Wet schuldregelen

Dit dossier is bijgewerkt op 23 juni 2026

Inleiding

Op 22 juni 2026 legde het kabinet het langverwachte wetsvoorstel Wet Schuldregelen ter consultatie. Lees het Wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting.

Voor gemeenten is de verplichte reactietermijn voor schuldeisers en schuldregelaars het belangrijkste onderdeel. Daarnaast is de definitie schuldregelen voor het eerst opgenomen in de wet, zodat het voor iedereen duidelijk is wat de regels zijn. Nieuw is ook dat de minister bestuurlijke boetes kan opleggen aan onbevoegde schuldregelaars die onterecht geld vragen voor schuldregeling. De wet vervangt goeddeels de Wet op het consumentenkrediet die zal worden ingetrokken.

Geschiedenis

Het wetsvoorstel heeft een lange voorgeschiedenis. Eerdere benamingen waren Wet buitengerechtelijke schuldregeling en Wet schuldbemiddeling. Moties van Kamerlid Peters in 2018 en 2020 over een reactietermijn voor schuldeisers vormden belangrijke aanleidingen. In 2020 werd het onderzoeksrapport Medewerking schuldeisers minnelijke trajecten opgeleverd. In de jaren daarna waren er veel updates over de reactietermijn.

Reactietermijn

Artikelen 3 en 4 regelen de reactietermijnen bij een verzoek tot saldo-opgave respectievelijk voorstel voor schuldregeling.

Art. 3 Reactietermijn saldo-opgave

  • Schuldeisers moeten binnen 21 dagen reageren.
  • Als een schuldeiser niet reageert, stuurt schuldregelaar een aanmaning. met daarin een aanvullende termijn van 14 dagen. Ook wijst de schuldregelaar op de gevolgen van het uitblijven van een reactie:
  • De schuldregelaar gaat bij het opstellen van een voorstel voor een schuldregeling uit van het bij de schuldenaar laatst bekende saldo. De schuldeiser kan zich er later bij de rechter niet op beroepen dat zijn weigering om in te stemmen met de schuldregeling redelijk was omdat het bedrag van zijn vordering niet juist is vermeld in de schuldregeling.
  • De schuldregelaar informeert de schuldeisers over het proces van schuldregelen en de mogelijke gevolgen voor de schuldeiser al bij het eerste verzoek om saldo-opgave.

Art. 4 Reactietermijn voorstel schuldregelen

  • De schuldregelaar doet binnen 21 dagen na ontvangst van alle saldo-opgaven aan alle schuldeisers een voorstel voor een schuldregeling of laat weten dat en waarom er geen schuldregeling volgt en of/hoe de schuldhulpverlening zal worden voortgezet.
  • De schuldregelaar kan de termijn met ten hoogste 14 dagen verlengen, door hiervan uiterlijk voor het einde van die termijn schriftelijk mededeling te doen aan de schuldeisers.
  • De schuldeiser laat binnen 21 dagen weten of deze instemt met de schuldregeling.
  • Als een schuldeiser niet reageert, stuurt schuldregelaar een aanmaning, met daarin een aanvullende termijn van 14 dagen. Ook wijst de schuldregelaar op de gevolgen van het uitblijven van een reactie:
  • Als de schuldregelaar voor het einde van de aanmaningstermijn niet van alle schuldeisers een instemmende reactie heeft ontvangen, dient deze binnen 21 dagen een verzoek tot dwangakkoord en/of toelating Wsnp in. Ook deze termijn kan door de schuldregelaar met 14 dagen worden verlengd. De schuldregelaar moet dat dan wel binnen die 21 dagen melden aan de schuldeisers.

Als een schuldeiser vanwege bijzondere omstandigheden niet op tijd aan het verzoek tot saldo-opgave of het voorstel voor een schuldregeling kan voldoen, kan de schuldregelaar de reactietermijn wat oprekken. De schuldeiser moet dan wel op tijd doorgeven wat de bijzondere omstandigheden zijn. Dit is geregeld in art. 5. Toelichting vind je op p. 37 van de MvT.

Alles bij elkaar moet er dus binnen 140 dagen na saldo-verzoek een schuldregeling of verzoek dwangakkoord/Wsnp tot stand komen. Uitstel vanwege bijzondere omstandigheden niet meegerekend. Op p. 11 van de MvT vind je een handige tabel met alle termijnen. Deze termijn sluit mooi aan op het 120-dagenmodel van de NVVK (het verschil zit op het eind, met extra dagen voor verzoek moratorium/Wsnp). Voor ondernemers hanteert de NVVK echter een termijn van 180 dagen.

Definitie schuldregeling

In art. 1 zijn twee definities opgenomen:

  • Schuldregelen: in de uitoefening van een beroep of bedrijf verrichten van een dienst, gericht op het namens de schuldenaar, die een natuurlijk persoon is, tot stand brengen van een schuldregeling tussen die persoon en diens schuldeisers met betrekking tot diens schuldenlast;
  • Schuldregeling: buitengerechtelijke regeling ten behoeve van een schuldenaar met diens schuldeisers over het afbetalen van diens schuldenlast.

Boete voor onbevoegde schuldregelaars

Art. 8 geeft de minister de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen aan onbevoegde schuldregelaars die onterecht geld vragen voor schuldregeling.

In art. 2 staat welke instanties tegen betaling mogen schuldregelen (waaronder gemeenten). Deze bepaling is niet nieuw. Hij staat nu nog in art. 48 Wck, maar die wordt dus ingetrokken. In de MvT is vanaf p. 12 wel duidelijker dan voorheen omschreven wanneer sprake is van ‘om niet’. Het verbod op schuldregelen geldt namelijk niet als het gebeurt om niet: Het kan voorkomen dat een derde (zoals een werkgever of familielid) bereid is de kosten voor schuldregelen te betalen. Hiermee komen de kosten niet ten laste van het vermogen van de schuldenaar. Echter kan er in dit geval wel een zekere mate van afhankelijkheid zijn tussen de schuldenaar en de derde. Om deze afhankelijkheidsrelatie te voorkomen, mag de financier van het traject niet naar de schuldenaar herleidbaar zijn. Daarom is het niet toegestaan om de kosten door een derde te laten betalen.

Actueel

  • Je kunt tot 17 augustus 2026 reageren op het wetsvoorstel.
  • Mijn optimistische inschatting is dat de wet schuldregelen op 1 januari 2027 in werking treedt.
  • Bekijk de online sessie van de NVVK van 7 juli jl.