Eén helder schuldentraject!

Alsof ik het niet al druk genoeg heb met de vakantie deadlines trakteerden afzwaaiende bewindslieden me de afgelopen weken op een flinke stapel rapporten en voorstellen voor verbetering van de schuldenketen. Tussen afwezigheidsassistent aanzetten en kampeerspullen inpakken kom ik eindelijk toe aan het lezen van de meest veelbelovende stukken.

Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden

Het IBO-rapport Naar een werkende schuldenketen springt er wat mij betreft bovenuit. Dit rapport is opgesteld door de ministeries zelf, dus niet in opdracht van. Ik gaf de opstellers onlangs al complimenten, maar ben nog enthousiaster nu ik het echt goed gelezen heb. Het is de beste analyse sinds die van de commissie Boorsma in de jaren ’90. Er worden niet alleen knelpunten benoemd, maar er worden ook hele concrete en wat mij betreft goede voorstellen voor verbetering gedaan. Dit overstijgt het niveau van pleisters plakken.

Ze onderscheiden zes ‘essentiële maatregelen’. In de samenvatting hieronder noem ik ook een deel van de 14 ‘praktische maatregelen’ en 52 beleidsopties:

  1. Integraal schuldenoverzicht. Alle schulden van een huishouden worden samengebracht in één overzicht. Het huishouden kan (schuld)hulpverleners en deurwaarders toegang geven. Ook kunnen vanuit het schuldenoverzicht op termijn gerichte signalen worden gegeven als schulden problematisch dreigen te worden (vroegsignalering). Voorstellen voor een schuldenregister strandden in het verleden op privacy-bezwaren, maar nu lijkt de AVG geen belemmering meer te zijn.
  2. Eén loket voor overheidsincasso: 1 vorderingenoverzicht, 1 gezamenlijke betalingsregeling, 1 partij die gemachtigd is om maatwerk te bieden. Op termijn uitgebreid met medeoverheden. Deze maatregel is al in gang gezet.
  3. Zorgplicht gerechtsdeurwaarders. Hiermee krijgen deurwaarders de mogelijkheid rekening te houden met de belangen van debiteuren en moeten ze zich richten op het voorkomen van een nodeloze oploop van schulden. Dit kan bijvoorbeeld door een collectief afbetalingsplan te faciliteren (zie 4). Ook moeten deurwaarders mensen met een te beperkte betaalcapaciteit actief doorverwijzen naar schuldhulp. Hiervoor krijgen ze een sociaal tarief. NB. Dit onderdeel wordt verder uitgewerkt in de Contourenschets Civiele Invordering van voormalig minister Weerwind (28 juni jl.). NB. Ik zou hier een meldplicht aan toevoegen; bijvoorbeeld als blijkt dat de schuld niet in 18 maanden kan worden afgelost, dat de deurwaarder dan (bijv. via het integraal schuldenoverzicht) een melding moet doen bij de gemeente, zoals bij vroegsignalering. Als je de deurwaarder hiervoor betaalt kan het misschien te aantrekkelijk worden om de debiteur vast te houden?
  4. Met een collectief afbetalingsplan wordt de afloscapaciteit naar rato verdeeld over alle schuldeisers. Dit gebeurt op verzoek van de debiteur door een schuldbemiddelaar zoals bedoeld in art. 48 Wck (o.a. gemeente, deurwaarder, bewindvoerder). De schuldbemiddelaar kan met een pauzeknop alle incasso-activiteiten pauzeren. Blijkt de schuldenlast te hoog, dan moet de schuldbemiddelaar actief wijzen op schuldhulp. Wat mij betreft dus verplicht melden zoals bij vroegsignalering.
  5. Om de kwaliteit van schuldhulp te verbeteren en verschillen tussen gemeenten te verkleinen wordt een traject van leren en verbeteren gestart om het bestaande kwaliteitskader inhoudelijk te laden. Daarnaast wordt bij wet vastgelegd dat gemeenten hieraan moeten voldoen (inclusief in welke termijnen). NB. Ik zou de gedragscodes en convenanten van de NVVK en de basisdienstverlening een wettelijke basis geven, zodat die niet alleen gelden voor alle gemeenten, maar ook voor alle schuldeisers. Leg vast wat gemeenten minimaal aan budgetbegeleiding, budgetbeheer en nazorg moeten bieden (beleidsoptie S11). En leg voor de hele keten vast hoe je de afloscapaciteit berekent. En dan daarnaast een traject van leren en verbeteren starten.
  6. Integreren van minnelijke en wettelijke traject tot één helder schuldentraject. De nieuwe regeling is laagdrempelig, start met een automatisch moratorium en kent voor de verdere afwikkeling vaste regels en termijnen. Het traject wordt overal op dezelfde manier uitgevoerd en de debiteur kan zelf bepalen door wie hij het traject laat uitvoeren. Hierbij is een voorstel dat gemeenten een schuldregeling bindend kunnen maken, zonder tussenkomst van de rechter, bijvoorbeeld op het moment dat 2/3e van de schuldeisers akkoord is. Hiervoor is aanpassing van de Wgs noodzakelijk. Om de mogelijkheid tot bezwaar en beroep open te houden voor schuldeisers, zal de gemeente deze mogelijkheid moeten inrichten. Indien de afhandeling van het bezwaar voor de schuldeiser niet het gewenste effect heeft dan staat de weg naar beroep (rechter) open. Als het niet lukt om 2/3e akkoord te laten gaan, kan de schuldbemiddelaar een verzoek bij de rechtbank indienen voor een dwangakkoord en/of Wsnp, zoals nu ook het geval is. Ook het centraliseren van schuldregeling wordt als beleidsoptie (S10) genoemd.

De voorstellen omvatten de belangrijkste elementen van 1 Schuldenwet. Het is aan het nieuwe kabinet om hierover richting de Tweede Kamer een standpunt te formuleren.

Arbeidsinspectie onderzoekt gemeentelijke schuldhulpverlening

De Arbeidsinspectie presenteerde op 25 juni het rapport De weg naar een schone lei – Onderzoek gemeentelijke schuldhulpverlening. Het onderzoek geeft inzicht in hoe gemeenten de schuldhulpverlening uitvoeren, en benoemt een aantal aandachtspunten. Bekijk de infographic. Ik lees geen verrassende bevindingen. Wel fijn om te lezen: ‘Als hulpvragers eenmaal in de schuldhulpverlening zitten gaat er veel goed. De wettelijke termijn van vier weken tussen aanmelding en intake wordt in verreweg de meeste gevallen gehaald. Vaak hebben hulpvragers al binnen een week na de aanmelding een eerste gesprek met de hulpverlener. Als een intake toch later plaatsvindt, komt dat meestal doordat de hulpvrager het gesprek wil verplaatsen. Na het intakegesprek wordt ook de beschikking doorgaans binnen de wettelijke termijn (8 weken na aanmelding) afgegeven. De meeste hulpvragers vinden dat hun schuldhulpverlener hulpvaardig en begripvol is. Ook vindt men hun hulpverlener doorgaans goed bereikbaar.’

Lees de reactie van VNG en Divosa.

HvA: Financiële dienstverlening; toen, nu en straks

Het rapport van de HvA geeft ons een mooie geschiedenisles. Bij het rapport vind je een praatplaat met de belangrijkste bevindingen, een tijdlijn (van 1990-2022) waarop relevante gebeurtenissen, wetswijzigingen en ontwikkelingen over de tijd zijn weergegeven en onderstaande animatie die alle informatie samenvat en als basislesmateriaal over schuldhulpverlening kan dienen.

De conclusie is wat mij betreft, dat weliswaar de verantwoordelijkheidsverdeling en wet- en regelgeving de afgelopen decennia voortdurend veranderden, maar dat we in de kern nog steeds schuldregelen volgens dezelfde principes: schuldenaar lost af wat ‘ie in een bepaalde periode kan aflossen, rekening houdend met een vrij te laten bedrag, schuldeisers schelden de rest kwijt, gelijkberechtiging, toets op goede trouw en inkomensperspectief, en we werken aan oorzaken en gedrag. Ruim 25 jaar na commissie Boorsma en invoering Wsnp is nu de tijd rijp om deze principes in 1 wet vast te leggen en de schuldenketen te herschikken rond de zes essentiële maatregelen van het IBO.

Geef een reactie