Afgelopen voorjaar hebben 177 klanten van het Loket Schuldhulp van de gemeente Roermond deelgenomen aan een Klantbelevingsonderzoek. In aanvulling hierop hebben 20 klanten meegewerkt aan een verdiepend telefonisch interview. Over het algemeen zijn respondenten erg tevreden over de ondersteuning. De schuldhulpverleners verlagen stress en creëren daarmee ruimte voor overzicht.
Roermond zette in de beleidsplannen armoedebeleid en schuldhulpverlening 2017 e.v. stevig in op preventie.
Vandaag presenteren Marielle Fleuren, Jacomijn Kuiper en de NVVK de nieuwe Leidraad Vroegsignalering Schulden. Daarin lees je alles wat je moeten weten als je aan de slag gaat met vroegsignalering.
Staatssecretaris Tamara van Ark van SZW onderstreept in het voorwoord het belang van vroegsignalering.
De NVVK heeft op de website een speciale pagina Vroegsignalering ingericht. Hier staan alle rapporten die genoemd worden in de Leidraad. Daarnaast zal de NVVK binnenkort een openbare community Vroegsignalering lanceren waar alle betrokken partijen ervaringen met elkaar kunnen delen.
Armoede en schulden kunnen een serieuze aanslag op de gezondheid betekenen. Ook omgekeerd is er een verband, want een slechte gezondheid kan leiden tot een lager inkomen, en bijvoorbeeld ook leiden tot veel kosten voor medicijnen en zorg. Het Inspiratie- en werkboek Armoede, schulden & gezondheid van Platform31 beschrijft zes voorbeelden van integrale ondersteuning op het gebied van financiën en gezondheid:
Financiën op Koers (Kampen). Eén duidelijk loket voor financiële vragen.
Een gezonde toekomst dichterbij (Hengelo). De aanpak is gebaseerd op de positieve psychologie en zet in op de ontwikkeling van persoonlijke capaciteiten en een duurzaam gevoel van welbevinden. Tijdens een pilot in vier buurten zijn vijftig gezinnen benaderd. Deelnemers werkten met ondersteuners gericht aan de eigen regie, het versterken van competenties en hun verbondenheid met de samenleving.
De Vaart Erin (Assen). In het project worden mensen met huurachterstanden begeleid bij hun financiële problemen.
De Geweldige wijk (Meppel). Het programma bestaat uit drie fasen:
– Geweldig Bedankt: verminderen van stress door armoede, door kleine zorgen en problemen te verlichten. Met een app kunnen gezinnen hulp vragen in de wijk bij dagelijkse kleine problemen.
– Geweldig Gevoel: versterken van rust en veerkracht.
– Geweldig Bezig: gemotiveerd werken aan de eigen gezondheid.
In het project gaan kansarme gezinnen zelf met de interventies aan de slag. Ze krijgen daarbij ondersteuning van hun directe leefomgeving en begeleiding van professionals. Bekijk de animatie op de website van de Geweldige Wijk.
SameNoord – de formulierenbrigade (Wijchen). Vrijwilligers helpen wijkinwoners bij het aanvragen van toeslagen en minimaregelingen en het op orde brengen van hun financiële administratie.
Verder zijn er hoofdstukken over ‘vroegopsporing’ en preventie, samenwerking, werken met vrijwilligers en ervaringsdeskundigen en monitoren en evalueren.
Naschrift d.d. 30 augustus 2018: In vervolg op het Inspiratieboek is nu ook een Gesprekstool beschikbaar waarmee je de gecombineerde beleidsaanpak kunt realiseren. En bezoek op 7 november de Landelijke Studiedag Gezond in…
Staatssecretaris Van Ark van SZW heeft mede namens de collega’s van VWS en OCW het onderzoeksrapport Zwerfjongeren en schulden naar de Tweede Kamer gestuurd.
Het aantal dakloze jongeren (18-27 jaar) is sinds een aantal jaar stijgende. Op 1 januari 2016 ging het om 10.700 jongeren. Het grootste deel heeft complexe, meervoudige problematiek. Veel zwerfjongeren zijn bijvoorbeeld in contact geweest met jeugdzorg en hebben agressieproblemen. Ze zijn bezig met overleven. Bijna 25% is zwakbegaafd of heeft een verstandelijke beperking. Veel zwerfjongeren die al in zicht zijn bij een vorm van hulpverlening zitten in budgetbeheer of bewindvoering.
Oplossingsrichtingen
De onderzoekers geven de volgende oplossingsrichtingen:
De invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet zal ertoe leiden dat geen onderscheid meer wordt gemaakt naar leeftijd en de jongeren maandelijks dus een hoger bedrag overhouden.
Gebruik eenvoudig en begrijpelijk taalgebruik en motiverende gespreksvoering.
Geef uitleg aan schuldeiser over de situatie van de jongere en licht toe wat voor de schuldeiser de voordelen zijn als hij meewerkt aan het schuldhulpverleningstraject.
Zorg dat professionals deskundig zijn, bijvoorbeeld als het gaat om schuldhulp aan iemand met studiefinanciering of het begeleiden van mensen met een licht verstandelijke beperking of psychische problematiek.
Andere oplossingen liggen in het goed begeleiden van de overgang van 18- naar 18+ door gemeenten, maar ook in het bieden van stress-sensitieve hulp- en dienstverlening aan deze jongeren.
Schuldeisers moeten bijdragen aan het voorkomen en oplossen van betalingsachterstanden bij hun klanten. In het onderwijs moet meer aandacht zijn voor het aanleren van financiële vaardigheden.
Voor jongeren van 18 tot 21 jaar geldt een lagere bijstandsnorm omdat ouders verplicht zijn hun kinderen tot 21 jaar te onderhouden. Daarnaast kun je als jongere recht hebben op bijzondere bijstand als je je onderhoudsrecht jegens je ouders niet te gelde kunt maken. Zwerfjongeren kunnen vaak geen beroep doen op hun ouders, bijvoorbeeld doordat hun relatie met ouders is verstoord, dus is aanvullende bijzondere bijstand voor deze groep waarschijnlijk regelmatig nodig. In hoeverre gemeenten op basis van hun beleidsregels zwerfjongeren deze mogelijkheid van bijzondere bijstand überhaupt bieden, is niet bekend.
Maar liefst 50% van de schuldhulpverleners geeft in de enquête aan dat zij te weinig tijd krijgen om hulp goed op te zetten, omdat de werkdruk te hoog is. Het verlagen van caseload, waardoor schuldhulpverleners onder andere meer tijd kunnen besteden aan moeilijkere doelgroepen, waaronder zwerfjongeren, is wenselijk.
Tot slot worden veranderingen in het onderwijs zelf genoemd, waardoor deze jongeren onderwijs op maat kunnen volgen.
Van kostenpost naar investering
Eerder dit voorjaar verscheen het rapport Van kostenpost naar investering. Jaarlijks verlaten 20.000 jongeren op hun 18e jeugdzorg. Het probleem is dat er geen goede overgang is naar volwassenzorg. De kosten zijn hoog: tussen de 36.000 en 100.000 euro per jaar per jongere. Het onderzoek laat zien wat een duurzame, preventieve aanpak van dakloosheid van jongeren oplevert. En dat is, zo zal je niet verbazen, veel!
Het Jaarverslag 2017 van de NVVK is uit. Het aantal aanmeldingen voor schuldhulp is in 2017 toegenomen, zo blijkt. Eén exacte oorzaak voor de toename is moeilijk is vast te stellen. Wel vermoedt de NVVK dat mensen minder schroom hebben bij het vragen om hulp. Toegenomen media-aandacht, waaronder de documentaireserie Schuldig, zou de problematiek uit de taboesfeer hebben gehaald.
Het gemiddeld aantal schuldeisers is afgenomen, maar de gemiddelde schuld is toegenomen. Bekijk alle cijfers en lees het persbericht van de NVVK.
Aanmeldingen schuldhulpverlening bij NVVK-leden 2007-2017
Bij de Wsnp zien we nog wel steeds een dalende trend qua instroom (bron: Bureau Wsnp):
Zilveren Kruis besloot vorig jaar in een aantal gemeenten te stoppen met de collectieve zorgverzekering voor minima. Voor gemeenten kwam dit besluit onverwacht, wat vragen opriep over de toekomstbestendigheid van het instrument. De VNG liet daarom onderzoek doen naar de betekenis ervan voor zowel gemeenten als zorgverzekeraars.
Zowel gemeenten als zorgverzekeraars hechten veel waarde aan de minimapolis, is de belangrijkste conclusie van het onderzoek. Maar ze zien ook kansen. De polis is er nu vooral erop gericht om mensen met een kleine beurs een goede verzekering te bieden, met korting op de premie. Maar de minimapolis zou ook een rol kunnen krijgen in schuldpreventie en gezondheidsbevordering.
Zorgverzekering op maat in Emmen Desalniettemin gooit Emmen het met de Zorgverzekering op maat over een andere boeg. Poliswijzer.nl/emmen helpt Emmenaren bij het kiezen van een verzekering die aansluit bij hun persoonlijke zorgbehoefte. Een succesfactor in de aanpak is daarnaast de één-op-één begeleiding bij het invullen van de vergelijkingssite. Ongeveer de helft van de mensen beëindigde hun collectieve zorgverzekering of wijzigde hun polis. Het leverde een gemiddelde jaarlijkse besparing op van € 410 per persoon.
Een interessante conclusie vind ik zelf, is dat collectief verzekerden niet meer zorg nodig hadden dan de reguliere verzekerden. Collectief verzekerden zijn bij veel minimapolissen waarschijnlijk dus oververzekerd.
Zorgverzekeringsschulden Oproep aan gemeenten: vul de enquête in over de aanpak van zorgverzekeringsschulden in jouw gemeente. Zorgverzekeringslijn en Pieter Hilhorst doen op dit moment onderzoek daarnaar. Als je meedoet, krijg je in juni een rapportage van de resultaten.
Hieronder een artikel door Silvia Bunt, met wie ik af en toe samenwerk.
Risico op financiële problemen bij vluchtelingen te groot
In een onderzoek dat ik heb uitgevoerd in Zaanstad naar maatwerk door de wijkteams, ben ik in contact gekomen met een vluchteling wiens schulden waren begonnen doordat hij zijn ziektekostenverzekering niet goed had geregeld en zijn vrouw wegens complicaties tijdens haar zwangerschap acuut naar het ziekenhuis moest. Dit had een forse ziekenhuisrekening tot gevolg die ze niet konden betalen. Sindsdien ben ik mij bewust van het hoge risico dat vluchtelingen lopen op schulden, als zij niet voldoende worden toegerust op het ingewikkelde financiële systeem in Nederland en op het omgaan met inkomsten en uitgaven. Met dit artikel hoop ik meer aandacht te genereren voor dit probleem, inzage te geven in de oorzaken en gemeenten tot actie aan te zetten.
Start van bestaan met leningen
Vluchtelingen starten hun bestaan in Nederland vaak met leningen. Om hun huis in te richten, ontvangen ze een budget voor inrichtingskosten van de gemeente. Matrassen, beddengoed, koelkast, tafel en stoelen: alles moet worden aangeschaft. Dit budget betreft in de meeste gemeenten een lening die moet worden terugbetaald. Daar komen nog kosten voor het inburgeringstraject en soms ook gezinshereniging bovenop. De lening voor het inburgeringstraject hoeft weliswaar niet te worden terugbetaald als de vluchteling op tijd zijn diploma haalt of ontheffing/vrijstelling heeft. In de andere gevallen moet deze lening echter wél worden terugbetaald, maar dat is lang niet altijd helder voor vluchtelingen.
Risico op financiële problemen is groot
De exacte omvang van financiële problemen onder vluchtelingen is nog nooit onderzocht. Maar, ter illustratie: Ruim de helft van de 345 statushouders die in 2015 in Breda werd gehuisvest heeft financiële problemen. Dat blijkt uit een analyse van de gemeente Breda in 2017. De statushouders kampen met betaalachterstanden en begrijpen vaak niet goed hoe het financiële systeem in Nederland werkt.
Oorzaken financiële problemen
Uit een recente publicatie van het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) komt een aantal specifieke redenen naar voren waardoor vluchtelingen snel in de financiële problemen komen en schulden kunnen krijgen.
Bij vestiging in de gemeente, kan de aanvraag van documenten en toeslagen vertraagd worden waardoor schulden kunnen ontstaan. Een voorbeeld hiervan is dat er verwarring kan ontstaan bij namen van Eritreeërs, die verschillend geschreven staan op de verblijfsvergunning en de bankpas, waardoor de Belastingdienst toeslagen niet toekent en er eerst een nieuwe bankpas met overeenstemmende naam moet worden aangevraagd.
Ook kunnen schulden ontstaan doordat vluchtelingen hun uitkering niet altijd direct ontvangen. Huur- en zorgtoeslag worden gemiddeld na vijf weken uitgekeerd. Bovendien worden kindgebonden toeslagen soms te laat gestort. Tot slot komt het voor dat het maximum bedrag van de huurtoeslag eigenlijk niet toereikend is. Bijvoorbeeld omdat de goedkopere sociale huurwoningen niet meer beschikbaar zijn, waardoor het verschil tussen de verkregen huurtoeslag en huurprijs relatief groot is.
Het is moeilijk voor vluchtelingen om hun inkomsten en uitgaven overzichtelijk te krijgen. Het feit dat je bijvoorbeeld een zorgverzekering betaalt, maar nog wel een eigen risico voor zorgkosten moet betalen (€385 in 2017) kan verwarrend zijn. Ook zijn vluchtelingen soms niet voorbereid op bepaalde facturen, zoals de eindnota van gas, water en licht. Mensen weten zelf vaak niet hoeveel geld ze per maand te besteden hebben en welke rekeningen er nog gaan komen. Dit heeft tot gevolg dat veel statushouders het geld dat ze van de gemeente ontvangen, direct weer uitgeven, zo gaven enkele gemeenten aan die door KIS zijn geïnterviewd.
Bij het ontstaan van financiële problemen, speelt taal natuurlijk een rol. Hoewel vluchtelingen al in het asielzoekerscentrum beginnen met taallessen, is hun niveau van de Nederlandse taal in het begin vaak niet voldoende om bijvoorbeeld belastingaangifte te doen. Veel formulieren zijn bovendien alleen in het Nederlands verkrijgbaar. Een aantal vluchtelingen die naar Nederland komen, is analfabeet, waardoor het voor hen überhaupt lastig is om schriftelijk informatie te lezen en financiële zaken te regelen.
Vluchtelingen die zich als statushouder in een gemeente vestigen lopen kortom een hoog risico op het ontstaan van schulden. Dit komt door het lastige financiële systeem in Nederland , de grote hoeveelheid regelingen en instanties waar zij opeens mee te maken krijgen, hun (zeker in het begin) beperkte kennis van de Nederlandse taal, hun lage inkomen en de leningen waarmee zij starten.
Oplossingen
Mijn conclusie is dat statushouders, vooral de eerste tijd na huisvesting, serieuze en professionele begeleiding nodig hebben om hun financiële huishouding goed op orde te krijgen. Hiermee kunnen schulden worden voorkomen. Een serieuze investering vanuit gemeenten op dit punt, zal wel eens kosteneffectief kunnen blijken te zijn. Een driejarig traject schuldhulpverlening (minnelijk) kost immers naar schatting zo’n €4.500 (gebaseerd op de Effectencalculator).
In de publicatie van KIS staan twee voorbeelden genoemd van dergelijke ondersteuning. Als eerste het project Euro-Wijzer. In dit project helpt VluchtelingenWerk Nederland vluchtelingen om financieel zelfredzaam te worden en (verdere) schulden te voorkomen. Het project maakt gebruik van groepsgewijze trainingen en vrijwillige budgetcoaches. Hiervoor ontwikkelde het Nibud speciaal materiaal dat aansluit bij de belevingswereld en context van vluchtelingen. In de training werken mensen aan concrete doelen zoals een ordelijke thuisadministratie, omgaan met digitaal betaalverkeer, vooruit plannen in het uitgavenpatroon en aanvragen van bestaande voorzieningen. Daarnaast konden vluchtelingen terecht op regionale spreekuren. Het project zal in 2018 in verschillende gemeenten verder uitgerold worden.
Verder ontwikkelde Kredietbank Nederland een startpakket voor vluchtelingen dat op dit moment in uitvoering is in de gemeenten Tytsjerksteradiel en Leeuwarden. In Tytsjerksteradiel krijgt de statushouder hierdoor binnen één week een woninginrichtingskrediet zodat deze binnen de gestelde termijn van twee weken kan verhuizen. Daarnaast wordt ervoor gezorgd dat de uitkering wordt aangevraagd, dat alle statushouders over een DigiD code beschikken en dat de toeslagen juist worden aangevraagd. Vervolgens worden “tijdelijk” de huur, gas, elektra, water en de ziektekostenverzekering betaald. Er zijn zeer korte lijnen met Vluchtelingenwerk en de statushouders krijgen hulp bij het bijhouden van hun financiële administratie. De ervaringen in Tytsjerksteradiel zijn positief. Sinds dit project is gestart zijn er in de gemeente twee statushouders in de financiële problemen gekomen, terwijl er bijna 100 zijn gehuisvest.
Minstens 40% van de Nederlanders heeft moeite om het overzicht over hun financiële administratie te bewaren. Zij hebben vaker betalingsachterstanden en staan vaker rood dan mensen die hun administratie volledig op orde hebben. Dit blijkt uit het Nibud-rapport Financiële administratie in een digitaal tijdperk. Lees het persbericht.
Tsjonge, werk aan de winkel dus voor o.a. vrijwilligers en professionals die mensen helpen bij het op orde brengen van de thuisadministratie. Sinds 1 april zet ik me ook hiervoor in, als bestuurslid van het Landelijk Stimuleringsnetwerk Thuisadministratie (samen met o.a. Gerjoke Wilmink van het Nibud, trouwens).
Gemeenten hebben maximaal 8 weken de tijd om een aanvraag voor een bijstandsuitkering te beoordelen. Om die periode financieel te overbruggen, hebben bijstandsaanvragers recht op een voorschot op hun uitkering. Uit onderzoek van Regioplan voor de rekenkamercommissie van Enschede blijkt, dat dit niet altijd goed verloopt. En dat geldt niet alleen voor Enschede!
Zo blijkt bijvoorbeeld dat voorschotten niet altijd ambtshalve (zonder aanvraag) worden verstrekt, en dat klanten zelf om een voorschot moeten verzoeken. Verder zijn de voorschotten niet altijd van de juiste hoogte, en worden ze niet altijd binnen de wettelijke termijn vier weken verstrekt. Eén van de aanbevelingen van de onderzoekers: leg je beleid vast in een openbaar beleidsdocument. De wetstekst en MvT bieden namelijk ruimte voor interpretatie.
De regelgeving voor voorschotten vind je in art. 52 Participatiewet. Check even of jouw gemeente het goed doet.
Gemeenten houden zich druk bezig met de integratie van statushouders. De nadruk ligt daarbij sterk op werk, en minder op financiële en sociale zelfredzaamheid. Volgens onderzoek van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) en partners is het systeem van zorgtoeslagen, naheffingen, eigen risico en afrekeningen zo complex dat de nieuwkomers, die vaak de taal nog onvoldoende beheersen, snel schulden maken.
Het onderzoek richtte zich op drie gemeenten: Peel en Maas, Lelystad en Pijnacker-Nootdorp. Daaruit blijkt, dat nieuwkomers toeslagen meteen uitgeven en eerder geld besteden aan luxeproducten, zoals een grote tv of een elektrische fiets. EU-arbeidsmigranten komen vaak naar Nederland om geld te sparen. Zij krijgen vooral te maken met uitbuiting.
Net als de Ombudsman onderzocht de Inspectie SZW de toegang tot de schuldhulpverlening. Bij de Ombudsman is het glas halfleeg. Bij de Inspectie SZW is ‘ie halfvol.
De Inspectie concludeert: “dat er over het algemeen sprake is van een brede toegang tot schuldhulpverlening. Bijna alle gemeenten (93%) gaan bij een verzoek tot schuldhulpverlening over tot een individuele afweging van de situatie van de hulpvrager voordat een gemeente een besluit neemt een aanvraag toe te kennen dan wel af te wijzen. Ook is er geen sprake van wijdverbreide categoriale uitsluiting van bepaalde doelgroepen. Wel zien we dat nog vrij veel gemeenten de toegang beperken voor zelfstandigen (41%), mensen met fraudeschulden (20%) en mensen die al eerder gebruik hebben gemaakt van een vorm van schuldhulpverlening (21%). Zelfstandigen met financiële problemen worden doorverwezen naar een gemeentelijke regeling die voor deze doelgroep in het leven is geroepen (de Bbz, Besluit bijstandverlening zelfstandigen). Voor de andere groepen waarbij een weigeringsgrond van toepassing is, vindt er in toenemende mate een brede individuele afweging plaats voordat een gemeente een besluit neemt.”
“Dit neemt niet weg dat we enkele kwetsbaarheden in het proces signaleren. Onder meer de kennis die bij de meldpunten aanwezig is om burgers goed door te geleiden naar schuldhulpverlening is bij een derde van de gemeenten een punt van aandacht. Daarnaast krijgt gemiddeld 20% van de mensen met problematische schulden geen schuldhulpverlening. Meestal omdat de gemeente ervoor kiest om de hulpverlening eerst op andere problemen te richten, bijvoorbeeld in geval van een verslaving. Bij een derde van de gemeenten wordt echter niet bewaakt dat de schuldhulpverlening gestart kan worden op het moment dat de situatie is gestabiliseerd. Dat behoeft ook enige aandacht.”
En verder: “Gemeenten geven niet bij alle vormen van schuldhulpverlening een beschikking af. Nagenoeg alle gemeenten geven een beschikking af voor een schuldregeling, en ongeveer twee derde voor budgetbeheer en duurzame financiële dienstverlening. Vormen waarvoor geen beschikking wordt afgegeven zijn doorgaans een adviesgesprek en ondersteuning door een externe partij. Zes procent van de gemeenten geeft voor geen enkele vorm van schuldhulpverlening een beschikking af. De reden dat gemeenten geen beschikking afgeven is omdat zij menen dat dat niet nodig is, omdat de Wgs in hun ogen niet van toepassing is of omdat niet zij, maar een derde partij (zoals de Kredietbank), een ‘relatie’ aangaat met de hulpvrager.”
Schuldhulpverleners kunnen op twee manieren een minnelijke schuldregeling treffen voor mensen met problematische schulden: via schuldbemiddeling of schuldsanering. Beide vormen hebben hun eigen kenmerken en voor- en nadelen. Hoewel uit de praktijk blijkt dat saneringen vaker met succes worden afgerond, wordt in Nederland toch bijna twee keer zo vaak gekozen voor bemiddeling.
SUNN en de NVVK onderzoeken nu of dit komt omdat driekwart van de gemeenten geen kredietfaciliteit heeft of wellicht het risico niet durft te nemen dat de schuldenaar het krediet niet terugbetaalt. Tegelijkertijd wordt onderzocht of een landelijk of regionaal Schuldenborgfonds, dat garant staat voor saneringskredieten, dit probleem kan wegnemen en meer mensen met schulden beter geholpen kunnen worden.
Op basis van de resultaten zullen SUNN en de NVVK besluiten om al dan niet over te gaan tot pilot(s) met een Schuldenborgfonds en eventuele uitrol van een dergelijk fonds in heel Nederland. Verwacht wordt dat dit besluit in de zomer van 2018 kan worden genomen.
Hoe werkt schuldsanering?
Bij een minnelijke schuldregeling in de vorm van een saneringskrediet wordt door de kredietbank een krediet verstrekt waarmee (een deel van) de vordering van schuldeisers wordt voldaan. De schuldeisers verlenen op basis hiervan finale kwijting. De schuldenaar houdt in feite nog maar één schuldeiser over: de kredietverlener. Dit heeft voordelen voor de schuldenaar. Het neemt direct veel stress weg. De schuldenaar kan bovendien een aanvullende zorgverzekering afsluiten en als hij werk aanvaardt, merkt hij dat direct in zijn portemonnee. Voor de schuldeiser is sanering prettig, omdat hij niet meer minstens drie jaar de boeken open hoeft te houden. Het bespaart de schuldhulpverlener administratieve lasten die gemoeid zijn met het verwerken van wijzigingen in de situatie van schuldeisers en schuldenaren gedurende de driejarige aflosperiode. Nadeel van sanering is dat de schuldeiser niet profiteert wanneer de schuldenaar een hoger inkomen weet te vergaren tijdens de aflosperiode.
Belemmeringen wegnemen met een Schuldenborgfonds
Het ontbreken van een kredietfaciliteit of de vrees van gemeenten dat schuldenaren het krediet niet terugbetalen, vormen mogelijk belemmeringen voor het inzetten van saneringen. In naar schatting driekwart van de gemeenten kunnen schuldhulpverleners geen beroep doen op krediet of borgstelling, waardoor schuldsanering vaak niet mogelijk is. De oprichting van een landelijk of regionaal Schuldenborgfonds kan dat probleem wellicht wegnemen, omdat zo’n fonds borg kan staan voor saneringskredieten die gemeenten afsluiten. Het onderzoek van SUNN en de NVVK richt zich juist op deze vraag: is een Schuldenborgfonds van toegevoegde waarde op het bestaande instrumentarium en kunnen we daarmee mensen in problematische schulden inderdaad beter helpen? Tevens wordt onderzocht of een sociaal leenfonds, complementair aan een Schuldenborgfonds, een oplossing biedt voor niet-problematische schulden.
Onderzoek
Het onderzoek is in opdracht van de NVVK en SUNN gestart in februari 2018 en wordt uitgevoerd door Yvonne van der Vlugt in samenwerking met Kwink Groep en mede-initiatiefnemers Joke de Kock (schuldhulpverlening Tilburg) en Martijn Schut (SUNN). Het onderzoek wordt gefinancierd door een aantal vermogensfondsen. Naar verwachting worden in juni 2018 de bevindingen gepresenteerd.
Over SUNN en de NVVK
SUNN staat voor Stichting Urgente Noden Nederland. Dit is de ontwikkelorganisatie van SUN-noodhulpbureaus die momenteel via 26 vestigingen in ruim 100 gemeenten noodhulp bieden aan hen die tussen wal en schip dreigen te vallen. Zie ook www.sunnederland.nl
De NVVK is de branchevereniging van ongeveer 100 organisaties die op het gebied van schuldhulpverlening, beschermingsbewind en/of sociaal bankieren een sociaal alternatief bieden om schulden te voorkomen, op te lossen of beheersbaar te maken. Zie ook www.nvvk.eu
Meer informatie
Heeft u vragen of opmerkingen over dit onderzoek? Neem contact op via info@sunnederland.nl of bel met Nathalie Boerebach (directeur SUNN): 06-51387989 of Marianne Oostrik (beleidsadviseur NVVK); 06-46855639.
Tot zover het persbericht. Ik ben benieuwd hoe jij als lezer denkt over bemiddeling versus sanering en de meerwaarde van een Schuldenborgfonds en een Sociaal leenfonds (zie voorbeeld Zoetermeer). Dus reageer! Bijvoorbeeld met een reactie onder dit artikel.
Gemeenten bieden mensen met problematische schulden niet altijd een laagdrempelige en brede toegang tot de schuldhulpverlening. Er is dan ook op verschillende punten verbetering mogelijk. Dat concludeert de Nationale ombudsman na een verkennend onderzoek onder een aantal gemeenten. In het rapport Een open deur? presenteert hij aanbevelingen voor de verbetering van de toegang en effectiviteit.
Zojuist presenteerde het CBS nieuwe armoedecijfers. Het aantal huishoudens met een laag inkomen is de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven. Het aantal kinderen in armoede is afgenomen. Maar het aantal huishoudens dat minstens 4 jaar een laag inkomen heeft, is toegenomen. Het CBS verwacht in 2018 een daling van de armoede. Het CBS presenteert traditiegetrouw ook cijfers per gemeente en op wijk- en buurtniveau.
Het CBS presenteert vandaag cijfers over de lage inkomensgrens t/m 2015. Maar cijfers over sociaal minimum – zeg maar bijstandsniveau, het door gemeenten gehanteerde criterium – zijn ook nog te vinden op het vernieuwde Statline van CBS. Cijfers t/m 2014.
In het rapport Een Gedragsgerichte Benadering Van Armoede doet de HvA verslag van een onderzoek in opdracht van Almere en Den Haag naar bewezen effectieve interventies ter ondersteuning van mensen in langdurige armoede. De HvA onderzocht de volgende interventies:
Assistentie bij het aanvragen van inkomensvoorzieningen
Herinneringen sturen en het vereenvoudigen/weglaten van informatie
Gedragsgerichte ‘reminders’
De standaard voorkeur (‘default setting’) veranderen
Het doel van sparen concretiseren
Persoonlijk maken, wederkerigheid benadrukken en de standaard voorkeur wijzigen
Mobility Mentoring: een intensief gedragsgericht programma om economische zelfstandigheid te bevorderen
Informatie aantrekkelijk aanbieden en vereenvoudigen, de sociale norm benadrukken en bekende gegevens niet opnieuw aan de klant vragen
Framing: no-show terugdringen door aanpassing van de uitnodiging
Belonen van gezond financieel gedrag
Sparen makkelijk maken, en belonen
Herinnering sturen voor het betalen van alimentatie
Hulp bieden dicht op de gemeenschap en het mobiliseren van sociale steun
De organisatie of de klant aanspreken?
Sociale informatie geven, en feedback met smileys
Feedback geven: over kosten of over eigen energiegebruik?
De NVVK vraagt gemeenten om kredietbanken te helpen renteverlaging voor sociale kredieten mogelijk te maken. Steeds meer gemeenten doen dat ook door het financieringsgat dat ontstaat bij het verlagen van de rentes te vergoeden.
Vorige week presenteerde de Kinderombudsman het rapport ‘Alle kinderen kansrijk‘. In het rapport staan de volgende aanbevelingen voor gemeenten:
Het rapport vermeldt niet heel veel nieuws ten opzichte van de eerdere rapporten van de Kinderombudsman waarin o.a. gepleit werd voor invoering van een kindpakket.
Interessanter vond ik het rapport dat diezelfde Kinderombudsman in dezelfde week presenteerde: ‘Nederlandse kinderen ontkoppeld‘. Daarin staat dat enkele honderden kinderen in Nederland in armoedeleven omdat een van hun ouders geen geldige verblijfsvergunning heeft. Daardoor komt het gezin niet of minder in aanmerking voor toeslagen en uitkeringen, terwijl de kinderen zelf wel Nederlands zijn of hier een verblijfsvergunning hebben. Lees meer in het AD.
En verder lees ik deze week dat Utrecht volgend jaar €170.000 extra gaat investeren in de begeleiding van kinderen die met hun ouders in de crisisopvang verblijven.
In 2018 kunnen gemeenten en kredietbanken gratis meedoen met de Divosa Benchmark Armoede & Schulden. De kosten voor deelname worden betaald door het ministerie van SZW.
Het aantal wanbetalers is gedaald van 325.810 wanbetalers eind 2014 naar 257.767 op 1 november 2017. Deze daling wordt vooral veroorzaakt doordat zorgverzekeraars op grote schaal betalingsregelingen hebben afgesproken waardoor de bestuursrechtelijke premie direct kan worden opgeschort. Eind 2016 waren er 70.922 actieve betalingsregelingen. Op de website van het CBS vind je cijfers per gemeente. Eerder schreef ik al, dat je bij het CAK ook NAW-gegevens van die wanbetalers kunt opvragen.
Er wordt nog gewerkt aan een regeling om zorgverzekeraars nog meer te prikkelen om mee te werken aan schuldhulpverlening en -preventie. Bruins streeft ernaar een wijziging van artikel 34a Zvw voor de zomer van 2018 aan de Kamer voor te leggen.
Ik adviseerde de gemeente Tilburg rond twee vraagstukken:
In welke mate moeten financiële hulpvragen worden opgepakt in de wijkteams en het centrale Bureau Schuldhulpverlening?
Zijn er innovatieve aanpakken gericht op complexe niet- of zeer lastig oplosbare schuldendossiers die een meerwaarde hebben voor Tilburg?
Ik kreeg deze week groen licht om het rapport Schuldhulpverlening in Tilburg – Generalist versus specialist openbaar te maken. Ik hoop dat andere gemeenten er ook nog wat aan hebben, maar mijn advies is wel nadrukkelijk gericht op de Tilburgse situatie.
Bij een meerderheid van cliënten in de maatschappelijke opvang vormen schulden de belangrijkste belemmering voor uitstroom naar zelfstandig wonen. Dat blijkt uit onderzoek in Utrecht.
Voor 51% van de opvangpopulatie was het hebben van schulden een belemmering voor zelfstandig wonen. Voor de daklozen liep dat percentage zelfs op tot 67%.
Op twee fronten lopen hier de maatschappelijke kosten flink op: rond maatschappelijke opvang en schulden. Catch-22. Lees de column Schaf huisuitzettingen gewoon af van IPW. Het is in Nederland niet mogelijk onverzekerd te zijn voor ziektekosten. Moeten we dat ook niets eens regelen voor huisvesting?
Aanvulling d.d. 27 sep.: lees het rapport Doorstroom opvang belemmerd door financiële knelpunten waaraan bij de vorige bullit wordt gerefereerd (Leger des Heils, sep. 2017). Onderstaande infographic staat op p.30 van dat rapport (klik om te vergroten):
Sinds 2012 stijgt het aantal minderjarige kinderen in bijstandsgezinnen ieder jaar. In 2016 ging het om 78.000 kinderen, bijna 10.000 (2,1%) meer dan in 2015. Twee derde van alle bijstandskinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond, zo meldt het CBS. De stijging in 2016 kwam vooral door instroom van vluchtelingen uit Syrië en Eritrea in de bijstand. Het aantal bijstandskinderen uit Somalië of Afghanistan was wat lager dan in 2015.
Het aantal kinderen in gezinnen die 3 jaar of langer een bijstandsuitkering ontvangen, nam in 2016 toe met 4.400 tot ruim 114.000 kinderen. Dat is de helft van alle kinderen in bijstandsgezinnen.
Gisteren was ik bij het zeer boeiende Nibudcongres Wat is genoeg? Bovenstaande stelling, en vooral onderstaande verklaring daarbij, vatten het congres voor mij samen.
Ja, je kunt rondkomen van een inkomen op het sociaal minimum, mits:
je heel goed met je geld kunt omgaan. Maar de lat ligt inmiddels wel verschrikkelijk hoog. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving concludeerde eerder deze week dat de samenleving voor een groeiende groep Nederlanders te ingewikkeld is geworden. Uit ander onderzoek blijkt dat mensen door gebrek aan tijd en geld niet de meest verstandige keuzes maken. En de Ombudsman noemt de veronderstelde zelfredzaamheid ‘een illusie’.
je gebruikmaakt van alle voorzieningen. Maar we hebben er met zijn allen zo’n kerstboom van gemaakt, dat rechthebbenden de voorzieningen niet kennen, niet in aanmerkingen denken te komen, zich schamen of de aanvraag te ingewikkeld vinden.
er niets misgaat. Er is nauwelijks afloscapaciteit om een schuld af te lossen. Als er een schuld ontstaat, beland je zo in een neerwaartse spiraal. Per ongeluk €100 teveel kinderopvangtoeslag ontvangen? Je koelkast èn je wasmachine geven in dezelfde week de geest? Een ongeluk zit in een klein hoekje. En hoe langer je op het sociaal minimum zit, hoe kwetsbaarder de situatie wordt.
je geen hoge ‘persoonlijk onvermijdbare kosten’ hebt. Denk aan een hoge huur, terwijl er geen andere woningen beschikbaar zijn. Of hoge kosten voor zorg, dieet of vervoer. De befaamde voorbeeldbegrotingen van het Nibud gaan uit van gemiddelden. Als jij daar flink van afwijkt, wordt het heel lastig.
je genoegen neemt met heel weinig. Het Nibud rekent voor dat sommige huishoudens geen of nauwelijks budget hebben voor ‘sociale participatie’. Uitgaan, verjaardagsfeestje en vakantie schieten er bij in. En je kinderen kunnen niet op voetbal of muziekles als er daarvoor in jouw gemeente geen tegemoetkoming is.
Mensen die hun verplichte zorgpremie niet betalen, belanden in de wanbetalersregeling.
Gemeenten kunnen van het CAK een overzicht krijgen van het aantal mensen in de wanbetalersregeling, uitgesplitst per doelgroep. Zie voorbeeld van Dordrecht.* En zie dit Excel-bestand met de aantallen en achtergrondkenmerken in jouw gemeente. Deze cijfers hebben als peildatum 31-12-2015 en zijn waarschijnlijk aan de hoge kant. Het aantal wanbetalers is in het jaar daarna namelijk met 11,6% gedaald.
Let op: het is misschien even schrikken als je ziet, dat er veel meer wanbetalers zijn dan alleen de bijstandsgerechtigde. Die je misschien al kent vanuit de speciale wanbetalersregeling voor bijstandsgerechtigden.
Om deze nieuwe doelgroep niet-bijstandsgerechtigde wanbetalers gericht te benaderen, heb je extra capaciteit nodig. En de Burgerservicenummers van de betreffende wanbetalers. Er wordt gewerkt aan een ministeriële regeling om dat laatste mogelijk te maken. Het CAK verwacht ‘later dit jaar’ op basis daarvan de BSN’s aan gemeenten te mogen leveren.
Verder goed om te weten: Zorgverzekeringslijn (min. VWS) geeft gratis workshops door het hele land over het voorkomen en oplossen van zorgverzekeringsschulden. Zij leggen uit hoe de wetgeving in elkaar zit en welke rechten en plichten mensen hebben.
*Met dank aan Alex Buchinhoren van Sociale Dienst Drechtsteden die mij hierop attendeerde.
Naschrift d.d. 28 juni 2017: Inmiddels kreeg ik deze link, waaruit blijkt dat de uitwisseling op BSN al vanaf 1 juli mogelijk wordt.
Vanaf heden kunnen gemeenten projectvoorstellen indienen om onderzoek te doen naar hun eigen praktijk rond schuldhulpverlening en armoedebestrijding. Subsidie wordt beschikbaar gesteld vanuit het kennisprogramma Vakkundig aan het werk van het ministerie van SZW, VNG, UWV, ZonMw en Divosa.
Voor de programmalijn schuldhulpverlening en armoedebestrijding is in totaal €500.000 beschikbaar. Er kunnen 2 projecten van maximaal €250.000 worden gehonoreerd. Focus van dit onderwerp ligt op onderzoek naar wat werkt om problematische schulden en armoede te bestrijden. Nog specifieker gaat het om onderzoek naar gedragsverandering bij klanten. De maximale looptijd van een project is 3 jaar. Je kunt tot 3 oktober 2017 een projectvoorstel indienen.
Kun je hulp gebruiken bij het bedenken van een goede onderzoeksvraag of het vinden van de juiste onderzoeker die jouw vraag kan onderzoeken? Kijk dan op Eerste Hulp Bij Onderzoek van Divosa. En inhoudelijk sparren mag ook met ondergetekende.
Dat is de titel van het Nibudcongres op 29 juni in Utrecht. En ook de strekking van het op dit blog sinds 2008 meest becommentarieerde en gelezen artikel Kun je rondkomen van een bijstandsinkomen? (2009). Veel te doen dus over dit onderwerp. Ik ben erbij op 29 juni!
Deze factsheet geeft bondige info over de problematiek, mogelijkheden voor ondersteuning, oplossingsrichtingen ontwikkelingen in wet- en regelgeving en verwijzingen naar relevante publicaties.
Handig om hiermee je bestuurders bij te praten of een hoofdstukindeling voor je beleidsplan te maken. En natuurlijk komen alle onderwerpen aan bod in de introductiecursus armoedebeleid en schuldhulpverlening aanstaande maandag.
En in Huishoudens in de rode cijfers (nov. 2015) lazen we dat het aantal onzichtbare problematische schulden juist flink is toegenomen in 2015 t.o.v 2012.
Meer dan de helft van de mensen met een grote zorgbehoefte heeft een gemeentelijke collectieve zorgverzekering. Dat meldt Ieder(in), netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte. Gemiddeld betalen gemeenten een jaarlijkse bijdrage van €370 per persoon.
Ieder(in) maakte een informatieblad voor lokale belangenbehartigers die met hun gemeenten in gesprek gaan over de zorgverzekering. Ook handig voor de gemeente zelf! Het informatieblad bevat o.a. vergelijkingscijfers, een stappenplan en criteria waaraan een goede gemeentepolis zou moeten voldoen. Lees meer.
62% van de werkgevers heeft te maken met werknemers die in de schulden zitten, zo meldt het Nibud. Zo’n werknemer kost de baas zo’n €13.000 per jaar. Bijvoorbeeld vanwege stress, ziekteverzuim of de administratieve kosten als er beslag wordt gelegd op het loon.
Ruim de helft van de werkgevers ziet personeel met schulden als een groot risico. Ze kosten niet alleen geld, maar diefstal en fraude ligt ook op de loer. Ook zijn werknemers met grote schulden vatbaarder voor omkoping, vermoeden werkgevers.
Het Jaarverslag 2016 van de NVVK is gisteren gepubliceerd. Let op: niet alle gemeenten zijn verbonden aan de NVVK . De cijfers zijn dus niet 100% representatief voor Nederland. Ze geven wel mooi inzicht in trends.
In het jaarverslag is te lezen dat het aantal aanmeldingen de laatste jaren stabiel is:
Bron: NVVK (grafiek door mijzelf gemaakt)
En verder:
Iemand in de schuldhulpverlening heeft in 2016 een gemiddelde schuld van €40.300. Dit is een lichte afname t.o.v. 2015 (€42.900). De schuld is verdeeld over gemiddeld 15 schuldeisers.
Het aantal mensen met een eigen woning dat zich voor hulp bij hun schulden heeft gemeld, is voor het eerst sterk afgenomen. In de voorgaande jaren was dit steeds ca. 14% van het totaal aantal aanmeldingen. In 2016 is dit percentage gezakt tot 8%.
Meer mensen met een uitkering of laag inkomen. 51% heeft inkomen uit een uitkering. 65% heeft een inkomen op minimumloonniveau of lager. Dit is een toename van bijna de helft t.o.v. 2 jaar geleden toen 44% een minimumloon of lager had en ongeveer evenzoveel mensen een modaal inkomen.
Vaker hulp om financiën op orde te brengen en te houden. 74% kreeg budgetcoaching. Voor meer dan 51.000 mensen werd budgetbeheer ingezet.
Het aantal aanvragen met niet-regelbare schulden nam af met 35% t.o.v. 2015.
In 2015 gaven gemeenten volgens het CBS €428 miljoen uit aan bijzondere bijstand. Dat is €14 miljoen (3%) minder dan het jaar ervoor. Dat komt vooral omdat minder mensen bijzondere bijstand krijgen toegekend. Het aantal personen dat bijzondere bijstand ontving daalde met maar liefst 34%. En dat terwijl de armoede in 2015 niet afnam (!).
De onderzoekers wijten de daling o.a. aan de afschaffing van de langdurigheidstoeslag die een lagere toekenningsdrempel had dan de individuele inkomenstoeslag die ervoor in de plaats kwam. Gemeenten gaven €39 miljoen uit aan de individuele inkomenstoeslag, terwijl de post waaronder de langdurigheidstoeslag viel met €77 miljoen daalde.
De uitgaven voor de post beschermingsbewind stegen in 2015 wel weer verder (naar €86 miljoen). De andere grote post die stijgt, is voorzieningen voor wonen. Hieronder vallen de kosten voor huisvesting en huisinrichting voor vluchtelingen met een status. En vergoedingen voor mensen met een hoge huur of hypotheek die (nog) niet kunnen verhuizen. Een daling van het aantal vluchtelingen, zoals nu het geval is, zal de ook uitgaven op deze post weer doen dalen.
Het CBS zet zelf een paar kanttekeningen bij de betrouwbaarheid van de resultaten. Zo vragen zij zich af of gemeenten de uitgaven voor o.a. de collectieve ziektekostenverzekering en beschermingsbewind goed registreren. Ik denk dat gemeenten daarnaast (in het jaar van de grote transities) ook meer inkomensondersteuning zijn gaan doen buiten de bijzondere bijstand om (maatwerkbudgetten voor wijkteams, ondersteuning via fondsen, maatwerkvoorziening Wmo, etc.).
Vorige week bood staatssecretaris Klijnsma het rapport ‘Schuldhulpverlening in Nederland’ aan aan de Tweede Kamer. De centrale onderzoeksvraag in het rapport luidt: Hoe groot is de instroom, doorstroom en uitstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening op landelijk niveau, en wat zijn de resultaten en uitgaven?
De onderzoekers concluderen dat er helaas te weinig gegevens beschikbaar zijn om hierop een goed, eenduidig antwoord te geven. Voor sommige fases van de schuldhulpverlening zijn echter wel betrouwbare cijfers beschikbaar, en voor andere fases maken een onderzoekers een zo goed mogelijke raming:
(Klik om te vergroten of bekijk tabel op p.6 van het rapport)
Wat kan je hiermee als gemeente? Niet zoveel. Hoewel, misschien is het aardig om deze absolute, landelijke aantallen uit te drukken in percentages en deze te vergelijken met de lokale cijfers. Als je tot de conclusie komt, dat de in-, door- en uitstroomcijfers in jouw gemeente afwijken, kun je gaan zoeken naar een verklaring.
Tot slot, de Algemene Rekenkamer trok vorig jaar ook al de conclusie dat we geen goed beeld hebben van de effectiviteit van de schuldhulpverlening.
Het Nibud heeft voor de gemeente Utrecht uitgerekend of huishoudens met een minimuminkomen kunnen rondkomen. Dat blijkt niet voor alle huishoudens het geval. De gemeente doet daarom aan de (nieuwe) regering een oproep voor voldoende inkomen:
(en vergeet niet door te lezen ónder deze oproep)
Onderschrijf hier deze oproep voor voldoende inkomen.
Er worden waardevolle dingen geschreven over kinderen en armoede, maar ik kom er niet aan toe alles uitgebreid te behandelen op mijn blog. Daarom hier een samenvatting van wat ik de afgelopen maanden vond rond dit thema.
Zakelijk kijken naar interventies in het sociale domein hoort er tegenwoordig bij. Hoeveel kost iets nu? En als we iets kunnen voorkomen, wat levert dat dan op? De maatschappelijke prijslijst – een initiatief van de Effectencalculator – geeft een indicatie.
Op de prijslijst kun je bijvoorbeeld zien wat een uithuisplaatsing kost, of een ambulance, rollator, medisch specialist en andere hulpverleners.
Lees meer over maatschappelijke kosten baten analyses (MKBA):
Het aantal huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens is in 2015 volgens het CBS nagenoeg gelijk gebleven. Maar het aantal huishoudens dat 4 jaar of langer van een laag inkomen moest rondkomen, nam in 2015 toe.
In november jl. meldde het SCP nog dat de armoede sinds 2014 juist gedaald is. Maar toen werd de niet-veel-maar-toereikend-grens gehanteerd.
Bijna 14.000 chronisch zieken en ouderen hebben moeite om de eigen bijdragen te betalen voor langdurige zorg en ondersteuning thuis of in een instelling, zo meldt Omroep Max. Zij hebben een betalingsregeling bij het CAK. Vorig jaar stond een rekening open van in totaal bijna €20 miljoen. In welke mate dit specifiek geldt voor zorg vanuit gemeenten (Wmo) zie ik niet terug in de cijfers.
De eigen bijdrage van chronisch zieken en gehandicapten voor zorg aan huis is drie jaar op rij gestegen, blijkt uit cijfers van het CBS. Dat mensen meer betalen, komt onder meer door het afschaffen van de Wtcg in 2014. Door het verdwijnen van de kortingen uit die wet zou de eigen bijdrage met 50% stijgen. Doordat een deel van de gemeenten zelf een korting toepaste, kwam de gemiddelde stijging uit op bijna 34%. Het ministerie van VWS concludeert daarom, dat de eigen bijdrage feitelijk minder is gestegen dan verwacht. “Dat komt door gemeentelijk beleid bij lagere inkomens en een (waarschijnlijk) kleinere zorgvraag van hogere inkomens.”
Staatssecretaris Van Rijn wijst erop dat het kabinet al €50 miljoen extra heeft uitgetrokken voor het verlagen van de eigen bijdrage. “Uit dit CBS-onderzoek haal ik twee signalen. Eén: gemeenten compenseren minima en chronisch zieken voor de zorgkosten. Twee: mede omdat 2015 een overgangsjaar was, is het van belang de eigen betalingen te blijven volgen.”
Tot slot, veel gemeenten verstrekken bijzondere bijstand om de eigen bijdrage aan het CAK te betalen.
Het aantal persoonlijke faillissementen is in 2016 gedaald naar het laagste aantal sinds 2000, zo meldt het CBS. Al drie jaren achtereen gaan er minder particulieren failliet dan in het voorgaande jaar. Het CBS benadrukt dat de economische omstandigheden sinds 2013 flink zijn verbeterd. Ook lopen minder (wettelijke) schuldsaneringen uit op een faillissement. Zo eindigde in 2013 nog 5,3% van de beëindigde schuldsaneringen in een faillissement. In 2015 ging het nog maar om 2,1%.
Minister Asscher heeft de Tweede Kamer vorige week geïnformeerd over de ontwikkeling van de koopkracht in de kabinetsperiode en de mate waarin beleid daarop van invloed is. Er is gekeken naar de periode 2012-2017.
‘De mediane koopkracht van alle huishoudens stijgt cumulatief met 5,5%. Deze verbetering is deels het gevolg van economische omstandigheden en deels van inkomensbeleid. Als gevolg van de economische omstandigheden stijgt de koopkracht met 3,4%. Het inkomensbeleid van het kabinet draagt in doorsnee 1,7% bij aan de koopkrachtontwikkeling.
Niet voor alle huishoudens is de koopkracht gestegen. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen huishoudens waarneembaar. De werkenden hebben hun koopkracht het meest zien verbeteren. Voor werkenden in de laagste inkomensgroep heeft het inkomensbeleid met 5,5% het sterkst bijgedragen aan de totale koopkrachtverbetering. Bij de hoogste inkomens wordt de koopkrachtontwikkeling grotendeels gestuurd door autonome ontwikkelingen. Ook voor uitkeringsgerechtigden is de koopkracht de afgelopen jaren gestegen. In doorsnee is de koopkracht van gepensioneerden gedaald. Dit is met name het gevolg van achterblijvende pensioenindexatie. Ouderen met een laag inkomen zijn er juist in koopkracht op vooruit gegaan. Het inkomensbeleid heeft gezorgd voor een verkleining van de inkomensongelijkheid in de kabinetsperiode.’
In hoofdstuk 8 van de notitie terugblik inkomensbeleid en koopkracht is te lezen dat de armoedeval kleiner is geworden. Dat heeft o.a. te maken met verhoging van de arbeidskorting en verlaging van het sociaal minimum. Bij het bepalen van de armoedeval is ook de bijzondere bijstand meegenomen, maar in de notitie wordt helaas niets gezegd over het effect van de bijzondere bijstand op de armoedeval.
Ouderen
Pensioengerechtigden met een wat hoger inkomen, komen er dus niet zo goed van af. Maar het vertrekpunt is voor deze groep wel positiever dan voor veel andere groepen. Zie de aflevering van Zondag met Lubach hierover (wat minder taai dan een gemiddeld onderzoeksrapport). De armoede onder pensioengerechtigden is al jaren relatief laag. Van alle Nederlanders is 7,6% arm. Van de pensioengerechtigden is 3% arm (zie persbericht SCP sept. 2016). Ouderen tussen 55-65 jaar zijn overigens juist weer wel relatief arm.
In 2014 was 7,6% van de Nederlandse bevolking arm volgens de niet-veel-maar-toereikend-grens.
Naar verwachting is dit percentage gedaald naar 7% in 2016. Indien de toegezegde koopkrachtmaatregelen doorgaan zal die daling zich vermoedelijk voortzetten in 2017.
In 2013 is de top 3 van de armste steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. In 83 van de 403 gemeenten lag het armoedepercentage op of boven het landelijk gemiddelde (7,7%). Deze gemeenten liggen relatief vaak in het noorden van het land. Klik hier voor cijfers per gemeente.
Arme gemeenten werden het hardst geraakt door de recessie. Zo steeg de armoede voor de 20 armste gemeenten uit 2007 gemiddeld met 3,4 procentpunt in 2013.
Mensen in de bijstand die met anderen in een huis wonen, houden te weinig geld over om van te leven. In de praktijk blijkt dat veel woningdelers minder kosten kunnen delen dan gedacht. Dat blijkt uit onderzoek van Regioplan, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam.
De kosten die je niet kunt delen met je medebewoners, zoals je zorgkosten en kosten voor eten, verzekeringen, kleding, persoonlijke verzorging en dergelijke, zijn volgens het onderzoek veel hoger dan het kabinet heeft aangenomen.
Meer mensen kloppen uit nood op de deur van de kerk, zo blijkt uit het Armoedeonderzoek 2016 onder een groot aantal kerken en geloofsgemeenschappen (helaas geen moskeeën) in Nederland. Kerken droegen in 2015 meer dan € 36 miljoen in hulp en meer dan 1,25 miljoen uren (waarde uitgedrukt in geld: € 38,8 miljoen) aan vrijwilligerswerk bij aan armoedebestrijding. De bijdrage bestaat o.a. uit individuele financiële hulp, collectieve hulp aan bijvoorbeeld voedselbanken, immateriële hulp, verstrekking van kerstpakketten en steun aan inloophuizen.
Het college van B&W van Utrecht vraagt de gemeenteraad in te stemmen met de notitie ‘Utrecht Inclusief deel 2, inzet van de armoederegelingen’, waarin wordt gekozen voor 1. het jaarlijks bepalen van de vervolgstappen binnen de armoedeaanpak (nieuwe manier van beleid maken); 2. het zetten van verdere stappen richting meer maatwerkondersteuning; 3. het voorlopig voortzetten van de Individuele Inkomenstoeslag (ITT); 4. het beëindigen van de energieregeling voor ouderen en 5. het voortzetten van preventieve ondersteuning bij levensgebeurtenissen.
Life events
Interessant onderdeel van de Utrechtse aanpak is de preventieve ondersteuning bij levensgebeurtenissen. Uit een evaluatie blijkt dat die aanpak een meerwaarde heeft.
‘Inkomensbeleid Rijk niet toereikend’
Utrecht heeft het Nibud onderzoek laten doen naar de invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Daaruit blijkt dat niet alle groepen dezelfde positieve effecten in hun portemonnee merken. Zo komt een paar zonder kinderen op bijstandsniveau €138 per maand tekort. Voor een gezin met twee kinderen ouder dan 12 jaar op bijstandsniveau kan dat oplopen tot €307 per maand. Zij hebben bijvoorbeeld geen geld om op bezoek te gaan of het kind zakgeld te geven. Deze gezinnen kunnen soms zelfs basisbehoeften als voeding, huur, energie en zorgverzekering niet betalen. Belangrijke oorzaken zijn de hoogte van de uitkering en het kindgebonden budget dat voor oudere kinderen te laag is. Wethouder Everhardt: “Hun inkomensbasis is eenvoudigweg niet op orde. Daardoor heeft onze inzet op preventie, maatwerk en incidentele ondersteuning niet voor iedereen het effect wat het zou kúnnen hebben. We spannen zo het paard achter de wagen. En gemeenten mogen geen inkomensbeleid voeren, dat is voorbehouden aan het rijk. Ik ga dit bij het rijk aankaarten.”
(Dit is de bijgewerkte, uitgebreide versie van een ouder artikel)
In dit artikel zet ik de meerjarencijfers instroom Wsnp, aanmeldingen schuldhulpverlening, aanvragen beschermingsbewind en ontwikkeling schuldenproblematiek tegen elkaar af. Conclusie is gemakkelijk te trekken: het zijn goeddeels communicerende vaten.
De instroom in de Wsnp neemt al enkele jaren af, zo blijkt uit cijfers van Bureau Wsnp.
Instroom Wsnp-zaken op peildatum 30-09 (Bron: Bureau Wsnp)
De instroom in de minnelijke schuldhulpverlening laat een andere trend zien. Maar net als bij de Wsnp, zien we in 2015 een (lichte) daling van de instroom.
Het CBS laat zien dat het aantal persoonlijke faillissementen sinds 2013 flink daalt:
In Huishoudens in de rode cijfers (nov. 2015) is te lezen: De schuldenproblematiek van Nederlandse huishoudens is verergerd. Uit een vergelijking van 2015 met 2012 en 2009 blijkt dat er meer huishoudens zijn met problematische schulden die geen formele schuldhulpverlening ontvangen. In totaal behoort 15,7% van alle Nederlandse huishoudens tot de ‘onzichtbare huishoudens: zij hebben risicovolle schulden of problematische schulden zonder dat zij formele schuldhulpverlening ontvangen. Er is dus nog een relatief groot reservoir van potentiële cliënten voor schuldhulp – verlening. Als we de huishoudens meerekenen die in een schuld – hulpverleningstraject zitten, heeft bijna één op de vijf huishoudens te maken met risicovolle schulden of problematische schulden.
Aantal onzichtbare huishoudens met risicovolle schulden of problematische schulden (bron:Huishoudens in de rode cijfers)
Ontwikkeling armoedeproblematiek volgens niet-veel-maar-toereikendheidscriterium en basisbehoeftencriterium (bron:SCP)
In deze grafiek helaas geen harde cijfers over 2015 en verder. Maar het SCP heeft wel een raming gemaakt voor de komende jaren: het SCP verwacht dat de armoede de komende jaren (licht) zal dalen.
Tot slot, bekijk het filmpje van De Rekenkamer waarin bovengenoemde cijfers met elkaar in verband worden gebracht. Hun conclusie – ook te lezen in Aanpak problematische schulden – is dat we weinig kunnen zeggen over de effectiviteit van de aanpak van schulden in Nederland…
Bijna de helft van de varkens- en kippenhouders leeft onder de armoedegrens, gemiddeld al 15 jaar. Dat schrijft ING in een rapport over de stand van zaken in de Nederlandse landbouw en veeteelt. Tussen 2001 en 2015 moest 45 procent van de varkenshouders en de helft van de kippenboeren rondkomen van minder dan €22.300 bruto per jaar. Lees meer in Trouw.
In de armoedecijfers per gemeente zijn boeren meestal te vinden in de categorie ‘Inkomen uit onderneming’. Zie bijvoorbeeld CBS.
Thuisadministratie levert het dubbele op. Dit blijkt uit onderzoek van APE Public Economics en het Landelijk Stimuleringsnetwerk Thuisadministratie (LSTA) naar de kosten en baten van ondersteuning bij de financiële administratie met inzet van vrijwilligers. Elke euro extra investering in thuisadministratie levert € 1,98 op, voor gemeenten, crediteuren en de bredere maatschappij. (Hé, waar hebben we een vergelijkbare conclusie eerder gehoord?).
Morgen wordt het rapport gepresenteerd tijdens een bijeenkomst in verband met 10 jaar LSTA.
Deze week publiceerde het SCP ‘Armoede in kaart‘; een website met kaarten en cijfers over armoede in Nederland. Ook per gemeente en soms zelfs op wijkniveau. Dit is een mooie aanvulling op andere cijfers over armoede en schulden op gemeente-, wijk- en buurtniveau.
Uit de cijfers blijkt o.a. dat de armoede in Nederland afneemt. Maar de langdurige armoede (langer dan 3 jaar) neemt toe. In 2012, het laatste gemeten jaar, waren er in heel Nederland 660.000 mensen langdurig arm, 10% meer dan het jaar daarvoor. Dat is ongeveer de helft van alle armen. Nieuwsuur besteedde afgelopen dinsdag aandacht aan dit onderwerp. Met gemeente Leeuwarden als voorbeeld. Leeuwarden richt zich nu vooral op de bestrijding van langdurige armoede.