Alternatieve schuldhulpverlening

Spannend! Houd dit initiatief in de gaten of beter: denk mee. Het huidige model voor schuldhulpverlening werkt niet meer. ‘Betere uitkomsten verwachten met dezelfde aanpak is minimaal naïef’ zeggen de initiatiefnemers van het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden. Het afgelopen jaar hebben verschillende nationale en lokale organisaties (waaronder NVVK) samengewerkt aan een nieuwe aanpak van schulden. Gemeenten, schuldeisers en lokale initiatieven gaan deze vanaf 2016 in de praktijk testen.

Op pagina 5 van het ‘handboek‘ wordt de essentie van de nieuwe aanpak beschreven:

Er is een integrale aanpak ontwikkeld om een debiteur niet alleen eenmalig uit de schulden te halen maar daar ook duurzaam uit te houden. De aanpak richt zich erop om mensen met schulden, ongeacht de herkomst van de schuld, binnen vier weken te helpen. Dit creëert de rust, de ruimte en het IQ (bron: Shafir & Mullainathan) die nodig zijn om de neerwaartse spiraal te doorbreken en dit voorkomt dat schulden razendsnel oplopen door incasso- en deurwaarderskosten. Door de aandacht te richten op de context van de schuldenaar, in een samenwerking tussen gemeente en lokale initiatieven, ontstaat vervolgens weer nieuw perspectief. Wanneer het besteedbaar inkomen normaliseert, worden de rekeningen en vaste lasten weer structureel betaald.

Financieel en sociaal

Het DNA van het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden bestaat uit twee onlosmakelijk met elkaar verbonden strengen: de financiële en de sociale.

1. Nationale afspraken en lokale fondsen om mensen uit schulden te halen en hen rust en ruimte te bieden. Per gemeente wordt een (publiek en/of privaat) lokaal fonds ingesteld. Het lokale fonds wendt zijn vermogen aan om de gehele schuld binnen vier weken te herstructureren en voorkomt daarmee de oplopende incasso- en deurwaarderskosten.

Praktisch houdt dit in:

  • Met de sectoren energie, sociale woningbouw en zorg worden nationale en lokale afspraken gemaakt onder welke voorwaarden en saneringspercentages een schuld gedeeltelijk wordt kwijtgescholden.
  • Het overblijvende bedrag van de schuld wordt door het lokale fonds betaald aan de schuldeisers.
  • Schuldeisers krijgen in ruil voor het gedeeltelijk afboeken van de schulden structureel en betrouwbaar betalende klanten.
  • De gemeente en de debiteur tekenen een overeenkomst, gebaseerd op ons studiefinancieringsmodel: de debiteur betaalt de totale schuld terug aan de gemeente, met een maximaal maandbedrag en in maximaal 180 maanden.
  • Net als in ons studiefinancieringsmodel kan er extra worden afgelost om de afbetaling sneller af te ronden; en net als in ons studiefinancieringsmodel wordt de restschuld na 180 maanden kwijtgescholden.
  • Het lokale fonds en de debiteur maken precieze afspraken over het startpunt van terugbetaling (zodra de afloscapaciteit dit toelaat), aflossing naar draagkracht (bijv. anders aflossen bij stijging van besteedbaar inkomen) en de rentepercentages.

2. Een lokale sociale infrastructuur wordt opgebouwd om mensen duurzaam uit schulden te houden en om hen perspectief te bieden. Zonder een plan en een behulpzaam netwerk is de kans op terugkerende schulden immers groot. De sociale infrastructuur is gebaseerd op samenwerking tussen gemeente en lokale initiatieven, en ziet er per gemeente anders uit.
In de overeenkomst tussen gemeente en debiteur worden niet alleen financiële afspraken gemaakt, maar met nadruk ook een set sociale. De behoeften van de debiteur zijn leidend; de afspraken zijn erop gericht om diegene actief mee te laten doen aan lokale initiatieven. Denk aan financiële coaching-trajecten door een buddy, meewerken in een sociale coöperatie, loopbaan-coaching of deelnemen op werkervaringsplekken. De overeenkomst biedt ruimte om in te spelen op veranderende persoonlijke omstandigheden.

Nationaal en lokaal

Dit is een nationaal initiatief omdat armoede, schulden en schuldeisers zich niet aan gemeentegrenzen houden. Een groot deel van de vaste lasten van huishoudens wordt gevormd door zorgverzekeringen, energiekosten en huur en deze aanbieders werken landelijk of regionaal. Zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningbouwcorporaties, brancheorganisaties en gemeenten hebben daarom de handen ineen geslagen.
Anderzijds heeft dit initiatief een decentraal karakter omdat elke gemeente het concept zal aanpassen aan de lokale cultuur en infrastructuur van WMO-budgetten, sociale fondsen, aanbestedingen voor welzijnsinstellingen en aan de aard van de lokale initiatieven. Iedere gemeente(raad) moet een eigen afweging maken over hoe het fonds wordt ingericht.

 

 

Gemeente Druten financiert restschuldleningen

medium_dreamstime_xs_22806177De gemeente Druten wil potentiële huizenkopers helpen met het aanbieden van restschuldleningen.

Lees op mijn blog over alternatieven om mensen te helpen met hun restschuld:

Positief nieuws: Aanzienlijk meer Nederlanders noemen aflossen en vermogen opbouwen in hun huis als maatregelen voor hun pensioen (Wijzeringeldzaken).

Tien redenen waarom elke gemeente een noodhulpbureau moet hebben

sunnNoodhulpbureaus geven geld als mensen in acute financiële nood verkeren. Particuliere fondsen en gemeenten betalen daar aan mee. De aanvraag wordt altijd gedaan door een professionele hulpverlener. Hij doet vervolgens de noodzakelijke uitgaven voor zijn cliënt. De hulpverlener en het noodhulpbureau checken altijd eerst of er een voorliggende voorziening is, en of die op tijd beschikbaar is. Voor een kleine doelgroep zijn er in Nederland helaas te weinig voorzieningen, o.a. omdat gemeenten gebonden zijn aan de kaders van de Participatiewet, regels rond schuldhulpverlening en beperkte budgetten. Een noodhulpbureau is daaraan niet gebonden en kan bovendien meestal sneller hulp bieden; als het moet, wordt het geld binnen 24 uur overgemaakt. Dat is althans de werkwijze van de Stichting Urgente Noden Nederland (SUNN) waar ik in het bestuur zit. Op dit moment zijn er 19 lokale en regionale SUN’s.

Een paar voorbeelden

  • Een 41 jarige man is overstuur en in de war. Na ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis worden diverse zaken op de rails gezet door het maatschappelijk werk: budgettering, thuiszorg, schuldhulpverlening en adequate medicatie. Drie fondsen zijn via het noodhulpbureau bereid een bijdrage te verstrekken voor de herinrichting van de woning.
  • Een 18 jarige vrouw wordt door Jeugdzorg geholpen om zelfstandig onder begeleiding te wonen. De gemeente verstrekt bijzondere bijstand. Dit is echter niet voldoende om haar woning in te richten. Via het noodhulpbureau wordt een aanvullende bijdrage gerealiseerd.
  • Een maatschappelijk werker doet een aanvraag voor een echtpaar dat een bijstandsuitkering heeft. Ze hebben een zoon die door psychiatrische problemen zwaar op hen drukt. Er is een mogelijkheid om een weekje erop uit te gaan, maar dat kost 220 euro. Het noodhulpbureau vindt een fonds.
  • De energierekening valt 140 euro hoger uit dan verwacht. De schuldhulpverlening dreigt te stranden door deze nieuwe schuld. Het noodhulpbureau betaalt de energierekening.
  • Een vrouw van 52 jaar gaat door stress onderuit: ze heeft schulden en haar kinderen kan ze bijna niet meer aan. Haar huisarts verwijst haar naar een psycholoog. Voor de schulden wordt zij doorverwezen naar schuldhulpverlening. Ook wordt zij aangemeld bij de Voedselbank. Hangende de schuldsanering wordt een bijdrage gevraagd voor de boodschappen.
  • Een 82 jarige man woont zelfstandig met alleen een AOW-uitkering. Zowel de wasmachine, koelkast, als televisie zijn dringend aan vervanging toe. De verstrekte bijzondere bijstand is onvoldoende. Een aanvullende bijdrage maakt de vervanging mogelijk.
  • Zij moet uit huis vanwege huiselijk geweld, krijgt een woning en Bijstand, maar moet de huur van de woning vooruit voldoen. Ze komt daardoor klem te zitten. Het noodhulpbureau komt via haar maatschappelijk werker binnen vier uur in actie, waardoor ze de sleutel van het huis in ontvangst kan nemen.
  • Een vrouw uit Angola fietst tegen een auto. De schade is een paar honderd euro. Tijdens haar asielaanvraag was zij ambtshalve verzekerd voor aansprakelijkheid. Drie weken geleden kreeg zij haar status en verviel de verzekering. Dat wist zij niet. Het noodhulpbureau vergoedt de schade. De hulpverlener zorgt dat zij direct een aansprakelijkheidsverzekering afsluit.

Er is bijna altijd sprake van multiproblematiek. Het noodhulpbureau beoordeelt altijd of er een ‘plan’ is voor structurele verbetering van de situatie.

Waarom een noodhulpbureau

  1. De hulp is snel en laagdrempelig. Via hulpverleners worden de moeilijkst bereikbare doelgroepen geholpen.
  2. SUN vult het gat dat gemeenten niet kunnen vullen, omdat zij gebonden zijn aan wet- en regelgeving (zie hoofdstuk 2 van de Werkwijzer Bijzondere Bijstand).
  3. De relatief kleine bijdragen werken als smeerolie voor de hulpverlening.
  4. De hulpverlener moet een ‘plan’ hebben voor een structurele aanpak van de problemen van het gezin. Er moet perspectief zijn.
  5. Elke euro verdient zich vele malen terug (lees: Eén probleemgezin kost overheid zeker 40.000 euro)
  6. Particuliere fondsen dragen bij aan het giftenbudget. Dat is een mooie aanvulling op de gemeentelijke budgetten voor armoedebestrijding en maatschappelijke ondersteuning.
  7. Ook lokale ondernemers kunnen bijdragen en zo hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.
  8. Het noodhulpbureau signaleert problemen van individuen en lokale en landelijke trends en koppelt deze terug aan de gemeente.
  9. De uitvoeringskosten zijn laag. Er is meestal één betaalde kracht die de aanvragen beoordeelt en administratief afhandelt. Vaak is er ondersteuning door vrijwilligers. De onbezoldigde bestuursleden kijken mee met de beoordeling (vier-ogenprincipe) en bepalen het beleid van het noodhulpbureau.
  10. Een eigen – lokaal of regionaal – fonds kent de hulpverleners en het lokale armoedebeleid en kan beter dan landelijke fondsen de aanvragen beoordelen. Soms stelt een fonds een potje beschikbaar aan schuldhulpverlening of maatschappelijk werk voor kleine uitgaven die niet afzonderlijk verantwoord hoeven te worden.

Een SUN is een welkome samenwerkingspartner voor de gemeente en past uitstekend in het armoedebeleid. Het is gepast dat de gemeente in het bestuur vertegenwoordigd is en tenminste de uitvoeringskosten financiert. Maar de gemeente moet ook een gezonde afstand bewaren als het gaat om beleid en claimbeoordeling. Het Rijk wil niet dat gemeenten via een SUN de Participatiewet omzeilen, en fondsen en hulpverleners willen niet dat gemeenten de bijstand op SUN afwentelen. Zie hoofdstuk 4 van de Werkwijzer Bijzondere Bijstand.

Ruim 100 jaar

De voorloper van SUNNederland, het Koninklijk Nationaal Steuncomité, werd in 1914 opgericht door minister Treub en Koningin Wilhelmina. Lees op onze website meer over de geschiedenis of bestel het boekje 100 jaar noodhulp in Nederland 1914-2014. Op sheet 6 van deze presentatie zie je enkele voorbeelden van andere fondsen in het sociaal domein.

Ja, ik wil

Heeft jouw gemeente nog niet een SUN of iets wat er op lijkt? Of is de noodhulp te versnipperd? Hoe richt je een noodhulpbureau op? Ik kom graag langs om er meer over te vertellen! Mail me op info@martijnschut.eu.

Miljoenennota 2016 definitief

De Miljoenennota 2016 en Begroting SZW 2016 zijn zojuist gepubliceerd. Ik ontdek geen grote verrassingen ten opzichte van wat er al was uitgelekt. Voor het gemak zet ik hieronder nogmaals de belangrijkste zaken op een rij.

De meeste Nederlanders gaan er volgend jaar op vooruit. Werkenden met een minimuminkomen profiteren het meest. Zij krijgen er volgens de koopkrachtplaatjes 5,3% bij. Voor niet-werkenden gelden de volgende koopkrachtplaatjes:

Sociale minima
Paar met kinderen 0,1%
Alleenstaande 0,0%
Alleenstaande ouder 0,0%
AOW (alleenstaand)
(Alleen) AOW 0,8%
AOW + € 10.000 0,1%
AOW (paar)
(Alleen) AOW 0,4%
AOW + € 10.000 0,1%

Tip: kijk naar de zojuist gepresenteerde koopkrachtberekeningen van het Nibud voor meer details.

  • De zorgpremie stijgt volgend jaar met zo’n €7 per maand. Het eigen risico blijft nagenoeg hetzelfde en gaat alleen iets omhoog vanwege de stijgende prijzen. Voor verreweg de meeste mensen die er recht op hebben, stijgt de zorgtoeslag met ongeveer €67.
  • Verhoging arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer €50.000 met max. €700 (NB. in vorige jaren werd hij ook telkens al verhoogd).
  • Volledige en snellere afbouw algemene heffingskorting (ik kan nu nog niet goed inschatten wat dat betekent voor het sociaal minimum. In 2012 werd de afbouw van de dubbele heffingskorting gestart. Lees hier wat dat betekent voor het sociaal minimum).
  • Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting om de arbeidsparticipatie van werkende ouders met jonge kinderen te bevorderen.
  • Verhoging kinderopvangtoeslag
  • Geen bezuiniging op huurtoeslag
  • Verhoging kindgebonden budget
    2e kind: + €33
    3e kind: + €100
    4e kind e.v.: + €177
  • Lage Inkomens Voordeel (LIV) maakt het vanaf 2017 aantrekkelijk om mensen met een laag inkomen (tot 120% minimumloon) in dienst te houden.
  • Tot nu toe moesten zzp’ers vaak eerst hun pensioen opmaken als ze een beroep deden op de bijstand. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor waarin onder voorwaarden vrijlating van het pensioenvermogen plaatsvindt. Het kabinet heeft gemeenten gevraagd hier in 2015 al rekening mee te houden.
  • Het kabinet gaat de regels rond de beslagvrije voet vereenvoudigen. De regeling is op dit moment te ingewikkeld, waardoor de beslagvrije voet soms te laag wordt vastgesteld.
  • Het kabinet heeft €100 miljoen per jaar vrijgemaakt om armoede en schulden te bestrijden. Het grootste deel hiervan gaat naar gemeenten. In mijn overzicht van gemeentelijke budgetten zie je dat het in 2016 gaat om €90 miljoen.
  • Ik lees niets specifiek over schuldhulpverlening.

 

 

Miljoenennota 2016

Volgens goed gebruik is de Miljoenennota ruim voor Prinsjesdag gelekt. Helaas vind ik hem nog nergens integraal online. Wel vind ik de volgende relevante flarden:

  • MiljoenennotaDe meeste Nederlanders gaan er volgend jaar op vooruit. Werkenden met een minimuminkomen profiteren het meest. Zij krijgen er volgens de koopkrachtplaatjes 5,3% bij.
  • Gepensioneerden en mensen met een uitkering gaan er niet op achteruit. In de oorspronkelijke plannen moesten deze twee groepen nog koopkracht inleveren. Maar de minnen zijn inmiddels weggepoetst.
  • De zorgpremie stijgt volgend jaar met zo’n €7 per maand. Het eigen risico blijft nagenoeg hetzelfde en gaat alleen iets omhoog vanwege de stijgende prijzen. Voor verreweg de meeste mensen die er recht op hebben, stijgt de zorgtoeslag met ongeveer €67.
  • Verhoging arbeidskorting (ik weet niet met hoeveel. NB. in vorige jaren werd hij ook telkens al verhoogd).
  • Volledige en snellere afbouw algemene heffingskorting (ik kan nu nog niet goed inschatten wat dat betekent voor het sociaal minimum. In 2012 werd de afbouw van de dubbele heffingskorting gestart. Lees hier wat dat betekent voor het sociaal minimum)
  • Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting
  • Verhoging kinderopvangtoeslag
  • Uitstel bezuinigingen huurtoeslag eenmalig
  • Verhoging kindgebonden budget
    2e kind: + €33
    3e kind: + €100
    4e kind e.v.: + €177
  • Lage Inkomens Voordeel (LIV) maakt het vanaf 2017 aantrekkelijk om mensen met een laag inkomen (tot 120% minimumloon) in dienst te houden
  • Ik lees niets over gemeentelijke budgetten armoedebeleid of schuldhulpverlening. Maar misschien zijn er morgen nog verrassingen.

 

Budgetten armoedebeleid en schuldhulpverlening 2012 – 2019

Ik heb een overzicht gemaakt van de gemeentelijke budgetten armoedebeleid en schuldhulpverlening. Of liever gezegd: de mutaties daarin, want het is niet mogelijk om per gemeente precies aan te geven welk budget beschikbaar is. De budgetten zijn in het gemeentefonds niet afgebakend en bijna altijd ongeoormerkt. Hieronder de budgetten vanaf vertrekjaar 2011.

Het maken van dit overzicht was geen sinecure, want de circulaires en Miljoenennota’s zijn erg lastig te lezen en onderling nauwelijks vergelijkbaar. Dus voor wat het waard is:

2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019
Regeerakkoord okt. 2010. Structurele bezuiniging schuldhulpverlening -€20 -€20 -€20 -€20 -€20 -€20 -€20 -€20
Regeerakkoord maart 2011. Maximering inkomensgrenzen * – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40 – €40
Miljoenennota sept. 2011. Koopkracht van bijvoorbeeld chronisch zieken, gehandicapten en ouderen. €90 €90 €90 €90 €90 €90 €90 €90
Miljoenennota sept. 2011. Aanpassing norm kwijtschelding en bijzondere bijstand kinderopvang €10 €10 €10 €10 €10 €10 €10 €10
Regeerakkoord okt. 2012. Intensivering armoedebeleid €20 €70 €90 €90 €90 €90 €90
Regeerakkoord okt. 2012. Maatwerkvoorziening chronisch zieken en gehandicapten €45 €216 €266 €268 €268 €268
Meicirculaire 2014. Individuele studietoeslag €6 €12 €11 €6

* Hoewel de maximering in 2013 alweer ongedaan is gemaakt, is het budget niet gecorrigeerd.

In 2015 stelt Klijnsma €4 miljoen beschikbaar voor projecten van maatschappelijke organisaties voor het tegengaan van armoede en schulden.

Miljoenennota 2015

Ik ben er een tijdje tussenuit geweest, en dus heeft mijn blog wat witte vlekken. Die probeer ik de komende tijd zoveel mogelijk in te vullen. De Miljoenennota van vorig jaar, bijvoorbeeld. Wat stond daar in over armoedebeleid en schuldhulpverlening:

  • De maximale arbeidskorting wordt met 100 euro verhoogd. Mede hierdoor wordt de inkomensvooruitgang voor mensen die vanuit een uitkering aan het werk gaan groter. Speciale aandacht gaat uit naar de alleenstaande ouder die werkt tegen het minimumloon. Deze huishoudens gaan er volgend jaar 10 procent in koopkracht op vooruit dankzij de herziening van kindregelingen. Onderdeel van deze hervorming is de harmonisatie van de inkomensondersteuning voor kinderen met lage inkomens. Het wetsvoorstel lost de armoedeval voor de alleenstaande ouder in de bijstand op. Hiermee wordt een belangrijke financiële belemmering voor alleenstaande ouders om te gaan werken weggenomen.
  • “Sterke groei zzp’ers zet druk op welvaartsstaat”. Ik voel me aangesproken. Zzp’ers dragen bij aan werkgelegenheid, innovatie en productiviteit. Maar zzp’ers dragen geen werknemerspremie af (voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) en hebben ook minder toegang tot de sociale zekerheid dan werknemers. Ook zetten zij minder vanzelfsprekend middelen apart voor pensioen. Hierdoor is de kans op armoede groter, zowel op de korte als op de lange termijn. Zzp’ers leveren zo een kleinere bijdrage aan het collectief, maar profiteren wel van collectieve voorzieningen zoals AOW, zorg en bijstand. Het Kabinet schrijft een forse paragraaf (2.3.1.) over voor- en nadelen van de groei van het aantal zzp’ers, maar neemt (nog) geen nieuwe maatregelen. Wel zet het kabinet haar beleid voort om schijnzelfstandigheid en schijnconstructies met zzp’ers te bestrijden.
  • Schuldhulpverlening kwam in deze Miljoenennota niet aan bod.

Zometeen volgt een eerste artikel over de Miljoenennota 2016.

 

 

Budgetten armoedebestrijding per gemeente

sigarendoosOp de achterkant van een sigarendoosje heb ik per gemeente voor de periode 2012 e.v. berekend hoe het budget voor armoedebestrijding (bijzondere bijstand) groeit ten opzichte van het jaar 2011. Ik heb dit gedaan op basis van oude verdeelsleutels. Ik vermoed dat de uitkomsten behoorlijk accuraat zijn, maar ik bied geen enkele garantie!

In de berekeningen heb ik onder meer de volgende uitnames en toevoegingen meegenomen:

Miljoenennota 2012 (sep. 2011):

  • – €40 mln. maximering categoriaal beleid (inkomensgrens 110%)
  • + €10 mln. voor aanpassing norm kwijtschelding en bijzondere bijstand voor kosten kinderopvang;
  • + €90 mln. voor koopkrachtondersteuning van bijvoorbeeld chronische zieken, gehandicapten en ouderen.

Regeerakkoord (okt. 2012):

Download Budgetten per gemeente (lees daar eerst de toelichting!)

Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten

In het Regeerakkoord (p.61):

“De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het organiseren van zorg dicht bij mensen maakt vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk van regelingen als de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de fiscale regeling voor aftrek van specifieke zorgkosten en de Compensatie Eigen Risico (CER). Door decentralisatie van de financiële ondersteuning voor chronisch zieken en gehandicapten met meerkosten ontstaat uit een complex van ongerichte regelingen één eenduidig vangnet, waarmee de doelgroep op transparante wijze en met scherpe focus bereikt wordt. Voor het leveren van maatwerk door gemeenten aan chronisch zieken en gehandicapten die in de knel kunnen komen door meerkosten komt structureel ruim 760 mln. beschikbaar. […] Het wettelijk kader voor het uitvoeren van deze taak door gemeenten kan de Wmo of de Wet bijzondere bijstand [ik neem aan de WWB. red.] zijn, maar ook een nieuw op te stellen wettelijk kader behoort tot de mogelijkheden.”

2013 2014 2015 2016 2017 Structureel
Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten – 100 709 759 761 761

Regeerakkoord: 100 miljoen voor armoedebestrijding

Op p.6 van het Regeerakkoord staat:

“De individuele bijzondere bijstand voor daadwerkelijk gemaakte kosten wordt verruimd. Extra aandacht is er voor gezinnen met kinderen, werkenden met een laag inkomen en ouderen met een klein pensioen. De mogelijkheden voor bijzondere bijstand in de vorm van een aanvullende zorgverzekering of een pas voor culturele, maatschappelijke en sportvoorzieningen worden ruimer. Het is belangrijk dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen kunnen sporten. Daarom wordt de subsidie aan Jeugdsportfonds Nederland verlengd en de Sportimpuls verhoogd. Mensen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen zonder zicht op verbetering, krijgen op individuele basis een toeslag. Categoriale bijzondere bijstand voor aannemelijke kosten wordt beperkt. Voor dit hele pakket wordt structureel 100 miljoen vrijgemaakt.”

P.63:

2013 2014 2015 2016 2017 Structureel
Intensivering armoedebeleid – 80 100 100 100 100

Huishoudinkomenstoets wordt huishouduitkeringstoets

Het Regeerakkoord staat online. Daarin lees ik (p.5):

“De huishoudinkomenstoets wordt vervangen door een huishouduitkeringstoets. Dit voorkomt dat binnen een huishouden sprake kan zijn van stapeling van uitkeringen, waardoor de inkomsten hoger zijn dan bij de buurman of buurvrouw die aan het werk is. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat het wel loont om aan het werk te gaan door dit loon niet te verrekenen met de uitkeringen in het huishouden.”

Op p.69 staat:

“Een huishouduitkeringstoets wordt ingevoerd per 2015. Het normbedrag van de WWB wordt verlaagd naarmate in een huishouden meer inwonende volwassenen aanwezig zijn. De inkomsten van gezinsleden binnen het huishouden worden niet verrekend met de uitkering van de bijstandsontvanger, zodat werken lonend is en niet direct consequenties heeft voor de overige gezinsleden. Wel wordt de bijstandsuitkering lager naarmate er meer boven bedoelde gezinsleden zijn. Elk van de gezinsleden blijft een zelfstandig recht op bijstand houden.”

Ombuiging
De invoering van de huishouduitkeringstoets levert een bezuiniging op van 80 miljoen per jaar (p.63). Opvallend: dat is meer dan besparing die de invoering van de huishoudtoets moest opleveren (54 miljoen per jaar)!

2013 2014 2015 2016 2017 Structureel
Huishouduitkeringstoets – – 80 80 80 80

Uitwerking
Ik ben erg benieuwd hoe de huishouduitkeringstoets (zullen we vanaf nu spreken over HUT) uitgewerkt gaat worden!

De oplossing is volgens mij toch echt anders dan het alternatief dat de G4 vorig jaar aandroegen voor de huishoudtoets: Beperk de bijstandsnorm voor inwonende kinderen tot het niveau van de uitgaven die voor hen noodzakelijk zijn. Hierbij wordt gedacht aan het niveau van de persoonlijke toelage voor personen in een intramurale instelling (circa € 340 per maand) om bijvoorbeeld verplichte verzekeringen te betalen.

Bewindvoerder helpt een handje in het minnelijke traject

Vanaf 1 januari 2013 kunnen WSNP-bewindvoerders een vergoeding krijgen voor het voeren van verzoekprocedures voor een moratorium, voorlopige voorziening of een dwangakkoord. De vergoeding bestaat uit twee delen:

  1. Eigen bijdrage van de schuldenaar (max. € 100).
  2. Bijdrage van de Raad voor Rechtsbijstand (max. circa € 900 minus eigen bijdrage schuldenaar);

Door de verzoekprocedure bij de bewindvoerder te beleggen bespaar je als gemeente dus tijd en geld.

Bronnen: Modus Vivendi en Bureau Wsnp.

Wanbetalersregeling zorgverzekeringswet gewijzigd

Binnen de wanbetalersregeling, die in 2009 is ingevoerd, wordt na zes maanden wanbetaling een bestuursrechtelijke premie op het inkomen ingehouden ter hoogte van 130% van de standaardpremie. Per saldo betekent dit, dat mensen ruim anderhalf keer de normale premie moeten betalen. Op dit moment wordt nog onderscheid gemaakt tussen minima en niet-minima: bij mensen met een laag inkomen wordt de broninhouding verlaagd tot 100% van de standaardpremie. De overige 30% wordt door het CJIB per acceptgiro geïnd. Hier had een bepaalde bescherming vanuit moeten gaan, maar dit bleek in de praktijk niet het geval: de acceptgiro werd in de meeste gevallen niet betaald en het deurwaarderstraject dat vervolgens werd ingezet, leidde tot een veelvoud aan bijkomende incassokosten.

Daarom komt de splitsing voor minima per 1 januari 2013 te vervallen. Dit betekent dat ook bij minima vanaf 1 januari bronheffing ter hoogte van 130% van de standaardpremie plaatsvindt. De 30%-acceptgiro via het CJIB komt dus te vervallen.

Naast deze wijziging wordt ook per 1 januari 2013 de omleiding van de zorgtoeslag van wanbetalers naar het CVZ gerealiseerd. De zorgtoeslag wordt in dat geval niet langer aan de verzekerde overgemaakt, maar op de bronheffing in mindering gebracht.

Zie de wijzigingen in de wanbetalersregeling.

Schuldbemiddeling als secundaire arbeidsvoorwaarde

Ik heb hier en daar nog wat restjes informatie op de plank liggen die ik zo net voor mijn vakantie toch graag nog even met je deel. Ik had beloofd iets te schrijven over het congres op 11 mei, georganiseerd door Spijkenisse. De gemeente presenteerde daar haar aanbod voor werkgevers. Werkgevers betalen voor schuldhulpverlening die de gemeente biedt aan hun werknemers. De animo bij de werkgevers is groot.

Spijkenisse gaf de deelnemers alle praktische informatie mee, zodat zij er de volgende dag direct mee aan de slag konden. Een selectie:

Bekijk ook de presentatie van Ingrid Dudink (gemeente) met daarin o.a. de tarieven per product.

Vlnr: Hanns van Kruijl (REINIS), Ingrid Dudink (Spijkenisse), Marius Oosterom (min. SZW), Joke de Kock (NVVK), Tamara Madern (Nibud), ondergetekende, Nadja Jungmann (HU/social force), Hidde Brink (Divosa).

En de dagvoorzitters Tamara en Martijn. Door het duo-voorzitterschap, de ambiance en zaalinrichting drong zich de vergelijking met het Eurovisie Songfestival op.. Desondanks een erg geslaagd congres!

Schuldbemiddeling als secundaire arbeidsvoorwaarde – congres 11 mei

Sinds een jaar biedt Spijkenisse het product schuldbemiddeling als secundaire arbeidsvoorwaarde. Dit product biedt gemeenten de mogelijkheid om samen met werkgevers professionele schuldbemiddeling op maat aan te bieden aan werknemers die kampen met financiële problemen. De voordelen van dit product zijn: de schuldenproblematiek van de werknemer wordt vlot getrokken, de werkgever heeft weer een werknemer die zich volledig op zijn werk kan focussen en de gemeente ontvangt een kostendekkende vergoeding voor het geleverde werk.
Spijkenisse wil haar ervaringen en de voordelen van dit product met andere gemeenten delen tijdens een congres op 11 mei in Rotterdam. Lees de uitnodiging.

Lees ook ‘Marktwerking in de schuldhulpverlening‘ (laatste alinea gaat over Spijkenisse).

De Krom geeft antwoord op vragen Eerste Kamer over wetsvoorstel schuldhulpverlening

De staatssecretaris van SZW heeft antwoord gegeven op vragen van de Eerste Kamer over cijfermatige onderbouwing van de beoogde effectiviteitswinst, financiële middelen voor gemeenten, aanpak van de uitbuiting door de financiële sector en (monitoring van) de doorlooptijden.

De Krom geeft in zijn antwoord o.a. aan dat gemeenten voldoende middelen ontvangen om de wet uit te voeren. De VNG is het daar – zoals bekend – niet mee eens.

De vaste commissie SZW van de Eerste Kamer gaat zich nu beraden op de verdere procedure. De volgende commissievergadering vindt plaats op 17 januari.

Marktwerking in de schuldhulpverlening

Private schuldbemiddeling wordt hèt thema van 2012. Het kabinet wil private schuldbemiddelaars toestaan tegen een vergoeding schuldbemiddeling te verrichten. Het plan moet nog worden uitgewerkt in een AMvB, maar duidelijk is al wel dat de commerciële schuldbemiddelaar pas een rekening mag sturen als er daadwerkelijk een schuldregeling tot stand is gekomen. Deze vergoeding is gemaximeerd en mag niet ten laste komen van het VTLB. De Belastingdienst/Holland-Midden houdt toezicht.

Nog uit te werken
Het lijkt me wijs om in het AMvB ook goed vast te leggen hoe ver de verantwoordelijkheid van de bemiddelaar strekt nadat de schuldregeling is getroffen. Wat als de schuldeiser er pas na een jaar achter komt dat de schuldenaar helemaal niet gereserveerd heeft en – erger nog – concurrente schuldeisers er met de buit vandoor zijn gegaan? Andere vragen die moeten worden beantwoord: Mag de private partij inkomen beheren? Is NVVK-lidmaatschap en/of werken conform gedragscodes verplicht? Kan de private schuldbemiddelaar een dwangakkoord en moratorium aanvragen en verwijzen naar de Wsnp zonder tussenkomst van de gemeente?

Afroming
In de nu al drie jaar durende discussie over het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening is private schuldbemiddeling vrijwel nooit aan de orde geweest. Wel heeft de VVD regelmatig gepleit voor een slanke overheid. En de ChristenUnie stelde onlangs dat de publieke schuldhulpverlening zich specifiek moet gaan richten op mensen met een verantwoord uitgavenpatroon. Andere mensen moeten volgens de CU naar de particuliere schuldhulp. Ik verwacht eigenlijk het tegenovergestelde: dat juist de particuliere schuldhulp zich zal gaan richten op mensen met een verantwoord uitgavenpatroon. Deze zijn gemakkelijker bemiddelbaar, hebben waarschijnlijk wat hogere inkomens en er valt dus meer aan te verdienen. Afroming dus. 

Als de vergoeding die de private schuldbemiddelaars mogen vragen van hun klant overeenkomt met de vergoeding die zij nu al mogen vragen als ze worden ingehuurd door de gemeente, vraag ik me trouwens af of private schuldbemiddeling überhaupt lucratief is.

Aanbod gemeenten verandert
Gemeenten zullen zich gaan afvragen wat zij nog willen doen met de harde kern van schuldenaren die minder of helemaal niet bemiddelbaar zijn. De kosten/baten-verhouding van schuldhulpverlening is meestal positief, maar zal wel onder druk komen te staan als het aanbod niet verandert. Misschien gooien gemeenten de schuldbemiddeling wel helemaal overboord en gaan zij zich uitsluitend nog richten op stabilisatie, inkomensbeheer, beschermingsbewind, budgetbegeleiding en psychosociale hulpverlening!

Gemeenten als marktpartij
Misschien leidt de grotere aandacht voor kosten en baten ertoe dat gemeenten zichzelf gaan opstellen als marktpartij. De gemeente Spijkenisse (platform schuldhulpverlening) loopt hierin voorop. Al in 2009 presenteerden ze het rapport Het topje van de ijsberg over de kosten en baten van schuldhulp. Spijkenisse heeft bovendien een aanbod geformuleerd voor bedrijven in de regio. De werkgevers betalen voor schuldhulpverlening die de gemeente biedt aan hun werknemers. De animo bij de werkgevers is groot. En het biedt de gemeente de gelegenheid om een deel van de bezuinigingen terug te verdienen! Meer info over het aanbod van Spijkenisse:

Schuldeisers betalen voor schuldhulpverlening

De gemeente Almelo wil schuldeisers mee gaan laten betalen aan schuldhulpverlening. Deels omdat ze medeverantwoordelijk zijn voor de opgebouwde schulden door onverantwoorde verstrekking van producten en geldleningen. Daarnaast zijn schuldeisers volgens de gemeente ook gebaat bij een snelle oplossing. Het bespaart hen incassokosten en gedoe. De gemeente wil dat de schuldeisers gemiddeld 150.000 euro per jaar gaan meebetalen. Lees meer.

Co-financiering
Gemeenten zoeken steeds meer naar co-financiering. Bijvoorbeeld door een bijdrage te vragen van schuldenaren of betaalde schuldhulpverlening aan te bieden aan werkgevers in de regio. Co-financiering door schuldeisers gebeurt nog op beperkte schaal. Ik ken eigenlijk alleen voorbeelden van woningcorporaties die meebetalen (in euro’s of in natura). Overigens dragen schuldeisers indirect natuurlijk al bij aan een oplossing door een deel van hun vordering kwijt te schelden.

Subsidie tot €18.000

Pik in, ’t is winter! Tot vrijdag 21 oktober 17:00 uur kan er tot € 18.000 ESF-E subsidie worden aangevraagd om bedrijfsprocessen te verbeteren.

De subsidie kan worden ingezet voor bijvoorbeeld de installatie van Berekenuwrecht Plus (digitaal aanvragen inkomensondersteuning). De gemeente moet de subsidie aanvragen en verantwoorden, maar dat gaat heel laagdrempelig deze keer. En bovendien helpt Stimulansz daar bij. Laat deze eenmalige kans niet lopen!

ESF-E subsidie schuldhulpverlening

Stimulansz biedt gemeenten aan om tegen geringe kosten de werkprocessen schuldhulpverlening te optimaliseren. Dit doen we met de inzet van ESF-E subsidie.

Procesverbetering is het binnen de arbeidsorganisatie(s) herzien, innoveren en herschikken van bedrijfsprocessen. Twee voorbeelden waarbij Stimulansz van dienst kan zijn:

  1. Werken vanuit de motivatie van de schuldenaar
  2. Beperking kosten beschermingsbewind

 Lees meer.

Schuldhulpverlening loont… niet altijd

Deze week is de handreiking Kosten en Baten van Schuldhulpverlening verschenen. Het is de tweede handreiking in korte tijd over dit onderwerp. Nu zit er ook een rekentool bij waarmee je in je eigen gemeente kunt bekijken hoe je het best je geld kunt inzetten.

Uit het onderliggende onderzoek blijkt dat schuldhulpverlening gemiddeld meer oplevert dan het kost. Maar in sommige gevallen zijn de kosten hoger dan de baten, bijvoorbeeld bij dure interventies met een lage impact. Ook is het afhankelijk van de uitgangspositie van je gemeente: als de schuldhulp al goed functioneert, verdient niet elke extra euro zich even hard terug. Met de rekentool krijg je meer inzicht. Het is bovendien een mooi instrument om je begroting te maken.

Stimulansz was betrokken bij de totstandkoming ervan, maar neem contact op met onderzoekspartner APE als je het instrument graag met hulp verder wilt toespitsen op de eigen gemeente.

Lees verder

NVVK en VNG verwachten langere wachtlijsten voor schuldhulpverlening

VNG en NVVK verwachten dat de komende tijd meer mensen zullen aankloppen voor schuldhulp. Tegelijkertijd hebben gemeenten vanwege de bezuinigingen door de Rijksoverheid minder capaciteit om schuldhulp te bieden. Gevolg: wachtlijsten.

Lees ook: handreiking wachtlijsten.

Er zijn drie knoppen waar je nog aan kunt draaien om capaciteitsproblemen en wachtlijsten te voorkomen:

  1. Versmallen doelgroep;
  2. Beperken aanbod;
  3. Verlagen uitvoeringskosten.

Budgetten per gemeente

Ik heb op amateuristische wijze de bedragen in de Miljoenennota omgerekend naar bedragen per gemeente. Eerder deed ik dat al bij de presentatie van het Regeerakkoord. De bedragen bleken toen heel dicht bij de uiteindelijk vastgestelde waarden te liggen. Maar ik geef weer geen garantie!

Correctie: kabinet investeert € 60 miljoen

In mijn vorige bericht meldde ik dat gemeenten € 90 miljoen krijgen voor bijzondere bijstand minus de al eerder ingecalculeerde bezuiniging van € 40 miljoen. Nadere bestudering van de Miljoenennota leert echter dat gemeenten daarnaast nog € 10 miljoen krijgen voor:

Aanpassing norm kwijtschelding en bijzondere bijstand voor kosten kinderopvang
Om de armoedeval voor alleenstaande ouders te verminderen wordt voor gemeenten en waterschappen de mogelijkheid gecreëerd om bij de kwijtschelding van lokale belastingen rekening te houden met de kosten van kinderopvang. Gemeenten hebben deze mogelijkheid al als het gaat om de bijzondere bijstand, maar nu het geregeld wordt voor de kwijtschelding van lokale belastingen zullen gemeenten hier naar verwachting eerder gebruik van maken. Hierdoor houden alleenstaande ouders die tegen een relatief laag inkomen werken en formele kinderopvang gebruiken recht op kwijtschelding van lokale heffingen en bijzondere bijstand. Dit vermindert de armoedeval en maakt werken meer lonend. Naar schatting betekent deze maatregel voor ongeveer 10.000 werkende alleenstaande ouders die nu gebruik maken van kinderopvang een inkomensverbetering. Deze inkomensverbetering is afhankelijk van de hoogte van lokale lasten. Om gemeenten te ondersteunen bij het uitvoeren van deze maatregel zal € 10 mln aan het Gemeentefonds worden toegevoegd.

Dit is te lezen in bijlage 4.3. ‘specifieke inkomenseffecten‘. (Bernhard Groenenberg, bedankt voor de tip!)
Per saldo krijgen gemeenten dus € 60 miljoen meer dan nu.

BREAKING NEWS: Kabinet investeert € 50 miljoen extra in bijzondere bijstand

De Miljoenennota is zojuist uitgelekt! Daarin staat dat met ingang van 2012 jaarlijks € 90 mln extra beschikbaar wordt gesteld voor bijzondere bijstand. Maar let op: de beoogde bezuiniging van €40 miljoen per jaar op bijzondere bijstand staat ook nog in de tabellen. Per saldo kom er dus €50 miljoen extra beschikbaar.

In veel andere kranten (Spits, Trouw, Binnenlands Bestuur, RTL Z, ED, Telegraaf) staat dat gemeenten € 100 miljoen extra krijgen, maar volgens mij schrijven ze het van elkaar over of kijken ze naar het afgeronde getal (“0,1 miljard”) in bijvoorbeeld tabel 2.15 op p.69 van de Miljoenennota. In de begroting lees ik dat het gaat om € 90 miljoen. In de bijlage van de miljoenennota (deel II) staat op p.139: ‘Om de cumulatie van inkomenseffecten te verzachten, stelt het kabinet €90 mln. beschikbaar voor koopkrachtondersteuning van bijvoorbeeld chronische zieken, gehandicapten en ouderen. Dit bedrag wordt ter beschikking gesteld aan gemeenten en toegevoegd aan het Gemeentefonds.’

Schuldhulpverlening
De beoogde bezuiniging op schuldhulpverlening is ten opzichte van het regeerakkoord niet gewijzigd en blijft € 20 miljoen per jaar.

Schuldhulpverlening loont

Bezuinigingen op schuldhulpverlening kosten uiteindelijk twee keer zoveel als ze opleveren. Dat blijkt uit het rapport Schuldhulpverlening loont; een onderzoek naar de kosten en baten van schuldhulpverlening van Regioplan en de Hogeschool Utrecht. Met de bezuinigingen op de schuldhulpverlening schieten gemeenten zich dus in hun eigen voet, aldus het onderzoek.

De grootste besparingen worden gerealiseerd door een kortere uitkeringsduur, met name bij de gemeentelijke sociale dienst. Hier wordt per 100.000 inwoners circa €1,4 miljoen bespaard op WWB-uitkeringen en re-integratietrajecten. Een andere grote besparing is het voorkomen van huisuitzettingen van de schuldenaren, ongeveer €1,1 miljoen. Andere kostenbesparingen vinden plaats bij de verslavingszorg en de ggz. Binnenkort leveren de onderzoekers een rekentool op, waarmee gemeenten lokaal de eigen verhouding van kosten-baten van schuldhulpverlening kunnen berekenen.

Ander onderzoek
Het onderwerp is hot, want binnenkort leveren APE en Stimulansz in opdracht van het ministerie van SZW ook een onderzoeksrapport en rekentool op over de kosten en baten van schuldhulpverlening per gemeente. In deze rekentool blijkt het effect van bezuiniging of extra inzet van middelen sterk afhankelijk van de bestaande situatie in de gemeente (qua doelgroep en inzet middelen en producten). In deze rekentool zie je bovendien hoe groot de doelgroep is van de schuldhulpverlening in jouw gemeente.

Lage inkomens €37 meer kwijt aan kinderopvang

Door de bezuiniging van bijna €800 miljoen op de kinderopvang gaan ouders met een minimuminkomen in 2013 €37 per maand meer betalen voor twee opvangdagen per week voor twee kinderen. Voor ouders met een hoog inkomen is dat €290. Dat blijkt uit de bezuinigingsplannen die minister Kamp van SZW gisteren presenteerde. Het Kabinet gaat tegelijkertijd ook de ‘lappendeken’ van twaalf kindregelingen vereenvoudigen. Lees meer, en bekijk ook het filmpje op szw.nl.

Gentlemen, we have run out of money. Now we have to think.

Deze quote van Winston Churchill haalde René Paas van Divosa vandaag aan tijdens de studiedag van de NVVK. Wow, dit was de perfecte ondertitel geweest voor ons congres volgende week over de bezuinigingen. 

Alvast een voorproefje daarvan: gemeenten die moeten bezuinigen, kunnen aan drie knoppen draaien.

 1. Doelgroep: de deur op een kier

Uit benchmarkgegevens blijkt dat 9% van de gemeenten een inkomensgrens hanteert. 48% helpt geen zelfstandig ondernemers, en in ruim een kwart van de gemeenten moet eerst het inkomen op orde zijn en de echtscheiding afgerond voordat een intake plaatsvindt. Er zijn ook gemeenten die de deur sluiten voor recidivisten (24%) of personen met fraudevorderingen (27%). De nieuwe wet – als hij er komt – geeft mogelijkheden om de toelatingscriteria aan te scherpen. Sterker nog, de algemene wet bestuursrecht maakt het zometeen noodzakelijk om goed vast te leggen wie wel en niet in aanmerking komen. Als je dat vaag laat, ga je nat als klanten in beroep gaan tegen een besluit. Ik zou trouwens liever zien dat de toelatingscriteria gebaseerd zijn op de motivatie en vaardigheden van de schuldenaar. Er zijn steeds meer aanvragers met een hogere opleiding en de nodige vaardigheden. Zet die zoveel mogelijk zelf aan het werk en ontlast zo je uitvoeringsorganisatie.

2. Efficiëntie: opschalen en stroomlijnen

Bij veel gemeenten is efficiëntiewinst te behalen, bijvoorbeeld door stroomlijning van het werkproces, inzet van goedkope krachten of vrijwilligers voor ondersteunende en voorbereidende taken, groepsgewijze intakes en budgetcursussen, deskundigheidsbevordering en specialisatie, klantondersteuning via internet, turbosaneren en slim gebruik van ICT. Voor kleinere gemeenten kan het zinvol zijn om op te schalen. Uit benchmarkgegevens blijkt trouwens tot mijn verrassing, dat kleine gemeenten per klant iets minder uitgeven dan grote gemeenten. Zou dat te maken hebben met het feit dat kleine gemeenten de schuldhulpverlening vaker uitbesteden? Dit moeten we nog eens nader bestuderen.

3. Aanbod: kantelen en co-financieren

Je kunt eenvoudig je uitgaven beïnvloeden door het aanbod te verbreden of te versmallen. Of liever: door het aanbod gerichter in te zetten. Zet niet al je klanten op dezelfde lopende band, maar ‘kantel’ de organisatie: maak hem probleemgericht in plaats van aanbodgericht. Zet inkomensbeheer selectiever in; dus niet meer standaard drie jaar bij elke klant. Ga niet schuldregelen als dat bij voorbaat kansloos lijkt. Kijk goed naar de kosten en baten van preventie en gebruik gerichte en beproefde methodieken. Baken duidelijk af wat schuldhulpverlening is en wat niet. We zijn soms zo ‘integraal’ geworden, dat we daarop het zicht kwijt zijn geraakt. En onderzoek eens of woningcorporaties of grote bedrijven willen meebetalen. 30% van de gemeenten laat schuldenaren meebetalen aan hun traject.

Bezuinigen kan pijn doen. Vooral als we het met de botte bijl doen. Maar als we weloverwogen aan de knoppen draaien, kan het ook leiden tot nieuwe inzichten en efficiëntere werkwijzen.

Schuldhulpverlening uitbesteden? aanbesteden? zelf doen?

De laatste tijd krijgen we veel vragen over uitbesteding en aanbesteding van schuldhulpverlening. Is aanbesteding verplicht? Levert aanbesteding betere resultaten op dan ‘gewoon inkopen’ of zelf uitvoeren?

Aanbesteden?

De vraag of aanbesteding verplicht is, wordt niet eensluidend beantwoord. Bruikbare documenten zijn:

Ik heb in een grijs verleden (2004) eens een handreiking geschreven over verzelfstandiging van de toenmalige WIW/ID-organisaties. Die handreiking ging ook over aanbesteding en is volgens mij nog steeds bruikbaar ook voor schuldhulpverlening.  En over het risico van (ongeoorloofde) staatssteun; iets waarover in relatie tot schuldhulpverlening volgens mij nog nooit een discussie is gevoerd, maar wat volgens mij wel degelijk speelt. Ik heb bij het schrijven van die handreiking toen trouwens veel gehad aan EuropaDecentraal.

Mijn indruk is dat je best om de aanbestedingsregels en bijgaande bureaucratie heen kunt. Maar je kunt het ook zien als kans of verplichting aan jezelf om eens echt goed na te denken over wat je nou eigenlijk als gemeente wilt bereiken.

Uitbesteden of zelf doen?

Volgens mij zijn er geen onderzoeken waarbij de kosten en opbrengsten van uitbesteding of zelf doen systematisch met elkaar zijn vergeleken. Ik hoop dat we met onze benchmark daar later dit jaar wel wat over kunnen zeggen. Ik ben zelf geneigd gemeenten die de schuldhulpverlening nog in de kinderschoenen hebben staan, te adviseren om uitbesteding te overwegen. Dan heb je in ieder geval niet/minder te maken met de opstartkosten (werving, deskundigheid, etc.). Schaalgrootte speelt ook een rol bij de keuze: je hebt een minimum aantal klanten nodig om zelfstandig een efficiënte schuldhulpverleningsorganisatie te kunnen runnen. En (politieke) smaak en de sturingsfilosofie die je aanhangt spelen natuurlijk ook mee. Ikzelf ben er wel voorstander van dat je als gemeente – als het even kan – de intake en het casemanagement wel zelf blijft doen, of daar in ieder geval flink grip op houdt. Lees ook eens hoofdstuk 5 van de Handreiking Integrale Schuldhulpverlening (sept. 2004). Graag hoor ik wat de ervaringen in den lande zijn met aanbesteding, uitbesteding en zelf doen. Bijvoorbeeld via LinkedIn, e-mail of een reactie onder dit artikel.

Schuldhulp moet zelf op kleintjes letten

Spijkenisse gaat met een meersporenbeleid de schuldhulpverlening anders aanpakken en bezuinigen. Eén van de onderdelen van de nieuwe aanpak is het product ‘Schuldbemiddeling als secundaire arbeidsvoorwaarde’, waarbij de werkgever de kosten van de bemiddeling betaalt. Tijdens het congres (Be)zuinig samen! licht de gemeente vooral de financiële en personele gevolgen van het meersporenbeleid toe. Vorig jaar maakte de gemeente een kosten/baten analyse voor de lokale schuldhulpverlening. Lees ook Schuldhulp moet zelf op kleintjes letten.

Apeldoorn pakt bezuinigingsoperatie gestructureerd aan

Apeldoorn heeft voor een discussie in de gemeenteraad over de toekomst van het minimabeleid de bouwstenen van het minimabeleid in beeld gebracht. De uitersten zijn het huidige minimabeleid (kosten 6 miljoen excl. uitvoeringskosten) en een variant waarbij de overheid zich volledig terugtrekt op haar wettelijke kerntaken (kosten 1,7 miljoen excl. uitvoeringskosten). Tussen deze uitersten zijn allerlei varianten mogelijk qua inhoud en qua kosten. De gemeenteraad kan zo heel gemakkelijk aan de knoppen draaien en de kosten en consequenties van elke keuze overzien. Apeldoorn presenteert haar aanpak op 19 mei op het congres (Be)zuinig samen!

Daarbij is er ook aandacht voor het Apeldoornse loket voor geldzaken. Inwoners van Apeldoorn kunnen bij de Stadsbank terecht voor bijvoorbeeld schuldhulpverlening, budgetbegeleiding en inkomensondersteuning.

(Be)zuinig met vrijwilligers

Uit een vandaag verschenen rapport van het Nibud en ANBO blijkt dat veel gemeenten de rol die vrijwilligers spelen bij het voorkomen en oplossen van schulden onderschatten. Gemeenteambtenaren hebben te weinig kennis van de taken die vrijwilligers uitvoeren. Hierdoor worden zij niet efficiënt genoeg ingezet. Tweederde van de vrijwilligersorganisaties heeft behoefte aan verbeteringen in contact en uitvoering met de gemeente waarin zij werken. Minstens 309 organisaties in Nederland houden zich bezig met thuisadministratieprojecten.

Gratis training vrijwilligers
2011 is het Europees jaar van het Vrijwilligerswerk. Dankzij een eenmalige subsidie van het rijk kan het Nibud dit jaar vrijwilligers gratis trainingen aanbieden.

Congres over verantwoord bezuinigen
Het slim inschakelen van vrijwilligers in het armoedebeleid en de schuldhulpverlening is één van de onderwerpen tijdens het congres ‘(be)zuinig samen‘ op 19 mei.

Bezuinigingen armoedebeleid en schuldhulpverlening

In het regeerakkoord staat dat er met ingang van 2012 jaarlijks 60 miljoen wordt bezuinigd op gemeentelijk armoedebeleid en schuldhulpverlening. Dat geld wordt waarschijnlijk uit het gemeentefonds gehaald. Op verzoek van Emmen heb ik berekend hoeveel dat is per gemeente. Ik heb dat gedaan op basis van de verdeelsleutel voor de extra middelen voor schuldhulpverlening 2010. Ik weet niet of de uitname uit het gemeentefonds volgens dezelfde verdeelsleutel zal gebeuren, maar ik denk dat het er niet veel naast zal zitten. Let op: het heeft dus een groot achterkant-van-sigarendoosje gehalte; ik geef geen garantie.

Download: Bezuiniging per gemeente (xls).

Bezuinigingen armoedebeleid per gemeente

Het COELO heeft de afgelopen twee maanden onderzocht waarop gemeenten verwachten te gaan bezuinigen. Op gemeentelijk armoedebeleid (“bijz.bijstand, kwijtschelding, minimapas, enz.” en ik neem aan ook schuldhulpverlening) verwacht men in 2011 4% te gaan bezuinigen en in 2012 6%. Vergeleken met andere beleidsterreinen wordt het armoedebeleid behoorlijk ontzien. Klik op de kaart op de website van het COELO om te zien hoeveel jouw gemeente denkt te gaan bezuinigen:

Lees ook het onderzoeksrapport.

Succesvolle schuldhulpverlening en armoedebeleid met minder budget

Divosa en Stimulansz bieden gezamenlijk gratis advies over de financiële situatie van de gemeente op het brede terrein van werk en inkomen. Bekijk ons gratis aanbod.

We kunnen het ook toespitsen op armoedebeleid of schuldhulpverlening, maar dan is het meestal niet gratis. Je kent Stimulansz misschien vooral van onze gestandaardiseerde instrumenten, producten en abonnementen, maar we kunnen gemeenten en organisaties ook helpen met een advies op maat. Denk bijvoorbeeld aan:

  1. Evaluatie en nulmeting
  2. Opstellen beleidsplan
  3. Organisatieadvies en stroomlijning werkproces
  4. Detachering en implementatie van nieuw beleid

 Mail mij voor meer info.

Wat hebben gemeenten gedaan met de voor schuldhulpverlening geoormerkte middelen?

Voor de periode 2009-2011 hebben gemeenten extra middelen gekregen om het tijdelijke grotere beroep op de schuldhulpverlening in het kader van de crisis op te vangen en verbeteringen aan te brengen in de effectiviteit en kwaliteit van schuldhulpverlening. De wijze van inzet van de extra middelen en het effect ervan is gemonitord. De belangrijkste resultaten:

  • De middelen zijn door de meeste gemeenten gebruikt om de wachtlijst weg te werken dan wel te voorkomen.
  • Bijna de helft van de gemeenten heeft de middelen ingezet voor een brede toegankelijkheid van de schuldhulpverlening, voor zover daar al niet sprake van was. Veel aandacht is daarbij besteed aan de doelgroep jongeren.
  • Daarnaast is geïnvesteerd in vernieuwing en verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, preventie, nazorg en samenwerking met ketenpartners, met het oog op verbetering van de effectiviteit op de langere termijn.
  • Op tweederde van de werkpleinen hebben trainingen plaatsgevonden voor werkcoaches zodat deze mensen met schulden beter kunnen herkennen en adequaat doorverwijzen.

Lees ook de brief van staatssecretaris De Krom van SZW aan de Tweede Kamer met daarin een samenvatting van de bevindingen.

Toekenning extra middelen schuldhulpverlening 2010

Jaarlijks moet de hoogte van de specifieke uitkering schuldhulpverlening voor iedere gemeente afzonderlijk worden vastgesteld. In oktober is dit voor de specifieke uitkering schuldhulpverlening 2010 gebeurd. Vooruitlopend op de toekenning van de uitkering is in juni van dit jaar aan gemeenten een voorschot verleend. Het verstrekte voorschot zal met het toegekende bedrag worden verrekend. Het resterende bedrag wordt binnen 6 weken na de toekenning aan gemeenten betaald. In dit excelbestand is per gemeente het bedrag van de specifieke uitkering 2010 opgenomen. De toekenningsbeschikkingen zijn vanaf 22 oktober 2010 aan gemeenten verzonden. Bron: SZW.