Wetsvoorstel Participatiewet in Balans naar Tweede Kamer

Zojuist werd het Wetsvoorstel Participatiewet in Balans (spoor 1) openbaar.

Ten opzichte van de eerste contouren in 2022, de consultatie-versie van vorig jaar en de versie waarover de Raad van State vorige week adviseerde is er het een en ander veranderd. Zo is de mogelijkheid om bij AMvB aan te wijzen situaties categoriale bijzondere bijstand toe te staan, komen te vervallen.

Op p. 14 van de Memorie van Toelichting vind je een handig overzicht van de ruim 20 maatregelen. Ik heb het nog wat verder samengevat:

  • De aanvulling op de jongmeerderjarigen-norm (18-21 jaar) wordt in beginsel gelijk voor alle gemeenten. Dit betekent dat gemeenten aanvullend € 634 aan jongeren kunnen geven wanneer ze redelijkerwijs geen steun van hun ouders krijgen. Wanneer blijkt dat dit bedrag niet voldoende is, kan de gemeente het bedrag verhogen. Als blijkt dat het bedrag te hoog is, kan de gemeente het verlagen.
  • Introductie van een standaard giftenvrijlating van € 1200 per jaar. Niet iedere gift moet meer worden gemeld. Melding is alleen nodig, als het totaal aantal giften boven de € 1200 per jaar uitkomt. De giften die worden ontvangen, moeten worden bijgehouden door de bijstandsgerechtigde zelf.
  • Voortaan wordt er rekening gehouden met zowel het huidige vermogen als de huidige schulden. Melding (in het kader van de inlichtingenplicht) is alleen nodig wanneer toenamen in bezit leiden tot een vermogen boven de vermogensgrens en moeten dus door de bijstandsgerechtigde zelf worden bijgehouden.
  • De vierwekenzoektermijn voor jongeren tot 27 jaar blijft van kracht. De gemeente krijgt wel de mogelijkheid om in knellende situaties geen gebruik te maken van de vierwekenzoektermijn.
  • De gemeente krijgt de mogelijkheid om een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht te verstrekken. De maximale lengte is tot en met 3 maanden terug.
  • Voorgesteld wordt de norm voor de niet-kostendelende bijstandsgerechtigde van 21 jaar of ouder met een niet-rechthebbende partner vast te stellen op het niveau van de alleenstaandennormen (ongeveer 70% van de gehuwdennorm).
  • Bijstandsnorm alleenstaande ouder zonder ALO-kop. Een bijstandsgerechtigde met een niet-rechthebbende partner (bijvoorbeeld omdat deze in het buitenland of in de gevangenis verblijft) en met in Nederland wonende kinderen, heeft geen recht op extra kindgebonden budget. Dit komt door verschillende partnerbegrippen in verschillende wetten. In jurisprudentie is bepaald dat de bijstandsuitkering in deze situaties wordt verhoogd. Dit wordt nu ook vastgelegd in de wet.
  • Voorgesteld wordt om de aanvraagdatum van de eerst aangevraagde uitkering (bijstand, Bbz, IOA, IOAZ) bij een gemeente als meldingsdatum voor een bijstandsaanvraag te hanteren.
  • De verschillende vrijlatingsregelingen worden hetzelfde gemaakt in één vrijlating. De vrijlating bedraagt 15% voor de periode van 1 jaar. De gemeente kan besluiten de vrijlating te verlengen als men niet meer uren kan werken wegens individuele omstandigheden. De structurele vrijlating voor mensen met een medische uren beperking blijft behouden.
  • De aanvraagprocedure wordt vereenvoudigd: Het wordt mogelijk om bijstand toe te kennen op basis van DigiD. Hierdoor kan de hele aanvraag digitaal plaatsvinden. Identificatie mag voortaan ook op basis van een rijbewijs. Bijstandsgerechtigden die uit de bijstand zijn gestroomd en binnen 12 maanden weer instromen kunnen gebruik maken van een verkorte aanvraagprocedure, waarbij gegevens van eerdere aanvragen gebruikt mogen worden.
  • Door een uniforme wijze van het berekenen van het netto-inkomen voor te schrijven, wordt (automatisch) verrekenen op basis van de gegevens uit de polisadministratie mogelijk gemaakt. Ook wordt het transactiestelsel verduidelijkt. Het loonstrookje hoeft niet meer in alle gevallen maandelijks te worden aangeleverd. Dit vermindert de lastendruk en kan het proces in veel gevallen bespoedigen.
  • Er komt regelgeving waarin de standaardwijze voor het verrekenen van de eindejaarsuitkering, vakantiebijslag en keuzebudget wordt opgenomen. Dit maakt het verrekenproces eenduidiger. Ook wordt voorkomen dat bijstandsgerechtigden met inkomen naast de bijstand door het verrekenen van dit inkomen op maandbasis onder de bijstandsnorm terechtkomen.
  • Met het bufferbudget wordt een nieuw maatwerkinstrument geïntroduceerd om de financiële problemen – die ontstaan door het verreken van inkomsten – op te vangen en het bijstandsniveau te kunnen garanderen. Het bufferbudget bedraagt maximaal € 1000 per jaar en wordt toegekend en beheerd door de gemeenten. Het wordt toegekend als andere instrumenten zijn uitgeput of niet kunnen worden toegepast.
  • De bijstandsgerechtigde heeft een generieke participatieplicht. Dit houdt in dat iemand naar vermogen algemeen geaccepteerd arbeid moet verkrijgen, accepteren, behouden en gebruik te maken van een door de gemeente aangeboden (re-integratie) voorziening. Standaard specifieke verplichtingen, zoals het bereid moeten zijn om drie uur te reizen voor werk, komen te vervallen.
  • Bijstandsgerechtigden die niet (direct) kunnen werken, krijgen meer ruimte om hun maatschappelijke participatie zelf vorm te geven. Daarbij kunnen zij aanspraak maken op ondersteuning, conform het gemeentelijk beleid.
  • Er komt een maatregelenbesluit waarin gemeenten meer ruimte krijgen om bij het opleggen van maatregelen rekening te houden met de individuele omstandigheden. De standaard-verlagingen die op dit moment in de wet zijn opgenomen komen te vervallen.
  • Er wordt in de wet opgenomen dat mantelzorg geen op loon te waarderen arbeid is en dat – als men samenwoont vanwege de intensieve mantelzorg die wordt verleend – dit niet als gemeenschappelijk huishouden kan worden gezien.

De inwerkingtreding is mede afhankelijk van wanneer behandeling plaats zal vinden in de Kamer. Ik verwacht inwerkingtreding per 1-1-2026.

Tweede Kamer geeft iets meer richting aan versoepeling Participatiewet

De Tweede Kamer stemde deze week over moties en amendementen m.b.t. de Participatiewet. Dat leverde weinig schokkends op. Deze 2 moties werden aangenomen:

  1. Motie Podt c.s verzoekt de regering om er bij gemeenten op aan te dringen de bestaande ruimte in de beleidsregels omtrent giften zoveel mogelijk toe te passen, en verzoekt de regering om bij het uitwerken van de nieuwe regels omtrent giften er voor te zorgen dat er geen harde knip is waarbij mensen die een euro teveel ontvangen daarvan de dupe worden;
  2. Motie Ceder verzoekt de regering de gemeenten actief te informeren en te ondersteunen om de uitzonderingen rond de kostendelersnorm niet onnodig restrictief toe te passen,

Bekijk alle stemmingsuitslagen (blokjes 8 en 9. wijziging Participatiewet). Voorstellen om o.a. de kostendelersnorm, de zoektermijn en de tegenprestatie geheel af te schaffen hebben het niet gehaald. Opvallend is dat het amendement om giften tot € 1.200 niet te hoeven melden, ook niet is aangenomen. Waarschijnlijk willen sommige tegenstemmers het voorstel van het kabinet afwachten. Minister Schouten kondigde recent aan dat ze de Participatiewet ook op dit punt wil versoepelen.

Kabinet versoepelt bijstand en wil ruimere mogelijkheden categoriale bijzondere bijstand

Minister Schouten schrijft aan de Tweede kamer dat ze de Participatiewet wil aanpassen. Veel aanpassingen werden al aangekondigd in het coalitieakkoord of zijn al in gang gezet onder het vorige kabinet. Maar er zijn ook een paar nieuwe voorstellen. Alle voorstellen op een rij:

  1. Verruiming bijverdiengrenzen. Maatregel uit coalitieakkoord.
  2. In schrijnende situaties afwijken van principe aanvraagdatum = ingangsdatum. Bijvoorbeeld tijdens/na afloop oproepcontract of bij pensionering/AIO komt het regelmatig voor dat aanvragers al één of enkele maanden nauwelijks inkomsten hebben ontvangen voordat ze een bijstandsuitkering aanvragen.
  3. Automatisch verrekenen van inkomsten uit arbeid. Door automatisch verrekenen op basis van gegevens uit de polisadministratie kunnen inkomsten worden verrekend zonder dat mensen elke maand hun loonstrook hoeven in te leveren.
  4. Verken mogelijkheden bufferbudget om de hierboven bedoelde inkomensschommelingen op te vangen.
  5. Recht op eigenstandig vormgeven van participatie, als arbeid geen optie is. Denk aan geen voorafgaande toestemming voor het verrichten van vrijwilligerswerk, mantelzorg of voor het volgen van een eigen opleiding.
  6. Versimpel het verrekenen van het vakantiegeld. Uit arbeid opgebouwd vakantiegeld wordt maandelijks op de bijstand in mindering gebracht. In de maand van uitbetaling van het vakantiegeld heeft betrokkene dan een extraatje, maar in de andere maanden beschikt hij over minder middelen dan de bijstandsgerechtigde zonder werk. Wijzigingen in de verrekensystematiek kunnen dit (deels) voorkomen.
  7. Eenvoudigere aanvraagprocedure. Onder andere voor personen die vanwege tijdelijke arbeid kortdurend bijstandsonafhankelijk zijn geweest. Hierdoor wordt een drempel om kortdurende arbeid te aanvaarden weggenomen.
  8. 4-weken-zoektermijn voor jongeren tot 27 jaar wordt kan-bepaling. Hierdoor kan maatwerk worden geboden. Jongeren blijven beter bij de gemeente in beeld, waardoor escalatie (denk aan dakloosheid) kan worden voorkomen.
  9. Merk ontvangsten uit giften, incidentele hobbymatige verkoop, ondersteuning uit eigen netwerk en geldleningen niet als middelen aan, tenzij dit vanuit een oogpunt van bijstandsverlening onaanvaardbaar is. In samenspraak met de uitvoering worden tot indicatieve maximale bedragen komen zodat de financiële prikkel om te werken behouden blijft.
  10. Kostendelersnorm n.v.t. bij vooropgezet tijdelijk verblijf. Denk bijvoorbeeld aan mensen in een crisissituatie, daklozen of mensen die dakloos dreigen te raken.
  11. Wegnemen van belemmeringen voor het verlenen van mantelzorg vanuit de bijstand. Indien arbeidsinschakeling op de korte termijn buiten beeld is, moet worden voorkomen dat andere maatschappelijk gewaardeerde werkzaamheden worden belemmerd.
  12. Harmoniseer de hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand aan jongeren van wie ouders niet in beeld zijn of geen ondersteuning kunnen bieden door ziekte of armoede. Er zijn nu nog grote verschillen tussen gemeenten.
  13. Mogelijkheid tot verlening van categoriale bijzondere bijstand. Door de mogelijkheid te creëren om bij AMvB aan te wijzen situaties categoriale bijzondere bijstand toe te staan, kan soepeler worden ingespeeld op bredere behoeften aan inkomensondersteuning, zoals deze zich ook in het recente verleden hebben voorgedaan (Energietoeslag).
  14. Mogelijkheid om arbeids- en/of re-integratieverplichtingen af te stemmen op situatie van de bijstandsgerechtigde.
  15. Gemeenten mogen activiteiten gericht op maatschappelijke participatie verplichten. Voor bijstandsgerechtigden met grote afstand tot arbeidsmarkt.
  16. Gemeenten mogen maatregelen afstemmen op de individuele omstandigheden.
  17. Gelijke inlichtingenplicht bij gemeenten en SVB. Op basis van de Wet eenmalige gegevensuitvraag hoeven burgers al bekende gegevens niet opnieuw aan te leveren. Op dit moment zijn er verschillen tussen wat bij SVB niet en wat bij gemeenten wel moet worden aangeleverd.
  18. Verruim het experimenteerartikel, zodat meer onderzoek kan worden gedaan naar andere werkwijzen.
  19. Investeer in vakmanschap. Denk bijvoorbeeld aan het verankeren van inzichten uit pilots voor het bevorderen van de economische zelfstandigheid binnen het kader van ‘Vakkundig aan het Werk’.
  20. Bijstand afstemmen op individuele omstandigheden. Deze mogelijkheid bestaat al, maar wordt centraler in de wet te verankerd. Hierdoor wordt het professionele belang om steeds te toetsen of de algemene regels in deze situatie wel afdoende zijn sterker geëxpliciteerd.
  21. Expliciteer de maatwerkmogelijkheid binnen de kostendelersnorm. Ook deze mogelijkheid is er al. Maar door de mogelijkheid te expliciteren wordt handelingsverlegenheid voorkomen en meer rechtszekerheid geboden.

Nieuwe regels bij schulden in 2018

Per 1 januari 2018 geldt een aantal nieuwe regels die van belang zijn voor mensen met schulden, zo is te lezen op Schuldinfo.nl. Vanaf 2018 word je beter beschermd tegen voorhuwelijkse schulden van je echtgenoot. Wanneer je een klacht tegen een deurwaarder wil indienen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders moet je eerst € 50 betalen. De kostendelersnorm wordt ingevoerd voor betalingsregelingen en kwijtschelding belastingen en toeslagen. En de overheid mag minder incassokosten in rekening brengen.

Door kostendelersnorm houden veel bijstandsgerechtigden te weinig geld over

Afbeeldingsresultaat voor kostendelersnormMensen in de bijstand die met anderen in een huis wonen, houden te weinig geld over om van te leven. In de praktijk blijkt dat veel woningdelers minder kosten kunnen delen dan gedacht. Dat blijkt uit onderzoek van Regioplan, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam.

De kosten die je niet kunt delen met je medebewoners, zoals je zorgkosten en kosten voor eten, verzekeringen, kleding, persoonlijke verzorging en dergelijke, zijn volgens het onderzoek veel hoger dan het kabinet heeft aangenomen.

Hoe zat het ook alweer met die kostendelersnorm?

Lees ook: Kamer wil cijfers over woningdelers met bijstand

Gemeenten langs de sociale meetlat

Vandaag presenteerde de FNV haar Lokale Monitor editie 2016. In de monitor legt de FNV alle gemeenten langs de sociale meetlat.

De belangrijkste conclusies in relatie tot armoedebeleid en schuldhulpverlening:

  • 78% van de gemeenten hanteert voor de individuele inkomenstoeslag een inkomensgrens van 110% van het sociaal minimum of lager. In bijna alle gemeenten hebben minima wel na 3 jaar (of korter) recht om de toeslag opnieuw aan te vragen. De verstrekte bedragen verschillen enorm per gemeente.
  • In 4 jaar tijd hebben meer gemeenten een hogere inkomensgrens vastgesteld voor de minimaregelingen. De monitor laat een stijging van ruim 50% zien (t.o.v. 2012) van gemeenten die een inkomensgrens hanteren tussen de 120% en 150%.
  • De ruime meerderheid verstrekt geen vast bedrag voor de meerkosten die chronisch zieken en mensen met beperkingen moeten maken. De meeste gemeenten komen deze doelgroep wel gedeeltelijk tegemoet in de kosten die zij moeten maken voor de premie van de collectieve ziektekostenverzekering. Iets minder dan de helft van de gemeenten doet dat voor de verplichte eigen risico.
  • Daarnaast bieden de meeste gemeenten een compensatie aan, via de bijzondere bijstand of de collectieve ziektekostenverzekering, voor het betalen van de eigen bijdragen Wmo maatwerkvoorzieningen. 44% van de gemeenten vraagt geen eigen bijdrage voor de Wmo algemene voorzieningen.
  • 60% van de gemeenten doet geen onderzoek naar de financiële effecten van de kostendelersnorm.
  • De gemiddelde wachttijd voor de aanvraag van de bijstandsuitkering is in de afgelopen 10 jaar iets afgenomen. In 17% van de gemeenten wordt automatisch een voorschot verstrekt.

Vanaf p. 40 lees je hoe jouw gemeente scoort. Op p. 37/38 vind je reacties van gemeenten en goede voorbeelden.

Compensatie alleenstaande ouderkop

Alleenstaande ouderSinds 1 januari 2015 is de aanvulling in de bijstand voor alleenstaande ouders afgeschaft. De norm voor alleenstaande ouders is nu gelijk aan die voor alleenstaanden. In plaats van die aanvulling is een alleenstaande-ouderkop (ALO-kop) geïntroduceerd in het kindgebonden budget. Deze ALO-kop wordt uitbetaald door de Belastingdienst. Maar alleenstaande ouders die een toeslagenpartner hebben in detentie, buitenland of inrichting komen niet in aanmerking voor de ALO-kop. Lees meer over de wijzigingen.

In 2015 gold een overgangsrecht, maar per 1 januari jl. gaat een deel van de alleenstaande ouders er dus vrij fors op achteruit. Diverse gemeenten vinden dit onacceptabel en compenseren via de algemene bijstand art. 18 of (periodieke) bijzondere bijstand art. 12 of 35. Ik vraag me – mede namens een aantal gemeenten – af of dit kan en mag, en zo ja hoe. Is het geen ongeoorloofd inkomensbeleid? Ik houd me aanbevolen voor beleidsregels en suggesties om binnen de wettelijke kaders compensatie te bieden.

De VNG probeert bij het ministerie van SZW een structurele oplossing voor elkaar te krijgen.

Nieuwe beslagvrije voet op zijn vroegst over 1,5 jaar

Asscher en Klijnsma beantwoordden Kamervragen  over de begroting van hun ministerie. Daaruit blijkt, dat de nieuwe vereenvoudigde beslagvrije voet op zijn vroegst op 1 juli 2017 in werking treedt. Klijnsma geeft aan dat zij eind van dit jaar een hoofdlijnennotitie over de beslagvrije voet aan de Tweede Kamer stuurt. Daarna wordt het nieuwe systeem in wetgeving vervat. De benodigde wetgeving wordt medio 2016 aan de Tweede Kamer gezonden. LoesjeNa de behandeling van het wetsvoorstel door het parlement moet aan alle betrokken partijen enige tijd worden gegeven om de nieuwe regeling te implementeren. Hierdoor zullen de nieuwe regels waarschijnlijk op zijn vroegst op 1 juli 2017 in werking treden.

Wat gaat veranderen?
Klijnsma schrijft: ‘Zoals is beschreven in de brief ‘vereenvoudiging beslagvrije voet’ en de kabinetsreactie op het preadvies ‘naar een nieuwe beslagvrije voet’ wordt gewerkt aan een vereenvoudiging van de berekening van de beslagvrije voet, waarbij het streven is de beslagvrije voet zo veel mogelijk door een vast bedrag per leefsituatie vorm te gegeven. Bij de vaststelling van dit vaste bedrag wordt aansluiting gezocht bij de uitkomsten van het huidige systeem. Uitgangspunt is daarmee dat de hoogte van de beslagvrije voet grosso modo gelijk blijft. Er kan echter niet uitgesloten worden dat er individuele verschillen zullen zijn met het huidige systeem.’

Huidige beslagvrije voet niet goed berekend door veel gemeenten
In de Verzamelbrief aan gemeenten van 13 november jl. komt de beslagvrije voet ook aan de orde. Klijnsma signaleert dat sommige gemeenten op dit moment niet de juiste beslagvrije voet hanteren bij verrekening en beslaglegging. Deze gemeenten verrekenen een bestaande bijstandsschuld met een lopende bijstandsuitkering, door op de lopende uitkering een vast percentage in te houden. Dit is niet juist. In de verzamelbrief van februari 2009 werd er ook al aandacht voor gevraagd. Klijnsma wijst er nogmaals op, dat het hanteren van een vast percentage in strijd is met de wettelijke bepalingen. Tot slot verwijst ze naar de rekentool waarmee je binnen enkele minuten de beslagvrije voet berekent.

 

Gemeenten mogen experimenteren met minder plichten en meer bijverdienmogelijkheden rond bijstand

Dat is één van de uitkomsten van de stemming gisteren in de Tweede Kamer over moties die waren ingediend bij het Algemeen Overleg over armoede- en schuldenbeleid op 24 september jl. Lees het verslag van dat AO.

Vier moties zijn aangenomen:

  1. StemmingMotie van het lid Karabulut de hoogte van de beslagvrije voet – Deze motie verzoekt de regering, bij de uitwerking van de wetgeving rond beslagvrije voet te onderzoeken of de hoogte van de beslagvrije voet een solide bodem voldoende garandeert.
  2. Gewijzigde motie van het lid Voortman c.s. – Deze motie vraagt om mogelijkheden om te experimenteren met de Participatiewet door minder verplichtingen op te leggen en meer bijverdienmogelijkheden te creëren. Dit geeft de betreffende gemeenten ruimte om te experimenteren met iets wat lijkt op het basisinkomen;
  3. Gewijzigde motie van de leden Voortman en Yücel – Deze motie verzoekt de regering, gemeenten te stimuleren om samen met de Coalitie Van de Straat integrale werkwijzen voor schuldhulpverlening voor jongeren op te zetten, door praktijkvoorbeelden te verspreiden en pilots te starten dan wel te faciliteren;
  4. Motie van het lid Yücel over signaleren van armoede en schulden als onderdeel van het takenpakket van wijkteams – Deze motie verzoekt de regering om te stimuleren dat het signaleren van armoede en schulden een integraal onderdeel wordt van het takenpakket van wijkteams.

Eén motie is aangehouden, een andere verworpen:

Kostendelersnorm

Op 1 januari 2015 is als artikel 22b van de Participatiewet de kostendelersnorm ingevoerd. Dat houdt in dat als iemand een woning deelt met meer volwassenen, de bijstandsuitkering daarop wordt aangepast. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in de woning, hoe lager de bijstandsuitkering. De gemeente gaat er dan van uit dat de bijstandsgerechtigde de woonkosten kan delen. Sinds 1 januari geldt de norm voor nieuwe aanvragers. Sinds 1 juli jl. geldt hij ook voor bijstandsgerechtigden die al in 2014 een uitkering ontvingen. Zie filmpje met uitleg.

De kostendelersnorm is de opvolger van de huishoudinkomenstoets en de huishouduitkeringstoets die allebei erg controversieel waren en het uiteindelijk niet overleefden in de WWB en Wet Werken naar Vermogen.

Ook de kostendelersnorm doet veel stof opwaaien. Zo wordt het door sommigen een ‘boete op solidariteit‘ genoemd. De kostendelersnorm geldt namelijk ook als iemand mantelzorg verleent. Maatschappelijke organisaties luiden de noodklok. Zij zien een verviervoudiging van het aantal mensen dat aanklopt bij de daklozenopvang. En wat als je een vluchteling uit Syrië wilt opvangen?

Overigens is de kostendelersnorm voor mensen met een AOW (dus de ouderen die relatief vaak mantelzorg nodig hebben) uitgesteld tot 1 januari 2018. De overheid wil de effecten hiervan eerst nog onderzoeken, zo staat in de Miljoenennota (p. 82). Maar minister Dijsselbloem verklapte afgelopen zaterdag dat deze ‘mantelzorgboete’ er zeer waarschijnlijk helemaal niet komt. Staatssecretaris Klijnsma is daar niet zo stellig over.

Amsterdam gaat het inkomstenverlies voor een aantal bijstandsgerechtigden compenseren. Voor de huishoudtoets bedachten we destijds ook compensatiemogelijkheden.

De geplande invoering van de kostendelersnorm in de beslagvrije voet per 1 juli jl. is niet door gegaan. Dat schreef staatssecretaris Klijnsma in een brief aan de Tweede Kamer. Gelukkig maar; de berekening van de beslagvrije voet is al complex genoeg. Maar daarover later meer…

Nabrander d.d. 6 oktober: Weg met de kostendelersnorm! – door Hans Nacinovic

Nabrander d.d. 9 oktober: Den Haag gaat in voorkomende gevallen het inkomen aanvullen met Bijzondere Bijstand.

Huishouduitkeringstoets en schulden

Met de huishouduitkeringstoets betalen kinderen volgens mij NIET mee aan de aflossing van de schulden van de ouders. Dat was de facto WEL het geval bij de voormalige huishoudinkomenstoets.

Verder denk ik, dat deze huishouduitkeringstoets veel beter uitvoerbaar is dan de huishoudinkomenstoets. Hangt natuurlijk wel af van de uitwerking ervan. Ik heb uit het veld nog weinig reacties gehoord over inhoud en uitvoerbaarheid.

NB. ik spreek vanaf nu voor het gemak over ‘huishoudtoets’. De andere twee termen dekken ook de lading niet, maar leveren wel veel gestotter op.

Huishoudinkomenstoets wordt huishouduitkeringstoets

Het Regeerakkoord staat online. Daarin lees ik (p.5):

“De huishoudinkomenstoets wordt vervangen door een huishouduitkeringstoets. Dit voorkomt dat binnen een huishouden sprake kan zijn van stapeling van uitkeringen, waardoor de inkomsten hoger zijn dan bij de buurman of buurvrouw die aan het werk is. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat het wel loont om aan het werk te gaan door dit loon niet te verrekenen met de uitkeringen in het huishouden.”

Op p.69 staat:

“Een huishouduitkeringstoets wordt ingevoerd per 2015. Het normbedrag van de WWB wordt verlaagd naarmate in een huishouden meer inwonende volwassenen aanwezig zijn. De inkomsten van gezinsleden binnen het huishouden worden niet verrekend met de uitkering van de bijstandsontvanger, zodat werken lonend is en niet direct consequenties heeft voor de overige gezinsleden. Wel wordt de bijstandsuitkering lager naarmate er meer boven bedoelde gezinsleden zijn. Elk van de gezinsleden blijft een zelfstandig recht op bijstand houden.”

Ombuiging
De invoering van de huishouduitkeringstoets levert een bezuiniging op van 80 miljoen per jaar (p.63). Opvallend: dat is meer dan besparing die de invoering van de huishoudtoets moest opleveren (54 miljoen per jaar)!

2013 2014 2015 2016 2017 Structureel
Huishouduitkeringstoets 80 80 80 80

Uitwerking
Ik ben erg benieuwd hoe de huishouduitkeringstoets (zullen we vanaf nu spreken over HUT) uitgewerkt gaat worden!

De oplossing is volgens mij toch echt anders dan het alternatief dat de G4 vorig jaar aandroegen voor de huishoudtoets: Beperk de bijstandsnorm voor inwonende kinderen tot het niveau van de uitgaven die voor hen noodzakelijk zijn. Hierbij wordt gedacht aan het niveau van de persoonlijke toelage voor personen in een intramurale instelling (circa € 340 per maand) om bijvoorbeeld verplichte verzekeringen te betalen.

Kinderen betalen mee aan schuld ouders

Staatssecretaris De Krom gaf de Eerste Kamer vorige week uitleg over de gevolgen van de aanscherping van de WWB voor de schuldhulp. Op Schuldinfo.nl wordt het nog wat preciezer uitgelegd aan de hand van een paar voorbeelden.

In de huidige situatie is het zo dat bij beslag op inkomen alleen de partner van de schuldenaar indirect meebetaalt aan de schulden. De beslagvrije voet die geldt voor het beslag op het inkomen wordt namelijk verminderd met het inkomen van de partner, tot maximaal de helft van de beslagvrije voet. Wanneer de wetswijziging wordt doorgevoerd zal ook het inkomen van meerderjarige kinderen meetellen bij de berekening van de beslagvrije voet. Zij gaan dus indirect meebetalen aan de schulden van de ouders. Lees meer.