Informeer je cliënten op een laagdrempelige manier met animatievideo’s. Stuur bijvoorbeeld voorafgaand aan het intakegesprek een filmpje met uitleg over doel en inhoud van dat gesprek.
Purpose en Indiveo ontwikkelen deze filmpjes samen met gemeenten. De doelstelling is om 20 animaties voor schuldhulp te ontwikkelen en ook om 20 animaties te ontwikkelen binnen andere domeinen zoals Werk, Inkomen, Wmo en Jeugd. Gemeenten die aanhaken kunnen meebeslissen over de te ontwikkelen filmpjes. Daar zijn kosten aan verbonden:
Aantal inwoners Jaarabonnement
>250.000 (G4) € 24.000
150.000-250.000 € 11.500
100.000-150.000 € 8.750
50.000-100.000 € 6.000
0-50.000 € 4.000
En daarnaast eenmalig een bedrag van € 2000 – € 4000 afhankelijk van gemeentegrootte voor implementatie/training van beheerders en hulpverleners in het gebruik van het systeem en de animaties. Met het abonnement mogen alle hulpverleners die in jouw gemeente betrokken zijn bij schuldhulp gebruikmaken van de filmpjes.
Tegen eerdere verwachtingen in, is het aantal aanmeldingen voor schuldhulp niet sterk gestegen in 2022. Het aantal aanmeldingen ligt weer op het niveau van voor corona. Dat blijkt uit de Monitor Schuldhulpverlening in onzekere tijden.
Check even bij je bijstandscollega’s of dit in jouw gemeente goed gaat:
Veel gemeenten dragen bij beslag op een bijstandsuitkering maandelijks in plaats van jaarlijks af aan de deurwaarder. Hierdoor komt de debiteur onder de beslagvrije voet. Bovendien worden er door de deurwaarder maandelijks kosten in rekening gebracht. De rechtbank oordeelt nu dat maandelijkse afdracht in strijd is met de wet. Lees meer op schuldinfo.nl.
Aanvulling 11 mei: korte update in VNG-nieuwsbrief: “VNG is hierover in gesprek met SZW.”
Aanvulling 16 juni: inmiddels is duidelijk dat deze weergave niet helemaal correct is. Maandelijks afdragen is an sich niet verboden. De rechter heeft aangegeven dat maandelijks afdragen enkel in combinatie met maandelijks reserveren van vakantiegeld niet kan, omdat de inwoner daarmee onder de beslagvrije voet van 95% komt. Er zijn inmiddels Kamervragen gesteld. De verwachting is dat die binnenkort worden beantwoord. Dus wacht nog even met aanpassingen!
Dat zei minister Schouten gisteravond in Op1 (vanaf 33:40).
Veel meer dan wat er in de kop van dit blog staat, zegt ze niet. Ook niets over lopende trajecten. Wat die lopende trajecten betreft, beschrijft mijn blog van vorige week de laatste stand van zaken.
(Mogelijk was het een verspreking. Hoewel, ze wilde dit punt echt wel even maken; het was geen antwoord op een vraag van de interviewers. Hopelijk wordt het z.s.m. formeel bevestigd of ontkracht)
Aanvulling d.d. 20 april: Vandaag zegt SZW dat voor Wsnp toch wordt aangestuurd op 1 januari 2024…
Gemeenten kunnen bij het CAK gegevens opvragen van inwoners die in de wanbetalersregeling zitten. Gemeenten mogen die gegevens gebruiken voor vroegsignalering. Het Verwey-Jonker Instituut presenteert een handreiking met voorbeelden van hoe je dat kunt doen.
Twee maanden geleden deed de Eerste Kamer het voorstel voor halvering van de saneringsperiode in de Wsnp als hamerstuk af. De wet treedt hoogstwaarschijnlijk op 1 januari 2024 in werking. Inmiddels is duidelijk dat ook het Msnp-traject wordt gehalveerd.
Er wordt naarstig gewerkt aan overgangsrecht. Er liggen verschillende opties op tafel, maar ik hoor om mij heen, dat de meeste gemeenten gaan voor het volgende: vanaf 1 juli 2023 bieden we 18 maanden aan. De komende weken bieden we nog gewoon 36 maanden aan tot het moment dat duidelijk wordt dat 1 juli ook voor schuldeisers haalbaar is. Hierover wordt momenteel druk overlegd. In de laatste weken voor 1 juli doen we geen 36-maanden-voorstellen meer en rekken we de stabilisatiefase wat op. In deze fase reserveren klanten wel al voor de schuldeisers.
Lopende schuldregelingen
Wat ik verder hoor is, dat de inzet is, om lopende schuldregelingen vanaf 1 januari 2024 na 18 maanden te beëindigen. Dan moet er natuurlijk nog wel een (landelijke) oplossing komen voor de schuldregelingen waarbij een saneringskrediet is ingezet.
Begin op 1 juli al met 18 maanden, dan is de groep waarvoor je vanaf 1 januari aanpassingen moet doen kleiner.
Gisteren antwoordde minister Weerwind op Kamervragen: ‘Er is in de wetswijziging niets geregeld voor lopende Wsnp-trajecten waardoor het huidige recht van toepassing blijft op die trajecten.’ Lees: lopende Wsnp-trajecten worden niet verkort.
De antwoorden geven weinig houvast voor de Msnp. De strekking is vooral: we snappen de urgentie en proberen z.s.m. duidelijkheid te geven.
Verslag ledenbijeenkomst NVVK
(Alleen) NVVK-Leden kunnen hier het verslag lezen van de ledenbijeenkomst van vorige week. Lees ook nog even de oproepen van de NVVK, VNG en Schulinck in februari.
Het IPW heeft vanuit het Ministerie van Financiën de opdracht gekregen om, aanvullend op de ondersteuning die gemeenten bieden, ernstig gedupeerden te helpen die in hun herstel vastlopen.
Als professional kun je, met toestemming van de ouder, via dit formulier situaties aandragen bij IPW en/of om advies vragen. Het belangrijkste criterium om een situatie aan te melden of advies te vragen is dat er ergens in het proces iets vastloopt waardoor herstel uitblijft, of bemoeilijkt wordt. In sommige gevallen kan IPW ook de procesregie tijdelijk overnemen.
Minister Schouten stelt € 17,5 miljoen beschikbaar uit het Europees Sociaal Fonds (ESF+) om de kansen te vergroten van mensen om volwaardig mee te doen aan de maatschappij, ook als zij niet direct aan het werk kunnen. Centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s kunnen vanaf 3 april t/m oktober aanvragen indienen.
Het kan bijvoorbeeld gaan om projecten gericht op budgetbeheer of schuldhulpverlening, hulp bij het vinden van een woning, het ontwikkelen van een gezonde levensstijl, de aanpak van verslavingsproblematiek en ondersteuning van statushouders op het gebied van taalbeheersing. Bekijk in hoofdstuk 3 van de toelichting bij de subsidieregeling welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie. In de bijlage staat het subsidieplafond per arbeidsmarktregio.
Rond de inwerkingtreding van de Wgs in 2021 ondertekende jouw gemeente het landelijk convenant vroegsignalering en de bijbehorende overeenkomsten. Met daarin afspraken over hoe zorgverzekeraars, water- en energiebedrijven en verhuurders betalingsachterstanden kunnen melden bij de gemeente. Die afspraken zijn in de loop van tijd aangescherpt (zie infographic). Recent werd bijvoorbeeld afgesproken dat zowel afsluit- als vroegsignalen straks via RIS of VPS worden aangeleverd.
Wil je samenwerken met bewindvoerders, maak dan gebruik van de nieuwe modelovereenkomst. Hierin staan werkafspraken over een in te richten bewindvoerdersdesk, bekostigingsprotocol, wijze van overdracht naar schuldhulpverleners, termijnen, bereikbaarheid, communicatie, etc.
NVVK ontwikkelde ook een handreiking om de toepassing van de overeenkomst in de uitvoeringspraktijk makkelijker te maken. Lees meer op nvvk.nl.
In 2019 introduceerde Utrecht een nieuwe schuldenaanpak. Een in het oog springende maatregel was de verkorting van aflosperiode: de gemeente scheldt max. 12 maanden of €1.000 van het saneringskrediet kwijt als er zicht is op duurzame schuldenvrijheid. Ook verlaagde Utrecht de eisen aan het schuldregelingsdossier: als 80% van het dossier op orde is, wordt de rest geschat (80/20-regel). Er is een ‘Oepspotje’ voor de gevallen waarbij een verkeerde schatting is gemaakt.
Andere maatregelen (allerminst uitputtend):
Studenten die wettelijk gezien door hun situatie niet kunnen aflossen op hun schulden, kunnen door gedeeltelijke kwijtschelding toch schuldenvrij worden zonder de studie te hoeven afbreken.
Het Voorkom-erger-potje is een soort maatwerkbudget. In een Whatsapp-groep beslissen hulpverleners van het buurtteam met elkaar over bedragen tot €500.
Inwoners (zowel jongeren als volwassenen) krijgen, nadat ze een (bijzondere) bijstandsaanvraag hebben gedaan, de vraag of ze open staan voor een vrijblijvend Rondkomengesprek: een gesprek over geld, rondkomen en alles daaromheen.
Utrechtse jongeren die bijna 18 worden krijgen een verjaardagskaart met info over wat het betekent om (financieel) volwassen te zijn (zie nieuwsbericht).
Sociaal raadslieden zijn standaard aanwezig bij rolzittingen van de rechtbank. Als er gedaagden met geldproblemen aanwezig zijn verwijst de rechter ze direct door naar de sociaal raadslieden.
In het kader van de vroegsignalering zijn er afspraken gemaakt met deurwaarders over warme doorverwijzing naar de buurtteams.
Er is een gezamenlijk aanbod van ASR, Rabobank, Volksbank, Nibud, DOCK, gemeente en U-Centraal voor gratis gastlessen en financiële educatie in het gehele Utrechtse onderwijs, van primair onderwijs tot hbo/wo.
De gemeente heeft 6 ervaringsdeskundigen in dienst genomen als praktisch ondersteuner. Ze motiveren mensen om hulp te aanvaarden en bieden zelf praktische hulp bij het op orde brengen van de administratie, het bellen met schuldeisers en de aanmelding voor schuldhulp.
Met het Huishoudboekje beheert de gemeente de bankrekening van de inwoner en betaalt hiervan maandelijks de vaste lasten voor de inwoner, wat overblijft krijgt hij of zij als leefgeld. Schommelingen in het inkomen worden met een buffer van maximaal €1.500 in het Huishoudboekje opgevangen. Inmiddels maken ca 550 inwoners gebruik van het Huishoudboekje, waaronder standaard alle statushouders. Vanuit andere gemeenten is er veel interesse; samen met de VNG wordt gewerkt aan landelijke opschaling.
In de pilot sociaal renoveren wordt bij een fysieke renovatie (van een flatblok) met de corporatie, aannemer en bewoners in gesprek gegaan over sociale vraagstukken betreffende werk of bestaanszekerheid. Er is een nieuwe functie van bewonersverbinder ontwikkeld. Deze medewerker, met eenzelfde culturele achtergrond als veel inwoners van de flat, zoekt laagdrempelig contact, is gericht op vertrouwen winnen en gaat in gesprek zonder agenda. De bewonersverbinder helpt inwoners overzicht te creëren over de eigen leefsituatie en hulpvragen te formuleren en heeft daarmee een brugfunctie tussen inwoners en instanties.
Invordering op maat. Werk en Inkomen hanteert bij incasso een lijn van algemene coulance waar mogelijk en het vergroten van persoonlijk contact met de inwoners. Inwoners worden kort na een besluit telefonisch benaderd om in overleg te bepalen welk maandelijks bedrag voor hem/haar reëel en wenselijk is.
Als schuldeisers niet mee willen werken aan een aanbod voor een schuldregeling, kan de rechter hen dwingen middels een dwangakkoord. Vaak stemmen schuldeisers alsnog in met het voorstel, zodra ze de uitnodiging van de rechtbank ontvangen, waardoor de zitting niet nodig is. De gemeente en de rechtbank hebben een slimme werkwijze bedacht en ingevoerd: eerst de schuldeisers uitnodigen voor de zitting, daarna pas het complete verzoek indien. In drie kwart van de gevallen als dit laatste niet meer nodig. Dat bespaart veel stress, tijd en geld.
Uit de evaluatie blijkt dat er mooie resultaten zijn behaald, zoals:
De gemiddelde schuldenlast bij aanvang van een schuldregeling is in 4 jaar meer dan gehalveerd: van € 44.000 in 2019 naar € 21.300 in 2022.
De doorlooptijd tussen het eerste intakegesprek en de start van een schuldregeling is gedaald van 11 maanden in 2020 tot een kleine 5 maanden in 2022.
Het aantal schuldenbewinden is in 5 jaar tijd met 30% gedaald.
Afgelopen najaar werd de Regeling afsluiting kleinverbruikers en de Warmteregeling tijdelijk aangepast, zodat energieleveranciers minder makkelijk konden afsluiten. De regeling zou gelden tot 1 april 2023. Ministers Jetten en Schouten willen de effectieve elementen uit het aangescherpte beleid ook na 1 april 2023 voortzetten, zo lees je in deze Kamerbrief en dit nieuwsbericht. De regeling ligt nu ter consultatie.
Wil je in jouw gemeente de kinderarmoede aanpakken, maak dan gebruik van het stappenplan. In vijf stappen worden professionals begeleid met praktische formats en huiswerkopdrachten om een lokaal organisatienetwerk rond kinderarmoede op te bouwen.
Kim Houben van Divosa geeft uitleg:
Het stappenplan is gemaakt door Divosa, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Sterk uit Armoede, Sociaal Werk Nederland en het Jeugdeducatiefonds.
Stem even af met je collega’s die bij de gemeente gaan over Wonen. Gemeenten kunnen namelijk bij het rijk geld aanvragen voor isolatie van woningen. Voor lage inkomens en mensen in schulden zijn er extra mogelijkheden.
Begin 2022 presenteerde het rijk het Nationaal Isolatieprogramma. Het doel is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030, met de nadruk op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen. Een belangrijke actielijn van dit programma is de isolatie van 750.000 slecht geïsoleerde koopwoningen via gemeenten.
Gemeenten kunnen van 1 maart tot en met 31 mei 2023* een voorstel indienen voor de eerste tranche. Hiervoor is €206 miljoen beschikbaar. Deze woningen moeten uiterlijk in 2026 geïsoleerd zijn. In 2024 en 2025 kun je aanvragen voor de tweede en derde tranche.
Je ontvangt gemiddeld €1.460 per woning. Dit bedrag kun je combineren met de landelijk beschikbare subsidies. Bijvoorbeeld met de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) van gemiddeld 30% voor isolatiemaatregelen bij het nemen van minimaal twee maatregelen, of 15% bij het nemen van één maatregel. Voor de voorfinanciering van de investering kan gebruik gemaakt worden van het Nationaal Warmtefonds. Dit fonds biedt voor lagere inkomens financiering aan met een rente van 0%.
De gemeente kan er voor kiezen om sommige eigenaar-bewoners meer of juist minder dan €1.460 te geven. Je kan maximaal €4.100 per woning geven. Alleen voor eigenaar-bewoners die in aanmerking komen voor een energietoeslag of die in schuldsanering zitten geldt geen maximum.
Aanvulling d.d. 10 juni 2023: Let op: de aanvraagtermijn is verlengd tot 31 oktober 2023 en er is €100 miljoen extra beschikbaar! Dat lees je op deze pagina.
Het tijdelijke noodfonds energie heeft recent een paar dingen aangepast:
De inkomensgrens voor samenwonenden is verhoogd naar € 4.180. Dit geldt met terugwerkende kracht voor elke aanvraag over de periode oktober 2022 – maart 2023.
Per 6 maart is er een desktopversie van de applicatie voor de aanvraag beschikbaar, zodat ook mensen zonder smartphone een aanvraag kunnen indienen.
Om iedereen tegemoet te komen blijft het noodfonds daarom een maand langer actief. Aanvragen kunnen tot en met 30 april 2023 worden ingediend.
De cijfers per 8 maart:
123.000 mensen deden de Noodfonds-check.
Daarvan kregen 78.720 mensen het advies om een aanvraag te doen.
34.000 mensen deden de Potjes-check.
37.000 huishoudens deden een aanvraag. Daarvan zijn 5.500 aanvragen afgewezen. De overige aanvragen zijn in behandeling.
Het korte antwoord op die vraag: voeg de versnipperde wet- en regelgeving samen in één Schuldenwet en maak één loket en een eenvoudig traject zonder overdrachten. Beluister de Rudi & Freddie Show voor het uitgebreide antwoord:
De doorlooptijd van de Msnp en Wsnp wordt gehalveerd van 3 naar 1,5 jaar, waarschijnlijk per 1-1-2024. De NVVK roept gemeenten op om door te gaan met het starten van schuldregelingen. Dus zet niet alles on hold in afwachting van landelijke afspraken over een overgangstermijn.
Veel gemeenten gaan in hun voorstellen nog gewoon uit van 36 maanden, maar melden aan schuldeisers dat de termijn straks wordt ingekort, en dat schuldregelingen die op 1-1-2024 al langer dan 18 maanden lopen mogelijk vroegtijdig worden beëindigd.
Sinds de wijziging van de Wgs mogen schuldhulpverleners meer informatie opvragen. Het Inlichtingenbureau faciliteert dit.
Gegevens die je nodig hebt voor een besluit tot toegang kun je via het IB opvragen bij de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, gemeentelijke sociale dienst en SVB.
Gegevens voor het plan van aanpak vraag je op bij SVB, UWV, Kadaster, Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, RDW, KvK en Belastingdienst.
Bij overtreding van de inlichtingenplicht wordt een boete van €450 opgelegd. Blijkt dat een boete zonder twijfel het aangewezen instrument is, dan bedraagt die €1.000. Deze boetes kunnen naar boven of beneden worden bijgesteld, waarmee vormen van maatwerk, evenredigheid en proportionaliteit worden ingevoerd. (Op dit moment kan de boete nog oplopen tot het benadelingsbedrag, Participatiewet art. 18).
Voorafgaand aan het opleggen van een boete voeren uitvoerders een toelichtingsgesprek, ter hoor en wederhoor. De uitkeringsinstantie legt de verplichting uit en vertelt hoe die in de toekomst nageleefd kan worden. Blijkt een gewaarschuwde uitkeringsgerechtigde niet mee te werken aan verplichtingen, dan worden maatregelen getroffen die gericht zijn op het wel laten meewerken van een persoon.
En is betrokkene wel bereid tot gedragsaanpassing, dan kan een maatregel worden teruggedraaid.
De gemeente kan eerst een waarschuwing opleggen. Die heeft nog geen financiële consequenties.
Personen die zich bezondigen aan ernstige misdragingen jegens een ambtenaar komen in principe voor de strafrechter. Maar de gemeente mag een bestuurlijke boete een bestuurlijke boete van €1000 opleggen als ze vindt dat het strafrecht niet de beste weg is.
Uitkeringen kunnen voortaan nog maar tot maximaal 5 jaar terug herzien worden.
Een deel van deze versoepelingen werd in juli 2022 aangekondigd. Bekijk alle (voorgenomen) beleidswijzigingen in de categorie Fraudewet.
Minister Schouten zei gisteren in het commissiedebat armoede- en schuldenbeleid (bij 2u:54m) dat het wetsvoorstel Energietoeslag 2023 z.s.m. maar uiterlijk in maart naar de Tweede Kamer gaat.* Mijn indruk is dat ze een opening biedt om gemeenten de mogelijkheid te geven om de energietoeslag 2023 uit te gaan keren zodra de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft vastgesteld. En volgens mij wil de Tweede Kamer het snel als hamerstuk afdoen.
Aanvulling d.d. 14/2: ik vermoed dat de ambtenaren bij SZW wat extra tijd nodig hebben nu de rechtbank vandaag opnieuw oordeelt dat studenten niet mogen worden uitgesloten. Zie deze reactie van jurist Willy Heesen.
Het langverwachte Tijdelijk Noodfonds Energie is vandaag van start gegaan. Het Noodfonds betaalt voor huishoudens die in aanmerking komen voor steun, een deel van de energierekening van oktober 2022 tot en met maart 2023.
Doelgroep
Bruto inkomen tot 200% sociaal minimum (incl. vakantiegeld);
Huishouden heeft zelf een contract voor gas, stroom en/of stadswarmte;
De rekening is hoger dan 10% tot 13% van het inkomen.
Vergoeding
Het Noodfonds betaalt het deel van de energierekening dat meer is dan 10% tot 13% van het inkomen:
Inkomen (% van sociaal minimum)
Noodfonds betaalt deel van de energierekening
tot 160%
boven 10% van het bruto-inkomen
160 – 200%
boven 13% van het bruto-inkomen
Aanvragen
Rechthebbenden vragen de tegemoetkoming aan met een app via geldfit.nl/energie. Na DigID-inlog worden o.a. inkomensgegevens opgehaald bij de Belastingdienst en uitkeringsinstanties. Kloppen deze gegevens niet, dan kun je de gegevens niet corrigeren, maar wel bezwaar maken. Huishoudens geven zelf de termijnbedragen van hun energierekening door. De aanvraag wordt volledig geautomatiseerd afgehandeld. Het Noodfonds maakt het bedrag over naar de energiemaatschappij, die vervolgens zorgt dat het bij de aanvrager terechtkomt.
Door het verschil in energierekeningen vanwege het prijsplafond per 1 januari 2023, moeten inwoners twee aanvragen indienen: een aanvraag over laatste kwartaal 2022 en eerste kwartaal 2023.
Gemeenten
Gemeenten hebben geen rol in de uitvoering. Wel relevant om te weten: aanvragers krijgen een schriftelijke afwijzing. Hier kun je naar vragen als er bijvoorbeeld een gemeentelijke energieregeling wordt aangevraagd. SZW heeft eerder aangegeven dat gemeenten het Noodfonds – ondanks dat het een privaat fonds is – kunnen aanmerken als voorliggende voorziening voor bijzondere bijstand en gemeentelijke energieregelingen (maar niet voor de energietoeslag).
Initiatief
Het is een initiatief van energieleveranciers, de NSR en SchuldenlabNL. Het Rijk ondersteunt met een subsidie van maximaal €50 miljoen.
In de Schuldenwet* vervalt het onderscheid tussen het minnelijke en wettelijke traject. In de Schuldenwet krijgen gemeenten de bevoegdheid om een schuldregeling op te leggen conform de criteria in de Schuldenwet. Deze criteria zijn niet nieuw. Ze worden al decennialang gehanteerd: er wordt berekend hoeveel iemand in 3 jaar kan aflossen, rekening houdend met een vrij te laten bedrag. De rest wordt kwijtgescholden door schuldeisers. Daarnaast wordt de ‘goede trouw’ getoetst en wordt er gekeken naar recidive en of iemand zich voldoende inspant om zijn financiën op orde te brengen.
Deze criteria zijn in 1998 vastgelegd in de Wsnp, maar worden 1 op 1 ook toegepast in het minnelijke traject. Voor gemeenten dus niets nieuws. De Schuldenwet geeft gemeenten geen beleidsvrijheid om van bovengenoemde criteria af te wijken in het nadeel van schuldeiser of schuldenaar.
Schuldenaren of schuldeisers die menen dat de gemeente de Schuldenwet niet goed toepast, doen na een bezwaarprocedure een beroep op de rechtbank. Na de uitspraak van de rechter vervolgt het (bijgestelde) gemeentelijke traject. Er is in de Schuldenwet dus niet meer een apart wettelijk traject met postblokkade en Wsnp-bewind.
De rechter blijft toezien
De rechter blijft dus onderdeel van het proces. We knippen hem er niet uit, maar verplaatsen het moment naar achteren in het proces, waardoor hij alleen nog maar in beeld komt als er écht een verschil van inzicht is tussen schuldeiser, schuldenaar en gemeente. Gemeenten worden dus niet in de positie gebracht van de rechter. Er is sprake van omgekeerde bewijslast. Dit is hoe wetgeving zich zou moeten ontwikkelen, volgens het subsidiariteitsbeginsel.
Eigendomsrecht In het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat: ‘Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren.’
In Nederland is in het privaatrecht en het bestuursrecht geregeld wat de gevolgen zijn als de schuldenaar in verzuim is wanneer hij niet op tijd zijn schuldeiser betaalt. De basis is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (Art. 6:18 e.v.). Daarin is het eigendomsrecht en het transactierecht geregeld: daaruit volgt wat schulden zijn, hoe ze ontstaan en hoe ze normalerwijs voldaan kunnen en moeten worden. Algemeen geldt dat als een factuur niet op tijd wordt betaald of een lening niet tijdig wordt afgelost, een herinnering volgt, gevolgd door een aanmaning. Als dan nog niet is betaald, gaat de wettelijke rente gelden vanwege te late betaling en kan een incassoprocedure worden gestart en vervolgens beslag worden gelegd door de schuldeiser. De kosten om de vordering te voldoen worden dan hoger. ook als overheidsvorderingen, zoals belastingen, niet op tijd worden betaald, komen daar kosten bij. Voor overheidsschulden is dat voornamelijk geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Titel 4.4) die onder meer algemene regels bevat over hoe schulden van burgers aan overheden worden afgehandeld. Zo werkt het systeem van leveren en betalen. Wie met wanbetaling wegkomt is niet solidair en dat ondergraaft het wederkerigheidsprincipe.
Gemeente blijft neutraal
Door de criteria voor schuldregeling helder in de Schuldenwet vast te leggen behoudt de gemeente haar onafhankelijke, neutrale, bemiddelende rol met oog voor de belangen van zowel schuldeiser als schuldenaar. Je zou zelfs kunnen betogen dat de Schuldenwet deze rol explicieter maakt en versterkt.
In de initiatiefnota van D’66 – geïnspireerd op de Schuldenwet – staat over deze nieuwe bevoegdheid van gemeenten het volgende: “Een tweede bezwaar [genoemd in Verkenning stelsel schuldhulpverlening (red.) ]is dat ingrepen door een (lokaal) bestuursorgaan in privaatrechtelijke rechtsverhoudingen tussen burgers onderling zich moeilijk met ons rechtsstelsel laten verenigen. Het rechtsstelsel dat saneringen tussen private personen regelt kent doorgaans geen inmenging van het bestuursrecht. De initiatiefnemer is zich er van bewust dat het voorstel hiermee afwijkt van het huidige denken over schulden. En dit is ook juist wat de initiatiefnemer wil bewerkstelligen. Het juridisch dogmatische keurslijf van faillissement, beslag en incasso is te strak voor schuldsanering, dat eigenlijk primair een instrument van sociaaleconomisch beleid is. Schuldhulpverlening is een instrument dat mensen in staat moet stellen om verder te komen en nieuw perspectief te krijgen. Het nieuwe schuldentraject zou een betere balans moeten hebben tussen de belangen van schuldenaren, schuldeisers en de maatschappij. Momenteel ligt in de faillissementswet de nadruk op het belang van de schuldeiser. In de Wgs wordt het belang van de schuldenaar meer benadrukt. Het nieuwe schuldentraject zou beide perspectieven moeten verenigen. De reeds genoemde beroepsmogelijkheid bij de rechter speelt hierin een belangrijke rol.”
Gemeente als schuldeiser; belangenverstrengeling?
In Verkenning stelsel schuldhulpverlening worden vraagtekens gezet bij de neutraliteit van de gemeente als bemiddelaar, omdat de gemeente zelf ook schuldeiser kan zijn. Deze neutraliteit kan echter gewaarborgd worden “indien de gemeentelijke schuldhulp en schuldsanering gaan voldoen aan materiële vereisten en bijbehorende formele vereisten voor een evenwichtige en zorgvuldige schuldsanering via een gemeentelijk dwangakkoord.” Deze vereisten moeten dus worden vastgelegd in kwaliteitseisen voor schuldhulpverlening. En we merken op dat de gemeente nu ook al twee rollen speelt. Verschillende afdelingen van de gemeente kunnen het met elkaar oneens zijn, en ook verschillende belangen hebben. Zoals alle schuldeisers zou de gemeente het voorstel kunnen aanvechten bij de rechter. Daarnaast moet de schuldhulpverleningstak van de gemeente bij het opstellen van de schuldregeling de inhoudelijke normen volgen die hier voor zijn opgesteld. Het is dus niet zo dat de gemeente zichzelf kan bevoordelen ten opzichte van andere schuldeisers. Als andere schuldeisers toch het vermoeden hebben dat zij onterecht benadeeld worden, dan kunnen zij tegen de schuldregeling in bezwaar en beroep gaan. We zien dus geen reden om aan de neutraliteit van de gemeenten of het proces te twijfelen.
De rol van overheden en ZBO’s in andere landen
In A Guide to Consumer Insolvency Proceedings in Europe (2019) lees je dat er meer landen zijn waar de rechter een vergelijkbare positie inneemt als in de Schuldenwet. In de meeste Europese landen kan alleen een rechter een schuldregeling aan een schuldeiser opleggen. Maar in bijvoorbeeld Frankrijk en Zweden zijn, voor het treffen van schuldregelingen, wel verstrekkende bevoegdheden toegekend aan overheidsinstanties. In Zweden bestaat naast de faillissementswet een separate schuldsaneringswet waarbij het Koninklijk Incassobureau een centrale rol is toebedeeld. Dit Koninklijk Incassobureau heeft taken op het gebied van schuldenpreventie, incasso en beslagleggen en schuldsanering. Het Koninklijk Incassobureau beslist onder meer over toelating tot deze schuldsanering en toekenning van de schone lei.
Overheid die ingrijpt in verhoudingen tussen contractspartijen
Bestuursbesluiten zien veelal op de verhouding tussen overheid en burger en niet op de relatie (rechtsverhouding) tussen burgers onderling. Maar er zijn uitzonderingen. In Verkenning stelsel schuldhulpverlening (p. 32) worden bijvoorbeeld genoemd (1) de loonsanctie die het UWV kan opleggen en (2) het automatisch corrigeren van de huurprijs op basis van toets huurcommissie als verhuurder niet reageert.
Als het er niet is, dan is het er niet
Dan nog even wat relativerende woorden over het eigendomsrecht. Vorige week zei hoogleraar privaatrecht Reinout Wibier in NVVK live (niet letterlijk geciteerd): “Natuurlijk, het behoort zo te zijn dat je als schuldeiser volledig betaald wordt. Maar je zit nu eenmaal in een situatie waarin dat niet kan. Punt. Als het er niet is, dan is het er niet. En ik vind het ook opvallend dat we er bij bedrijven met schulden veel minder moeilijk over doen dan bij particulieren.”
Een recht op iets waarvan vaststaat dat het er niet is, en ook niet gaat komen, is een lege huls. Gelukkig begrijpen schuldeisers dat over het algemeen maar al te goed. Voor de schuldeisers die van mening zijn dat hen tekort wordt gedaan, moet een kostenarme, laagdrempelige gang naar de schuldenrechter mogelijk zijn om hun ‘recht’ te laten toetsen. Deze procedure moet niet ten koste gaan van de looptijd van de regeling. Overige schuldeisers en de schuldenaar moeten er geen enkel nadeel van ondervinden.
Maar nogmaals, de Schuldenwet grijpt niet steviger in in het eigendomsrecht dan nu al het geval is. We verwachten bovendien dat schuldeisers onder de Schuldenwet een groter deel van hun vordering zullen terugkrijgen. Lees hierover nog eens Schuldenwet beter voor schuldeisers.
Verkorting doorlooptijd
De verkorting van de doorlooptijd van de Wsnp en Msnp – zoals vorige week geamendeerd – heeft natuurlijk wèl consequenties voor het aflosbedrag. We merken hierbij op dat verkorting geen onderdeel is van de Schuldenwetsvoorstel; het staat enkel in ons lijstje met mogelijke opties. We merken wel op dat straks nog nadrukkelijker duidelijk wordt dat we binnen die korte doorlooptijd wel erg veel tijd kwijt zijn aan procedures en overdrachten (moratorium, adviesrecht, dwangakkoord, Wsnp, etc.). Dus de urgentie om te vereenvoudigen blijft.
Beluister hier de uitzending van Pointer op Radio 1 van afgelopen zondag over o.a. het ‘duivelse dilemma’: als je er als gemeente voor kiest om (ambtshalve) het voorschot uit te keren, dan kan dat alleen aan mensen die er vorig jaar ook al recht op hadden. Zij krijgen dan deze zomer de resterende €800. Maar de mensen die vorig jaar geen recht hadden, hebben nu dus ook geen recht op het voorschot en krijgen dus slechts €800.
SZW legitimeert dat door erop te wijzen dat de situatie in 2023 anders is, omdat er recent tal van (koopkracht)maatregelen zijn ingevoerd zoals het energieplafond, verhoging sociaal minimum, 2x €190 korting op energienota, verbreed waarborgfonds en het binnenkort te lanceren noodfonds energiekosten.
En vorige week liet het ministerie opnieuw aan de VNG weten dat gemeenten toch echt niet mogen vooruitlopen op invoering van de wetswijzing. Gemeenten kunnen dus pas vanaf de zomer de resterende €800 energietoeslag uitkeren.
NB. Je kunt wel in je beleid opnemen dat “de Energietoeslag 2023 €1.300 bedraagt of €800 als je het voorschot al hebt ontvangen”, maar dan draai dus je als gemeente zelf op voor de extra kosten. Die extra kosten zitten vooral in het uitkeren van een voorschot aan mensen die er volgens de criteria 2023 geen recht op zouden hebben.
PS: denk in de comments even mee over meer opties, want het is nog best ingewikkeld, vind ik.
TNO deed ook onderzoek naar de samenhang met gezondheid. Wat blijkt (geen verrassing): hoe meer energiearmoede, hoe hoger de gezondheidskosten. Dat lees je in het rapport Gezondheidskosten en energiearmoede.
De eerste vier jaar van m’n leven woonde ik in dit huis in Nieuweschans (Oldambt), de gemeente met – na Heerlen en Vaals – de meeste energiearmoede.
* Ik kan/mag helaas geen directe link maken naar de handreiking. Platform31 wil denk ik graag monitoren wie de handreiking downloadt, want je moet je naam en mailadres invoeren.
Gisteren stemde de Tweede Kamer voor halvering van de doorlooptijd van de Wsnp van 3 naar 1,5 jaar. De 3-jaarstermijn in het gemeentelijke, minnelijke traject (Msnp) is nergens wettelijk vastgelegd. Gemeenten volgden simpelweg de Wsnp. Dus nu ligt het voor de hand dat gemeenten ook hun doorlooptijden gaan halveren.
De NVVK ziet dat ook zo, zo blijkt vandaag en eerder al uit de Toekomstagenda. De Tweede Kamer voelt ook wel voor verkorting van de Msnp gezien o.a. het feit dat ze deze motie aannamen. En gemeenten als Utrecht varen sowieso al hun eigen koers qua doorlooptijd.*
Ik verwacht daarom dat het minnelijke traject op hetzelfde moment wordt verkort als het wettelijke traject, dus waarschijnlijk m.i.v. 1 januari 2024.
Nu is de volgende stap om de Wsnp en Msnp samen te voegen tot 1 traject, zonder tijdrovende overdrachten en zonder verschillende voorwaarden. Met de hierboven aangehaalde motie roept de Tweede Kamer de regering op een voorstel in deze richting uit te werken aan de hand van o.a. de initiatiefnota Sneller uit de schulden van D’66. #1Schuldenwet.
Aanvulling d.d. 3/2: Minister Schouten schrijft dat ook zij de Msnp wil verkorten.
Aanvulling d.d. 7/2: De Eerste Kamer heeft het voorstel vandaag als hamerstuk afgedaan!
Aanvulling d.d. 9/2: Minister Schouten meldt in Commissiedebat dat ze het implementatietraject wil afronden voor januari 2024.
In de afgelopen weken werd het armoedebeleid van gemeenten verschillende keren langs de meetlat gelegd.
Energietoeslag
Raf Janssen van de Sociale Alliantie bekeek op de websites van alle gemeenten hoe zij de energietoeslag hebben geregeld. Het gros van de gemeenten volgt in grote lijnen de handreiking van Stimulansz, maar er zijn ook een paar interessante afwijkingen als het gaat om bijvoorbeeld peildatum, aanvraagtermijn, inkomens- en vermogengrens, gespreide betaling, vermogensgrens, vakantiegeld en voorschotten. Lees het artikel Energietoeslag in gemeenten heel verschillend geregeld en bekijk het overzicht van gemeenten die de inkomensgrens boven 120% hebben vastgesteld. Janssen doet in het artikel een voorstel voor hoe de Energietoeslag 2023 er uit zou moeten zien.
Ook Divosa presenteerde gisteren de resultaten van een peiling. Een opvallende conclusie is dat gemeenten gemiddeld 15% te weinig middelen hebben om de uitkerings- en uitvoeringskosten te dekken. De meeste gemeenten geven aan dat ze bereikcijfers van rond de 90% hebben; een aantal geeft aan boven de 100% uit te komen.
Noodfondsen
Naast de uitvoering van de energietoeslag, laat de Divosa-peiling zien dat de meeste gemeenten nog extra stappen zet om inwoners te ondersteunen. In hoofdstuk 5 van het rapport lees je dat ruim een kwart van gemeenten dit doet in de vorm van een noodfonds, dat zich veelal op inwoners in specifieke situaties richt.
Daarnaast neemt een derde nog aanvullende maatregelen, door een maatwerkvoorziening te treffen, de individuele bijzondere bijstand uit te breiden of in te zetten op reeds bestaande externe fondsen zoals SUNN. Via het recent gestarte Datadashboard van SUNN zie je welke noodhulp jouw lokale fonds biedt, en aan wie.
De standaard looptijd van de Wsnp wordt verkort van 3 naar 1,5 jaar. In afwijking daarvan kan de rechter de termijn op ten hoogste 3,5 jaar (was 5 jaar) stellen als de aard van de schulden daartoe aanleiding geeft of de schuldenaar niet aan al zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen kan voldoen (amendement Kathmann c.s.).
De tijd die verloopt in het minnelijke traject wordt afgetrokken van de periode die nog wacht in het Wsnp-traject (Amendement Kathmann en Maatoug).
De termijn voor de goede trouw-toets wordt teruggebracht naar 3 jaar. Nu geldt nog dat een schuldenaar in de 5 jaar voorafgaand aan de indiening van zijn toelatingsverzoek te goeder trouw moet zijn geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. Lees meer hierover in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel.
De 10-jaarstermijn wordt geschrapt. Op dit moment mag iemand na een Wsnp-traject 10 jaar lang niet opnieuw in de Wsnp (amendement Kat c.s.).
Als bij voorbaat duidelijk is dat een minnelijke regeling niet gaat lukken, kun je direct een Wsnp-verzoek indienen (amendement Kat c.s.).
Ik neem aan dat – als ook de Eerste kamer akkoord gaat – de wetswijziging op 1 januari 2024 in werking treedt. Naschrift: inmiddels weten we dat de wijziging al op 1 juli 2023 inwerking trad.
Er zijn ook drie moties aangenomen:
Motie Kat en Ceder verzoekt de regering het verkorten van het minnelijke en wettelijke schuldhulptraject met passende begeleiding en zicht op een schone lei uit te werken, en de resultaten hiervan voor het zomerreces van 2023 naar de Kamer te sturen. De indieners verwijzen hierin naar de Initiatiefnota Sneller uit de schulden van D’66.
Motie Kat verzoekt de regering om een voorstel uit te werken waarbij faillissement van natuurlijke personen eindigt met een schone lei als een vervolg in de Wsnp niet billijk is.
Motie Kathmann verzoekt de regering om te onderzoeken welke manieren er bestaan om het aandeel verstekvonnissen terug te brengen en hoe het anticiperen van commerciële partijen op het verkrijgen van een verstekvonnis beperkt kan worden.
De gemeente Westerkwartier realiseert samen met energiecoöperatie Gloed op verschillende openbare gebouwen zonnedaken, te beginnen met een zonnecarport op de parkeerplaats achter het gemeentehuis. Het unieke aan dit project is dat in het bijzonder minima profiteren van de opbrengsten.
Er is een constructie bedacht waarbij de gemeente het juridisch eigendom behoudt, de zonnecarport en de zonnepanelen worden geleased door de energiecoöperatie en de opbrengsten rechtstreeks naar minima vloeien. Het project is door de gemeente uitgezonderd van de bijstandsregels. Dit betekent dat mensen met een bijstands- of UWV-uitkering zonder consequenties voor hun toeslagen/uitkering lid kunnen worden van de coöperatie. Werkenden met een laag inkomen kunnen sowieso meedoen.
Lees meer op de website van gemeente Westerkwartier.
Staatssecretaris Van Rij heeft de Leidraad Invordering 2008 gewijzigd, zodat een bedrag ter hoogte van de energietoeslag niet meer wordt meegeteld als vermogen bij de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding of uitstel van betaling bij een belastingschuld, en in geval van een toeslagschuld voor een persoonlijke betalingsregeling.
Mensen die de energietoeslag hebben ontvangen en daarna door een bankbeslag of een betalingsvordering zijn getroffen, kunnen schriftelijk een verzoek doen om het getroffen bedrag terug te betalen, tot maximaal het bedrag van de energietoeslag.
Deze wijziging met betrekking tot rijksbelastingen wordt ook gevolgd door toeslagen. Gemeenten en waterschappen kunnen dit ook toepassen voor lokale belastingen.
Op slag van Kerst werd het wetsvoorstel Wijziging Participatiewet ivm Energietoeslag 2023 gepubliceerd. De verwachte invoering van de wet is juni 2023. Het richtbedrag is €800. Je mag dit pas uitkeren zodra de wet in werking is getreden. Je mag uitkeren t/m 31 december 2023.
Er zijn geen grote wijzigingen t.o.v. de energietoeslag 2022. Studenten zijn net als vorig jaar uitgesloten. Ook dak- en thuislozen en jongeren tot 21 jaar zijn uitgesloten.
De energietoeslag 2022 bedroeg €1.800 waarvan je €500 in 2022 of 2023 mocht uitkeren.
Stimulansz stelt in de eerste helft van 2023 een handreiking en modeldocumenten op voor de energietoeslag 2023.
Aanvulling d.d. 10/1: De VNG roept het kabinet op om gemeenten – net als vorig jaar – de mogelijkheid te geven om vooruit te lopen op de wetswijziging.
Kan je klant de maandelijkse aflossing niet meer betalen vanwege de energiekosten en inflatie? Maak dan gebruik van het tijdelijk Verbrede Waarborgfonds. Hier lees je in welke gevallen je er gebruik van kan maken.
Inmiddels is bekend dat ook gemeenten die nog niet zijn aangesloten bij het ‘reguliere’ Waarborgfonds toch gebruik kunnen maken van het Verbrede Waarborgfonds. Dat gebeurt dan via de kredietbank. Alle kredietbanken hebben hierover deze week een brief ontvangen. Binnenkort worden ook gemeenten geïnformeerd.
Aanvulling d.d. 12/1: Op nvvk.nl lees je dat er voor nieuwe saneringskredieten wel geldt dat niet-aangesloten gemeenten minder worden gecompenseerd.
Aanvulling d.d. 13/1: Vandaag is nieuwe, uitgebreide info gepubliceerd over het verbrede waarborgfonds.
Het college van de gemeente Deventer heeft op 29 november de Beleidsregels Ondersteuningsfonds energiekosten 2022 vastgesteld. Het ondersteuningsfonds is gebaseerd op art. 35 Participatiewet (bijzondere bijstand). De gemeente vergoedt het verschil tussen de oude en nieuwe energierekening. Er wordt gekeken naar het besteedbare inkomen, dus na aftrek van vaste lasten. De €190 korting van de energieleverancier wordt in mindering gebracht.
Bij een huishouden met een inkomen hoger dan 140%, die na aftrek van de vaste lasten, een besteedbaar inkomen heeft lager dan de norm voedselbank, wordt aan de bijstandsverlening de verplichting verbonden om budgetbegeleiding van het Budget Adviesbureau te accepteren.
Als er sprake is van een extreem hoog verbruik van energielasten, hoger dan het gemiddelde verbruik van een vergelijkbaar huishouden, dan wordt aan de verlening van de bijzondere bijstand het volgende verbonden:
Gisteren verscheen de bijgewerkte Handreiking eenmalige energietoeslag 2022 versie 7. Ook nu weer zijn de wijzigingen ten opzichte van 19 juli 2022 geel gemarkeerd.
Studenten
Je vindt in de handreiking o.a. het advies van de landsadvocaat: De Landsadvocaat ‘vindt het verdedigbaar dat de individuele bijzondere bijstand een afdoende vangnet vormt voor studenten die in de financiële problemen dreigen te komen als gevolg van de gestegen energieprijzen.’ In Gemeentenieuws van vandaag staat ook nog iets over internationale studenten.
Eerder vandaag schreef ik ook dat het Inlichtingenbureau voor 2023 opnieuw bankrekeningnummers gaat aanleveren van rechthebbende AIO’ers, zodat je de energietoeslag ambtshalve kunt uitkeren.
De extra €500 miljoen voor de energietoeslag staan op tabblad Energietoeslag_(2) in Taakmutatie 2022 (.xls). De eerder toegekende budgetten staan op tabbladen Energietoelage_lage_inkomen €854 miljoen) en Energietoeslag (€550 miljoen).
De €35 miljoen bijzondere bijstand en vroegsignalering staan op tabblad Bijzondere_bijstand_(3) in Taakmutatie 2022.
De €35 miljoen bijzondere bijstand voor studenten staat op p. 41. van de Decembercirculaire.
De eerder bekendgemaakte budgetten 2022 voor bijzondere bijstand en gemeentelijke schuldenbeleid vind je op de andere tabbladen van Taakmutatie 2022.
Eerder dit jaar verstrekte het Inlichtingenbureau alle gemeenten proactief AIO-rapporten met hierin (eenmalig) de bankrekeningnummers van de ontvangers van AIO binnen de gemeente. Gemeenten konden na het bepalen van het recht op energietoeslag het geldbedrag direct op het geleverde bankrekeningnummer uitkeren. Het IB is bezig met de voorbereidingen om dat ook voor de Energietoeslag 2023 te gaan doen. Het IB informeert jouw gemeente zodra duidelijk is wanneer deze rapporten zullen worden verstrekt.
Mensen die een schuldhulptraject hebben afgesloten, moeten niet 5 jaar lang aan een BKR-registratie vastzitten. De G4 schrijven in een brief dat zij ervoor gaan zorgen dat vanaf 1 januari 2023 de BKR-registratie 6 maanden na afloop van het minnelijke schuldentraject verdwijnt. Tilburg sloot zich dezelfde dag nog aan bij het initiatief. De brief is gericht aan het BKR met een cc naar de Tweede kamer waar gisteren hierover werd gedebatteerd n.a.v. een D66-motie om de BKR-registratie na Wsnp sneller te verwijderen. De motie werd vanmiddag aangenomen. Bekijk hier alle aangenomen moties.
In een reactie op de motie schrijft minister Schouten: ‘Het stelsel van kredietregistratie -waaronder ook de bewaartermijn- is op dit moment niet wettelijk geregeld. De termijnen voor het bewaren van registraties zijn geregeld in de reglementen van het BKR. Het ministerie van Financiën werkt momenteel aan een wetsvoorstel voor wettelijke waarborgen bij kredietregistratie. Hierin komt ook de bewaartermijn van kredietregistraties aan bod. Dit voorstel gaat naar verwachting begin 2023 in consultatie. Ik zal de aangenomen moties Van der Plas en Kat bespreken met het ministerie van Financiën, de stichting BKR, vertegenwoordigers van gemeenten en de NVVK, en bezien hoe dit betrokken kan worden bij het eerdergenoemde wetsvoorstel.’
Het Schuldenknooppunt is de standaard in digitaal communiceren tussen schuldhulpverleners en schuldeisers. Je kunt jouw gemeente aansluiten als schuldhulpverlener èn als schuldeiser. Kijk hier of jouw gemeente (of de partij waaraan je hebt uitbesteed) al is aangesloten. Het Schuldenknooppunt faciliteert nu nog vooral de communicatie rond de schuldregeling, maar in de toekomst faciliteert het alle communicatie.
Aansluiten is eenvoudiger dan je denkt
Je kunt aansluiten via het webportaal of via een koppeling met jouw software. Vraag jouw softwareleverancier om een aanbod. De grootste softwareleveranciers kunnen inmiddels koppelen. Het Schuldenknooppunt is uiteraard AVG-proof. Om je eigen DPIA af te ronden kun je gebruikmaken van de DPIA Schuldenknooppunt. Er staat een serviceteam klaar om je te helpen.
Aangesloten schuldeisers
Hier zie je welke schuldeisers zijn aangesloten. In 2023 zullen veel meer schuldeisers aansluiten, waaronder de Belastingdienst.
Optioneel: vooraf akkoord van schuldeisers
Via het Schuldenknooppunt zullen schuldeisers al bij het saldoverzoek standaard akkoord gaan als zij en jouw gemeente zijn aangesloten bij een NVVK-convenant of collectief schuldregelen. Kijk hier of jouw gemeente al is aangesloten bij collectief schuldregelen.
Wat kost dat?
Onderaan deze pagina zie je de tarieven voor 2023.
Er is discussie over de vraag of je individuele bijzondere bijstand mag verstrekken voor de gestegen energiekosten. Want is er sprake van bijzondere individuele omstandigheden? In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel voor de energietoeslag eerder dit jaar werd deze vraag met ja beantwoord: De regering is van oordeel dat bij de huidige onverwachte en ongekend sterke stijging van de energieprijzen, zoals aangegeven in de inleiding, sprake is van extra kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
De gemeente Rotterdam stelde recent de vraag of dit overeind blijft als per 1 januari 2023 de diverse Rijksmaatregelen ingaan. Het SZW-standpunt is dat er ook in 2023 nog sprake is van bijzondere omstandigheden v.w.b. de energiekosten. Bijzondere bijstandsverlening in verband met de huidige ongekend sterk gestegen energieprijzen wordt dan ook toelaatbaar geacht.
Stoken op doktersadvies
Bijzondere bijstand voor hoge energiekosten vanwege medische oorzaak was altijd al mogelijk. Wist je dat in sommige gevallen de zorgverzekeraar het extra stroomverbruik vergoed? Bekijk de beleidsreactie van SZW.
De NVVK en Aedes hebben een modelconvenant voor schuldregeling met woningcorporaties opgesteld. In het convenant staan afspraken over schuldenrust voor de hulpvrager, schaderust voor de woningcorporatie, wederzijdse reactietermijnen en bereidheid ‘bij voorbaat akkoord’ te gaan met een schuldregelvoorstel. Omdat sommige woningcorporaties zelf al veel hebben geregeld op dit gebied is er ruimte gelaten voor bestaande of aanvullende afspraken. Lees meer in de toelichting bij het convenant. Het convenant is complementair aan het landelijk convenant vroegsignalering.
Nodig je lokale woningcorporaties uit om mee te doen! Zij kunnen zich aanmelden via het formulier op deze pagina op nvvk.nl.
Ter inspiratie – De raad van Twenterand wil dat iedereen ongeacht het inkomen in aanmerking komt voor een maatwerkregeling en heeft nadrukkelijk niet gekozen voor het uitbreiden van de doelgroep van de energietoeslag. De regeling is niet geënt op de bijzondere bijstand (art. 35 P-wet).
Morgen wordt de Adviesnota behandeld in het college. Daarna wordt de raad verzocht de Verordening vast te stellen op 20 december. De inhoud is dus nog onder voorbehoud.
Vrijwilligers kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de schuldhulpverlening. Maar als de problematiek te complex is, is het verstandiger om de hulp aan professionals over te laten. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Jansje van Middendorp.
Als de problematiek complex (multi-problematiek) is en/of structureel (bij een licht verstandelijke beperking, (beginnende) dementie, laaggeletterdheid of psychische problemen) of wanneer de achtergrond van een cliënt te veel verschilt van die van de vrijwilliger (zoals bij een migratieachtergrond) is ondersteuning vaak niet effectief. Cliënten kunnen uitvallen en voor vrijwilligers kan dat demotiverend werken.
De implicatie is dat lokale organisaties beter aan de poort zouden moeten screenen welke cliënten wel en welke niet geholpen kunnen worden, wat het doel van de ondersteuning is en naar welke organisatie zij kunnen doorverwijzen. Samenwerking met beroepskrachten is hierbij cruciaal.
Mooi werk, Jansje!
Jansje en ik zijn allebei verbonden aan het LSTA netwerk thuisadministratie vanuit waar zij een groot deel van haar onderzoek deed. Het LSTA is weer onderdeel van de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp. Kijk hier eens rond als je in jouw gemeente aan de slag wil met vrijwilligers.
In Nederland ondersteunen jaarlijks ruim 13.000 vrijwilligers 42.000 mensen bij hun administratie en financiën. Op lsta.nl vind je een kaartje met vrijwilligersorganisaties per gemeente.
Je hebt het waarschijnlijk al voorbij zien komen in diverse media deze week: D’66 heeft een plan om de versnipperde schuldenwet- en regelgeving samen te voegen en daarmee ook de versnipperde uitvoering te vereenvoudigen. Vanmiddag bood D’66-Kamerlid Hülya Kat de Initiatiefnota Sneller Uit De Schulden aan aan de voorzitter van de Tweede Kamer.* Daarin lees je wat precies de plannen zijn.
Wat is een initiatiefnota?
In een initiatiefnota kan een Tweede Kamerlid een bepaalde beleidskwestie aan de orde stellen en daarover voorstellen doen. Als regel komt de regering met een reactie. De nota wordt vervolgens besproken door de Tweede Kamer, meestal in een commissiedebat. Dat debat kan vooraf worden gegaan door een schriftelijke voorbereiding waarin andere Kamerleden vragen kunnen stellen. Verder kan aan het kabinet om een reactie worden gevraagd op de nota.
Schuldenwet
Ik hoor je denken: ‘Dit lijkt erg op jullie Schuldenwet‘. Nou, dat klopt ook wel. Kat heeft zich goed verdiept in de schuldhulpverlening en haar oor te luister gelegd bij schuldeisers, schuldenaren, bewindvoerders, gemeenten, rechters èn (andere) initiatiefnemers van de Schuldenwet. We zijn heel blij dat zij het aandurft de héle schuldenaanpak op te schudden. Daar is in deze sector nu echt behoefte aan.
Dit plan past heel goed in de programma’s van vrijwel alle Kamerfracties, van links tot rechts. We weten dat er draagvlak is bij meerdere fracties en hopen dan ook dat er nu echt iets gaat veranderen!
* Aanvulling d.d. 3/12: Tijdens de begrotingsbehandeling reageert minister Schouten vanaf minuut 21 uitgebreid en overwegend positief op de initiatiefnota.
We weten al decennialang hoe we schulden moeten oplossen: we berekenen hoeveel iemand in 3 jaar (tegenwoordig 1,5 jaar) kan aflossen en houden daarbij rekening met een vrij te laten bedrag. De rest wordt kwijtgescholden door schuldeisers. Maar we hebben wet- en regelgeving en uitvoering veel te ingewikkeld gemaakt! Lees wat er misgaat in het huidige systeem.
De Schuldenwet* voegt wet- en regelgeving samen zonder deze inhoudelijk wezenlijk te wijzigen. De Schuldenwet belegt de uitvoering bij gemeenten, maar tolereert geen verschillen tussen gemeenten. Er is één loket en één regisseur die de hulpvrager begeleidt van aanmelding tot schone lei. Deze praatplaat vat het samen:
(klik om te vergroten)
Loket bij de gemeente. Heb je schulden? Dan is er straks nog maar één loket: de gemeente. De inwoner meldt zichzelf of wordt verwezen door bijvoorbeeld schuldeiser, deurwaarder, rechtbank of hulpverlener. De gemeente begeleidt de klant gedurende het hele traject van aanmelding tot schone lei. Dus geen kwetsbare en tijdrovende overdrachten meer! Je kunt met problematische schulden dus niet meer rechtstreeks naar schuldenbewind.
Pauzeknop. Schuldeisers schorten op verzoek van de gemeente de incasso op. In de Schuldenwet staan de voorwaarden en termijnen. Deze zijn ontleend aan bestaande convenanten en het breed moratorium. De gemeente ziet erop toe dat de klant aan zijn lopende verplichtingen voldoet.
Stabilisatie. De gemeente zorgt dat het inkomen en de thuissituatie stabiel zijn, zodat de klant optimaal kan aflossen. De klant zet een bedrag opzij voor aflossing zodra mogelijk, dus niet pas na schuldregeling.
Schuldregeling. De gemeente treft een schuldregeling conform de criteria die al decennialang gehanteerd worden. Schulden worden in principe geregeld met een saneringskrediet. De schuldregeling is bindend (via bestuursrecht). Hulpvragers of schuldeisers die menen dat de gemeente de Schuldenwet niet goed toepast, doen na een bezwaarprocedure een beroep op de rechtbank. Alternatief is dat de rechter alleen toetst of de gemeente de criteria juist heeft toegepast zoals in de WHOA (via privaatrecht). Na de uitspraak of dwangakkoord vervolgt het (bijgestelde) gemeentelijke traject. Er is in de Schuldenwet dus niet meer een apart wettelijk traject met postblokkade en Wsnp-bewind. Lees ook: Schuldenwet tornt niet aan eigendomsrecht.
Passende hulp en toezicht. De gemeente ziet erop toe dat de klant ten minste drie jaar aan al zijn betaalverplichtingen voldoet. Er wordt budgetbeheer of -begeleiding ingezet, afhankelijk van de zelfredzaamheid van de klant. Deze hulp is niet vrijblijvend. De gemeente brengt de klant in contact met een vrijwilliger als hij dat prettig vindt. De gemeente kan ook verwijzen naar beschermingsbewind (of het zelf uitvoeren). De gemeente zal verwijzen naar betrouwbare, lokale bewindvoerders, maar de klant kiest zelf. De rechter stelt zoals gebruikelijk de inwoner onder bewind. Het enige nieuwe in de Schuldenwet is, dat de rechter eerst kijkt of de klant al bij de gemeente is geweest. Mensen zonder problematische schulden kunnen wel gewoon rechtstreeks naar de rechter voor beschermingsbewind. De Schuldenwet verandert daar niets aan. Lees meer over Bewindvoering in Schuldenwet.
Als je goed kijkt is het vooral een papieren wijziging. Een herschikking van taken en bevoegdheden. Je formaliseert staande praktijken en afspraken. Je kopieert waardevolle artikelen uit de Wsnp en Wgs. Je schrapt ‘verkwisting’ uit het BW en je schrapt het adviesrecht. Gemeenten krijgen er geen wezenlijk nieuwe taken bij. Er vervallen werkzaamheden zoals de adviesrecht-procedure, dwangakkoord, Wsnp-verklaring, schuldenbewind en Wsnp-bewind.
Het kabinet trekt de komende jaren structureel € 120 miljoen uit voor de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. In tabel 1 van deze bijlage bij de Kamerbrief (23 nov.) van minister Schouten zie je waar het geld naartoe gaat. Een groot deel gaat naar gemeenten.
In de Miljoenennota werd daarnaast voor 2023 en 2024 al incidenteel €75 miljoen vrijgemaakt. Een groot deel van deze middelen gaat ook naar gemeenten, zo lees je in tabel 2 van de bijlage:
Dit is een indicatieve verdeling. De komende tijd werkt het kabinet aan verdere uitwerking van de plannen. In 2024 worden waarschijnlijk delen van deze besteding voortgezet, om de continuïteit te borgen. Gezien de crisissituatie wordt een slag om de arm gehouden om de ruimte te houden om de middelen voor 2024 in te zetten waar dit het meest noodzakelijk is.
In de Kamerbrief zelf lees je niet veel nieuws, d.w.z. de belangrijkste onderwerpen kwamen eerder al aan bod op mijn blog. Behalve dan dat er volgende week al wordt gestart met één gezamenlijke Betalingsregeling Rijk. Ik postte daarover zojuist dit bericht.
Minister Schouten presenteert in een tweede brief (23 nov.) het Implementatieplan Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden. Dit is een concretisering van de aanpak die het kabinet afgelopen zomer presenteerde. Ook hierin staan geen opvallende nieuwe zaken waarover ik niet al heb bericht.
In een Kamerbrief (23 nov.) geeft minister Schouten opnieuw aan dat er geen algemeen recht op een betalingsregeling komt, maar dat er wel een wetsvoorstel in voorbereiding is waarbij de rechter een betalingsregeling kan opleggen. Los van dit wetsvoorstel neemt het kabinet op dit moment stappen om – zonder tussenkomst rechter – één betalingsregeling mogelijk te maken voor betalingsachterstanden bij de rijksoverheid door de aangesloten uitvoeringsorganisaties, met de mogelijkheid om schulden te pauzeren. De eerste fase van deze Betalingsregeling Rijk start op 1 december aanstaande met CJIB, CAK en DUO. Mensen die bij die overheidsorganisaties betalingsachterstanden hebben, krijgen waar mogelijk niet meer met de verschillende organisaties te maken, maar ontvangen één gezamenlijke betalingsregeling. De beleidsregel die dit regelt is vorige week in de Staatscourant gepubliceerd.
Gemeenten mogen deze grenzen bij verordening met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 met de volgende bedragen verruimen:
alleenstaande € 1.500
alleenstaande ouder € 1.775
echtpaar € 2.000
Verder mogen gemeenten bepalen dat de norm voor bestaanskosten voor gepensioneerden uitgegaan wordt van de netto-AOW. De facto betekent dat ook een verhoging.
De VNG heeft de modelverordening aangepast. Als je toch de verordening gaat aanpassen, verhoog dan meteen ook in art. 3 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan van 90% naar 100% (dat mocht al).