Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams)

Deze pagina is onder constructie

Het wetsvoorstel Wams is bedoeld om gemeenten een wettelijke grondslag te geven om gegevens te delen en samen te werken wanneer iemand of een gezin meervoudige problemen heeft — bijvoorbeeld op het gebied van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, schuldhulp, participatie, etc.

Het doel is om één gezin, één plan, één regisseur mogelijk te maken: in plaats van dat elke instantie apart kijkt, kan hulp gecoördineerd en integraler worden geboden.

Achtergrond

Als gevolg van de decentralisaties in 2015 zijn gemeenten meer gegevens gaan verwerken bij de uitoefening van hun taken in het sociaal domein. Een knelpunt daarbij is het ontbreken van een overkoepelende wettelijke regeling voor de domeinoverstijgende verwerking van persoonsgegevens bij meervoudige problematiek in het sociaal domein. De Autoriteit Persoonsgegevens stelde dit probleem in 2016 al vast en benadrukte dat gemeenten niet kunnen volstaan met het vragen van toestemming aan cliënten voor het verwerken van hun gegevens, omdat de AVG vereist dat die toestemming in vrijheid wordt gegeven en daarvan in de relatie overheid – burger doorgaans geen sprake is. Gemeenten en hulpverleners worden daardoor belemmerd bij het vaststellen van eventuele meervoudige problematiek en bij de uitvoering van een gecoördineerde aanpak bij meervoudige problematiek.

Samenvatting

Het wetsvoorstel wijzigt de Wmo (en spiegelbepalingen in Jeugdwet, Participatiewet en Wgs) en voorziet in grondslagen voor het uitwisselen van de benodigde gegevens, waardoor gemeenten en andere betrokken organisaties beter in staat gesteld worden mensen te helpen.

De Wams verplicht gemeenten om bij een gecoördineerde aanpak voor cliënten met meervoudige problematiek een coördinator aan te stellen. Hoewel niet elke gemeente een vaste coördinator hoeft te hebben, moet voor elke individuele gecoördineerde aanpak wel een coördinator worden aangesteld. Deze coördinator fungeert als spin in het web: hij of zij zorgt voor afstemming tussen alle betrokken partijen (zoals schuldhulpverlening, GGZ, woningcorporaties en jeugdhulp), monitort de voortgang en is het aanspreekpunt voor de cliënt. Gemeenten hebben vrijheid in de invulling: ze kunnen interne medewerkers aanstellen, samenwerken met andere gemeenten of gebruikmaken van bestaande structuren zoals Zorg- en Veiligheidshuizen. Wel is het verplicht om een coördinator te benoemen zodra een gecoördineerde aanpak wordt opgestart.

De Wams stelt duidelijke kaders voor gegevensuitwisseling. Schuldhulpverleners mogen – bijvoorbeeld tijdens casusoverleg – alleen noodzakelijke gegevens delen en moeten toestemming vragen aan de cliënt, tenzij sprake is van ernstige meervoudige problematiek. In dat laatste geval kan een onderzoek zonder toestemming worden gestart, mits aan strenge criteria is voldaan.

Schuldhulpverleners mogen gegevens delen met (uitsluitend) de partijen die zijn opgenomen in de limitatieve lijst in Bijlage I van de AMvB p. 73, waaronder Wmo-aanbieders, GGD, jeugdhulpaanbieders, gemeente, Veilig Thuis, CIZ, Politie, SVB en UWV. Gegevensdeling hoeft niet per se via de coördinator. Gebruik deze checklist om te bepalen of je als schuldhulpverlener zelf gegevens mag delen:

1. Is er sprake van meervoudige problematiek?

Ja → Ga naar stap 2.
Nee → Geen Wams-toepassing → reguliere gegevensdeling (bv. met toestemming cliënt).

2. Heeft de cliënt toestemming gegeven?

Ja → Ga naar stap 3.
Nee → Is er sprake van ernstige meervoudige problematiek?

Ja → Ga naar stap 3 (onderzoek zonder toestemming mogelijk).
Nee → Geen gegevensdeling zonder toestemming.

3. Is de partij met wie ik gegevens wil delen opgenomen in Bijlage I van de AMvB (p. 73)?

Ja → Ga naar stap 4.
Nee → Raadpleeg de coördinator of de partij betrokken mag worden.

4. Zijn de gegevens noodzakelijk voor het onderzoek of de gecoördineerde aanpak?

Ja → Ga naar stap 5.
Nee → Deel de gegevens niet.

5. Zijn er zwaarwegende redenen om de gegevens niet te delen?

Ja (bv. schade aan vertrouwensrelatie) → Deel de gegevens niet.
Nee → Deel de gegevens zelf (via veilige kanalen).

De Wams schrijft de volgende bewaartermijnen voor:

  • Gegevens uit onderzoek naar meervoudige problematiek: max. 1 jaar;
  • Gegevens uit gecoördineerde aanpak: max. 1 jaar na beëindiging;
  • Gegevens uit casusoverleg: max. 1 jaar;
  • Meldingen bij meldpunt niet-acuut: 6 maanden tot 1 jaar.

De Wams schrijft ook voor hoe gegevens veilig moeten worden uitgewisseld en opgeslagen.

Wgs

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) geeft gelukkig nu ook al een (beperkte) grondslag voor gegevensuitwisseling. Bij het opstellen van het plan van aanpak voor schuldhulpverlening mag je checken of de inwoner al ondersteuning krijgt in het kader van de Participatiewet, Wmo of Jeugdwet— en zo ja, wie de hulpverleners zijn. Maar de gemeente mag niet meer informatie vragen of delen dan noodzakelijk. Bijvoorbeeld: het is niet toegestaan dat een schuldhulpverlener medische details over psychische problemen krijgt, tenzij dat strikt nodig is — en dan moet expliciete toestemming gelden of er moet een wettelijke grondslag zijn.

Voortgang wetgeving

Van oud naar nieuw:

  • Het wetsvoorstel is ingediend op 30 januari 2023.
  • Aanvankelijk was de beoogde inwerkingtreding 1 januari 2024. Later is dat verschoven naar 1 juli 2024 wegens zorgen over procedure en veel vragen vanuit Kamer — er waren bijvoorbeeld 280 Kamervragen over het voorstel.
  • In de zomer van 2023 werd de wet controversieel verklaard, wat heeft geleid tot uitstel van behandeling en een hernieuwde discussie over de precieze invulling van de wet.
  • Op 1 juli 2025 stuurde de regering een brief naar de Tweede Kamer over de stand van zaken. Die brief wijst erop dat de wet nog steeds nodig is om het probleem van verspreide gegevens bij meervoudige problematiek op te lossen — gemeenten en hulpverleners ondervinden belemmeringen zonder een wet als Wams.
  • 18 februari 2026: Wijziging van het wetsvoorstel ingediend door staatsecretaris Van Oijen van VWS.
  • 31 maart 2026: De vaste commissie voor VWS, belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel, heeft n.a.v. bovengenoemd wijzigingsvoorstel van 18 februari 2026 besloten tot het uitbrengen van een nader verslag met een aantal vragen aan de staatssecretaris. Onder het voorbehoud dat de in het nader verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
  • Op 30 juni 2026 beantwoordt minister Sterk van VWS de antwoorden in een nota n.a.v. het verslag.

Volg het wetgevingstraject op wetgevingskalender.nl.