
Zojuist werd het Wetsvoorstel Participatiewet in Balans (spoor 1) openbaar.
Ten opzichte van de eerste contouren in 2022, de consultatie-versie van vorig jaar en de versie waarover de Raad van State vorige week adviseerde is er het een en ander veranderd. Zo is de mogelijkheid om bij AMvB aan te wijzen situaties categoriale bijzondere bijstand toe te staan, komen te vervallen.
Op p. 14 van de Memorie van Toelichting vind je een handig overzicht van de ruim 20 maatregelen. Ik heb het nog wat verder samengevat:
- De aanvulling op de jongmeerderjarigen-norm (18-21 jaar) wordt in beginsel gelijk voor alle gemeenten. Dit betekent dat gemeenten aanvullend € 634 aan jongeren kunnen geven wanneer ze redelijkerwijs geen steun van hun ouders krijgen. Wanneer blijkt dat dit bedrag niet voldoende is, kan de gemeente het bedrag verhogen. Als blijkt dat het bedrag te hoog is, kan de gemeente het verlagen.
- Introductie van een standaard giftenvrijlating van € 1200 per jaar. Niet iedere gift moet meer worden gemeld. Melding is alleen nodig, als het totaal aantal giften boven de € 1200 per jaar uitkomt. De giften die worden ontvangen, moeten worden bijgehouden door de bijstandsgerechtigde zelf.
- Voortaan wordt er rekening gehouden met zowel het huidige vermogen als de huidige schulden. Melding (in het kader van de inlichtingenplicht) is alleen nodig wanneer toenamen in bezit leiden tot een vermogen boven de vermogensgrens en moeten dus door de bijstandsgerechtigde zelf worden bijgehouden.
- De vierwekenzoektermijn voor jongeren tot 27 jaar blijft van kracht. De gemeente krijgt wel de mogelijkheid om in knellende situaties geen gebruik te maken van de vierwekenzoektermijn.
- De gemeente krijgt de mogelijkheid om een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht te verstrekken. De maximale lengte is tot en met 3 maanden terug.
- Voorgesteld wordt de norm voor de niet-kostendelende bijstandsgerechtigde van 21 jaar of ouder met een niet-rechthebbende partner vast te stellen op het niveau van de alleenstaandennormen (ongeveer 70% van de gehuwdennorm).
- Bijstandsnorm alleenstaande ouder zonder ALO-kop. Een bijstandsgerechtigde met een niet-rechthebbende partner (bijvoorbeeld omdat deze in het buitenland of in de gevangenis verblijft) en met in Nederland wonende kinderen, heeft geen recht op extra kindgebonden budget. Dit komt door verschillende partnerbegrippen in verschillende wetten. In jurisprudentie is bepaald dat de bijstandsuitkering in deze situaties wordt verhoogd. Dit wordt nu ook vastgelegd in de wet.
- Voorgesteld wordt om de aanvraagdatum van de eerst aangevraagde uitkering (bijstand, Bbz, IOA, IOAZ) bij een gemeente als meldingsdatum voor een bijstandsaanvraag te hanteren.
- De verschillende vrijlatingsregelingen worden hetzelfde gemaakt in één vrijlating. De vrijlating bedraagt 15% voor de periode van 1 jaar. De gemeente kan besluiten de vrijlating te verlengen als men niet meer uren kan werken wegens individuele omstandigheden. De structurele vrijlating voor mensen met een medische uren beperking blijft behouden.
- De aanvraagprocedure wordt vereenvoudigd: Het wordt mogelijk om bijstand toe te kennen op basis van DigiD. Hierdoor kan de hele aanvraag digitaal plaatsvinden. Identificatie mag voortaan ook op basis van een rijbewijs. Bijstandsgerechtigden die uit de bijstand zijn gestroomd en binnen 12 maanden weer instromen kunnen gebruik maken van een verkorte aanvraagprocedure, waarbij gegevens van eerdere aanvragen gebruikt mogen worden.
- Door een uniforme wijze van het berekenen van het netto-inkomen voor te schrijven, wordt (automatisch) verrekenen op basis van de gegevens uit de polisadministratie mogelijk gemaakt. Ook wordt het transactiestelsel verduidelijkt. Het loonstrookje hoeft niet meer in alle gevallen maandelijks te worden aangeleverd. Dit vermindert de lastendruk en kan het proces in veel gevallen bespoedigen.
- Er komt regelgeving waarin de standaardwijze voor het verrekenen van de eindejaarsuitkering, vakantiebijslag en keuzebudget wordt opgenomen. Dit maakt het verrekenproces eenduidiger. Ook wordt voorkomen dat bijstandsgerechtigden met inkomen naast de bijstand door het verrekenen van dit inkomen op maandbasis onder de bijstandsnorm terechtkomen.
- Met het bufferbudget wordt een nieuw maatwerkinstrument geïntroduceerd om de financiële problemen – die ontstaan door het verreken van inkomsten – op te vangen en het bijstandsniveau te kunnen garanderen. Het bufferbudget bedraagt maximaal € 1000 per jaar en wordt toegekend en beheerd door de gemeenten. Het wordt toegekend als andere instrumenten zijn uitgeput of niet kunnen worden toegepast.
- De bijstandsgerechtigde heeft een generieke participatieplicht. Dit houdt in dat iemand naar vermogen algemeen geaccepteerd arbeid moet verkrijgen, accepteren, behouden en gebruik te maken van een door de gemeente aangeboden (re-integratie) voorziening. Standaard specifieke verplichtingen, zoals het bereid moeten zijn om drie uur te reizen voor werk, komen te vervallen.
- Bijstandsgerechtigden die niet (direct) kunnen werken, krijgen meer ruimte om hun maatschappelijke participatie zelf vorm te geven. Daarbij kunnen zij aanspraak maken op ondersteuning, conform het gemeentelijk beleid.
- Er komt een maatregelenbesluit waarin gemeenten meer ruimte krijgen om bij het opleggen van maatregelen rekening te houden met de individuele omstandigheden. De standaard-verlagingen die op dit moment in de wet zijn opgenomen komen te vervallen.
- Er wordt in de wet opgenomen dat mantelzorg geen op loon te waarderen arbeid is en dat – als men samenwoont vanwege de intensieve mantelzorg die wordt verleend – dit niet als gemeenschappelijk huishouden kan worden gezien.
De inwerkingtreding is mede afhankelijk van wanneer behandeling plaats zal vinden in de Kamer. Ik verwacht inwerkingtreding per 1-1-2026.

Per 1 januari 2018 geldt een aantal nieuwe regels die van belang zijn voor mensen met schulden, zo is
Een alleenstaande AOW’er die met zijn kind een huis deelt, houdt ook in de toekomst recht op een hoge AOW-uitkering. Daartoe heeft het kabinet bij voorjaarsnota besloten. Lees meer op
Mensen in de bijstand die met anderen in een huis wonen, houden te weinig geld over om van te leven. In de praktijk blijkt dat veel woningdelers minder kosten kunnen delen dan gedacht. Dat blijkt uit
Vandaag presenteerde de FNV haar
Sinds 1 januari 2015 is de aanvulling in de bijstand voor alleenstaande ouders afgeschaft. De norm voor alleenstaande ouders is nu gelijk aan die voor alleenstaanden. In plaats van die aanvulling is een alleenstaande-ouderkop (ALO-kop) geïntroduceerd in het kindgebonden budget. Deze ALO-kop wordt uitbetaald door de Belastingdienst. Maar alleenstaande ouders die een toeslagenpartner hebben in detentie, buitenland of inrichting komen niet in aanmerking voor de ALO-kop. 
