paar nieuwtjes.
Tilburg doet aan vroegsignalering. Ouderen met een gemeentelijke schuld voortkomend uit de Participatiewet of de gemeentelijke belastingen vormen een bijzondere doelgroep. Op basis van de bezoeken aan ouderen met een schuld bij de gemeente, wordt overwogen de beleidsregels Terugvordering Participatiewet aan te passen.
Met maatschappelijke partners traceert Tilburg onder hun klanten degenen met een financiële hulpvraag. Zo is de schuldhulpverlener herkenbaar aanwezig op het Werkplein om na verwijzing de stap naar de hulp gemakkelijker te maken. Een ander voorbeeld is de aanwezigheid in de rechtbank, zodat de rechter de schuldhulpverlener direct kan inschakelen. De woningcorporaties bieden aan nieuwe huurders een adviesgesprek met schuldhulpverlening aan en leggen onmiddellijk het contact (Het Nieuwe Huisje). Datzelfde doet de zorgverzekeraar bij mensen die zich melden en waarbij een financieel probleem wordt vermoed (SOS-zorgverzekering). Recent is een soortgelijke samenwerking met deurwaarders gestart. Verder is met ingang van het schooljaar 2019-2020 gestart met inloopspreekuren bij de ROC’s. Vanuit de wetenschap dat uit life-events vaak financiële problemen ontstaan, is contact gezocht met o.a. echtscheidingsadvocaten, mediators, uitvaartondernemers.
Een bijzondere voorziening is de Financiële Ambulance. Dit is een team schuldhulpverleners dat in urgente situaties binnen 24 uur hulp kan bieden en budget kan inzetten om doorbraken te forceren en crises te bezweren.