Vorige week stuurde staatssecretaris Van Bruggen van J&V haar aanpak civiele invordering naar de Tweede Kamer. Dit is een nadere uitwerking van de versie van haar voorganger staatssecretaris Struycken (mei 2025). In het nieuwe invorderingsstelsel worden een zorgplicht voor deurwaarders en een collectief afbetalingsplan geïntroduceerd.
Collectief afbetalingsplan (CAP)
Voor gemeenten is vooral het CAP relevant. Het CAP is een gecoördineerde, vrijwillige betalingsregeling voor een debiteur met meerdere schuldeisers, gericht op volledige betaling van de schulden. Het wordt uitgevoerd in de minnelijke incassofase, dus vóór beslag. Verder weten we nu:

- Het CAP mag uitgevoerd worden door de artikel 48 Wck-partijen (waaronder gemeenten) en – onder nog nader uit te werken voorwaarden – door incassobureaus.
- De ondergrens voor de afloscapaciteit is de beslagvrije voet.
- Er komt een wettelijke grondslag voor deurwaarders om door te verwijzen naar schuldhulpverlening. Maar er komt helaas geen plicht, wat ik om meerdere redenen een gemiste kans vind. Nu de beslagvrije voet de ondergrens wordt, is er nóg een reden voor deurwaarders om de schuldhulp niet aan te prijzen als aantrekkelijk alternatief.
Financiering
Op dit moment wordt onderzocht hoe de financiering van het CAP kan worden vormgegeven. Hierbij worden voor verschillende ontwerpkeuzes varianten in beeld gebracht. Dit onderzoek wordt naar verwachting rond de zomer afgerond.
Reactie NVI
De Nederlandse Vereniging van gecertificeerde Incasso-ondernemingen verwijst in haar reactie naar het door Van Bruggen bijgevoegde onderzoek van Berenschot: ‘Gerechtsdeurwaarderskantoren vermengen steeds vaker commerciële minnelijke incasso met hun publieke taak als openbaar ambtenaar, waardoor de scheidslijn tussen beide functies minder duidelijk wordt. Deze hybride positie kan bij schuldenaren de indruk wekken dat het gezag van de gerechtsdeurwaarder wordt ingezet ter ondersteuning van commerciële incassoactiviteiten. Bovendien zorgt dit voor een onbalans in de markt ten laste van de schuldenaren: doordat gerechtsdeurwaarders zowel de buitengerechtelijke als de gerechtelijke fase kunnen bedienen, beschikken zij over een concurrentievoordeel ten opzichte van reguliere marktpartijen. Dit roept vragen op over een evenwichtige rolverdeling binnen de incassoketen, hoe escalatie van schulden wordt voorkomen en mogelijke perverse financiële prikkels door vermenging van commerciële en ambtelijke activiteiten.’
Planning wetgeving
Van Bruggen streeft ernaar uiterlijk in het voorjaar van 2027 een voorstel in internetconsultatie te brengen.

























































