Sinds 2021 is vroegsignalering wettelijk verankerd in de Wgs. De wetsevaluatie die staatsecretaris Nobel liet uitvoeren bevestigt dat vroegsignalering een doeltreffend en doelmatig instrument is om problematische schulden te voorkomen.
In dit artikel de belangrijkste punten uit de wetsevaluatie, de gelijktijdig uitgevoerde onderzoeken Van eerste vordering tot aanvraag schuldregeling en Evaluatie experiment gemeentebelastingen en natuurlijk de kabinetsreactie.
Tussen 2021 en 2024 is het aantal meldingen gestegen van 650.000 naar ruim een miljoen, het aantal inwoners dat bereikt werd van 47.000 naar 157.000, en hulpacceptatie van 15.000 naar 49.000.
Doeltreffend. De onderzoekers concluderen dat vroegsignalering meer mensen in contact brengt met passende hulp, toegang tot hulpverlening verlaagt, problematische situaties zoals huisuitzetting voorkomt en schuldhulp effectiever maakt. De onderzoekers vinden wel dat gemeenten minder streng moeten selecteren op meldingen. Ook adviseren ze om de verschillen tussen gemeenten te verkleinen via kwaliteitskaders.
Doelmatig. Vroegsignalering helpt maatschappelijke kosten van schulden (geschat op €8,5 miljard per jaar) te verminderen. De kosten voor gemeenten zijn €50 miljoen per jaar en voor schuldeisers €3,1 miljoen. Hoewel effecten nog moeilijk cijfermatig onderbouwd zijn, zijn de baten naar verwachting hoger dan de kosten. Positieve neveneffecten: versterkt vertrouwen in overheid, bevordert zelfinzicht en rust bij inwoners en stimuleert eigen initiatief buiten schuldhulpverlening. Negatieve effecten (beperkt): onterechte meldingen, privacyzorgen en soms ineffectieve hulp.
Schuldopbouw
De belangrijkste bevindingen uit onderzoek Van eerste vordering tot aanvraag schuldregeling:
- Gemiddeld duurt het bijna 8 jaar tussen eerste vordering en aanvraag schuldregeling.
- In 14% van de gevallen duurde dit langer dan 15 jaar.
- De oudste vordering was vaak een vaste last (energiekosten, zorgverzekering).
- Gemiddelde oudste vordering: €7.000; mediaan: €2.156.
- Schuldopbouw verloopt vaak geleidelijk, maar ook via plotselinge clustering.
Kabinetsreactie
Het kabinet waardeert de positieve beoordeling en erkent tegelijkertijd dat verbetering nodig is. Doelstellingen tot 2028 zijn:
- Verdubbeling van het bereik van vroegsignalering (naar 40%).
- Halvering van ongewenste uitval van signalen.
Hiervoor is jaarlijks €20 miljoen beschikbaar, met €18,7 miljoen in 2025 voor gemeenten en €1 miljoen voor projecten zoals Data Delen Armoede en Schulden (DDAS). “Het is mijn intentie om gemeenten gedurende de looptijd van de verbetermaatregelen (tot eind 2028) extra te ondersteunen om meer in te kunnen zetten op persoonlijk contact en meerdere contactpogingen en om zo te werken aan de doelstellingen van de bestuurlijke afspraken. Ik hoop de bestuurlijke afspraken na de zomer met de partijen te ondertekenen.” Ik begreep dat daardoor ook het Verbeterplan Vroegsignalering weer later wordt opgeleverd dan eerder aangekondigd.
Er moet een centraal aanleverpunt voor vroegsignalen komen. Daarvoor kijkt Nobel naar het Schuldenknooppunt. De Belastingdienst gebruikt het al voor vroegsignalering.
Het kabinet gaat betalingsachterstand gemeentebelastingen niet wettelijk toevoegen als signaal. Het kabinet onderzoekt nog of hypotheeksignalen wel wettelijk kunnen worden toegevoegd. De eerste resultaten uit dat experiment zijn positiever dan bij gemeentebelastingen. Er lopen nog een paar andere experimenten; volg de voortgang in het dossier vroegsignalering.
Tot slot
Op 15 september organiseren Divosa, NVVK en VNG de landelijke bijeenkomst vroegsignalering.