Weinig verrassingen in begroting 2018

Vandaag werden de Miljoenennota 2018 en Rijksbegroting SZW 2018 gepresenteerd. Voor gemeenten zie ik rond armoedebeleid en schuldhulpverlening geen nieuwe budgettaire wijzigingen. Op p. 19 van de SZW-begroting is een paragraaf over ‘armoede en schulden’ opgenomen. Maar ook daarin lees ik niets nieuws.

Voor minima en mensen met schulden zie ik wel een paar vermeldenswaardige zaken:

Eerder was al bekend dat het kabinet €425 miljoen uittrekt om de koopkracht van de meest kwetsbare groepen op peil te houden. En dat het eigen risico, de zorgpremie en de zorgtoeslag (p. 169 begroting SZW) omhoog gaan.

Minder snelle verlaging sociaal minimum
Op p. 19 Miljoenennota lees ik: ‘Het kabinet verbetert met verschillende maatregelen de koopkracht van kwetsbare groepen. Zo wordt de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting in de bijstand getemporiseerd, wat een positief effect heeft op de inkomens van de sociale minima.’ Door de afbouw – die volgens de oorspronkelijke plannen zou plaatsvinden in 20 jaar vanaf 2012 – wordt het sociaal minimum verlaagd. Het sociaal minimum wordt in de nieuwe plannen dus nog wel verlaagd, maar minder snel. In de periode 2014 tot en met 2017 is het afbouwtempo gehalveerd. De maatregel in de Miljoenennota voorziet in het verlengen van deze temporisering tot en met 2018. Lees: Sociaal minimum gaat omlaag (Schut 2011) en Hoe zit dat nou precies met die dubbele heffingskorting? (Schut 2011) en Worden we blij van een temporisering van de verlaging van de bijstand? (Eiselin 2017).

Verhoging Kindgebonden budget
p. 72 Miljoenennota: Het bedrag voor het tweede kind van het kindgebonden budget verhoogt het kabinet met €71 naar €977 per jaar.

Zelfredzaamheid van de burger
Afgelopen vrijdag bepleitte Will Tiemeijer namens de WRR dat de overheid (rijk en gemeenten) de sociale zekerheid en schuldhulpverlening veel meer moet organiseren vanuit realistisch perspectief, en minder vanuit rationalistisch perspectief. (Mensen nemen beslissingen vaak niet alleen op basis van rationele overwegingen, maar ze worden beïnvloed door allerlei sociale en psychologische factoren). De adviezen van de WRR hebben een prominente plek gekregen in de Miljoenennota! Zie p. 36-39. Inzichten vanuit de gedragswetenschappen worden o.a. meegenomen in het beleid van DUO en de Belastingdienst. En: ‘Het Ministerie van Financiën onderzoekt nu samen met de AFM, mede vanuit een gedragsperspectief, de risico’s en ontwikkelingen op de markt voor consumptief krediet. Dit helpt om te bepalen welke rol er is voor waarschuwingen en hoe deze effectief kunnen zijn. Hierbij is speciale aandacht voor de link tussen consumptief krediet en de schuldenproblematiek.

Nieuwe beslagvrije voet pas in 2019
Misschien heb ik iets gemist, maar op p. 19 van de SZW-begroting lees ik: ‘Daarnaast wordt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet uiterlijk op 1 januari 2019 geïmplementeerd.’ Eerder dit jaar was de beoogde invoeringsdatum nog 1 januari 2018!

Prinsjesdag: ‘paar honderd miljoen voor koopkracht minima’

Het is bijna Prinsjesdag en we zitten nog steeds met een demissionair kabinet. Gaat het kabinet nog grote (financiële) beslissingen nemen? Volgens Haagse bronnen is het kabinet van plan een paar honderd miljoen euro uit te trekken om te voorkomen dat minima, mensen met een uitkering en mensen met een klein pensioen er volgend jaar op achteruit gaan.

De Haagse bronnen zeggen dat volgens de NOS naar aanleiding van het artikel Sociale minima gaan er toch op achteruit in NRC. Volgens de krant blijkt uit berekeningen van SZW dat uitkeringsgerechtigden en mensen met een beperkt aanvullend pensioen in 2018 inleveren op hun besteedbaar inkomen. Haagse ingewijden verwachten dat het demissionaire kabinet van VVD en PvdA die ‘koopkrachtplaatjes’ zal bijstellen. Ze denken niet dat hier grote meningsverschillen over ontstaan tussen de regeringspartijen. Met de reparatie zou een bedrag gemoeid zijn tussen de 300 en 500 miljoen euro.

Ik ga ervan uit, dat die koopkrachtreparatie dan via o.a. de Belastingdienst wordt geregeld, en niet via gemeenten.

Bijna iedereen er op vooruit, vooral werkende minima

Minister Asscher heeft de Tweede Kamer vorige week geïnformeerd over de ontwikkeling van de koopkracht in de kabinetsperiode en de mate waarin beleid daarop van invloed is. Er is gekeken naar de periode 2012-2017.

‘De mediane koopkracht van alle huishoudens stijgt cumulatief met 5,5%. Deze verbetering is deels het gevolg van economische omstandigheden en deels van inkomensbeleid. Als gevolg van de economische omstandigheden stijgt de koopkracht met 3,4%. Het inkomensbeleid van het kabinet draagt in doorsnee 1,7% bij aan de koopkrachtontwikkeling.

Niet voor alle huishoudens is de koopkracht gestegen. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen huishoudens waarneembaar. De werkenden hebben hun koopkracht het meest zien verbeteren. Voor werkenden in de laagste inkomensgroep heeft het inkomensbeleid met 5,5% het sterkst bijgedragen aan de totale koopkrachtverbetering. Bij de hoogste inkomens wordt de koopkrachtontwikkeling grotendeels gestuurd door autonome ontwikkelingen. Ook voor uitkeringsgerechtigden is de koopkracht de afgelopen jaren gestegen. In doorsnee is de koopkracht van gepensioneerden gedaald. Dit is met name het gevolg van achterblijvende pensioenindexatie. Ouderen met een laag inkomen zijn er juist in koopkracht op vooruit gegaan. Het inkomensbeleid heeft gezorgd voor een verkleining van de inkomensongelijkheid in de kabinetsperiode.’

In hoofdstuk 8 van de notitie terugblik inkomensbeleid en koopkracht is te lezen dat de armoedeval kleiner is geworden. Dat heeft o.a. te maken met verhoging van de arbeidskorting en verlaging van het sociaal minimum. Bij het bepalen van de armoedeval is ook de bijzondere bijstand meegenomen, maar in de notitie wordt helaas niets gezegd over het effect van de bijzondere bijstand op de armoedeval.

rutte2

Ouderen
Pensioengerechtigden met een wat hoger inkomen, komen er dus niet zo goed van af. Maar het vertrekpunt is voor deze groep wel positiever dan voor veel andere groepen. Zie de aflevering van Zondag met Lubach hierover (wat minder taai dan een gemiddeld onderzoeksrapport). De armoede onder pensioengerechtigden is al jaren relatief laag. Van alle Nederlanders is 7,6% arm. Van de pensioengerechtigden is 3% arm (zie persbericht SCP sept. 2016). Ouderen tussen 55-65 jaar zijn overigens juist weer wel relatief arm.

 

Koopkracht minima en pensioengerechtigden

Traditiegetrouw presenteert het Nibud aan het begin van het jaar haar koopkrachtplaatjes. De meeste Nederlanders gaan er dit jaar op vooruit.

Gepensioneerden komen er echter relatief slecht vanaf in 2016. Hun koopkracht blijft gelijk; sommigen gaan er wat op achteruit. Maar gisteren meldde het CBS al dat de armoede onder gepensioneerden relatief laag is.

Door onder andere de stijging van de zorgtoeslag zullen bijstandsgerechtigden er in 2016 toch iets op vooruit gaan. Waar hun koopkracht in de berekeningen vorig jaar nog gelijk leek te blijven aan 2015, ziet het Nibud nu dat bijstandsgerechtigden er per maand 6 tot 17 euro op vooruit zullen gaan. Ondanks deze lichte koopkrachtstijging hebben deze huishoudens het nog steeds ontzettend krap en zullen ze ieder dubbeltje om moeten draaien om rond te komen, aldus het Nibud.

Vandaag meldt het CBS dat 4 op de 10 huishoudens met een laag inkomen moeilijk rond komt.

Huishoudens die moeilijk rondkomen

cbs3

 

Miljoenennota 2016

Volgens goed gebruik is de Miljoenennota ruim voor Prinsjesdag gelekt. Helaas vind ik hem nog nergens integraal online. Wel vind ik de volgende relevante flarden:

  • MiljoenennotaDe meeste Nederlanders gaan er volgend jaar op vooruit. Werkenden met een minimuminkomen profiteren het meest. Zij krijgen er volgens de koopkrachtplaatjes 5,3% bij.
  • Gepensioneerden en mensen met een uitkering gaan er niet op achteruit. In de oorspronkelijke plannen moesten deze twee groepen nog koopkracht inleveren. Maar de minnen zijn inmiddels weggepoetst.
  • De zorgpremie stijgt volgend jaar met zo’n €7 per maand. Het eigen risico blijft nagenoeg hetzelfde en gaat alleen iets omhoog vanwege de stijgende prijzen. Voor verreweg de meeste mensen die er recht op hebben, stijgt de zorgtoeslag met ongeveer €67.
  • Verhoging arbeidskorting (ik weet niet met hoeveel. NB. in vorige jaren werd hij ook telkens al verhoogd).
  • Volledige en snellere afbouw algemene heffingskorting (ik kan nu nog niet goed inschatten wat dat betekent voor het sociaal minimum. In 2012 werd de afbouw van de dubbele heffingskorting gestart. Lees hier wat dat betekent voor het sociaal minimum)
  • Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting
  • Verhoging kinderopvangtoeslag
  • Uitstel bezuinigingen huurtoeslag eenmalig
  • Verhoging kindgebonden budget
    2e kind: + €33
    3e kind: + €100
    4e kind e.v.: + €177
  • Lage Inkomens Voordeel (LIV) maakt het vanaf 2017 aantrekkelijk om mensen met een laag inkomen (tot 120% minimumloon) in dienst te houden
  • Ik lees niets over gemeentelijke budgetten armoedebeleid of schuldhulpverlening. Maar misschien zijn er morgen nog verrassingen.

 

Regeerakkoord #2

De belangrijkste wijzigingen (voor lage inkomens)

  • De inkomensafhankelijke zorgpremie is geschrapt.
  • Het inkomensafhankelijke eigen risico blijft bestaan (lage inkomens betalen €180 per jaar, hoge inkomens €595).
  • De nominale zorgpremie (wat mensen betalen aan de basisverzekering) blijft zoals die nu is. Iedereen betaalt in 2014 zo’n €1.269 per jaar.
  • De zorgtoeslag blijft gehandhaafd.

Koopkracht
Door de aanpassingen van de belasting gaan lage inkomens er meer op vooruit dan hoge inkomens, die juist koopkracht verliezen. Maar het nieuwe akkoord is volgens de onderhandelaars minder nivellerend dan het originele regeerakkoord. Het CPB komt tot de volgende koopkrachtplaatjes (bruto en per jaar):

Tweeverdieners met baan

  • Inkomen onder €32.900: -0,25%
  • Inkomen tussen €32.900 en €65.800: 0%
  • Inkomen tussen €65.800 en €94.000: 0%
  • Inkomen boven €94.000: -0,25%

Tweeverdieners met uitkering

  • Allemaal: -0,25%

Tweeverdieners met pensioen

  • Inkomen onder €22.560: +0,25%
  • Inkomen boven €22.560: -1%

Alleenstaande met baan

  • Inkomen onder €32.900: +0,5%
  • Inkomen tussen €32.900 en €65.800: +0,25%
  • Inkomen boven €65.800: -0,5%

Alleenstaande met uitkering

  • Inkomen onder €22.560: 0%
  • Inkomen boven €22.560: -0,25%

Alleenstaande met pensioen

  • Inkomen onder €22.560: +0,25%
  • Inkomen boven €22.560: -1,25%

Alleenverdiener met baan

  • Inkomen onder €32.900: -0,25%
  • Inkomen tussen €32.900 en €65.800: -0,75%
  • Inkomen boven €65.800: -0,5%

Alleenverdiener met uitkering

  • Allemaal: -0,25%

Alleenverdiener met pensioen

  • Allemaal: -0,75%

Zie ook de cijfers op p16/17 van het CPB-rapport. Op p13/14 staat welke regelingen in deze berekeningen zijn opgenomen. De huishouduitkeringstoets zie ik er niet bij staan.

Bij deze cijfers moet verder worden aangetekend dat het om de mediane ontwikkeling gaat. Dat betekent dat de helft van de mensen er in koopkracht juist meer op vooruit gaan dan het cijfer dat bij hun groep past, en de helft van de mensen er juist meer op achteruitgaat. Bovendien gaat het om veranderingen per jaar, voor een periode van vijf jaar. Dat betekent dat je voor een beeld voor 2017 de getallen met vijf moet vermenigvuldigen. Maar het betekent ook dat de voorspellingen nog erg onzeker zijn.

Het Nibud is op dit moment ook bezig met een doorberekening van het bijgestelde regeerakkoord. Ze hopen eind deze week de koopkrachtplaatjes op te leveren.