Nederlander heeft te weinig financiële kennis

Dit blijkt uit onderzoek van CentiQ, Wijzer in geldzaken. Zes op de tien consumenten zeggen voldoende kennis te hebben van belangrijke financiële producten. Maar de feitelijke kennis valt tegen. De meeste Nederlanders hebben geen idee welk percentage aan rente betaald moet worden bij rood staan op de betaalrekening. Ook weet meer dan de helft niet hoe hoog de rente is bij een persoonlijke lening. En maar een klein gedeelte kijkt bijvoorbeeld naar de kosten van financiële producten, om zo de (maandelijkse) lasten terug te brengen. Op de website www.wijzeringeldzaken.nl staat een korte kennisquiz, waar de consument zijn eigen kennis kan vergelijken met die van de gemiddelde Nederlander.
Uit het onderzoek blijkt ook dat veel mensen denken dat de crisis hen niet zal treffen. Dat is opmerkelijk gezien de algemene economische verwachtingen. Het onderzoek leert ook dat mensen met meer financiële kennis, minder financiële problemen kennen. Ze hebben bijvoorbeeld minder betalingsachterstanden en zijn beter voorbereid op eventuele financiële tegenslagen. Een hoger kennisniveau op financieel gebied helpt mensen om zware economische tijden te doorstaan.

Armoedebeleid in Europa

Vorig jaar presenteerde ik tijdens een conferentie in Wenen het Nederlandse beleid om armoede, problematische schulden en sociale uitsluiting te bestrijden. Ook andere landen presenteerden er hun beleid. Dat leverde een interessante vergelijking op. Eén van de dingen die opvielen is dat Nederland veel bevoegdheden geeft aan gemeenten om inkomensondersteuning te bieden. Daarnaast werd duidelijk dat Nederland een relatief hoog (zo niet het hoogste) sociaal minimum heeft in Europa. Download het verslag.

Wenen

Modus Vivendi pleit voor ruimere mogelijkheden private schuldbemiddeling

De gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor de invulling van schuldbemiddeling en dat zal voorlopig ook nog wel zo blijven. Private schuldbemiddeling heeft nog altijd geen duidelijk afgebakend juridisch kader en dat zou volgens Modus Vivendi, na 25 jaar ervaring met de gevolgen van een algeheel verbod, toch moeten veranderen. De opgebouwde kennis en kunde en de getoonde transparantie bij veel private schuldhulporganisaties geven in ieder geval aanleiding tot een genuanceerdere gereserveerdheid dan thans in de wet is verankerd of dan uit sommige brieven van de regering blijkt.  Lees meer op de website van Modus Vivendi.

Dik in de schulden

De afgelopen zomer is gebleken dat het parafraseren van wetenschappelijk onderzoek een weg is die is geplaveid met valkuilen. Op basis van epidemiologisch onderzoek concludeerden Duits-Britse onderzoekers dat er, na correctie voor socio-economische factoren zoals opleiding of inkomen, een positieve associatie was tussen schulden en overgewicht en dat op grond daarvaan de schuldensituatie van een persoon ook betrokken moest worden in gezondheidsonderzoek. Het onderzoek trok nogal wat aandacht en dit leidde tot mediakoppen als: “Kredietcrisis leidt tot overgewicht”, “Dik lijf is vaak platzak” of “Mensen met schulden hebben vaker overgewicht”. En is dat zo? Lees de leuke column van I.P. van Rossen van Modus Vivendi.

Beroep op wettelijke schuldsanering daalt

Het beroep op de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is in 2008 gedaald tot 9.200 aanvragen, tegen 15.140 aanvragen in 2007. Dat blijkt uit de vijfde monitor Wnsp, die minister Hirsch Ballin van Justitie vorige week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Naar verwachting zal het aantal aanvragen dit jaar weer stijgen als gevolg van de kredietcrisis. Lees meer op de website van Justitie.

De VNG is van mening dat de daling het gevolg is van de inspanningen van gemeenten op het terrein van integrale schuldhulpverlening. Nadja Jungmann is het daar niet mee eens.

Voorwaarden bij verlenging looptijd schuldregeling

Zoals bekend is in de Algemene Ledenvergadering van de NVVK van 28 mei jl. uitgebreid gesproken over de looptijd van een schuldregeling. De ALV heeft besloten een tweetal besluiten – het besluit van november 2008 ten aanzien van het uitwerkingsmodel (de x-factor) en de 75%-25% regel, waarover in juni 2008 gesproken is – terug te draaien. Echter – en dat is volgens mij niet bij iedereen goed bekend – het besluit om de looptijd van de schuldregeling onder voorwaarden los te laten, blijft gehandhaafd. Daarover is afgesproken dat de commissie Schuldregeling van de NVVK, aangevuld met deskundigen uit de drie NVVK-kringen, de opdracht krijgt dit ALV-besluit uit te werken en meerdere varianten te bedenken waarmee invulling gegeven kan worden aan het besluit om de looptijd van de schuldregeling onder voorwaarden los te laten. De commissie Schuldregeling is deze zomer twee keer bijeengeweest. Op basis van de bijeenkomsten wordt advies geformuleerd, zodat in september de Raad van Advies geraadpleegd kan worden en in het najaar de kringen en de ALV. De besluitvorming vindt dan uiteindelijk plaats in de ALV.

Bespreking in de normcommissie
De NVVK heeft de besluitvorming van de ALV ten aanzien van de looptijd ook ingebracht in de normcommissie. Er is afgesproken dat de normcommissie de besluitvorming vanuit de NVVK afwacht en daarna de nieuwe situatie in de normcommissie zal bespreken.

Kun je rondkomen van een bijstandsinkomen?

Als iemand buiten zijn of haar eerste levensbehoeften niets extra’s kan betalen, vinden mensen dat er sprake is van armoede. Een zelfstandige woning, gezond eten en nieuw gekochte kleding worden beschouwd als de eerste vereisten. Daarnaast is men van mening dat iemand goed verzekerd moet zijn tegen ziektekosten, brand en inbraak.

Dit is een conclusie uit de publicatie Genoeg om van te leven, een gezamenlijke uitgave van het SCP en het Nibud, die op 4 augustus 2009 is verschenen. Het rapport doet verslag van groepsdiscussies tussen burgers over wat armoede volgens hen is en over de kosten van levensonderhoud die volgens hen minimaal noodzakelijk zijn.

Mensen vinden ook dat een huishouden moet kunnen beschikken over telefoon, een televisie en een computer met internetaansluiting. Ook moet er geld zijn voor recreatie, het vieren van verjaardagen, het op bezoek gaan en het lidmaatschap van een (sport)club. De aanwezigheid van kinderen in het huishouden vereist een hoger budget in verband met kleding en school. Ook moeten er hogere eisen gesteld worden aan de woning en de voeding. Uitstapjes, vakantie of het lidmaatschap van een club worden voor kinderen belangrijker geacht dan voor volwassenen.

De maandbudgetten die nodig zijn om de samengestelde pakketten van goederen en voorzieningen te bekostigen, zijn vergeleken met de inkomsten die de huishoudens zouden hebben op het niveau van de bijstand en van het wettelijk minimumloon. In beide gevallen zijn de inkomsten inclusief alle heffingskortingen, vakantietoeslag en overige subsidies en tegemoetkomingen.

De onderzoekers concluderen dat de goederen en voorzieningen die mensen noodzakelijk vinden voor alleenstaanden en paren zonder kinderen, zijn te betalen van een bijstandsinkomen. Eenoudergezinnen en paren met kinderen met een inkomen op bijstandsniveau lopen echter het risico dat zij tekortkomen. De pakketten zoals die door de focusgroepen zijn samengesteld, blijken niet altijd te bekostigen van een inkomen op bijstandsniveau.

Dit geldt vooral voor een paar met drie kinderen; voor hen zou het tekort kunnen oplopen tot bijna 500 euro per maand. Een alleenstaande moeder met twee kinderen houdt op grond van het budget van een van de focusgroepen ruim 50 euro per maand over, maar komt volgens een andere groep ruim 250 euro tekort. Voor alleenstaanden en paren zonder kinderen zou een inkomen op bijstandsniveau wel toereikend moeten zijn.

Het minimumloon is over het algemeen wel voldoende; alleen een paar met drie kinderen heeft volgens twee van de vier focusgroepen meer inkomsten nodig om alle budgetposten te kunnen bekostigen. In beide gevallen gaat het om een bedrag van meer dan 300 euro per maand. Vooral alleenstaanden zouden echter moeten kunnen rondkomen van het minimumloon.  Volgens de budgetten van alle vier groepen is er dan zelfs een fors overschot, oplopend van 270 euro tot ruim 400 euro per maand.

Ik heb ooit tijdens een congres samen met het Nibud de stelling verdedigd dat je met een bijstandsinkomen kunt rondkomen, mits:

  • je gebruikt maakt van alle inkomensondersteunende regelingen (bijzondere bijstand, zorgtoeslag, etc.)
  • er geen onverwachte tegenslagen zijn (verkeersboete, terugbetaling zorgtoeslag omdat je per ongeluk teveel hebt aangevraagd, etc.)
  • je goed met geld kunt omgaan.
  • je grip hebt op je vaste lasten (is bijv. sociale huurwoning beschikbaar?)
  • je genoegen neemt met een (zeer) beperkt budget voor sociale participatie.

Duku: Jong met weinig geld in Rotterdam

RoSA!, de Rotterdamse Sociale Alliantie, het netwerk tegen armoede, organiseert ter gelegenheid van de ‘Internationale dag tegen de armoede’ op 17 oktober 2009 een manifestatie over “Jong met weinig geld”. De dag tegen de armoede is in 1992 uitgeroepen door de Verenigde Naties en wordt jaarlijks wereldwijd gehouden. Lees meer op www.rosarotterdam.nl.

Crisisbestendig armoedebeleid

Op 8 juli jl. mocht ik tijdens het debat ‘Naar een crisisbestendig armoedebeleid in Brabant’ – over werkende armen, schuldhulpverlening en kinderen – in Tilburg staatssecretaris Klijnsma vervangen. Om de deelnemers niet al te veel teleur te stellen, deed ik mijn beste Klijnsma-imitatie met een enthousiasmerende peptalk in het begin, en natuurlijk de nodige toezeggingen. Het verslag is te lezen achter deze link.

Borg schoolboeken
Tijdens de discussie kwam o.a .aan de orde dat – hoewel schoolboeken aankomend schooljaar voor het eerst gratis zijn – sommige ouders toch nog een probleem hebben. Voor ieder boekenpakket van een middelbare scholier moet een ouder aan het begin van het jaar 75 euro borg betalen. Voor minima kan dit heel veel geld zijn. Zeker voor ouders met meerdere schoolgaande kinderen. Dat stelt de Sociale Alliantie in een brief aan betrokken bewindspersonen en instanties. De Sociale Alliantie roept gemeenten en middelbare scholen op tot extra maatregelen en om minima te wijzen op het bestaan van de Stichting Leergeld.

Brief Klijnsma over voortgang schuldhulpverlening

Staatssecretaris Klijnsma heeft de Tweede Kamer op 15 juli jl. een brief geschreven over de voortgang van een aantal onderwerpen rondom de schuldhulpverlening. In de brief komen de volgende onderwerpen aan de orde:

– Moratorium
– Aanbestedingsprocedures schuldhulpverlening
– Toegang tot een bankrekening
– Stand van zaken rondom het Landelijk Informatiesysteem Schulden (LIS)
– Implementatie richtlijn consumentenkrediet
– Stand van zaken actualisering Pandhuiswet

Normering incassokosten

In het algemeen overleg van 11 november 2008 over preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting, heeft Minister Ballin van Justitie de Tweede Kamer een brief toegezegd met de contouren van een wettelijke regeling voor de normering van incassokosten. Het onderwerp van incassokosten kwam ter sprake naar aanleiding van een rapport van de landelijke organisatie Sociale Raadslieden (LOSR)/ MOgroep W&MD. In haar rapport Incassokosten, een bron van ergernis! stelt de organisatie dat bepaalde schuldeisers te hoge incassokosten in rekening brengen. De Kamer heeft tijdens het overleg gevraagd om nadere regelgeving teneinde incassotarieven te begrenzen. Met deze brief geeft Ballin uitvoering aan de bedoelde toezegging.

Aanvulling op dit bericht 15 sept. 2009:  Minister Hirsch Ballin heeft inmiddels een ontwerpregeling gepresenteerd.

Ondersteuning van zelfstandigen

De gemeente Rotterdam heeft Stimulansz gevraagd advies te geven over de ondersteuning van kleine zelfstandigen met een laag inkomen of dreigende schulden. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn:
1. Hoe bereik je de doelgroep? Hoe dring je het niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen terug?
2. Kan de aanvraagprocedure worden vereenvoudigd? Zijn er vormen van ambtshalve toekenning die kunnen worden toegepast (terugdringing bureaucratie)?
3. Hoe kan de financiele huishouding (vaardigheden en administratie) van de doelgroep worden verbeterd?

We streven ernaar deze kennis zoveel mogelijk te delen met andere gemeenten. Stimulansz zal een rondgang langs gemeenten maken om goede voorbeelden te verzamelen. We houden ons aanbevolen voor suggesties! Ook bezoeken we organisaties zoals de Kamer van Koophandel, Bureau Zelfstandigen, formulierenteams en dergelijke. Op basis hiervan wordt een notitie met een aantal beleids- en uitvoeringsscenario’s uitgewerkt. Per scenario worden de kosten en (maatschappelijke) opbrengsten voor de gemeente Rotterdam beschreven.

Ondersteuning regionale samenwerking schuldhulpverlening Rivierenland

Stimulansz onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor regionale samenwerking rond schuldhulpverlening in Rivierenland. Daarbij worden mogelijk negen gemeenten betrokken. Ter voorbereiding worden de huidige situatie en de effectiviteit en efficiency in kaart gebracht. Ook bekijken we of landelijke best practices toepasbaar zijn op de situatie van regio Rivierenland. We beschrijven van verschillende varianten de voor- en nadelen en de kosten en te verwachten resultaten. Dit mondt uiteindelijk uit in een aantal voorstellen voor gezamenlijke samenwerking dan wel overstijgende regionale dienstverlening aan de inwoners van deze gemeenten. Door middel van voorlichting en gezamenlijke besprekingen wordt, in afstemming met de ketenpartners, onderzocht voor welke variant van samenwerking de grootste consensus bestaat. Deze variant zal vervolgens door Stimulansz verder worden uitgewerkt en geïmplementeerd.

Woon- en energielasten drukken het zwaarst op laagste inkomens

Bij huishoudens in de laagste inkomensklasse  is het aandeel dat besteed wordt aan woonlasten en woningonderhoud met 29 procent aanmerkelijk hoger dan bij huishoudens in de hoogste inkomensgroep (21 procent). Wel wordt een deel van de lagere inkomens voor de relatief hogere woonlasten gecompenseerd door de huurtoeslag. Ook geven de lagere inkomens naar verhouding meer uit aan energie. Dit blijkt uit onderzoek dat vandaag door het CBS wordt gepresenteerd.

‘Minnelijk’ wordt ‘gemeentelijk’

Het voornemen is om in de nieuwe wet voor schuldhulpverlening de term ‘minnelijk’ te vervangen door ‘gemeentelijk’. De wet is immers bedoeld voor gemeenten. En voor organisaties die de schuldhulpverlening uitvoeren in opdracht van gemeenten. Zelfstandige schuldhulpverleners kunnen nog steeds in den minne schikken.

‘Minnelijk’ volgens het woordenboek: –vriendschappelijk -aanvallig -bekoorlijk -hartelijk -lieflijk -lieftallig -vriendelijk -beminnelijk. Tsja, dekt dit de lading nog wel? Is het nog van deze tijd? Zeker nu de verhoudingen tussen schuldeiser en schuldenaar steeds meer worden ingekaderd in wet- en regelgeving, gedragscodes en voorzien van dwangmiddelen als het moratorium en dwangakkoord, kun je daar vraagtekens bij zetten..

Schuldhulpverlening en maatschappelijke opvang

In opdracht van het ministerie van VWS heeft Hiemstra & De Vries in kaart gebracht hoe de schuldhulpverlening aan dak- en thuislozen is georganiseerd, tegen welke belemmeringen deze groep aanloopt en hoe de effectiviteit kan worden vergroot.
Op 16 juni 2009 is het rapport Meedoen zonder schulden gebruikt op een conferentie voor centrumgemeenten om samen vorm te geven aan effectievere schuldhulpverlening in relatie tot de individuele trajectplannen die onderdeel uitmaken van het Plan Maatschappelijke Opvang.

Schuldhulpverlening dak- en thuislozen Utrecht

Op 16 juni jl. heeft het Onderzoekscentrum maatschappelijke zorg van het UMC St. Radboud het rapport ‘Stadsgeldbeheer Utrecht. Beschrijving van een voorbeeldpraktijk schuldhulpverlening‘ aangeboden aan de staatssecretarissen van VWS en SZW en de wethouder SZ van Utrecht. Het rapport is geschreven in de vorm van een brochure en bevat een beschrijving van de werkwijze van Stadsgeldbeheer en een beschrijving van het profiel van de cliënten van Stadsgeldbeheer.

Rijnstad Welzijn & Hulpverlening ontwikkelt Informatiekaarten Incassokosten en Beslag op Inkomen voor intermediairs

Rijnstad heeft eerder dit jaar twee informatiekaarten ontwikkeld voor hulpverleners op sociaaljuridisch gebied. Het betreft een informatiekaart over Incassokosten en de toepassing ervan, en één met gegevens met betrekking tot de procedure Beslag op Inkomen. Doel van de kaarten is de alertheid van sociaal raadslieden en andere intermediairs met betrekking tot deze onderwerpen te vergroten. Kort en bondig staat overzichtelijk samengevat wat er komt kijken bij: Incassokosten en kosten, Voorwerk II, incassokosten bij krediettransacties, verborgen incassokosten, redelijkheidtoetsen, berekening BTW over incassokosten, enzovoort. De informatiekaart Beslag op Inkomen zet alles op een rij rond de berekening van de beslagvrije voet, beslag onder belastingdienst, nabetalingen, verrekeningen enzovoort. Sociaal raadslieden kunnen deze kaarten gebruiken bij de dienstverlening aan klanten. Zij kunnen deze kaarten eveneens verspreiden onder de collega-hulpverleners om hen te wijzen op de berekening en toepassing van incassokosten en de beslagvrije voet. Te denken valt aan sociale diensten, Juridisch loket, schuldhulpverleners, advocatuur en anderen hulpverleners. Voor meer informatie: www.rijnstad.nl

Klikt u hier voor: informatiekaart incassokosten
Klikt u hier voor: informatiekaart beslag op inkomen

NB. de beslagvrije voet voor bijstandsgerechtigden kan ook berekend worden via www.wwb-beslagvrijevoet.nl. Dit is dezelfde berekening als op de website van Rijnstad: www.rijnstad.nl/beslagvrije-voet.html.

Regionale expertmeetings formulierenbrigades

Bent u geïnteresseerd in ervaringen van andere gemeenten over het opzetten van formulierenbrigades, de mogelijke vormen, de werkwijzen en doelen en het bereik van de doelgroep? Wilt u (uw) kennis en ervaring uitwisselen en/of opdoen hierover? Meldt u dan aan voor één van de drie regionale ‘expertmeetings formulierenbrigades’.
De eerste bijeenkomst vindt plaats op donderdag 27 augustus vanaf 14:00 uur in Enschede. De overige data en locaties worden binnenkort bekend gemaakt.
Het u vragen en opmerking, of wil u zich alvast aanmelden? Neem dan contact op met Agnes Tarrida (06-13343506 / agnes.tarrida@stimulansz.nl) of Vivian den Hartogh (06-51236597 / vivian.denhartogh@stimulansz.nl).

Binnenkort verschijnt er ook een brochure over het opzetten van formulierenbrigades. De bevindingen uit de expertmeetings worden verwerkt in een uitgebreide handreiking die naar verwachting in september of oktober verschijnt.

60% gedetineerden heeft schulden

Afgelopen woensdag ondertekenden staatssecretaris Albayrak van Justitie en VNG-voorzitter Jorritsma het samenwerkingsmodel voor de nazorg aan ex-gedetineerden. Het samenwerkingsmodel is bedoeld als leidraad voor gemeenten en het gevangeniswezen. In het model zijn de taken en verantwoordelijkheden van gemeenten en justitie vastgelegd. Het gaat hierbij om informatie-uitwisseling, verstrekking van identiteitsbewijzen, huisvesting, arbeid en inkomen, schulden en zorg. Deze aanpak moet er toe leiden dat ex-gedetineerden na hun vrijlating minder snel strafbare feiten plegen of overlast veroorzaken en een nieuwe start kunnen maken in de maatschappij. De uitvoering is complex, met name omdat hierbij veel organisaties zijn betrokken. Van de 30.000 gedetineerden die jaarlijks vrijkomen hebben er veel problemen op meerdere vlakken. Stimulansz heeft daarom een handreiking geschreven om gemeenten te voorzien van ideeën en voorbeelden.

De ‘Handreiking bij Samenwerkingsmodel Nazorg volwassen (ex-)gedetineerde burgers’ is aan de staatssecretaris en de voorzitter van de VNG aangeboden. Gelijktijdig is het samenwerkingsmodel en de handreiking nazorg jeugdige ex-gedetineerden uitgebracht.

Albayrak en Jorritsma

 

 

 

 

 

 

 

Hoofdstuk 8 van de handreiking gaat over (de aanpak van) de schuldenproblematiek. In de inleiding is het volgende te lezen:  
Uit verkennend onderzoek blijkt dat veel gedetineerden kampen met problemen als gevolg van schulden (ruim 60%). Vaak bestaan deze schulden al voor de detentie, maar soms worden ze ook tijdens de detentie (verder) opgebouwd. Zo kan bijvoorbeeld een huurschuld ontstaan door het behoud van huisvesting, maar het niet kunnen voldoen aan de vaste lasten. Vanuit detentie kan er vaak geen betalingsafspraak worden gemaakt, of iets anders worden geregeld met de schuldeisers. Het gevolg is dat de vorderingen doorlopen, dat de eisen steeds hoger worden en dat de schulden steeds verder oplopen. Na de detentie wordt de ex-gedetineerde dan geconfronteerd met zijn schulden, en dat kan erg demotiverend werken bij de opbouw van een nieuw bestaan. Er is dus dringend behoefte aan schuldhulpverleningstrajecten die kunnen worden opgestart tijdens de detentie, en aan de mogelijkheid om afspraken te maken met schuldeisers. Voor gedetineerden die vóór hun detentie al in een schuldhulpverleningstraject zaten, geldt dat het lopende traject vaak wordt stopgezet en dat er pas na de detentie een nieuwe aanvraag kan worden ingediend. De schulden zijn dan dus nog niet afgelost en kunnen ook weer verder oplopen.

Structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering

De Eerste Kamer stemde afgelopen dinsdag in met het wetsvoorstel ‘Structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering’.

In 2008 waren er in Nederland ongeveer 280.000 mensen die de premie voor hun zorgverzekering niet betaalden. In 2006 was al met zorgverzekeraars afgesproken dat zij wanbetalers niet royeren en incasso-activiteiten blijven uitvoeren. Om deze afspraak te ondersteunen is in december 2007 wettelijk geregeld dat mensen met een betalingsachterstand niet kunnen opzeggen, zodat zij de incasso-inspanningen van de verzekeraar niet kunnen ontlopen. Het wetsvoorstel structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering scherpt de maatregelen verder aan:
1. Na twee maanden betalingsachterstand biedt de zorgverzekeraar een betalingsregeling aan en wijst op de mogelijkheid van schuldhulpverlening.
2. Na vier maanden krijgt de wanbetaler een waarschuwingsbrief.

Bij zes maanden betalingsachterstand worden wanbetalers aangemeld bij het CVZ. Het CVZ zal vervolgens overgaan tot de inning van een bestuursrechtelijke premie bij de wanbetaler. Hiervoor heeft het CVZ drie manieren:
1. Inhouding op een bron van inkomen (bronheffing);
2. Het rechtstreeks naar zich laten overmaken van de zorgtoeslag van de wanbetaler;
3. Toesturen acceptgiro.

Ten aanzien van bijstandsgerechtigden en overige minima geldt een afwijkende regeling, op grond waarvan inningswijze 2 niet zal worden gevolgd. Het CVZ kan dus niet de zorgtoeslag van minima naar zich laten overmaken. Tevens is het deel dat via bronheffing ingehouden mag worden gemaximeerd (op 100% van de standaardpremie), het restant (30% van de standaardpremie) zal daarom via acceptgiro worden geïnd. Overige minima zullen overigens bezwaar bij het CVZ moeten maken om op deze regeling aanspraak te kunnen maken.

Het CJIB zorgt voor de inning van premie die niet al op het inkomen is ingehouden. Zodra de wanbetaler zijn achterstallige premie aan zijn zorgverzekeraar heeft betaald, gaat hij weer de gewone nominale premie aan zijn zorgverzekeraar betalen.

Het wetsvoorstel treedt op 1 september 2009 in werking.

Bureau BS&F schrijft in samenwerking met VNG en Divosa een handreiking voor gemeenten, zodat zij de bestuurlijke keuze kunnen maken om zich al dan niet in te spannen om bronheffing te voorkomen. Daarnaast zal de handreiking praktische tips bevatten hoe gemeenten het best kunnen omgaan met de bronheffing. Het verschijnen van de handreiking zal gepaard gaan met een aantal informatiebijeenkomsten verspreid door het land, waar deze toegelicht zal worden.

De afgelopen maanden is veel bezwaar gemaakt tegen de bronheffing – o.a. door de gemeente Delft – onder meer omdat het CVZ een preferente schuldeiser wordt, waardoor andere schuldeisers benadeeld worden. Aan deze bezwaren is inmiddels tegemoetgekomen. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer op 23 juni stelt Minister Klink: ‘Zodra de wanbetaler een schuldachterstand aan zijn verzekeraar heeft betaald, wanneer een schuldregeling is getroffen, of wanneer een stabilisatieovereenkomst is gesloten, stopt de bronheffing en gaat de wanbetaler terug naar het gewone premieregime. Dan zal het CVZ overigens de restantschuld kwijtschelden.’

Een ander bezwaar betreft de boete die de schuldenaar dieper in de schulden brengt en dus schuldhulpverlening bemoeilijkt. Klink laat mede daarom nu intern onderzoeken of het mogelijk is de achterstallige premie via een loonbeslag of op executoriale titel te innen. In zo’n constructie moet de rechter beslissen of de premie mag worden ingehouden op iemands inkomen. Op die manier zou het mogelijk zijn om een onderscheid te maken tussen mensen die niet willen betalen en mensen die niet kunnen betalen. Als de boete door het CVZ wordt geïnd, is daar geen zicht op, vreest de Eerste Kamer.

Gemeenten vrijgesteld van certificering?

In vervolg op dit bericht het volgende: in de ledenvergadering van de vereniging SVF is geopperd gemeenten vrij te stellen van de certificering. Belangrijkste reden daarvoor is dat gemeenten in principe kunnen worden beschouwd als bonafide organisaties en, als zij zelf de activiteiten uitvoeren die tot het domein van de norm behoren, daarmee als bonafide schuldhulporganisaties. De consequenties voor de opzet en uitvoering van de certificering bij acceptatie van het voorstel is door de leden van SVF niet geïnventariseerd, maar naar hun mening komt het tegemoet aan het belangrijkste bezwaar van de gemeenten: de kosten van het certificeren van personeel en organisatie.

Ik denk dat je als bezwaar ook toe kunt voegen de verlengde looptijd van de schuldregeling (die is opgenomen in de normen voor certificering). En volgens mij hikken gemeenten vooral op tegen de kosten van certificering van de schuldhulpverleners. Is het niet beter om gemeenten de mogelijkheid te geven om alleen hun organisatie en processen te certificeren, en dus niet de schuldhulpverleners?

Ik denk dat je inderdaad kunt stellen dat gemeenten bonafide zijn. Maar de certificering heeft ook een ander doel, namelijk het effectiever en efficienter maken van de uitvoering. Gemeenten die de boel al op orde hebben, hoeven niet onoverkomelijk hoge kosten te maken voor de certificering van de organisatie.

Het lijkt erop dat nu toch het kind met het badwater wordt weggegooid…

Let op met schulden bij een PGB

Mensen met een Persoonsgebonden Budget (PGB) en schulden kunnen in grote problemen komen. Schuldeisers kunnen namelijk beslag laten leggen op de voorschotten die het zorgkantoor op de rekening van de klant stort. Dit heeft twee gevolgen: 1. De klant heeft geen geld meer om zorg in te kopen. 2. De klant moet de voorschotten terugbetalen aan het zorgkantoor omdat hij het geld niet heeft besteed aan zorg. Lees meer.

Buitenschoolse opvang niet betaalbaar voor lagere inkomens

De verlaging van het fiscaal maximum voor de BSO met 7% betekent dat ouders vanaf 2010 flink meer moeten gaan betalen. Dit geldt met name voor ouders uit de lagere inkomensgroepen. MOgroep Kinderopvang dringt er bij de Tweede Kamer op aan om af te zien van deze bezuinigingsmaatregel en doet een voorstel voor een alternatieve dekking. Hierbij wordt de bezuiniging wel gehaald, maar de laagste inkomensgroepen ontzien.

Geen tijdelijk convenant in afwachting van wettelijk moratorium

Staatssecretaris Klijnsma wil in het wettelijke kader voor de minnelijke schuldhulpverlening de mogelijkheid van een moratorium opnemen. De beoogde invoeringsdatum is pas 1 juli 2010. Daarom wil zij nu alvast een convenant afsluiten met gemeenten en andere betrokken partijen. De VNG wil echter wachten op de wettelijke regeling. Volgens de VNG zijn bij een convenant gemeenten te zeer afhankelijk van de schuldeisers. Met een wettelijke regeling is er meer evenwicht in taken en verantwoordelijkheden tussen de verschillende partijen. Lees de brief van de VNG (24 juni 2009).

Cross selling aan de keukentafel

Voor de juni-uitgave van Impuls schreef ik de volgende column over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo):

In een eerste versie van de Wmo was ‘hulp bij geldproblemen’ – ik denk dan vooral aan schuldhulpverlening – een apart prestatieveld. Dat is er later weer uit geschreven. Jammer, een gemiste kans. Frappant is dat er nu voor schuldhulpverlening een wet aan komt die een Wmo-achtig karakter krijgt. Gemeenten krijgen de verplichting om schuldhulpverlening aan te bieden, maar de wetgever schrijft niet precies voor hoe gemeenten dat moeten doen. Gemeenten worden wel verplicht om een beleidsplan op te stellen en mogelijk ook om een aantal prestatievelden in te vullen.

Dat past helemaal in deze tijd. Niet alles dichttimmeren. Geef gemeenten wat vrijheid, en geef ook de uitvoerende consulent wat vrijheid van handelen, zodat je kunt aansluiten bij de lokale situatie en de vraag van de klant die aan de balie staat.

Net als in de Wmo, niet teveel dichttimmeren. Minder proces- en aanbodgericht. Ook in de schuldhulpverlening hebben we in het verleden met de beste bedoelingen allerlei mooie regels en processen bedacht, die uiteindelijk averechts blijken te werken. Er is veel uitval uit de schuldhulpverlening, omdat schuldenaren niet aan de ‘voorwaarden’ voldoen en niet in het stramien passen. Ook in het armoedebeleid zien we onbedoelde effecten. We hebben een hele kerstboom opgetuigd met minimaregelingen. De doelgroep ziet door de bomen het bos niet meer, met als gevolg een gigantische onderbenutting van voorzieningen. En we geven vis, maar leren mensen niet vissen. De vraag is of we de armoede zo echt bestrijden of juist bestendigen.

Maar we vinden het moeilijk om een omschakeling te maken. Daar hebben we een cultuurverandering voor nodig. In de Wmo noemen we dat de ‘Kanteling’. Er wordt een stap gemaakt van verzorging naar ondersteuning om te kunnen participeren. En van claim naar compensatie.

De kanteling verlangt nieuwe vaardigheden van de Wmo consulent. Het is niet langer gewenst om met een standaardformulier en een checklist met indicatiecriteria vrijwel ambtshalve een aanvraag af te handelen. De consulent moet zich goed verdiepen in de vraag van de klant. Die zegt dat hij een scootmobiel nodig heeft, omdat hij het moeilijk vindt om contacten te leggen. Maar het gevaar is dat het dure apparaat vervolgens in de schuur staat te verstoffen, omdat niet zijn mobiliteit het probleem is, maar zijn gebrek aan vaardigheden bij het leggen van contacten. De intake wordt een ‘gesprek aan de keukentafel’.

Vraaggericht betekent niet dat je helemaal geen aanbod in je winkel mag hebben. Nee, je moet juist van alles in je winkel hebben. maar de kunst is cross selling. Ja, koppelverkoop aan mensen met een beperking. Bij een Wmo-huisbezoek meteen ook bijzondere bijstand aanbieden. Bij een schuldregeling meteen ook verslavingszorg en budgetbegeleiding aanbieden. De beste producten moeten worden aangeprezen, mèt een goed advies van de vakkundige winkelier. En met korting voor minima. En met zegeltjes en bonuspunten.

In de winkel liggen producten die worden gecombineerd, en waaraan naar smaak ingrediënten worden toegevoegd. Maar er liggen ook een aantal kant-en-klare producten op de plank, want ook in bulks werken heeft zijn voordelen. Denk aan uitvoeringskosten, eenduidige communicatie en gelijke behandeling van klanten. Dit kunnen ook zijn de algemene voorzieningen, zeg maar de bedrijfsbuffels. Of de boodschappendienst, collectief vervoer, klussendienst en het wijkontmoetingscentrum. Iedereen profiteert ervan; en de druk op de individuele voorzieningen blijft beperkt.

Onderzoek – ik geloof van Lipsky – heeft trouwens uitgewezen dat consulenten met veel discretionaire ruimte (handelingsvrijheid) minder ruimhartig zijn, dus minder geld en voorzieningen weggeven. Ze zijn dus zuiniger, alsof het hun eigen geld is. Wat ik me dan afvraag: zou dat ook zo werken bij gemeenten? En ook interessant: kan de kanteling zo voor de gemeente een besparing opleveren?

Vergadering Commissie van Deskundigen Schuldhulpverlening

Gisteren is er een vergadering geweest van de Commissie van Deskundigen Schuldhulpverlening. Hoewel dit formeel niet hetzelfde gremium is als de Normcommissie, komt het daar in de praktijk wel op neer en in dat kader is gesproken over de twee punten die een brede acceptatie van de certificering in de weg staan: de in de norm opgenomen looptijd van een schuldregeling en de kosten die certificering met zich meebrengt. Lees meer in de column van Paul Rispens. Ik was zelf gisteren in Hengelo waar ik een presentatie hield tijdens een conferentie die werd georganiseerd door Budgetalert. Dit samenwerkingsverband tussen gemeente en Carint heeft, jawel, heel goed, concrete plannen om zich te certificeren. Maar dat terzijde.

In ruil voor de verlengde looptijd is in de normcommissie vanuit de hulpverlenerskant destijds bedongen dat schuldhulpverleners minder vaak de aflossingscapaciteit hoeven te (her)berekenen. De verlengde looptijd gaat zoals gezegd wat betreft de hulpverleners van tafel. En als op 1 juli 2010 de nieuwe wet van kracht is, dan is ook het vrijblijvendheid bij het herberekenen van de aflossingscapaciteit van tafel. In de huidige plannen worden gemeenten namelijk bij wet verplicht om ten minste jaarlijks de aflossingscapaciteit te herberekenen (cf. Wsnp). Zowel de schuldeisende partijen als de hulpverlenende partijen zullen dus hun wisselgeld moeten inleveren.

Dan blijven de kosten van de certificering – en in het bijzonder die van de schuldhulpverleners – nog over als belangrijkste obstakel.

Mijn voorspelling is overigens dat de verlengde looptijd voor hogere inkomens ook uit de NEN-normen wordt geschrapt. Er is teveel politieke druk. Wellicht wordt er wel aangestuurd op een verlengde looptijd voor alle klanten, dus ongeacht hoogte van het inkomen. Dan is er geen sprake meer van benadeling van de werkende schuldenaar. Maar goed, dat is ook een politieke keuze, èn het wijkt af van de Wsnp (hoewel, in de Wsnp wordt ook niet zelden afgeweken van de 3 jaar…).

Overigens zal op 2 juli de commissie sociale zaken van de VNG vergaderen over het onderwerp en formeel haar standpunt bepalen.

PvdA lanceert geen-schuld.nl

Om meer aandacht voor schulden onder jongeren te krijgen lanceren Hans Spekman (PvdA-kamerlid) en Sven Stevenson (voorzitter Jonge Socialisten) www.geen-schuld.nl. Ze willen aan de hand van stellingen en een enquête weten hoe jongeren denken over hun eigen lifestyle en de rol van bijvoorbeeld telefoonbedrijven en dubieuze sms-abonnementen. De uitkomsten van de discussie op geen-schuld.nl gaan gebruikt worden voor een aanvalsplan om schulden onder jongeren tegen te gaan.

Eén op de vijf scholieren heeft gat in de hand

Eén op de vijf scholieren vertoont risicovol financieel gedrag. In vergelijking met andere scholieren lenen zij vaker, komen ze vaker geld kort en hebben ze meer moeite verleidingen te weerstaan en overzicht te houden over hun inkomsten en uitgaven. Dat is de conclusie van het Nibud Scholierenonderzoek 2008/2009.
Vorige week en morgen werd/wordt dit onderzoek door het Nibud gepresenteerd in het platform schuldhulpverlening.

Extra middelen schuldhulpverlening grotendeels naar gemeenten

Een groot deel van de 130 miljoen zal via een specifieke uitkering aan de gemeenten worden gegeven om de te verwachten extra toeloop van schuldhulpverzoeken als gevolg van de financiële en economische crisis op te kunnen vangen. Daarnaast wordt ingezet op ondersteuning van gemeenten om effectiever te kunnen werken. Het is ook de bedoeling dat medewerkers op de Werkpleinen werkzoekenden actief gaan informeren over hoe om te gaan met de terugval in inkomen en waar nodig ook direct doorverwijzen naar hulpverlenende instanties.

Tussen haakjes: vorige week constateerden we in het platform schuldhulpverlening dat de financiële quickscan en budgetadvies, in combinatie met Berekenuwrecht of de infokaart zijn schulden een probleem? handige instrumenten zijn voor de medewerkers van de Werkpleinen.

De voorstellen voor besteding van de 130 miljoen staan in het Actieplan Schulden. De VNG ondersteunt het voorstel om in te zetten op preventie. In het pakket van maatregelen is ook aandacht voor kleinschalige initiatieven op wijk- en buurtniveau, waarbij gebruik wordt gemaakt van de inzet van vrijwilligers. Dit onderdeel vloeit voort uit een amendement van het Tweede Kamerlid Spekman. Met ongeveer twintig gemeenten wordt momenteel de concrete invulling verkend van dergelijke wijk- en buurtinitiatieven.

De 130 miljoen euro voor de extra acties in de komende drie jaar komt bovenop de 350 miljoen die het kabinet voor armoedebeleid en schuldhulpverlening in deze kabinetsperiode al beschikbaar heeft gesteld.

Aanbesteden schuldhulpverlening

In het veld van schuldhulpverlening leven vragen over het wel of niet moeten aanbesteden van (trajecten voor) schuldhulpverlening. Ook de Tweede Kamer heeft onlangs de staatssecretaris van SZW gevraagd hier helderheid in te geven. De Stadsbank Midden Nederland heeft in 2007 een onderzoek laten uitvoeren naar de vraag in welke gevallen aanbesteden verplicht is, en welke voorbeelden daarbij gelden. Het onderzoek is te downloaden van de website van de stadsbank. Hierop is tevens een voorbeeldbestek te vinden, en kan een brochure over inkopen en aanbesteden aangevraagd worden.

Armoede onder zelfstandigen

Voor het aprilnummer van Impuls (tijdschrift Stimulansz) schreef ik het volgende artikel:

In deze Impuls staat de zelfstandige centraal. Daarbij is terecht vooral aandacht voor manieren waarop gemeenten zelfstandigen kunnen ondersteunen bij het opstarten of doorstarten van hun onderneming. Zowel de gemeenschap als de zelfstandige hebben er immers belang bij dat de zelfstandige winst maakt en voldoende opbrengsten heeft om zichzelf en zijn of haar gezin te onderhouden. In dit artikel wordt echter gekeken vanuit een ander perspectief, namelijk vanuit de armoede- en schuldenproblematiek. In tijden waarin de onderneming in een financiële dip zit, is het aan de gemeente om een minimuminkomen te bieden, schuldhulpverlening te bieden en, jawel, dreigend sociaal isolement tegen te gaan. Zelfstandigen zijn per definitie ondernemend, maar dat wil niet zeggen dat er geen sprake kan zijn van sociaal isolement. In sommige sectoren dreigt stille armoede.

Uit de Armoedemonitor 2008 van het SCP blijkt dat van de 175.000 werkende armen in Nederland 60% zelfstandige is. Daarbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de kleine winkeliers, freelancers, alfahulpen, tuinders, boeren, kleine horeca-exploitanten en vissers.

Ongeveer acht procent van de Nederlandse bevolking heeft een laag inkomen. Zelfstandigen hebben met 12 procent vaker dan gemiddeld een laag inkomen. Als we kijken naar de huishoudens onder de niet-veel-maar-toereikendgrens[i], dan zien we dat zelfstandigen (23%) na bijstandsontvangers (37%) de grootste groep vormen. Onder de huishoudens die langdurig onder de ‘basisbehoeftengrens’ verblijven, vormen de zelfstandigen zelfs de grootste groep. Een voor gemeenten meer herkenbare grens is die van het beleidsmatige sociaal minimum, zeg maar de bijstandsnorm. Bijna alle gemeenten hanteren in hun armoedebeleid een inkomensgrens van x% van het sociaal minimum, bijvoorbeeld 110% of 120%. Deze doelgroep bestaat voor 15% tot 20% uit zelfstandigen.

Zelfstandigen hebben een veel grotere kans op armoede dan werknemers. Dit komt voor een deel doordat zij de bescherming missen van het minimumloon en cao-afspraken over lonen, die werknemers wel hebben. Bovendien voelen zij een eventuele daling van de winst van hun onderneming veel directer in hun portemonnee.

Gevolgen
Een armoedesituatie kan voor zelfstandigen grote gevolgen hebben voor het voortbestaan van de onderneming. De overlevingskansen van zelfstandigen die in een bepaald jaar met een laag inkomen geconfronteerd worden, zijn consequent lager dan die van ondernemers met een inkomen boven de lage-inkomensgrens.[ii] Permanente armoede leidt niet tot lagere overlevingskansen van ondernemingen. Kennelijk is permanente armoede geen extra risicofactor. Dit kan te maken hebben met eventuele zwarte inkomsten. Ook kan ‘eten uit de onderneming’ een belangrijke rol spelen, waarbij het bedrijfsvermogen structureel wordt aangewend om in het levensonderhoud te voorzien. Op den duur zal dit de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen.

Agrariërs
Een bijzondere groep zelfstandigen wordt gevormd door tuinders en boeren. Uit cijfers van het Landbouw Economisch Instituut blijkt dat 34% van de gezinnen een inkomen uit bedrijf heeft, dat onder de lage inkomensgrens ligt. Ruim 95% van de agrarische bedrijven wordt met gezinsleden gerund. Deze bedrijven hebben moeite overeind te blijven in tijden van schaalvergroting, bulkproductie en export. De gevolgen leiden tot armoede en bedrijfsbeëindiging. Het bespreekbaar maken hiervan is ‘not done’ in de agrarische wereld. Men probeert ’weg te kijken’ van de problemen en zodoende ontstaat ‘stille armoede’.[iii]

Inkomensondersteuning
De IOAZ en de Bbz gelden als basisvoorziening voor (ex) zelfstandige ondernemers. In aanvulling daarop zijn er tal van landelijke regelingen en regelingen in het kader van het gemeentelijke armoedebeleid waarvan arme zelfstandigen, net als andere minima, gebruik kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan de toeslagen, bijzondere bijstand, de collectieve aanvullende zorgverzekering en regelingen om de kinderen deel te laten nemen aan sport en cultuur. Voor zelfstandigen met structureel een laag inkomen kan de langdurigheidstoeslag van toepassing worden verklaard. Sinds 1 januari is de gemeente namelijk vrij om de langdurigheidstoeslag ook aan werkende minima te verstrekken.

Vaak komen zelfstandigen met een laag inkomen niet in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Er is echter een wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet en Waterschapswet in voorbereiding waardoor kwijtschelding mogelijk wordt van lokale belastingen die de kleine zelfstandige met als privé persoon moet betalen. Ook krijgen gemeenten de mogelijkheid om bij de beoordeling van het vermogen van zelfstandigen aan te sluiten bij de systematiek van de Wet werk en bijstand. Dit betekent een versoepeling van de vermogenstoets.

Een probleem bij het verstrekken van inkomensondersteuning aan zelfstandigen is het vaststellen van het inkomen en vermogen op een peildatum. De bijzondere bijstand wordt door de meeste gemeenten daarom voorwaardelijk vastgesteld. Op basis van jaarstukken vindt definitieve vaststelling plaats of wordt tot terugvordering overgegaan.

Niet-gebruik van voorzieningen
Er zijn geen cijfers bekend specifiek over het niet-gebruik van voorzieningen door zelfstandigen, maar aangenomen mag worden dat het niet-gebruik onder deze groep groter is dan bij andere minima. Een belangrijke reden voor het niet-gebruik is onwetendheid. Vaak is men in de veronderstelling dat inkomensondersteunende regelingen bedoeld zijn voor uitkeringsgerechtigden. Soms speelt ook schaamte of trots. Dit is sterk het geval in de agrarische wereld.

Naar schatting van diverse specialisten is slechts iets meer dan 10% van de kleine zelfstandigen in Nederland verzekerd bij arbeidsongeschiktheid.[iv] Een ongeluk of een langdurige ziekte brengt zelfstandigen vrijwel altijd in financiële problemen. Staatssecretaris Klijnsma schreef onlangs in haar verzamelbrief (febr. 2009) aan gemeenten dat ook de Bbz onderbenut wordt.

Vanuit de rijksoverheid en gemeenten worden diverse activiteiten ingezet om het gebruik van voorzieningen te bevorderen. Van belang is vooral gebruik om informatie over inkomensondersteuning aan te bieden op voor zelfstandigen logische vindplaatsen zoals de Kamer voor Koophandel, website van de gemeente, een starterscentrum, maar ook de diaconieën in agrarische gebieden.

Schuldhulpverlening
Zelfstandigen hebben vaak een groot aantal schuldeisers, relatief hoge schulden en ingewikkelde contracten met schuldeisers, onderaannemers en medewerkers in loondienst. Bovendien is het belangrijk een koppeling te leggen met de uitvoering van de Bbz waarbij gekeken wordt naar de levensvatbaarheid van het bedrijf en de mogelijkheid om een (door)start te maken en een lening te verschaffen. Schuldhulpverlening voor zelfstandige ondernemers is daarom een specialisme. Om een optimale schaal te bereiken werken gemeenten samen met andere gemeenten of gespecialiseerde organisaties.

Geconstateerd moet worden dat het armoedebeleid en de schuldhulpverlening in de meeste gemeenten nog niet zijn toegerust op zelfstandigen. Speciale aandacht voor zelfstandigen kan armoede, schulden, sociaal isolement en verlies aan kennis en kapitaal voorkomen.

Noten:


[i] Deze budgetgerelateerde grens is door het SCP vastgesteld aan de hand van normbedragen voor een alleenstaande van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). De laagste variant ervan, de basisbehoeftengrens, heeft betrekking op vrijwel onvermijdbare uitgaven, zoals voedsel, kleding, wonen en persoonlijke verzorging. De hogere variant, de niet-veel-maar-toereikendgrens, omvat tevens bescheiden uitgaven voor sociale participatie en recreatie.


[ii] EIM, Armoede onder zelfstandigen, december 2004.


[iii] Armoede in de landbouw: Het mocht geen naam hebben. Maar wij gaven het een naam en een gezicht, Werkgroep Landbouw en Inkomen, december 2008.


[iv] Bron: Startbedrijf.nl, maart 2009.