Nieuwe beslagvrije voet op zijn vroegst over 1,5 jaar

Asscher en Klijnsma beantwoordden Kamervragen  over de begroting van hun ministerie. Daaruit blijkt, dat de nieuwe vereenvoudigde beslagvrije voet op zijn vroegst op 1 juli 2017 in werking treedt. Klijnsma geeft aan dat zij eind van dit jaar een hoofdlijnennotitie over de beslagvrije voet aan de Tweede Kamer stuurt. Daarna wordt het nieuwe systeem in wetgeving vervat. De benodigde wetgeving wordt medio 2016 aan de Tweede Kamer gezonden. LoesjeNa de behandeling van het wetsvoorstel door het parlement moet aan alle betrokken partijen enige tijd worden gegeven om de nieuwe regeling te implementeren. Hierdoor zullen de nieuwe regels waarschijnlijk op zijn vroegst op 1 juli 2017 in werking treden.

Wat gaat veranderen?
Klijnsma schrijft: ‘Zoals is beschreven in de brief ‘vereenvoudiging beslagvrije voet’ en de kabinetsreactie op het preadvies ‘naar een nieuwe beslagvrije voet’ wordt gewerkt aan een vereenvoudiging van de berekening van de beslagvrije voet, waarbij het streven is de beslagvrije voet zo veel mogelijk door een vast bedrag per leefsituatie vorm te gegeven. Bij de vaststelling van dit vaste bedrag wordt aansluiting gezocht bij de uitkomsten van het huidige systeem. Uitgangspunt is daarmee dat de hoogte van de beslagvrije voet grosso modo gelijk blijft. Er kan echter niet uitgesloten worden dat er individuele verschillen zullen zijn met het huidige systeem.’

Huidige beslagvrije voet niet goed berekend door veel gemeenten
In de Verzamelbrief aan gemeenten van 13 november jl. komt de beslagvrije voet ook aan de orde. Klijnsma signaleert dat sommige gemeenten op dit moment niet de juiste beslagvrije voet hanteren bij verrekening en beslaglegging. Deze gemeenten verrekenen een bestaande bijstandsschuld met een lopende bijstandsuitkering, door op de lopende uitkering een vast percentage in te houden. Dit is niet juist. In de verzamelbrief van februari 2009 werd er ook al aandacht voor gevraagd. Klijnsma wijst er nogmaals op, dat het hanteren van een vast percentage in strijd is met de wettelijke bepalingen. Tot slot verwijst ze naar de rekentool waarmee je binnen enkele minuten de beslagvrije voet berekent.

 

Gemeenten mogen experimenteren met minder plichten en meer bijverdienmogelijkheden rond bijstand

Dat is één van de uitkomsten van de stemming gisteren in de Tweede Kamer over moties die waren ingediend bij het Algemeen Overleg over armoede- en schuldenbeleid op 24 september jl. Lees het verslag van dat AO.

Vier moties zijn aangenomen:

  1. StemmingMotie van het lid Karabulut de hoogte van de beslagvrije voet – Deze motie verzoekt de regering, bij de uitwerking van de wetgeving rond beslagvrije voet te onderzoeken of de hoogte van de beslagvrije voet een solide bodem voldoende garandeert.
  2. Gewijzigde motie van het lid Voortman c.s. – Deze motie vraagt om mogelijkheden om te experimenteren met de Participatiewet door minder verplichtingen op te leggen en meer bijverdienmogelijkheden te creëren. Dit geeft de betreffende gemeenten ruimte om te experimenteren met iets wat lijkt op het basisinkomen;
  3. Gewijzigde motie van de leden Voortman en Yücel – Deze motie verzoekt de regering, gemeenten te stimuleren om samen met de Coalitie Van de Straat integrale werkwijzen voor schuldhulpverlening voor jongeren op te zetten, door praktijkvoorbeelden te verspreiden en pilots te starten dan wel te faciliteren;
  4. Motie van het lid Yücel over signaleren van armoede en schulden als onderdeel van het takenpakket van wijkteams – Deze motie verzoekt de regering om te stimuleren dat het signaleren van armoede en schulden een integraal onderdeel wordt van het takenpakket van wijkteams.

Eén motie is aangehouden, een andere verworpen:

Beslagregister

Omdat mijn blog lang uit de lucht is geweest, heb ik nog wat gaten te vullen. O.a. met het ‘nieuws’ rond het beslagregister. Uiterlijk per 1 januari 2016 moeten alle gerechtsdeurwaarders aangesloten zijn bij het Centraal Digitaal Beslagregister. Hier moeten zij alle derdenbeslagen op periodieke betalingen, inclusief beslagen op toeslagen, aanmelden. In 2013 nam het Kabinet hiertoe het besluit. Het beslagregister is door de KBvG gebouwd, met subsidie van de ministeries van VenJ en SZW. Zie het persbericht over de start in december vorig jaar. Dit is een mooie eerste stap richting een systeem voor vroegsignalering en ter bewaking van de beslagvrije voet. Al jaren wordt gewerkt aan een nog breder schuldregister.

Kostendelersnorm

Op 1 januari 2015 is als artikel 22b van de Participatiewet de kostendelersnorm ingevoerd. Dat houdt in dat als iemand een woning deelt met meer volwassenen, de bijstandsuitkering daarop wordt aangepast. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in de woning, hoe lager de bijstandsuitkering. De gemeente gaat er dan van uit dat de bijstandsgerechtigde de woonkosten kan delen. Sinds 1 januari geldt de norm voor nieuwe aanvragers. Sinds 1 juli jl. geldt hij ook voor bijstandsgerechtigden die al in 2014 een uitkering ontvingen. Zie filmpje met uitleg.

De kostendelersnorm is de opvolger van de huishoudinkomenstoets en de huishouduitkeringstoets die allebei erg controversieel waren en het uiteindelijk niet overleefden in de WWB en Wet Werken naar Vermogen.

Ook de kostendelersnorm doet veel stof opwaaien. Zo wordt het door sommigen een ‘boete op solidariteit‘ genoemd. De kostendelersnorm geldt namelijk ook als iemand mantelzorg verleent. Maatschappelijke organisaties luiden de noodklok. Zij zien een verviervoudiging van het aantal mensen dat aanklopt bij de daklozenopvang. En wat als je een vluchteling uit Syrië wilt opvangen?

Overigens is de kostendelersnorm voor mensen met een AOW (dus de ouderen die relatief vaak mantelzorg nodig hebben) uitgesteld tot 1 januari 2018. De overheid wil de effecten hiervan eerst nog onderzoeken, zo staat in de Miljoenennota (p. 82). Maar minister Dijsselbloem verklapte afgelopen zaterdag dat deze ‘mantelzorgboete’ er zeer waarschijnlijk helemaal niet komt. Staatssecretaris Klijnsma is daar niet zo stellig over.

Amsterdam gaat het inkomstenverlies voor een aantal bijstandsgerechtigden compenseren. Voor de huishoudtoets bedachten we destijds ook compensatiemogelijkheden.

De geplande invoering van de kostendelersnorm in de beslagvrije voet per 1 juli jl. is niet door gegaan. Dat schreef staatssecretaris Klijnsma in een brief aan de Tweede Kamer. Gelukkig maar; de berekening van de beslagvrije voet is al complex genoeg. Maar daarover later meer…

Nabrander d.d. 6 oktober: Weg met de kostendelersnorm! – door Hans Nacinovic

Nabrander d.d. 9 oktober: Den Haag gaat in voorkomende gevallen het inkomen aanvullen met Bijzondere Bijstand.

Miljoenennota 2016 definitief

De Miljoenennota 2016 en Begroting SZW 2016 zijn zojuist gepubliceerd. Ik ontdek geen grote verrassingen ten opzichte van wat er al was uitgelekt. Voor het gemak zet ik hieronder nogmaals de belangrijkste zaken op een rij.

De meeste Nederlanders gaan er volgend jaar op vooruit. Werkenden met een minimuminkomen profiteren het meest. Zij krijgen er volgens de koopkrachtplaatjes 5,3% bij. Voor niet-werkenden gelden de volgende koopkrachtplaatjes:

Sociale minima
Paar met kinderen 0,1%
Alleenstaande 0,0%
Alleenstaande ouder 0,0%
AOW (alleenstaand)
(Alleen) AOW 0,8%
AOW + € 10.000 0,1%
AOW (paar)
(Alleen) AOW 0,4%
AOW + € 10.000 0,1%

Tip: kijk naar de zojuist gepresenteerde koopkrachtberekeningen van het Nibud voor meer details.

  • De zorgpremie stijgt volgend jaar met zo’n €7 per maand. Het eigen risico blijft nagenoeg hetzelfde en gaat alleen iets omhoog vanwege de stijgende prijzen. Voor verreweg de meeste mensen die er recht op hebben, stijgt de zorgtoeslag met ongeveer €67.
  • Verhoging arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer €50.000 met max. €700 (NB. in vorige jaren werd hij ook telkens al verhoogd).
  • Volledige en snellere afbouw algemene heffingskorting (ik kan nu nog niet goed inschatten wat dat betekent voor het sociaal minimum. In 2012 werd de afbouw van de dubbele heffingskorting gestart. Lees hier wat dat betekent voor het sociaal minimum).
  • Verhoging inkomensafhankelijke combinatiekorting om de arbeidsparticipatie van werkende ouders met jonge kinderen te bevorderen.
  • Verhoging kinderopvangtoeslag
  • Geen bezuiniging op huurtoeslag
  • Verhoging kindgebonden budget
    2e kind: + €33
    3e kind: + €100
    4e kind e.v.: + €177
  • Lage Inkomens Voordeel (LIV) maakt het vanaf 2017 aantrekkelijk om mensen met een laag inkomen (tot 120% minimumloon) in dienst te houden.
  • Tot nu toe moesten zzp’ers vaak eerst hun pensioen opmaken als ze een beroep deden op de bijstand. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor waarin onder voorwaarden vrijlating van het pensioenvermogen plaatsvindt. Het kabinet heeft gemeenten gevraagd hier in 2015 al rekening mee te houden.
  • Het kabinet gaat de regels rond de beslagvrije voet vereenvoudigen. De regeling is op dit moment te ingewikkeld, waardoor de beslagvrije voet soms te laag wordt vastgesteld.
  • Het kabinet heeft €100 miljoen per jaar vrijgemaakt om armoede en schulden te bestrijden. Het grootste deel hiervan gaat naar gemeenten. In mijn overzicht van gemeentelijke budgetten zie je dat het in 2016 gaat om €90 miljoen.
  • Ik lees niets specifiek over schuldhulpverlening.

 

 

Eerste Kamer neemt Fraudewet aan

De Eerste Kamer heeft zojuist de wet Aanscherping handhaving- en sanctiebeleid SZW-wetten aangenomen. Deze treedt in werking op 1 januari 2013. De meest opvallende elementen binnen deze wet zijn: (a) de (her)invoering van de boete bij schending inlichtingplicht, (b) de terugvorderingsplicht bij fraudevorderingen en (c) het recht om bij recidive de opgelegde boete in de eerste drie maanden met de uitkering te verrekenen zonder rekening te houden met de beslagvrije voet.

Op maandagmiddag 29 oktober organiseert Stimulansz over deze wijzigingen een workshop in Utrecht. In deze workshop gaat – na een korte bespreking van de inhoud van de wet – de aandacht vooral uit naar de vraag hoe de wet is in te passen binnen het eigen gemeentelijke handhavingsbeleid. De focus ligt daarbij op de vraag op welke vlakken de gemeente nog beleidsvrijheid heeft en op welke wijze de gemeente met de aanwezige beleidsvrijheid de effecten van de wet kan beïnvloeden. Vragen die daarbij onder meer aan bod komen zijn:

  • Een nieuw sanctieregime. Wat vraagt dat procesmatig?
  • Is de boete zonder meer gelijk aan het benadelingsbedrag of is er ruimte tot bijstelling?
  • Hoeveel ruimte heeft de gemeente bij de vaststelling van de hoogte van de boete bij nulfraude en hoe kan zij aan die ruimte invulling geven?
  • Hoe kunnen (wellicht) ongewenste neveneffecten van het nieuwe sanctieregime worden ondervangen en wat vraagt dat beleidsmatig?

Daarnaast is er natuurlijk zonder meer aandacht voor de bij verordening te regelen verrekeningsbevoegdheid en zullen er tijdens de workshop verschillende voorbeelden worden gepresenteerd en hoe deze regeltechnisch vorm te geven.

Lees ook: Campagne moet boetes uitkeringsontvangers voorkomen (Divosa) en Minder ruimte voor schuldregeling bij bijstandsfraude.

Beslagvrije voet blijft gehandhaafd in fraudewet

Met een grote meerderheid is de Tweede Kamer vannacht akkoord gegaan met het “wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid szw-wetgeving”. Lees meer op de website van het ministerie van SZW.

Door een aangenomen amendement van Kamerlid Sterk blijft de beslagvrije voet gehandhaafd (het wetsvoorstel ging uit van vervallen beslagvrije voet in de eerste 3 maanden).

Het wetsvoorstel gaat nu naar de Eerste Kamer. Minister Kamp en staatssecretaris De Krom roepen de Eerste Kamer op de wet snel te behandelen. De bewindspersonen willen dat de wet op 1 januari 2013 inwerking treedt.

Kamer over aanscherping sanctiebeleid bijstandsfraude

Gisteren debatteerde de Tweede Kamer over het wetsvoorstel aanscherping handhaving en sanctiebeleid szw-wetgeving. Het lijkt erop dat een meerderheid van de Kamer geen voorstander is van het tijdelijk afschaffen van de beslagvrije voet en het volledig stopzetten van de bijstand in geval van fraude: de overheid moet te allen tijde een bestaansminimum garanderen. Door tegenstanders wordt ook aangegeven dat de maatregelen indirect zullen leiden tot hogere maatschappelijke kosten door huisuitzettingen, kosten maatschappelijke opvang, criminaliteit, etc. Lees het korte of het uitgebreide verslag. Het debat gaat op een later moment verder.

Bijna alle Nederlanders (91%) vinden dat de uitkering bij fraude tijdelijk stopgezet moet worden. 38% vindt dit niet streng genoeg. Dit blijkt uit onderzoek van het ministerie van SZW. De VNG heeft echter kritiek op het onderzoek: ‘De ondervraagden geven aan dat ze niet goed weten hoe fraude wordt bestraft en dat ze geen idee hebben of uitkeringsfraude veel voorkomt. Belangrijkste factor hierbij is de berichtgeving in de media.’

En in Binnenlands Bestuur lees ik: bij mensen in de bijstand is vorig jaar volgens SZW voor in totaal 10 miljoen euro aan verzwegen vermogen, zoals huizen, in het buitenland aangetroffen.

Er wordt ontzettend veel getwitterd en anderszins gelobbyd over dit onderwerp. Uw onafhankelijk blogger van dienst spreekt nu maar eens niet zijn voorkeur uit (zoals ik meestal niet doe). Op 12 september zal ik stemmen.

Schuldenaren zakken onder het bestaansminimum door stapeling beslagleggingen

Mensen met schulden komen door een opeenstapeling van beslagen steeds vaker terecht op een besteedbaar bedrag dat lager is dan in de wet is vastgelegd. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Paritas Passé’, uitgevoerd door onderzoekers van de Hogeschool Utrecht en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden in opdracht van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). Opeenstapeling van beslagen zorgt ook voor een toename van het aantal huishoudens met problematische schulden.

Het is voor het eerst dat is onderzocht in hoeverre de steeds verdergaande incassobevoegdheden van sommige schuldeisers leiden tot aantasting van de beslagvrije voet. Deze beslagvrije voet (= 90% van de bijstandsnorm) is het bedrag dat bij beslaglegging op inkomen niet onder het beslag valt en bedoeld is voor het minimale levensonderhoud. Volgens de onderzoekers is er al lang geen sprake meer van een eenvoudige rangorde tussen concurrente en preferente schuldeisers en duwen zelfs preferente schuldeisers dankzij allerlei bijzondere bevoegdheden elkaar steeds vaker opzij. Zo kan het College voor Zorgverzekeraars bij een premieachterstand van zes maanden de premie rechtstreeks inhouden op het inkomen van de schuldenaar, kunnen verhuurders beslag laten leggen op de huurtoeslag en kan de Belastingdienst bij notoire wanbetalers rechtstreeks geld van de bankrekening afschrijven.

Aanbevelingen
De onderzoekers doen aanbevelingen voor aanpassing van de bestaande wet- en regelgeving zoals het inrichten van een landelijk beslagregister, het uitbreiden van de lijst van goederen waarop geen beslag mag worden gelegd, het aanpassen van een aantal bijzondere incassobevoegdheden en het invoeren van een incasso-effectrapportage.

Bekijk de NOS-uitzending. En Erica Schruer heeft op haar weblog alle (overige) berichtgeving in de media geïnventariseerd.

Relevantie voor gemeenten
Ik richt m’n blog vooral op gemeenten. Wat kunnen die hiermee? Niet zoveel. Nou ja, ze kunnen er in ieder geval voor zorgen dat de schuldhulpverlener erop toeziet dat er goed beslag wordt gelegd; maar dat wordt dus steeds moeilijker. En kijk goed naar je eigen rol als schuldeiser. NB. Als het wetsvoorstel ‘Aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ wordt aangenomen, sluit de gemeente zelf zich ook nog nadrukkelijker aan in het rijtje met schuldeisers met bijzondere incassobevoegdheden!

Minder ruimte voor schuldregeling bij bijstandsfraude

Minister Kamp en staatssecretaris De Krom van SZW hebben vandaag het wetsvoorstel ‘Aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ naar de Tweede Kamer gestuurd. In het voorstel staat:

  • Uitkeringsontvangers die frauderen moeten vanaf 1 januari 2013 altijd de ten onrechte verkregen uitkering terugbetalen en krijgen daarnaast datzelfde bedrag aan boete.
  • De beslagvrije voet wordt in bepaalde gevallen drie maanden buiten werking gesteld. De gemeente kan dus beslag leggen op het volledige inkomen.

Gemeenten worden verplicht de sancties uit te voeren. De mogelijkheden om een schuldregeling te treffen worden zeer beperkt! Let op, in de wet gemeentelijke schuldhulpverlening (art. 3.3) staat een kan-bepaling: “Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een persoon fraude heeft gepleegd […]”. Maar als het nieuwe sanctiebeleid wordt ingevoerd, heeft het dus niet zo veel zin om jezelf in het beleidsplan schuldhulpverlening veel ruimte te geven voor het treffen van schuldregelingen in geval van bijstandsfraude.

Lees ook de reactie van de VNG.

Kinderen betalen mee aan schuld ouders

Staatssecretaris De Krom gaf de Eerste Kamer vorige week uitleg over de gevolgen van de aanscherping van de WWB voor de schuldhulp. Op Schuldinfo.nl wordt het nog wat preciezer uitgelegd aan de hand van een paar voorbeelden.

In de huidige situatie is het zo dat bij beslag op inkomen alleen de partner van de schuldenaar indirect meebetaalt aan de schulden. De beslagvrije voet die geldt voor het beslag op het inkomen wordt namelijk verminderd met het inkomen van de partner, tot maximaal de helft van de beslagvrije voet. Wanneer de wetswijziging wordt doorgevoerd zal ook het inkomen van meerderjarige kinderen meetellen bij de berekening van de beslagvrije voet. Zij gaan dus indirect meebetalen aan de schulden van de ouders. Lees meer.

Aanscherping WWB en gevolgen voor schuldhulp

M’n weekend is begonnen, dus ik neem even niet de moeite om het zojuist gepubliceerde antwoord van staatssecretaris De Krom op vragen van de Eerste Kamer verder samen te vatten. Ik citeer daarom:

‘In antwoord op de vragen […] moet er naar de mening van de regering onderscheid worden gemaakt tussen wie verantwoordelijk is voor de schulden en welk bedrag per maand door de schuldenaar kan worden betaald. Met de invoering van de gezinsbijstand en de huishoudinkomenstoets worden thuiswonende meerderjarige kinderen niet aansprakelijk voor de schulden van de ouder(s). De ouders zijn daarvoor, als schuldenaren, verantwoordelijk en moeten zelf de schulden aflossen. Daarin verandert niets.

Welk bedrag per maand wordt afbetaald, is afhankelijk van de afloscapaciteit van de schuldenaar. Die wordt als eerste bepaald aan de hand van het inkomen van de schuldenaar zelf. Daarnaast bepalen ook de inkomsten binnen een gezin de hoogte van de afloscapaciteit van de schuldenaar. De bepalingen met betrekking tot de beslagvrije voet als bedoeld in het Wetboek van Rechtsvordering zijn in dit wetsvoorstel consistent aangepast aan de nieuwe bepalingen van de gezinsbijstand. Dit betekent in het voorbeeld van de leden van de D66-fractie dat als de ouders schuldenaar zijn en zij hebben inkomen zij dan meer kunnen afbetalen op hun schuld van hun inkomen, als dat kind ook werkt en inkomen heeft. Het kind betaalt niet mee af. Wel wordt door beslagleggers rekening gehouden met de toegenomen draagkracht binnen dat gezin. Het gevolg is dat de schulden sneller kunnen worden afgelost. Als ouders geen inkomen hebben, kunnen zij niet aflossen. Er is immers geen afloscapaciteit. Het kind dat werkt hoeft niet de schuld te betalen. Hij is immers geen schuldenaar.

Als de ouders en het kind gezinsbijstand ontvangen, ligt de situatie anders. De ouders betalen de schuld van de gezinsbijstandsuitkering, die ook voor het kind is bedoeld. Het kind kan dit effect ontlopen door de stap naar werk te maken. Het kind is immers geen schuldenaar. Als hij gaat werken, gaat zijn salaris niet naar de aflossing van de schuld van zijn ouders.’

En nu ga ik mijn zoon ophalen van toneelles. Tot maandag!

Tweede Kamer stemt vóór aanscherping WWB

De Tweede Kamer heeft zojuist ingestemd met het wetsvoorstel voor wijziging van de WWB en samenvoeging met de WIJ. De nieuwe wet is een optelsom van de volgende onderdelen:

Daarnaast zijn er twee amendementen aangenomen:

  • Nr. 29 Amendement Sterk over een langere mogelijkheid voor 65-plussers om in het buitenland te verblijven zonder dat dit gevolgen heeft voor de bijstand.
  • Nr. 71 gewijzigd amendement Ortega-Martijn/Sterk over een voorschot op de bijstand voor bepaalde categorieën vreemdelingen.

De volgende moties zijn aangenomen (deze hebben niet betrekking op de inhoud van de wet):

  • Nr. 43 Motie Dijkgraaf en Sterk over de uitzondering op de gezinsbijstand in het geval van mantelzorg (lees meer).
  • Nr. 44 Motie Sterk voor een regeling binnen de bijzondere bijstand voor de onvermijdbare kosten voor levensonderhoud van gezinnen met drie of meer volwassen personen die wel willen werken maar niet kunnen werken of niet (langer) in staat zijn om te werken.
  • Nr. 45 Motie Sterk c.s. over een implementatie van de huishoudinkomenstoets in de ICT-systemen

Schuldhulpverlening
De wetswijziging heeft ook gevolgen voor schuldhulpverlening. Zo worden het Vrij Te Laten Bedrag, de beslagvrije voet en de afloscapaciteit altijd gerelateerd aan de WWB-normen. De introductie van de huishoudtoets in de WWB betekent, dat meerjarige gezinsleden moeten gaan meehelpen met de aflossing van de schulden.

Meer info
De volledige (nieuwe) wettekst is binnenkort te vinden op overheid.nl. lees meer over de invoerdatum, achtergronden en samenvatting van de wijzigingen.

The measure of a civilization is how it treats its weakest members

Deze uitspraak van Ghandi haalt Michael Moore aan in Sicko. In deze documentaire haalt hij de Amerikaanse verzorgingsstaat genadeloos door het slijk. Na mijn recente avontuur in de VS snap ik nog beter dat Moore door veel Amerikanen – rechts èn links van het politieke spectrum – verguisd wordt. De vuile was buiten hangen getuigt niet van patriottisme.

Hoe civilized is Nederland nog? Gisteren was ik bij een congres in Brussel waar experts uit diverse EU-landen vertelden over de schuldhulpverlening in hun land. Tijdens zulk soort gelegenheden is het juist weer wèl fashionable om gehakt te maken van het beleid van het land dat je vertegenwoordigt. Ik heb zelf verteld over de nieuwe wet en de bezuinigingen. En natuurlijk heb ik ook kritische noten geplaatst. Maar mijn toehoorders vonden veel van mijn kritische noten nogal misplaatst…

Veel EU-landen hebben niet zoals wij de zekerheden en vanzelfsprekendheden als een minimuminkomen, beslagvrije voet, regulering van private schuldbemiddeling en gemaximeerde rentes en incassokosten. Of het feit dat je bij een schuldregeling niet je pensioen hoeft in te leveren (zoals in Hongarije) en je altijd kunt terugvallen op zoiets als de Wsnp.

Engeland kent nog steeds de beruchte loan sharks. In Portugal kun je als wanbetaler bezoek krijgen van men in black met een grote zwarte hoed die je overal achtervolgen. Deze vertegenwoordigers van een incassobureau posten bij je huis en wachten je op bij je werk, zodat binnen de kortste keren iedereen weet dat je schulden hebt. Ze vallen je verder niet lastig, maar maken je wel knap nerveus. Het blijkt een hele effectieve incassomethode en het mag van de Portugese wet. Ook in Zweden – toch jarenlang het beste jongetje van de klas – is de consumentenbescherming behoorlijk afgebrokkeld. De incasso-industrie wordt steeds agressiever en was vorig jaar de meest florerende industrie van het land. In de koude Zweedse winter mag er gewoon het gas, water en licht worden afgesneden. Mijn buitenlandse collega’s reageerden vol ongeloof op het feit dat onze Tweede Kamer vóór het brede moratorium heeft gestemd.

Bij schuldregeling is het altijd de vraag wie het meeste water bij de wijn moet doen: de schuldenaar, de schuldeiser of de overheid. Door de relatief goede consumentenbescherming en het feit dat schuldeisers vaak gedwongen zijn een groot deel van hun schuld kwijt te schelden, zie je dat Nederlandse bedrijven voorzichtiger zijn met het verstrekken van leningen dan elders. Dat heeft dus meteen ook een preventieve werking. In veel andere EU-landen is het de schuldenaar die een levenlang vast zit aan zijn schulden. Of de overheid die flink bijlapt om een deal met de schuldeisers te kunnen realiseren.

En overal in Europa hetzelfde verhaal: huishoudens en regeringen die op de pof hebben geleefd en nu op grote schaal in de problemen komen. En vooral belabberde wet- en regelgeving rond consumentenschulden en schuldhulpverlening. Gisteren werd toch een beetje de chauvinist in mij wakker: hoewel we hier met z’n allen ook flink moeten inleveren, hebben we het vooralsnog best goed voor elkaar.

‘Mortuarium’

Ik heb vandaag tijdens het jaarlijkse sociaal raadsliedencongres de volgende aantekeningen gemaakt:

  • Het Cjib verleent alleen uitstel van betaling van een vordering als de schuldregeling wordt uitgevoerd door een NVVK-lid. Maar de directeur van het Cjib ziet aankomen dat zij dat ‘vaker en breder’ gaan doen. Zie ook;
  • oplossing voor schuldeisers die maar geen reactie krijgen op hun aanmaningen (Nadja, bedankt);
  • Er komt 1 rijksincassobureau. Dus niet meer verschillende incassoprocedures en kosten van de overheid. Wanneer is nog onduidelijk. Er is ook een pilot waarbij lagere overheden zich aansluiten;
  • Het Cjib krijgt mogelijkheden om vorderingen te verrekenen met toeslagen e.d. bij mensen die hun boete niet willen betalen. Wanneer is nog niet bekend;
  • Studieschuld en achterstand zorgpremie zijn preferent boven boete Cjib. Wist ik niet;
  • Sociaal Raadslieden haalden voor 44.000 Rotterdammers in totaal 10 miljoen euro op bij de Belastingdienst (teruggaaf, toeslagen e.d.);
  • Rechtsbijstand mag niet meer worden vergoed vanuit bijzondere bijstand.
  • Wanneer je via het Juridisch loket naar een advocaat verwezen wordt betaal je € 50 minder eigen bijdrage dan wanneer je rechtstreeks naar een advocaat gaat. Het juridisch loket heeft een filterfunctie. Sociaal raadslieden verwijzen ook geen zinloze zaken door, helpen burgers om eerst zonder advocaat te proberen het probleem op te lossen, etc. Maar deze filterfunctie lijkt niet te worden erkend. Sociaal raadslieden moeten dan vervolgens de klant eerst naar het juridisch loket verwijzen. Dubbel werk en onzinning (André, bedankt voor de toelichting);
  • In Friesland loopt een proef van de NVVK en de KBvG. Deze hebben afgesproken dat bij onbetaalde rekeningen wordt gecontroleerd of iemand bekend is in de schuldhulpverlening. Dit heeft wat weg van een moratorium, of…
  • … ‘mortuarium’, zoals de directeur van het Cjib zei. Elk congres is er wel iemand die op deze manier per ongeluk de zaal plat krijgt.

Naschrift 14 jan.: er was discussie over het bankbeslag door het Cjib en het berekenen van de beslagvrije voet. Op LinkedIn Schuldhulpverlening wordt het uitgelegd..

Momentum

Wat gaat 2011 ons brengen? Ik doe een paar voorspellingen. Soms met de wens als vader van de gedachte.

In 2011 komt de wet gemeentelijke schuldhulpverlening er. Daar zet ik een goede fles wijn op in. Het huidige kabinet zal ongetwijfeld nog wel een eigen draai geven aan het wetsvoorstel, bijvoorbeeld door de schuldhulpverlening ‘selectiever en gerichter’ te maken. De wet krijgt wat meer om het lijf dan het huidige wetsvoorstel, waardoor de schuldhulpverlening uniformer wordt en meer duidelijkheid biedt voor schuldenaar, schuldeiser en andere betrokkenen. Goed, dat is niet liberaal, maar wel kostenefficiënt en no nonsense. En dat past dan weer wel bij dit kabinet. Ik denk, dat ze ook wel geneigd zijn om de schuldhulpverlening voor zelfstandig ondernemers wat meer te borgen.

En dan de bezuinigingen. Vergeef me, ik denk dat preventie bij gemeenten een sluitpost wordt. Ze gaan zich vooral richten op curatie. Ik hoop, dat preventie landelijk sterker wordt opgepakt, bijvoorbeeld door het nog moeilijker te maken om risicovolle schulden aan te gaan.

Het boek over de looptijd van de schuldregeling is vorig jaar al gesloten, maar ik verwacht wel een hernieuwde discussie over de zwaarte van het schuldhulpverleningstraject in relatie tot de hoogte en aard van de schulden. De discussie over het brede moratorium is nog niet geslecht, maar ik verwacht, dat die er voorlopig niet zal komen. 2011 is het jaar waarin ook de certificering opnieuw niet van de grond komt.

Gemeenten zijn genoodzaakt de schuldhulpverlening in 2011 meer toe te snijden op de nieuwe doelgroepen die zich sinds vorig jaar massaal meldden voor schuldhulpverlening: mensen met een bovenmodaal inkomen, hypotheek en hogere opleiding krijgen zelfhulpinstrumenten aangeboden via internet.

Schuldhulpverleners zullen vaker vrijwilligers en eenvoudigere vormen van budgetbeheer inzetten. Gemeenten zullen zoeken naar cofinanciering bij grote bedrijven en woningcorporaties. De klant zal sneller worden verwezen naar particuliere noodfondsen, WSNP, beschermingsbewind, curatele of commerciële schuldhulpverleners.

Er wordt besloten de toeslagen van de belastingdienst weer gewoon na afloop van het jaar uit te keren. Er komt (zoals vroeger) een vangnetregeling voor mensen die hierdoor een jaar in de problemen komen. Inkomensondersteuning wordt verder geautomatiseerd. Gemeentelijke inkomensregelingen worden verder geüniformeerd. De incassomaatregelen van de overheid zelf (Belasting, zorgpremie, Cjib, UWV, SVB, gemeente, DUO, etc.) worden in 2011 tegen het licht gehouden en geüniformeerd.

In 2011 wordt er ook meer gezocht naar samenhang tussen het minnelijke en het wettelijke traject. Hoe verhoudt bijvoorbeeld de aflossingstabel van de NVVK zich tot de wettelijke beslagvrije voet en het VTLB? En moet er in beide trajecten niet veel minder onderhandelingsruimte komen voor schuldeisers en schuldenaren? In 2011 laait de fundamentele discussie op over wie het grootste deel van het schuldprobleem op zijn bord moet krijgen: de schuldenaar, de schuldeiser of de overheid?

2010 was het jaar van de hooggespannen verwachtingen. Je voelt nu het momentum. In 2011 gaat er hoe dan ook veel veranderen!

Bronheffing: niet wanbetaler, maar schuldeisers betalen de rekening

Vorige week werd er een convenant getekend, dat regelt dat de bronheffing voor het innen van de zorgpremie ongedaan wordt gemaakt zodra de wanbetaler zich meldt voor schuldhulpverlening.

Ik werd geattendeerd op het artikel Structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering dat kort daarvoor op 30 maart verscheen in PS Documenta. In het artikel gaan de auteurs Eelco Bruinsma en Marcel Castelijns – beiden werkzaam voor de gemeente Rotterdam – in op de achtergrond en inhoud van die structurele maatregelen. Ze besteden aandacht aan de positie van de verzekeraars, de verzekerden en de werkgevers en uitkeringsinstanties die geconfronteerd worden met de bronheffing. Daarbij werpen ze een kritische blik op de regeling voor de minima. Verder gaan ze in op de gevolgen voor andere schuldeisers, met een uitstapje naar het beslag op loon of uitkering. Premieachterstanden overgang naar de bestuursrechtelijke premie moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Een collectieve zorgverzekering voor minima kan daar volgens de auteurs aan bijdragen. De wetgever verwacht veel van gemeenten en schuldhulpverlening. Maar het is de vraag of die een probleem op kunnen lossen, dat de wetgever en zorgverzekeraars tot dusver niet hebben weten te voorkomen. Daarbij komt de vraag aan de orde of de wetgever niet te vaak uitgaat van de ideaaltypische zelfredzame burger. Ook gaan de auteurs na of de prikkels in de richting van verzekerden en verzekeraars wel voldoende zijn. Een citaat:

‘Het lijkt eenvoudig. De verzekeringnemer is een dief van zijn eigen portemonnee als hij het aan laat komen op de bestuursrechtelijke premie. Het scheelt minimaal €30 per maand. Dat is de theorie. Maar bij beslag of verrekening merkt de verzekeringnemer er weinig tot niets van. De schade is dan hooguit het verschil tussen de wettelijke standaardpremie en de eerder contractueel verschuldigde premie, vaak minder dan € 10. Dat komt omdat de hogere premie direct leidt tot een hogere beslagvrije voet. Maar daardoor is het niet de verzekeringnemer, maar zijn het de andere schuldeisers die de rekening van de bestuursrechtelijke premie gepresenteerd krijgen. Er blijft voor hen maandelijks ongeveer € 30 minder over. Dat geldt ook voor de uitkeringsinstanties die zich op verrekening kunnen beroepen. Die consequentie is, zeker bij fraude met uitkeringen, opmerkelijk.’

‘Met minder geld beter en meer schuldhulpverlening’

Onder deze titel is een document opgesteld door een aantal bekende Nederlanders (bekend in schuldhulpverleningsland..) die een bijdrage willen leveren aan verbetering van de schuldhulpverlening. Deel 1 is te lezen op het weblog van Erica Schruer. De aanbevelingen zijn natuurlijk het interessantst en vat ik samen:

Belangrijke stappen die op korte termijn tot een beperkte maar zeer noodzakelijke verbetering van de effectiviteit leiden zijn:
1. onderscheidt alleen concurrente en preferente crediteuren (en niet de zorgverzekeraars een bronheffing toestaan, de belastingdienst toestaan dat ze direct geld van rekening schrijven en een lagere beslagvrije voet hanteren, etc.);
2. early warning systeem waarmee gemeenten snel een signaal krijgen dat het ergens misgaat;
3. alleen certificeren op organisatieniveau (dus niet schuldhulpverleners);
4. aflossingscapaciteit in Wsnp in eerste plaats aanwenden om de bewindvoerder te betalen, zodat Wsnp ten opzichte van minnelijk traject financieel minder aantrekkelijk wordt;
5. praktijken van incassobureaus om allerlei ongeoorloofde bedragen te eisen bij de inning van vorderingen aan banden leggen;
6. ondersteuning aan gemeenten om vorm te geven aan hun preventie- en nazorgbeleid.

Op de langere termijn is een fundamenteel redesign nodig
Gedachten die de bekende Nederlanders de moeite waard vinden om in dit kader te verkennen zijn bijvoorbeeld:
1. scheidslijn tussen het minnelijk en wettelijk traject opheffen, waarbij het uitgangspunt is dat iedereen de zo licht mogelijke hulp krijgt, maar waarin het ook zo is  georganiseerd dat er altijd een oplossing wordt aangeboden, in uiterste consequentie afgedwongen door de rechter;
2. nieuwe werkwijze gebaseerd op de eerste hulp in een ziekenhuis. waarbij bij aanmelding een screening plaatsvindt om de ernst van de situatie te bepalen. Afhankelijk van de ernst wordt iemand direct, snel of op een later moment geholpen.
3. integrale uitvoering in het kader van de WMO.

Ik kan me helemaal vinden in de aanbevelingen. Ik ben wel benieuwd hoe vooral de aanbevelingen voor de langere termijn worden uitgewerkt. Even wat gedachten die bij mij opkomen:
– Uniformiteit vind ik een belangrijk punt. Zijn we in Nederland niet toe aan 1 landelijke uitvoeringsorganisatie met lokale en regionale dependances, zoals bijvoorbeeld in Ierland en Engeland?
– Ik mis in de aanbevelingen nog het moratorium, maar dat komt wellicht nog in deel 2 of later.
– Hoe gaan we scheidslijn minnelijk-wettelijk opheffen? Bijvoorbeeld door alle schuldregelingen door de rechter te laten uitvoeren, voorbereid door minnelijke schuldhulpverleners (zoals in België).
– Stimulansz schrijft momenteel een handreiking over de aanpak van de wachtlijsten waarin de ziekenhuiswerkwijze ook wordt uitgewerkt.
– Volgens mij is er ook een morele of politieke discussie te voeren over wie nou uiteindelijk de schuld op zich moet nemen: de schuldenaar, de schuldeiser of de gemeente (en dus de belastingbetaler). En hoe zwaar moet de schuldenaar boeten voor zijn onverantwoorde uitgavenpatroon, of hoe zwaar moet de schuldeiser boeten voor het onverantwoord verstrekken van leningen? Hoe lang moet de schuldenaar aflossen, en welk minimuminkomen is nog aanvaardbaar?
– Aansluitend bij het vorige punt zou ik willen dat er in de schuldhulpverlening meer wordt gewerkt met referentiebudgetten van het Nibud. Dus niet iemand standaard op 90% of 95% van de bijstandsnorm zetten, maar goed kijken naar de noodzakelijke uitgaven van het huishouden. In een aantal Europese landen wordt al op die manier gewerkt. (de bijstandsnormen zijn op zich zelf ook al arbitrair, maar dat ter zijde)

Meer commentaar volgt wellicht nog. Ik zit overigens ook klaar voor het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening dat een dezer dagen openbaar zal worden!

Is een breed moratorium haalbaar en wenselijk?

Staatssecretaris Klijnsma probeert de wettelijke regeling voor de gemeentelijke schuldhulpverlening ‘enkele maanden’ eerder in te voeren dan de aanvankelijk genoemde invoeringsdatum 1 juli 2010. De Kamer is overwegend positief over de voorstellen, dus ik verwacht dat dat wel gaat lukken.

Tenzij het moratorium een struikelblok wordt. Kamerleden willen dat er namelijk graag in hebben. En de VNG ook. Klijnsma wil het moratorium nu nog niet opnemen in de wet, omdat dit tot vertraging zou leiden. Ze geeft aan zorgvuldig de (juridische) haken en ogen te willen onderzoeken.

Het brede moratorium heeft zeer aantrekkelijke kanten. Door te verlangen dat schuldeisers tijdelijk hun incassomaatregelen staken, creëer je een afkoelingsperiode waarin je zorgvuldig de problemen in kaart kunt brengen en een oplossing kunt bedenken. Ik vraag me echter af of alle partijen zich voldoende hebben verdiept in de nadelen van het moratorium.

de_rechterHet inperken van eigendomsrechten van schuldeisers is een heel zwaar middel. Vooral als het niet eens zeker is dat het tot meer geslaagde schuldregelingen leidt. De rechter zal het instellen van het moratorium alleen overwegen als hij een goed beeld heeft van de situatie. Een dossier met alle argumenten en feiten moet door de schuldhulpverlener in een paar dagen tijd worden gemaakt, en soms wordt verlangd dat de schuldhulpverlener de schuldenaar begeleidt naar de rechtbank. Dat kost veel tijd en dus geld. Ook het beroep op de rechtbank neemt enorm toe. Om 55.000 klanten per jaar te kunnen behappen heb je meer dan honderd nieuwe rechters nodig.

De wet biedt al de nodige bescherming om over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet te beschikken. Moet je niet eerst beter regelen dat dat wordt nageleefd door schuldeisers? Probleem is dat schuldeisers allerlei manieren vinden om toch hun geld te krijgen. Denk aan vrijwillig of zelfs onder de dreiging van openbare verkoop afgesloten betalingsregelingen of door een combinatie van beslagen, cessies en verrekeningen. De schuldenaar kan elke claim individueel aanvechten via de rechtbank. Maar wellicht is het beter om wettelijk te regelen dat de rechter kan bepalen aan welke schuldeiser(s) het deel boven de beslagvrije voet toekomt, onder bepaling dat elk middel (van deze of andere schuldeisers) dat de beslagvrije voet van betrokkene verder aantast, nietig is.
Om een weloverwogen keuze te maken met betrekking tot het moratorium, is het belangrijk alle argumenten en alternatieven op een rij te zetten. Ik discussieer graag verder op mijn weblog…

Rijnstad Welzijn & Hulpverlening ontwikkelt Informatiekaarten Incassokosten en Beslag op Inkomen voor intermediairs

Rijnstad heeft eerder dit jaar twee informatiekaarten ontwikkeld voor hulpverleners op sociaaljuridisch gebied. Het betreft een informatiekaart over Incassokosten en de toepassing ervan, en één met gegevens met betrekking tot de procedure Beslag op Inkomen. Doel van de kaarten is de alertheid van sociaal raadslieden en andere intermediairs met betrekking tot deze onderwerpen te vergroten. Kort en bondig staat overzichtelijk samengevat wat er komt kijken bij: Incassokosten en kosten, Voorwerk II, incassokosten bij krediettransacties, verborgen incassokosten, redelijkheidtoetsen, berekening BTW over incassokosten, enzovoort. De informatiekaart Beslag op Inkomen zet alles op een rij rond de berekening van de beslagvrije voet, beslag onder belastingdienst, nabetalingen, verrekeningen enzovoort. Sociaal raadslieden kunnen deze kaarten gebruiken bij de dienstverlening aan klanten. Zij kunnen deze kaarten eveneens verspreiden onder de collega-hulpverleners om hen te wijzen op de berekening en toepassing van incassokosten en de beslagvrije voet. Te denken valt aan sociale diensten, Juridisch loket, schuldhulpverleners, advocatuur en anderen hulpverleners. Voor meer informatie: www.rijnstad.nl

Klikt u hier voor: informatiekaart incassokosten
Klikt u hier voor: informatiekaart beslag op inkomen

NB. de beslagvrije voet voor bijstandsgerechtigden kan ook berekend worden via www.wwb-beslagvrijevoet.nl. Dit is dezelfde berekening als op de website van Rijnstad: www.rijnstad.nl/beslagvrije-voet.html.

Rekentool beslagvrije voet beschikbaar

Om sociale diensten te ondersteunen in het correct berekenen van de beslagvrije voet is een rekentool ontwikkeld. De rekentool staat op deze website. Met de rekentool kunt u binnen enkele minuten de beslagvrije voet en daarmee de incassoruimte voor bijstandsgerechtigden berekenen. De tool is ontwikkeld in samenwerking met Stimulansz en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR).

De rekenhulp hanteert de systematiek zoals die in de wet is vastgelegd. De ‘kale’ beslagvrije voet van 90% wordt verhoogd met de woonkosten en de premie zorgverzekeringen conform artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze werkwijze impliceert dat de sociale dienst bij de bijstandsgerechtigden de hoogte van de (reken)huur en de premie ziektekostenverzekering (incl. aanvullende verzekeringen) uitvraagt, voordat er beslag gelegd of verrekend gaat worden. De hoogte van de huurtoeslag en de zorgtoeslag kunnen door de rekentool automatisch worden berekend.

In het voorjaar van 2008 heeft de staatssecretaris tijdens het in ontvangst nemen van het rapport ‘Mensen met schulden in de knel’ van de LOSR, toegezegd het punt van de beslagvrije voet bij verrekening en beslaglegging nog eens bij gemeenten onder de aandacht te brengen. De bevindingen uit de steekproef die de LOSR heeft uitgevoerd onder gemeenten wijzen erop dat sociale diensten op grote schaal de beslagvrije voet niet correct toepassen. Sociale diensten moeten zich houden aan de wettelijke voorschriften op dit punt. Temeer daar het hier gaat om een kwetsbare groep. Door onjuiste berekening van de beslagvrije voet houden uitkeringsgerechtigden een te laag besteedbaar inkomen over. Uit de steekproef van de LOSR is gebleken dat er in voorkomende gevallen op jaarbasis tot € 500,- teveel verrekend wordt. Armoedebestrijding staat hoog op de agenda. Een onjuiste berekening van de beslagvrije voet kan afbreuk doen aan het gemeentelijk armoedebeleid (bron: gemeenteloket SZW).