Het zeer lezenswaardige onderzoeksrapport van het Instituut voor Publieke Economie (IPE) belicht de complexe realiteit van inkomensafhankelijke gemeentelijke regelingen, waarmee gemeenten noodgedwongen de lacunes in landelijk beleid opvullen. Hoewel deze regelingen essentiële ondersteuning bieden aan mensen met een laag inkomen, veroorzaken ze ook rechtsongelijkheid, complexiteit en inefficiëntie.
De 21 onderzochte gemeenten kennen maar liefst 90 verschillende inkomensafhankelijke regelingen. Hetzelfde huishouden kan, afhankelijk van de woonplaats, €200 meer of minder per maand krijgen. In 2021 ging er naar schatting bijna € 1 miljard om in gemeentelijk minimabeleid. Hiervan werd 2/3 besteed aan bijzondere bijstand en 1/3 aan regelingen die hier niet onder vallen. Gemeentelijke regelingen kunnen oplopen tot 7% van het inkomen van een huishouden in de bijstand.
Aanbevelingen
IPE vond 5 regelingen die het beste bij gemeenten passen, omdat ze gericht zijn op individueel
maatwerk of lokale verschillen. Maar de onderzoekers vonden ook 6 regelingen die beter landelijk kunnen worden uitgevoerd, omdat de Rijksoverheid voldoende gegevens heeft en er geen individueel maatwerk nodig is. Ten slotte vonden ze 21 participatieregelingen die gemeenten kunnen samenvoegen tot één minimatoelage. Ze doen uiteindelijk de volgende aanbevelingen, die ik van harte onderstreep en die bovendien goed aansluiten op die van de Commissie Sociaal Minimum en het programma Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor Mensen (VIM):
| Rijksoverheid: | Gemeenten: |
| 1.Verminder de afhankelijkheid van gemeentelijke regelingen door de bestaanszekerheid via landelijk beleid te verhogen. 2. Centraliseer kinderopvang-, laptop- en meerkostenregelingen en de studietoeslag, collectieve zorgverzekering en individuele inkomenstoeslag. 3. Maak geld geven makkelijker voor gemeenten en hanteer een heldere, werkbare definitie van inkomenspolitiek. (en maak ambtshalve verstrekking mogelijk, red.) 4. Spreek met de Belastingdienst af welke regelingen wel en niet worden belast. 5. Maak expliciet welke regelingen gemeenten moeten en mogen aanbieden en tegen welke voorwaarden. 6. Richt een landelijk kennis- en datacentrum op voor gemeentelijk minimabeleid (aansluitend op DDAS, red.) | 1. Voeg participatieregelingen samen in één minimaregeling (zie fig. 3.1 hieronder en voorbeeld Wageningen, red.) 2. Geef deze minimaregeling zoveel mogelijk de vorm van vrij besteedbaar geld. 3. Expliciteer regelingen in de bijzondere bijstand. 4. Vereenvoudig het aanvraagproces zoveel mogelijk en ken zoveel mogelijk proactief toe. |
Interessante figuren
De volgende figuren vatten het rapport wat verder samen. Klik om ze te vergroten.
In figuur 1.6. zie je de waarde van formele en informele regelingen. Formele regelingen worden volledig door de gemeenten gefinancierd en uitgevoerd. Deze regelingen zijn in lokale verordeningen vastgelegd en elke inwoner die aan de voorwaarden voldoet, heeft hier recht op. Informele regelingen zijn regelingen die niet door de gemeente worden uitgevoerd.



In figuur 3.1. zie je welke regelingen kunnen worden gecentraliseerd, samengevoegd of afgeschaft. Zie legenda midden-boven en klik om te vergroten.

Aanvullingen
- Beluister Armoedebeleid is lappendeken met enorme verschillen (Radio 1, 1 feb. 2025)
- Goed plan: stop met al die vage potjes per gemeente. Voer landelijk armoedebeleid (De Correspondent, 21 okt. 2025)
