Woonkostentoeslag

De woonkostentoeslag (WKT) is bedoeld voor huishoudens met te hoge woonlasten die tijdelijk niet zelf in hun woonkosten kunnen voorzien, en geen of onvoldoende huurtoeslag ontvangen.
Het is dus een tijdelijke, aanvullende tegemoetkoming, bedoeld om te voorkomen dat mensen hun woning verliezen voordat zij kunnen verhuizen of hun financiële situatie verbetert.

De WKT is geen landelijke regeling, maar een gemeentelijke vorm van bijzondere bijstand. Daardoor verschilt de uitvoering per gemeente. Toch zijn er duidelijke patronen: de meeste gemeenten hanteren een vergelijkbaar beleidskader en rekenwijze. Hieronder een overzicht van hoe de WKT er doorgaans uitziet in de praktijk.

Bijzondere bijstand (juridisch kader)

WKT is formeel bijzondere bijstand voor noodzakelijke woonkosten (Participatiewet art. 35). Het is dus geen structurele toeslag, maar een tijdelijke vorm van ondersteuning op maat.

Algemene opzet in de meeste gemeenten

Doelgroep

  • Huishoudens met een laag inkomen (vaak < 120 % of 130 % van de bijstandsnorm).
  • Zowel huurders als eigenwoningbezitters kunnen in aanmerking komen.
  • Vaak moet de woning passend en redelijk geprijsd zijn — of er geldt een verhuisplicht als dat niet zo is.

Voorliggende voorziening

De huurtoeslag geldt als voorliggende voorziening; pas als die niet toereikend is, komt WKT in beeld.

Duur

  • Meestal maximaal 6 tot 12 maanden.
  • Verlengen kan alleen als verhuizen aantoonbaar nog niet mogelijk is (bijvoorbeeld door krapte op de woningmarkt).

Berekening

De meeste gemeenten volgen één van twee berekeningswijzen:

a. De huurtoeslag-methode

Gemeenten simuleren wat iemand aan huurtoeslag zou krijgen als de huurtoeslagregels wél van toepassing waren, en vullen het verschil aan. Bijvoorbeeld: bij een huur van € 950 (boven de maximale huurgrens) en een “fictieve huurtoeslag” van € 350, verleent de gemeente € 350 woonkostentoeslag.

b. De normlast-methode

De gemeente bepaalt wat een redelijke woonlast is (meestal gebaseerd op de actuele huurtoeslaggrenzen of een percentage van het inkomen) en vergoedt het deel daarboven tot een maximum. Bijvoorbeeld: redelijke woonlast = € 700 → werkelijke huur = € 950 → toeslag over € 250 verschil.

Vermogenstoets

  • De meeste gemeenten hanteren dezelfde vermogensgrens als de Participatiewet.
  • Sommige gemeenten zijn iets soepeler (bijvoorbeeld klein spaarsaldo toegestaan).

Verhuisplicht

  • Als de huur te hoog is, wordt vaak een verhuisplicht opgelegd: de aanvrager moet actief zoeken naar goedkopere woonruimte.
  • Gemeenten controleren dit bijvoorbeeld via reacties op woningen of bewijs van inschrijving bij de regionale organisatie die het aanbod van (sociale) huurwoningen beheert en verdeelt.

Actueel

Per 1-1-2026 wijzigt de huurtoeslag. Dit heeft grote gevolgen voor de WKT. Lees meer.