Basisdienstverlening voor gemeentelijke armoededienstverlening

We moeten terug naar de situatie waarbij het Rijk het bestaansminimum garandeert en gemeenten maatwerk leveren. We stellen gemeentelijke basisdienstverlening en model-beleidskaders vast om te voorkomen dat maatwerk leidt tot willekeur, niet-gebruik en ongewenste verschillen tussen gemeenten. Dat is simpel gezegd de oproep in de Verkenning armoededienstverlening uitgevoerd door Divosa in opdracht van VNG.

De oproep sluit aan op de wens van het huidige kabinet om een model-beleidskader te ontwikkelen (dat lazen we in juni ’25 in het Nationaal Programma Armoede en Schulden) en de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning van het Rijk (juli ’25). Je herkent daarnaast ook voorstellen van het Instituut voor Publieke Economie en de Commissie Sociaal minimum. De oproep om te komen tot een eerlijker en eenvoudiger (gemeentelijk) armoedebeleid vond je ook in de verkiezingsprogramma’s van een aantal politieke partijen. De analyses en oproepen zijn dermate eensluidend dat je verwacht dat ook het nieuwe kabinet hiermee voortvarend aan de slag zal gaan.

Negen adviezen

In de verkenning geeft Divosa negen adviezen:

  1. Werk met gemeenten, Rijk, maatschappelijke en publieke partners aan een landelijk armoedekader met een duidelijke norm voor een toereikend inkomen. Doe dit op basis van gedeelde principes, waarden, doelen en gewenste effecten.
  2. Zorg dat de taken en verantwoordelijkheden van het Rijk en gemeenten beter op elkaar aansluiten en functioneer als gezamenlijke overheid.
  3. Organiseer het netwerk voor een krachtige lobby voor een toereikend, zeker en voorspelbaar inkomen van rijkswege.
  4. Bepaal samen met het Rijk bij de medebewindstaak bijzondere bijstand welke regelingen bij de landelijke norm horen en welke bijzondere normen bij gemeenten passen. Zo passen een aantal regelingen beter bij een landelijk minimum en daarmee bij een centrale uitvoering. Denk aan de individuele inkomenstoeslag, collectieve aanvullende verzekering en studietoeslag.
  5. Werk aan een basisdienstverlening voor armoededienstverlening [afgekeken van basisdienstverlening schuldhulpverlening, red.], die de volgende elementen bevat:
    ● vraaggestuurde dienstverlening;
    ● bredere begeleiding van inwoners in armoede;
    ● eenvoudige toegang;
    ● samenwerking met lokaal middenveld;
    ● vakmanschap.
  6. Voorkom dat de dienstverlening is gebaseerd op tegenstrijdige werkende principes.
  7. Zorg voor ruimte en sturingskracht op lokaal en individueel niveau. Maak een handelingsperspectief om lokaal keuzes te maken, politieke sturing te geven en in te spelen op geografische verschillen en verschillende behoeften van doelgroepen. Ontwikkel ook een kwaliteitskader voor maatwerk voor individuele verschillen, met als uitgangspunt: ongelijk investeren in ongelijke situaties, ongeacht waar iemand woont.
  8. Verbind de ontwikkelingen van armoededienstverlening (en bestaanszekerheid) met andere dossiers, waarin er overlappende ontwikkelingen plaatsvinden.
  9. Neem als VNG en Divosa de regie om samen met het Rijk en maatschappelijke en publieke partners beweging op gang te brengen, zoals een landelijk armoedekader, de normen voor bijzondere bijstand en basisdienstverlening.

Klik om te vergroten:

Meer over dit onderwerp

In de media was veel te doen over dit onderwerp. Van oud naar nieuw:

Kabinet presenteert Hervormingsagenda inkomensondersteuning

Afgelopen vrijdag informeerden minister Van Hijum en staatssecretaris Nobel van SZW de Tweede kamer over de hervormingsagenda inkomensondersteuning. Lees de brief en 6 bijlagen. Deze agenda vervangt het programma met de citroen frisse naam Vereenvoudiging Inkomensvoorzieningen voor Mensen (VIM).

“Te vaak zijn regelingen binnen het huidige stelsel van inkomensondersteuning onvoorspelbaar, ontoegankelijk of onrechtvaardig. Dat komt doordat de wetgeving door de jaren heen steeds complexer is geworden. Het zorgt voor onzekerheid in mensen hun bestaanszekerheid en voor problemen bij uitvoerders als UWV, SVB en gemeenten.” Duidelijk is dat de komende jaren ‘werk’ centraal moet staan en ‘meer moet lonen’ en dat de bijstand binnen de agenda als sluitend vangnet ‘een activerend karakter’ moet hebben en dat de hoogte van de bijstand ‘het noodzakelijke niet te boven gaat’.

Politieke besluitvorming

De haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de hervormingsagenda zullen per stap worden getoetst, en de voorstellen moeten vervolgens gewogen worden in het (volgende) kabinet en de Kamer, inclusief de budgettaire randvoorwaarden. Jaarlijks zal de stand worden opgemaakt binnen welke trajecten vereenvoudigingsopties gereed zijn voor de voorjaarsbesluitvorming.

7 sporen

De agenda volgt 7 sporen:

Spoor 1 is voor (gemeentelijk) armoedebeleid het meest relevant:

In spoor 1 herhaalt SZW wat ze eerder al schreven in o.a het Nationaal Programma Armoede en Schulden over gemeentelijk armoedebeleid:

  • Kabinet wil aantal gemeentelijke regelingen verminderen en komt met model-beleidskader om uniformiteit en effectiviteit te verbeteren. Tegelijk moet er ruimte blijven voor maatwerk.
  • In de hervormingsagenda wordt niet gerept over centralisering van gemeentelijke regelingen (maar we weten dat Nobel gecharmeerd is van de voorstellen van IPE om bijvoorbeeld de kinderopvang-, laptop- en meerkostenregelingen en de studietoeslag, collectieve zorgverzekering en individuele inkomenstoeslag te centraliseren. De studietoeslag wordt overigens waarschijnlijk sowieso al gecentraliseerd in vervolg op een aangenomen motie).
  • Gemeenten, UWV en SVB gaan samenwerken aan loketten met (vooringevulde) aanvragen en gegevensdeling. Er komen experimenten met gegevensdeling voor betere (proactieve) dienstverlening in gemeenten die koploper willen zijn.
  • Op middellange termijn verkent SZW waar automatische toekenning mogelijk en wenselijk is, te beginnen met gemeentelijke minimaregelingen, de Toeslagenwet en de kwijtschelding van gemeentebelastingen. (Ambtshalve toekenning IIT mag vanaf 1-1-2026).
  • Specifiek voor de kwijtschelding van gemeentebelastingen voor mensen met een Wajong- of WIA-uitkering is aan lokale overheden gevraagd de eerder gecommuniceerde, tijdelijke oplossing te continueren.

Toereikendheid sociaal minimum

Het kabinet heeft de analyse van de Commissie sociaal minimum uit 2023 geactualiseerd op basis van de nieuwe armoededefinitie van het CBS, Nibud en SCP en de onderliggende minimum voorbeeldbegrotingen. Daaruit blijkt dat huishoudens in principe voldoende inkomen hebben voor minimaal noodzakelijke uitgaven, als zij de uren werken waar zij toe in staat zijn, alle landelijke regelingen aanvragen waar zij recht op hebben, goed met geld kunnen omgaan en geen onvermijdbare hoge uitgaven hebben. Een aantal huishoudtypen heeft ook enige ruimte om tegenvallers op te vangen, al is deze ruimte beperkt. De financiële situatie van veel huishoudens rond het sociaal minimum is verbeterd ten opzichte van 2023, mede door de verhogingen van het kindgebonden budget en de huurtoeslag in de afgelopen jaren. Hoewel het sociaal minimum op papier dus toereikend lijkt, toont de analyse aan dat in de praktijk veel mensen niet rondkomen door complexiteit, niet-gebruik, afhankelijkheid van toeslagen en onvoorziene uitgaven.

Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid

Het zeer lezenswaardige onderzoeksrapport van het Instituut voor Publieke Economie (IPE) belicht de complexe realiteit van inkomensafhankelijke gemeentelijke regelingen, waarmee gemeenten noodgedwongen de lacunes in landelijk beleid opvullen. Hoewel deze regelingen essentiële ondersteuning bieden aan mensen met een laag inkomen, veroorzaken ze ook rechtsongelijkheid, complexiteit en inefficiëntie.

De 21 onderzochte gemeenten kennen maar liefst 90 verschillende inkomensafhankelijke regelingen. Hetzelfde huishouden kan, afhankelijk van de woonplaats, €200 meer of minder per maand krijgen. In 2021 ging er naar schatting bijna € 1 miljard om in gemeentelijk minimabeleid. Hiervan werd 2/3 besteed aan bijzondere bijstand en 1/3 aan regelingen die hier niet onder vallen. Gemeentelijke regelingen kunnen oplopen tot 7% van het inkomen van een huishouden in de bijstand.

Aanbevelingen

IPE vond 5 regelingen die het beste bij gemeenten passen, omdat ze gericht zijn op individueel
maatwerk of lokale verschillen. Maar de onderzoekers vonden ook 6 regelingen die beter landelijk kunnen worden uitgevoerd, omdat de Rijksoverheid voldoende gegevens heeft en er geen individueel maatwerk nodig is. Ten slotte vonden ze 21 participatieregelingen die gemeenten kunnen samenvoegen tot één minimatoelage. Ze doen uiteindelijk de volgende aanbevelingen, die ik van harte onderstreep en die bovendien goed aansluiten op die van de Commissie Sociaal Minimum en het programma Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor Mensen (VIM):

Rijksoverheid:Gemeenten:
1.Verminder de afhankelijkheid van gemeentelijke regelingen door de bestaanszekerheid via landelijk beleid te
verhogen.
2. Centraliseer kinderopvang-, laptop- en
meerkostenregelingen en de studietoeslag, collectieve zorgverzekering en individuele inkomenstoeslag.
3. Maak geld geven makkelijker voor gemeenten en hanteer een heldere, werkbare definitie van inkomenspolitiek. (en maak ambtshalve verstrekking mogelijk, red.)
4. Spreek met de Belastingdienst af welke
regelingen wel en niet worden belast.
5. Maak expliciet welke regelingen gemeenten moeten en mogen aanbieden
en tegen welke voorwaarden.
6. Richt een landelijk kennis- en datacentrum op voor gemeentelijk minimabeleid (aansluitend op DDAS, red.)
1. Voeg participatieregelingen samen in
één minimaregeling (zie fig. 3.1 hieronder en voorbeeld Wageningen, red.)
2. Geef deze minimaregeling zoveel mogelijk de vorm van vrij besteedbaar geld.
3. Expliciteer regelingen in de bijzondere
bijstand.
4. Vereenvoudig het aanvraagproces zoveel mogelijk en ken zoveel mogelijk
proactief toe.

Interessante figuren

De volgende figuren vatten het rapport wat verder samen. Klik om ze te vergroten.

In figuur 1.6. zie je de waarde van formele en informele regelingen. Formele regelingen worden volledig door de gemeenten gefinancierd en uitgevoerd. Deze regelingen zijn in lokale verordeningen vastgelegd en elke inwoner die aan de voorwaarden voldoet, heeft hier recht op. Informele regelingen zijn regelingen die niet door de gemeente worden uitgevoerd.

In figuur 3.1. zie je welke regelingen kunnen worden gecentraliseerd, samengevoegd of afgeschaft. Zie legenda midden-boven en klik om te vergroten.

Aanvullingen

Utrecht loopt met bufferbudget vooruit op wijziging Participatiewet

De gemeente Utrecht en Collectief Kapitaal willen met een crowdfunding €100.000 ophalen waarmee 100 Utrechters een jaar lang een financiële buffer van € 1.000 ontvangen. Met de buffer worden inkomstenverrekeningen opgevangen. Als een bijstandsgerechtigde meer gaat verdienen wordt het extra inkomen niet van de uitkering afgetrokken. Dat geeft rust en neemt een drempel weg om (meer) te gaan werken.

Het bufferbudget van €1.000 is één van de nieuwe maatregelen in het wetsvoorstel Participatiewet in balans (zie p. 13 van de Memorie van Toelichting) dat in juni 2024 naar de Tweede Kamer werd gestuurd. Vandaag debatteerde de Tweede Kamer commissie SZW over het wetsvoorstel. Je kunt het debat terugkijken. Bij 01:26:50 laat staatssecretaris Nobel zich positief uit over het Utrechtse initiatief. Vanaf 01:44:30 geeft hij aan dat hij het onverstandig vindt om gemeenten nu al de ruimte te geven om met gemeentelijke middelen vooruit te lopen op de wetswijziging.

Utrecht heeft trouwens al ruime ervaring met een bufferbudget van €1.500 in het Huishoudboekje.

Volg de ontwikkelingen in het dossier Participatiewet.

In de media

Wageningen vervangt alle minimaregelingen door één maandbudget

Bij het Wageningse Maatschappelijk Meedoen Budget (MMB) wordt vanaf 1 januari 2025 rekening gehouden met de kosten die mensen hebben. Op basis van die optelsom en wat mensen volgens het Nibud nodig hebben om mee te kunnen doen, wordt het verschil door de gemeente bijgelegd. Het bedrag wordt per maand uitbetaald. De nieuwe regeling gaat uit van vertrouwen en eigen keuze. Aanvragers hoeven niet aan te tonen waarvoor ze het geld gebruiken. Met de Maatschappelijk Meedoen Grens (MMG) sluit de gemeente veel beter aan bij de nieuwe landelijke methode om armoede te meten.

Het MMB wordt aangevraagd na een adviesgesprek. In dat gesprek brengt de gemeente met de Voorzieningenwijzer in kaart waar mensen kunnen besparen en van welke regelingen zij gebruik kunnen maken. Mensen kunnen ook in contact worden gebracht met bijvoorbeeld Humanitas of welzijnswerk.

Er zullen ook situaties zijn waarin mensen door het MMB juist mínder geld krijgen dan nu, bijvoorbeeld omdat ze erg lage energiekosten hebben. Niet alle minimaregelingen komen te vervallen. Een aantal regelingen die bijvoorbeeld met gezondheid te maken hebben, blijft bestaan.

Meer info:

Persoonlijk minimabudget Drechtsteden

Lijkt een klein beetje op het eveneens vrij besteedbare Persoonlijk minimabudget in de Drechtsteden. In 2011 werd die geënt op de langdurigheidstoeslag, maar aanvragers hoefden niet ‘langdurig’ een laag inkomen te hebben. Belangrijk verschil met Wageningen is dat mensen een vast bedrag krijgen, zoals ook bij de huidige Individuele Inkomenstoeslag gebruikelijk. Kijk hoe het Persoonlijk minimabudget er anno 2024 uitziet.

Geen basisinkomen maar maatwerkinkomen

Het doet me vooral ook denken aan het maatwerkinkomen, bedacht door mijn oud-collega Evelien Meester van Stimulansz. Lees meer.

Updates

Vereenvoudiging stelsel inkomensondersteuning

Het programma Vereenvoudiging stelsel inkomensondersteuning voor mensen (VIM) gaat de komende twee jaar (2024-2025) op zoek naar mogelijke domeinoverstijgende vereenvoudigingen in het stelsel van inkomensondersteuning. Dit gebeurt in aanvulling op andere initiatieven zoals Staat van de Uitvoering, Commissie Sociaal Minimum, Rapport Toekomst Toeslagen, herziening Participatiewet, IBO Toeslagen, IBO Vereenvoudiging sociale zekerheid en bouwstenen voor een beter en eenvoudiger belastingstelsel.

Er komen oplossingen voor korte- en middellange termijn m.b.t. de volgende knelpunten:

  • Drempel arbeidsparticipatie: Terugvorderingen van inkomensondersteuning, zoals toeslagen, als je meer of vanuit de uitkering gaat werken.
  • Doorwerking regelingen: Herstel van fouten, een nabetaling en/of een belaste eenmalige uitkering werkt door in andere regelingen, waardoor bijvoorbeeld toeslagen worden teruggevorderd.
  • Stapeling van regelingen leidt tot complexiteit, onvoorziene inkomenseffecten en niet-gebruik.
  • Verhoging van WIA- of Wajonguitkering vanwege blijvende hulpbehoevendheid wordt meegerekend bij het inkomen met gevolgen voor toeslagen en het recht op landelijke of lokale voorzieningen.
  • Bij inkomensondersteuning voor mensen met een beperking is onvoldoende zicht op wat mensen uiteindelijk te besteden hebben.
  • De vrijwilligersvergoeding voorziet niet in de wens om te belonen voor inzet, in het bijzonder in de situatie dat de betreffende vrijwilliger een uitkering, (laag) loon of studiebeurs ontvangt.

Er worden ook lange termijnopties uitgewerkt. Dan gaat het o.a. over herziening van het toeslagenstelsel. Dit ter beoordeling aan het volgende kabinet.

Eind 2024 ontvangt de Tweede Kamer een eerste overzicht van mogelijke oplossingen.

De VNG participeert in VIM en roept gemeenten op om goede voorbeelden van vereenvoudigde gemeentelijke regelingen te mailen naar nora.kasmi@vng.nl. Nora, kijk in ieder geval naar recente voorbeelden van Amsterdam en Utrecht.

Kabinetsreactie op rapport commissie sociaal minimum

Met de aanbevelingen van de commissie sociaal minimum in de hand is rond Prinsjesdag stevig onderhandeld over een pakket tijdelijke maatregelen rond bestaanszekerheid. Het is straks aan het nieuwe kabinet om te komen met structurele oplossingen.

Er is al heel veel geschreven over de commissie-rapporten. Ik beperk me hieronder even tot de reactie in een Kamerbrief (10 okt.) van ministers Schouten en Van Gennip met betrekking tot de rol van gemeenten:

De Commissie adviseert om de balans tussen Rijk en gemeenten en tussen gemeenten onderling te herstellen langs vier lijnen: de basis moet op orde zijn, doe landelijk wat landelijk kan, harmoniseer de voorwaarden voor lokale regelingen en wees terughoudend met het belasten van gemeenten met nieuwe taken.
De Commissie signaleert dat het rijk de afgelopen decennia meer verantwoordelijkheden bij gemeenten heeft neergelegd. Mensen zijn daardoor meer afhankelijk geworden van hun gemeente om rond te komen. Ten aanzien van de rolverdeling tussen Rijk en gemeenten doet de Commissie de aanbeveling om lokale regelingen, zoals de gemeentepolis, waar mogelijk te centraliseren. In geval van individueel maatwerk en bij uitgaven waarvan de hoogte per regio verschilt, zoals woonlasten van huurders die geen sociale huurwoning kunnen vinden, vervoerskosten en energiekosten, ziet de Commissie een rol voor gemeenten in het bieden van aanvullende inkomensondersteuning. Hierbij vindt de Commissie het van belang dat de voorwaarden voor lokale regelingen geharmoniseerd worden, zodat gelijke gevallen een gelijke behandeling krijgen ongeacht de gemeente waarin iemand woont. De Commissie raakt hiermee aan fundamentele vraagstukken in de inrichting van het stelsel van inkomensondersteuning.
Als kabinet hebben we het programma Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor Mensen (VIM) opdracht gegeven voor het opstellen van lange termijnscenario’s voor een vereenvoudigd stelsel van inkomensondersteuning. We zullen in het opstellen van deze scenario’s de verhouding tussen centrale en decentrale inkomensondersteuning meenemen.
De door de Commissie geconstateerde verschillen tussen gemeenten, en de gevolgen daarvan voor inwoners, vormen een belangrijk punt van aandacht. De vraag hoe hiermee om te gaan is een grote vraag waar zorgvuldig naar gekeken moet worden. Er is destijds bij de decentralisatie bewust voor gekozen om gemeenten in specifieke situaties maatwerk te laten leveren in aanvulling op het landelijk vastgestelde sociaal minimum en hen hierbij beleidsvrijheid te geven, aangezien zij dicht bij de burger staan. Tegelijkertijd kan ongelijkheid in gelijke gevallen ongewenst zijn. Dit vraagstuk zal moeten worden bezien in het geheel van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk en gemeenten.

Onvoorwaardelijk €1.050 per maand voor gemarginaliseerde jongeren

Eindhoven kijkt tevreden terug op het eerste proefjaar van Bouwdepot. Dat is een interventie die gemarginaliseerde jongeren met financiële stress een jaar lang onvoorwaardelijk €1.050 per maand geeft om daarmee te leren bouwen aan hun toekomst. 

Kernwaardes in de aanpak zijn: financiële rust, onvoorwaardelijk ‘leef- en leergeld’, handelen in vertrouwen en autonomie van de jongeren. Aan het begin stellen de deelnemers een Bouwplan op met daarin hun doelstellingen voor het aankomende jaar. Gedurende en aan het eind van het jaar reflecteren ze op de doelen en passen ze deze aan.

Strikt genomen handelt de gemeente hiermee in strijd met de Participatiewet, maar het rijk gedoogt de proef.*

Lees het onderzoeksrapport, de samenvatting en kijk op hetbouwdepot.nl voor meer info.

* Aanvulling 2 juni: inmiddels is er een second opinion opgesteld door Prof. Geerten Boogaard (Bijzonder hoogleraar Decentrale Overheden), die gemeenten – en in dit geval Eindhoven – in het gelijk stelt. Het Bouwdepot is niet in strijd met de huidige wettelijke kaders, en valt wel degelijk onder de autonomie van gemeenten. Het is eerder zorg-met-bestaanszekerheid en geen bijstand-zonder-voorwaarden en dus niet in strijd met de Participatiewet.

* Aanvulling 13 juni: Bekijk dit filmpje over Bouwdepot.

Zonder nieuw beleid kan 8,1% huishoudens straks niet meer voorzien in basisbehoeften

Normaal gesproken maak ik na de vakantie even een overzichtje van al het nieuws dat je mogelijk gemist hebt. Deze keer is het nieuws erg eentonig en kan het je niet ontgaan zijn: Steeds meer mensen komen in de financiële problemen, en het kabinet wordt opgeroepen met oplossingen te komen.

Het rijk aan zet

Gemeenten hebben met o.a. de energietoeslag de ergste pijn wat verzacht, maar roepen het kabinet nu op om de volgende reparatie niet opnieuw bij gemeenten te beleggen. Het kabinet moet komen met landelijke maatregelen. VNG-bestuurder Peter Heijkoop noemt het een farce dat het kabinet de koopkrachtcrisis niet kan oplossen. Heijkoop denkt dat bijvoorbeeld het versneld en meer verhogen van het minimumloon een goede maatregel zou zijn. Ook een eenmalig extraatje voor mensen die zorgtoeslag ontvangen zou volgens hem veel mensen lucht kunnen geven.

Armoedebestrijding en koopkrachtbescherming moet topprioriteit zijn, vinden Nederlanders. Tegelijkertijd is er weinig vertrouwen dat de overheid deze taken goed oppakt. Dat zijn uitkomsten van een opiniepeiling die I&O Research uitvoerde voor het ministerie van SZW.

Meer armoede

Zonder nieuw beleid daalt volgens het CPB de koopkracht van huishoudens dit jaar met 6,8%, om volgend jaar met 0,6% slechts licht te herstellen. Het CPB verwacht een inflatie van 9,9%, en voor 2023 4,3%. Hierdoor neemt de armoede toe. Het aandeel personen in armoede (met maximaal een basisbehoeftenbudget) stijgt volgend jaar tot 8,1% (het was 5,7% in 2021). Voor kinderen is dat zelfs 9,8% (7,2% in 2021). Vorige maand meldde het Nibud ook al dat steeds meer mensen financieel klem zitten. Mensen in een schuldregeling komen niet meer rond met het vrij te laten bedrag. Ophoging van het vtlb is alleen een optie voor mensen met een wat hoger inkomen.

Prinsjesdag

Het CPB zegt dat de verwachting zeker sinds de jaren 90 niet zo somber was. Op Prinsjesdag publiceert het CPB een update van de verwachtingen, met daarbij de impact van eventuele extra kabinetsmaatregelen. Prinsjesdag wordt dit jaar spannender dan ooit.

Energietoeslag studenten

Tot slot nog even het laatste nieuws over de energietoeslag:

SCP en CPB: Verminderen van armoede mogelijk maar kost geld en banen

Gerichte maatregelen om armoede te verminderen zoals de verhoging van de bijstand, zijn effectief, maar kosten geld en vaak banen blijkt uit het zojuist verschenen onderzoek Kansrijk Armoedebeleid van het CPB en het SCP.

Met het huidige kabinetsbeleid neemt de armoede in Nederland de komende jaren met ruim een kwart toe. De stijging van armoede komt met name door de verlaging van de bijstand tot en met 2035 (hoe zat dat ook alweer?).

De armoede in Nederland kan met 60% afnemen door invoering van een basisinkomen. Dit kost veel geld en het arbeidsaanbod zal sterk afnemen. De introductie van negatieve inkomstenbelasting (p. 143) en aanpassingen in bestaand beleid, zoals in de hoogte van de bijstand, leiden tot beperktere armoedevermindering, maar ook tot minder kosten en minder werkgelegenheidsverlies. Investeren in menselijk kapitaal door in te zetten op gezondheid of opleiding is een optie voor de lange termijn.

Als de jaarlijkse verlaging van de bijstand vanaf 2021 wordt teruggedraaid, dan neemt de toekomstige kans op armoede voor personen in de bijstand met bijna de helft af. Maar ook de prikkel om te werken neemt af. Een effectieve manier om armoede onder kinderen te bestrijden, is om het kindgebonden budget te verhogen voor gezinnen met 3 of meer kinderen. Hiermee kan de armoede onder kinderen tot 20% worden teruggedrongen. Een andere mogelijkheid voor het verkleinen van de armoede is om de arbeidskorting voor werkenden met lagere inkomens te verhogen, terwijl voor de ouderen te denken valt aan een verhoging van de AIO. Armoedebestrijding op de langere termijn kan door te investeren in bijvoorbeeld opleiding, gezondheid en de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

In totaal hebben de planbureaus 40 beleidsopties geanalyseerd om de stijgende armoede tegen de gaan. Daarnaast zijn bijna 30 beleidsopties geanalyseerd die armoede op de lange termijn bestrijden.

Experimenten bijstand: aandacht loont

In de afgelopen 2 jaar onderzochten 6 gemeenten of een soepelere aanpak beter werkt om bijstandsgerechtigden naar werk te begeleiden. Dat deden zij binnen de kaders van de ‘Tijdelijke regeling experimenten Participatiewet’ en vorige week werden de resultaten bekend.

Bijstandsgerechtigden die intensief begeleid worden, stromen vaker uit naar werk. Mensen die mogen bijverdienen, komen sneller aan parttime werk. Als bijstandsgerechtigden ontheven worden van hun verplichtingen heeft dat geen negatief effect op hun uitstroom uit de bijstand.

In Amsterdam mogen 5.000 bijstandsgerechtigden tot €200 per maand bijverdienen. De deelnemers blijken ruim 2 keer vaker werk te vinden dan mensen die geen bijverdienpremie ontvangen.

‘In veel gemeenten zijn de uitkomsten echter met veel onzekerheid omgeven’, zo zegt het CPB. ‘Bij toekomstige experimenten is het belangrijk om het aantal verschillende maatregelen te beperken, om meer precieze uitspraken te kunnen doen.’

Staatssecretaris Van Ark noemt in een Kamerbrief de bevindingen interessant, maar verbindt er (nog) geen conclusies aan.

Lees meer op nieuwsszw.nl.

Proef met basisinkomen in Finland zet mensen niet aan om te werken

Een proef in Finland met een basisinkomen voor 2000 werklozen heeft er niet toe geleid dat ze zijn gaan werken, lees ik op nos.nl. Volgens onderzoekers zijn de werklozen niet gemotiveerder om een baan te vinden en meer te verdienen. Wel voelen ze zich gelukkiger.

De proef begon twee jaar geleden. De werklozen, die willekeurig waren gekozen en niet mochten weigeren om mee te doen, kregen van de overheid elke maand € 560 waarvoor ze niets hoefden te doen en waarover ze geen belasting hoefden te betalen. Ook hielden ze de uitkering als ze binnen twee jaar een betaalde baan vonden.

De onderzoekers willen nog geen vergaande conclusies trekken, omdat alleen het eerste jaar (2017) van de proef uitgebreid is bekeken. De onderzoekers zeggen overigens niets over de besparingen die zijn gerealiseerd (minder handhaving, uitkeringsadministratie, etc.)

Ik ben benieuwd of het Realtime inkomensregister en flexibel uitkeringssysteem in Finland wel van de grond komt en succesvol is.

Afbeeldingsresultaat voor basisinkomen

In Nederland mogen gemeenten experimenteren met regelluwe bijstandsverlening. De eerste experimenten lopen eind 2019 af en worden dan geëvalueerd. Ik ben benieuwd wat daar uit komt!

Realtime inkomensregister en flexibel uitkeringssysteem

Afbeeldingsresultaat voor finlandIn een ingezonden brief in de Volkskrant (onderaan deze pagina) lees ik, dat in 2019 in Finland naar alle waarschijnlijkheid een realtime-inkomensregister wordt ingevoerd, dat het inkomen per maand registreert. Dat zou ook een nieuw, flexibel uitkeringssysteem mogelijk maken, dat beter aansluit bij de huidige realiteit van tijdelijke contracten en onregelmatige inkomsten. Zo’n systeem zou een nieuwe, verbeterde versie van het basisinkomen kunnen zijn. Dat moeten wij in Nederland toch ook kunnen? En dan meteen realtime toeslagen, kwijtschelding, schulden/betalingsregelingen, individuele inkomenstoeslag, kinderbijslag en overige inkomensondersteuning en belastingen regelen. Sluit aan op het maatwerkinkomen dat Eveline Meester voorstelde. En wellicht biedt de blockchain technologie, waar bijvoorbeeld Zuidhorn en Utrecht mee experimenteren, aanknopingspunten.

Volgend jaar op werkbezoek in Finland, stel ik voor.

Hobbels op weg naar inkomensondersteuning
Dat we het in Nederland lastig vinden om bestaanszekerheid te garanderen, concludeerde eerder deze week ook de Inspectie SZW in drie rapporten, waaronder het rapport Hobbels op weg naar inkomensondersteuning. De Inspectie heeft gekeken naar de uitvoering bij gemeenten. Lees voor een samenvatting de brief van Staatssecretaris Van Ark aan de Tweede Kamer of de reactie van Divosa of de samenvatting in het rapport zelf. De Inspectie ziet problemen in vier categorieën:

  1. Beperkte aandacht voor financiën en inkomensondersteuning
  2. Administratieve overbelasting
  3. Terughoudendheid bij de inwoners zelf
  4. Drempels in contact met toegangspoorten

Experimenten met de Participatiewet

Op 1 maart 2017 zijn het Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet en de Tijdelijke regeling experimenten Participatiewet gepubliceerd. Deze traden op 1 april jl. in werking. Met het besluit maakt de regering het voor gemeenten mogelijk om te onderzoeken wat het beste werkt om mensen naar werk toe te leiden. In de regeling staat hoe gemeenten een verzoek kunnen indienen om te mogen experimenteren en hoe de toewijzing daarvan verloopt. De initiatiefgemeenten Groningen, Tilburg, Utrecht en Wageningen krijgen de gelegenheid om vanaf 1 april 2017 een verzoek in te dienen. Andere gemeenten kunnen vanaf 1 mei 2017 een verzoek indienen. Lees meer over aanvragen op rijksoverheid.nl.

Lees op mijn blog ook:

En op RTLZ: Terneuzen zet experiment basisinkomen door in aangepaste vorm (27 jan. 2017)

Afbeeldingsresultaat voor basisinkomen

Geen basisinkomen maar maatwerkinkomen

Ik had het voornemen om iets te schrijven over het basisinkomen. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het bericht dat Terneuzen wil pionieren met ‘gratis geld’ voor inwoners en het bericht dat het kabinet dat niet zit zitten.

Maar oud-collega Evelien Meester schreef al het mooie artikel Geen basisinkomen maar maatwerkinkomen, waar ik graag integraal naar verwijs. ‘Maatwerkinkomen’, Dat is precies wat de naam zegt: een inkomen op maat voor iedereen. Geen aparte huur- en zorgtoeslag, uitkering voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid eventueel aangevuld met een Toeslagenwet of bijstand, etc. Dit scheelt heel veel armoede voor mensen die niet alle voorzieningen aanvragen uit onwetendheid of onkunde. Het scheelt heel veel onjuist gebruik van de regelingen, omdat één partij overzicht houdt over de financiële situatie van één gezin. En het scheelt in de uitvoeringslasten, omdat slechts één partij zich in de situatie van dit gezin hoeft te verdiepen en niet meerdere partijen zich hiermee bezig hoeven te houden. Dat is het basisinkomen 2.0: het maatwerkinkomen.

Uit het artikel ‘Rechten van burgers gewoon uitbetalen‘ dat ik in 2008 schreef met Ger Jaarsma (toen NVVK-voorzitter) in Sociaal Bestek:

We hebben in Nederland een oerwoud aan landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen. Het gevolg is dat de burger het overzicht over zijn financiën kwijt is geraakt. Er is een groot niet-gebruik. Ook is er onterecht gebruik van bijvoorbeeld toeslagen, die door de aanvrager terugbetaald moeten worden. Voor mensen met een laag inkomen is dat een groot probleem. Het inkomensbeleid is onstuurbaar geworden. In Nederland streven we naar herverdeling waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. We hebben een sociaal minimum vastgesteld waar niemand onder mag komen. Bovendien compenseren we de kosten die mensen in bepaalde situaties moeten maken, zoals ziektekosten, huur en de kosten van kinderen. Als er schulden zijn, hanteren we een beslagvrije voet of een ‘Vrij Te Laten Bedrag’. Op gemeentelijk niveau vullen we de laatste gaatjes met bijzondere bijstand en andere lokale regelingen. In ons streven naar het creëren van een optimaal en eerlijk inkomensniveau zijn we echter doorgeschoten. Er is een woud aan inkomensafhankelijke regelingen ontstaan. De landelijke rekenkamer kwam in een onderzoek uit op 72 regelingen, en daar zaten de meeste gemeentelijke regelingen nog niet eens bij. Hierdoor ontstaat een averechts effect. De mensen waarvoor de regelingen bedoeld zijn, raken de weg kwijt in dat woud.

Hoewel we het toen niet zo noemden, pleitten we toen eigenlijk al voor een soort maatwerkinkomen. Door gegevens van UWV, Belastingdienst en gemeenten te koppelen kun je direct toeslagen en vergoedingen uitbetalen en belastingen innen zonder dat mensen het moeten aanvragen.

Kabinet ziet basisinkomen niet zitten

Het kabinet wijst het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen af, zo schrijft Asscher in een brief aan de Tweede Kamer. ‘Het invoeren van een onvoorwaardelijk basisinkomen is geen realistische en economisch haalbare optie. Los van de kosten, neemt bij een hoog basisinkomen het arbeidsaanbod af en is bij een laag basisinkomen aanvullende inkomensondersteuning nodig. In het huidige sociale zekerheidsstelsel staat activering centraal en wordt inkomensondersteuning geboden aan specifieke groepen zodat zij kunnen voorzien in hun noodzakelijke kosten van bestaan. Een basisinkomen past niet bij de breed gedeelde politieke ambitie om de arbeidsparticipatie en werkgelegenheid te verhogen.’

Experimenten Participatiewet
Ondertussen staat het kabinet wel toe dat gemeenten gaan experimenteren met bijstandsverlening. Dat staat althans in een ontwerpbesluit dat – voor zover ik kan nagaan – nog niet definitief is vastgesteld. Het ontwerpbesluit ligt in de Eerste Kamer en gaat daarna naar de Raad van State (ik kan het niet vinden in de archieven). Klijnsma wil op 1 januari 2017 starten. lees meer op vng.nl. Lees op mijn blog ook Experimenteren met bijstand en schulden (14 okt. jl.).

Naschrift d.d. 2 jan. 2017: In de Verzamelbrief van SZW (29 dec. ’16) staat dat Klijnsma de ministeriële regeling die de experimenten regelt op 1 maart 2017 in werking wil laten treden. In de verzamelbrief (p.3 en bijlage 1) staat hoe geïnteresseerde gemeenten mee kunnen doen.

Experimenteren met bijstand en schulden…

… in de wijkteams. Om de effectiviteit van wijkteams te vergroten, starten dit najaar vernieuwende experimenten in vijf wijken in Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Utrecht en Zaanstad. De aanpak heeft als doel maatwerk mogelijk te maken in de vijf wijken met:

  • Een brede geldstroom voor maatwerk en integrale ondersteuning: in plaats van aparte gelden voor Wmo 2015, jeugdhulp, participatie, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en armoedebestrijding.
  • Meer handelingsruimte voor het wijkteam en vermindering van de regeldruk.
  • Versterken competenties sociaal werkers.
  • Beschermingsbewind onder regie van de gemeente.
  • Betere aanpak van schulden door preventie, afspraken maken in situaties waar grote problemen dreigen en het instellen van ‘Teams foutherstel’.

De basis voor de experimenten is een analyse van 100 wijkteamcasussen van de vijf steden. Daaruit blijkt dat wijkteams meer slagkracht nodig hebben om kwetsbare huishoudens goed en snel te kunnen ondersteunen. In de publicatie ‘Doen wat nodig is’ die deze week is gepresenteerd op een landelijke bijeenkomst van City Deal Inclusieve Stad, Initiate en VNG, het G32-stedennetwerk en Platform31, staat de analyse van de casuïstiek en de contouren van de experimenten beschreven. Verplichte kost als je met maatwerk(budget) in je wijkteams aan de slag wilt.

…in de Participatiewet. Vrijdag 30 september stuurde staatssecretaris Klijnsma het Ontwerpbesluit Experimenten Participatiewet naar de Eerste en Tweede Kamer. Ze wil liefst per 1 januari 2017 starten met de experimenten. Lees ook Basisinkomen en regelarme bijstand.

Vorige week gaf ik bij de Inspectie SZW de presentatie Creatief met bijstand en schulden.

Basisinkomen en regelarme bijstand

Gemeenten die willen experimenteren met de regels rondom de bijstand, zijn weer een stapje dichterbij hun doel. Of eigenlijk twee. Staatssecretaris Klijnsma laat een wetenschappelijk kader opstellen voor de experimenten én ze wil nog voor het zomerreces een Amvb voorbereiden, zo schrijft zij in een brief aan de Tweede Kamer.

Al in november 2015 werd een motie aangenomen waarin de regering werd verzocht gemeenten de ruimte te geven om te experimenteren.

De gemeenten Groningen, Tilburg, Utrecht en Wageningen hebben een voortrekkersrol. Deze vier zijn al langer bezig met het opzetten van experimenten om te kijken wat de effecten zijn van het versoepelen van bijvoorbeeld de regels rondom bijverdienen in de bijstand of rondom handhaving. Maar ook andere gemeenten mogen straks binnen de gestelde kaders gaan experimenteren!

Nee, geen basisinkomen

Hoeveel ruimte gemeenten krijgen, weet ik nog niet. Dat staat ook niet in de brief van Klijnsma. Maar ik denk dat deze beperkt zal zijn. Het zal in ieder geval geen ‘basisinkomen’ zijn, hoe graag sommigen daarmee ook zouden willen experimenteren. Bij een basisinkomen is het idee dat iedereen – dus ook niet-bijstandsgerechtigden – een basisinkomen krijgt.

In Finland hebben ze de invoering van een basisinkomen serieus overwogen (€800 per inwoner), maar uiteindelijk op de lange baan geschoven. Maar ze doen nog wel mee met een onderzoek naar invoering van een wereldwijd basisinkomen (!).

Campagneactie van de voorstanders van een basisinkomen in Zwitserland (foto: Reuters)

Zwitserland heeft zelfs gisteren nog gestemd over invoering van een basisinkomen. Niet een beetje experimenteren met een regeltje meer of minder, nee, echt een basisinkomen. Maar uiteindelijk vond ruim driekwart van de Zwitsers dat toch niet zo’n goed idee.

Meer lezen over basisinkomen:

Gemeenten mogen experimenteren met minder plichten en meer bijverdienmogelijkheden rond bijstand

Dat is één van de uitkomsten van de stemming gisteren in de Tweede Kamer over moties die waren ingediend bij het Algemeen Overleg over armoede- en schuldenbeleid op 24 september jl. Lees het verslag van dat AO.

Vier moties zijn aangenomen:

  1. StemmingMotie van het lid Karabulut de hoogte van de beslagvrije voet – Deze motie verzoekt de regering, bij de uitwerking van de wetgeving rond beslagvrije voet te onderzoeken of de hoogte van de beslagvrije voet een solide bodem voldoende garandeert.
  2. Gewijzigde motie van het lid Voortman c.s. – Deze motie vraagt om mogelijkheden om te experimenteren met de Participatiewet door minder verplichtingen op te leggen en meer bijverdienmogelijkheden te creëren. Dit geeft de betreffende gemeenten ruimte om te experimenteren met iets wat lijkt op het basisinkomen;
  3. Gewijzigde motie van de leden Voortman en Yücel – Deze motie verzoekt de regering, gemeenten te stimuleren om samen met de Coalitie Van de Straat integrale werkwijzen voor schuldhulpverlening voor jongeren op te zetten, door praktijkvoorbeelden te verspreiden en pilots te starten dan wel te faciliteren;
  4. Motie van het lid Yücel over signaleren van armoede en schulden als onderdeel van het takenpakket van wijkteams – Deze motie verzoekt de regering om te stimuleren dat het signaleren van armoede en schulden een integraal onderdeel wordt van het takenpakket van wijkteams.

Eén motie is aangehouden, een andere verworpen:

Controle is goed, vertrouwen is beter

Een interessante column in de Volkskrant vanmorgen. Over het ‘vertrouwensexperiment’ in Tilburg. Ze willen daar bijstandsgerechtigden hun vrijheid teruggeven. Geen verplichte sollicitaties meer, geen strafkorting, geen tegenprestaties. 46 andere gemeenten, waaronder ook Amsterdam, willen experimenteren met zo’n ‘basisinkomen’. Staatssecretaris Klijnsma buigt zich momenteel over experimenteervoorstellen. Maar misschien is het toch niet zo handig om dit een ‘basisinkomen’ te noemen. De oorspronkelijke gedachte daarbij is namelijk dat iedereen zo’n basisinkomen krijgt, dus ook mensen met een goed inkomen.

Vertrouwensexperimenten kunnen trouwens ook misgaan (!):

Re-integratie bodemloze put

Vorige week was ik bij het geslaagde Jaarcongres Schuldhulpverlening & Armoede van Divosa en HOEZO!. Bekijk alle presentaties waaronder die van mij en Ger Heijers over Noodhulpbureaus.

Rutger Bregman (bekend van o.a. het boek Gratis geld voor iedereen) brak er een lans voor het basisinkomen. Ik ga de discussie over het basisinkomen de komende tijd met meer aandacht volgen en heb daarom alvast een nieuwe rubriek aangemaakt (zie onderwerpen in de zijbalk). Bregman benadrukte ook nog maar eens dat het rendement op re-integratie inspanningen vrijwel nihil is, bijvoorbeeld door het Lock-in effect: als mensen in een traject zitten, spannen zij zich minder in om een baan te vinden. Met de besparing op re-integratie kunnen we deels het basisinkomen financieren. Het ministerie van SZW presenteerde vorig jaar een enigszins hoopgevend SEO-onderzoek waaruit blijkt, dat de lange termijn effecten van re-integratie groter zijn dan de korte termijn effecten. Maar o.a. de directeur van datzelfde SEO en hoogleraar Jouke van Dijk lieten er tijdens het voorjaarscongres van Divosa geen twijfel over bestaan: re-integratie kost meer geld dan het oplevert.

Maar in België zitten ze met hetzelfde probleem, hoor. Echt even kijken:

Basisinkomen, zomerzotheid?

Er is de laatste tijd weer veel aandacht voor het basisinkomen. Vooral het initiatief in Utrecht trekt de aandacht en in de diverse media woedt er een levendige discussie.  Utrecht zoekt 250 mensen om deel te nemen aan een experiment. Terwijl de wethouder op de radio uitlegt wat hij wil en Divosa zich voorstander van een experiment verklaart, legt de VVD in Utrecht uit waarom ze het niets vinden. In Tilburg, waar ook plannen bestaan voor het basisinkomen, stelt de JOVD voor om bij invoering studenten maar gratis bier te gaan verstrekken. De onderbouwing van de tegenstanders lijkt behoorlijk uitgewerkt te worden. Hier worden vier redenen gegeven waarom het basisinkomen een slecht idee is. En oud PvdA politici Vermeend en van de Ploeg noemen het zelfs de zomerzotheid. In de Telegraaf is een discussie over het onderwerp gestart. Gelet op de reacties vinden de lezers het maar niets.

(Met dank aan collega Frans Kuiper uit wiens nieuwsbrief ik vrijelijk geleend heb)