Het op 8 juli 2025 ingediende wetsvoorstel Wet handhaving sociale zekerheid geeft UWV, SVB en gemeenten bij het handhaven van de regels in de socialezekerheidswetten meer ruimte om rekening te houden met de persoonlijke situatie van mensen. Zolang de Tweede Kamer het voorstel nog niet heeft aangenomen, kan de regering nog wijzigingen aanbrengen. In de Nota van wijziging die minister Paul van SZW gisteren ondertekende, lees je dat UWV en SVB straks net als gemeenten akkoord mogen gaan met een nulaanbod:
Toelichting op p. 5: In de huidige wetgeving bestaat een bevoegdheid voor UWV, SVB en gemeenten om deel te nemen aan minnelijke schuldregelingen. Er bestaat een verschil tussen de wijze waarop dit geregeld is voor gemeenten en voor UWV en SVB. Gemeenten hebben de ongeclausuleerde mogelijkheid om deel te nemen aan schuldregelingen. UWV en SVB kunnen slechts gedeeltelijk afzien van een vordering binnen dit proces. Dit houdt in dat er in een schuldregeling altijd enige afbetaling moet zijn, willen UWV en SVB deel kunnen nemen. Hierdoor is gebleken dat UWV en SVB niet kunnen ingaan op schuldenregelingen ten aanzien van mensen die geen afloscapaciteit hebben. Deze personen bieden een schuldregeling zonder aflossing aan, waarbij schuldeisers akkoord gaan met een regeling waarbinnen in beginsel geen uitbetaling plaatsvindt. De schuldregeling kent de reguliere looptijd en de aflossing kan herzien worden indien iemand onverwacht toch afloscapaciteit krijgt. Daarna worden de schulden gesaneerd, ook als er geen uitbetaling heeft plaatsgevonden. Het voordeel van de mogelijkheid om deel te kunnen nemen aan een dergelijke regeling, is dat er nog de mogelijkheid bestaat van aflossing gedurende de looptijd. Bijvoorbeeld als iemand alsnog inkomen realiseert of bij het beschikbaar raken van vermogen. Daarnaast is het ongewenst om een persoon buiten een schuldregeling te moeten houden, of enkel te kunnen deelnemen aan een schuldregeling na gerechtelijke interventie via een dwangakkoord of wettelijke schuldsaneringsregeling.
Voorgesteld wordt om dit te wijzigen, zodat UWV en SVB in aanvulling op de huidige mogelijkheid om gedeeltelijk te kunnen afzien ook geheel te kunnen afzien van terugvordering. De bepalingen worden gelijk getrokken aan de bepalingen zoals deze in de Participatiewet bestaan, omdat de voorgestelde werkwijze daar praktisch kan. Dit komt de uniformiteit van overheidshandelen ten goede.





























































