Leiden gaat voor armoedebeleid op maat

Het college van de gemeente Leiden heeft gisteren het beleidsplan armoedebeleid vastgesteld. Maatwerk is daarin het sleutelwoord. Het accent verschuift van generieke inkomensondersteuning naar activering en het wegnemen van belemmeringen om mee te doen. Leiden introduceert een Maatwerkbudget dat wordt belegd bij de wijkteams. Het beleidsplan ligt nu ter inspraak en gaat daarna naar de raad.

Lees het persbericht

 

Geen basisinkomen maar maatwerkinkomen

Ik had het voornemen om iets te schrijven over het basisinkomen. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het bericht dat Terneuzen wil pionieren met ‘gratis geld’ voor inwoners en het bericht dat het kabinet dat niet zit zitten.

Afbeeldingsresultaat voor inkomen berekenenMaar oud-collega Evelien Meester schreef al het mooie artikel Geen basisinkomen maar maatwerkinkomen, waar ik graag integraal naar verwijs. ‘Maatwerkinkomen’, Dat is precies wat de naam zegt: een inkomen op maat voor iedereen. Geen aparte huur- en zorgtoeslag, uitkering voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid eventueel aangevuld met een Toeslagenwet of bijstand, etc. Dit scheelt heel veel armoede voor mensen die niet alle voorzieningen aanvragen uit onwetendheid of onkunde. Het scheelt heel veel onjuist gebruik van de regelingen, omdat één partij overzicht houdt over de financiële situatie van één gezin. En het scheelt in de uitvoeringslasten, omdat slechts één partij zich in de situatie van dit gezin hoeft te verdiepen en niet meerdere partijen zich hiermee bezig hoeven te houden. Dat is het basisinkomen 2.0: het maatwerkinkomen.

Uit het artikel ‘Rechten van burgers gewoon uitbetalen‘ dat ik in 2008 schreef met Ger Jaarsma (toen NVVK-voorzitter) in Sociaal Bestek:

We hebben in Nederland een oerwoud aan landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen. Het gevolg is dat de burger het overzicht over zijn financiën kwijt is geraakt. Er is een groot niet-gebruik. Ook is er onterecht gebruik van bijvoorbeeld toeslagen, die door de aanvrager terugbetaald moeten worden. Voor mensen met een laag inkomen is dat een groot probleem. Het inkomensbeleid is onstuurbaar geworden. In Nederland streven we naar herverdeling waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. We hebben een sociaal minimum vastgesteld waar niemand onder mag komen. Bovendien compenseren we de kosten die mensen in bepaalde situaties moeten maken, zoals ziektekosten, huur en de kosten van kinderen. Als er schulden zijn, hanteren we een beslagvrije voet of een ‘Vrij Te Laten Bedrag’. Op gemeentelijk niveau vullen we de laatste gaatjes met bijzondere bijstand en andere lokale regelingen. In ons streven naar het creëren van een optimaal en eerlijk inkomensniveau zijn we echter doorgeschoten. Er is een woud aan inkomensafhankelijke regelingen ontstaan. De landelijke rekenkamer kwam in een onderzoek uit op 72 regelingen, en daar zaten de meeste gemeentelijke regelingen nog niet eens bij. Hierdoor ontstaat een averechts effect. De mensen waarvoor de regelingen bedoeld zijn, raken de weg kwijt in dat woud.

Hoewel we het toen niet zo noemden, pleitten we toen eigenlijk al voor een soort maatwerkinkomen. Door gegevens van UWV, Belastingdienst en gemeenten te koppelen kun je direct toeslagen en vergoedingen uitbetalen en belastingen innen zonder dat mensen het moeten aanvragen.

Creatief met bijstand en schulden

Tijdens het Divosa voorjaarscongres verzorgde ik samen met Ed Farla (Kredietbank W-Brabant) een workshop over maatwerk in bijstand- en schuldhulpverlening. Bekijk onze presentatie. We zochten de juridische grenzen op en bespraken de Bredase praktijk. Onze workshop viel perfect samen met de lancering van de ‘Omgekeerde Toets’ door Stimulansz. Bij een aanvraag voor bijvoorbeeld inkomensondersteuning of schuldhulp begin je niet – zoals gangbaar – bij het juridisch toetsen op basis van de wet(ten). Nee, je kijkt eerst naar het beoogde effect. De omgekeerde toets bestaat uit vier stappen:

  1. Welk effect wil de klant bereiken?
  2. Valt dit effect onder de grondwaarden van de wet?
  3. Is het besluit ethisch te verantwoorden?
  4. Hoe past dit binnen de randvoorwaarden (juridische toets)?

Lees meer op deomgekeerdetoets.nl en bekijk het filmpje:

Dus wil je meer maatwerk in de uitvoering (zoals Breda) en wil je dat onderbouwen met een stevig (juridisch) verhaal, ga dan even bij Stimulansz te rade.

Maatwerk budget voor wijkteam

Vorige week een inspirerende presentatie gezien van Zaanstad, tijdens een bijeenkomst van Divosa. Over inkomensondersteuning maat. Zaanstad geeft wijkteams carte blanche voor de manier waarop zij inwoners helpen. In een proef stelt de gemeente 4 ton beschikbaar zonder voorwaarden. Het geld mogen professionals van wijkteams besteden aan zaken waarmee zij denken dat inwoners geholpen zijn op het gebied van werk, woning of armoedebestrijding. Dat kan ook gaan om de vergoeding van een laptop of de aanschaf van een fiets. Deze vorm van inkomensondersteuning bestaat naast de bijzondere bijstand, waarvoor nog wel gewoon beleidsregels bestaan. Lees meer op Divosa.nl. Ook van Breda weet ik, dat zij op een vergelijkbare manier aan het experimenteren zijn. De gemeente is zelf positief over de eerste ervaringen. Lees ook nog eens Inkomensondersteuning op maat op dit blog.

Maatwerk versus gelijkheid

Ik ben voor een paar samenwerkende gemeenten de beleidsregels bijzondere bijstand aan het harmoniseren. De beleidsregels verschillen van gemeente tot gemeente, maar hebben gemeen dat ze vrij gedetailleerd beschrijven in welke omstandigheden welke kostensoorten worden vergoed. Voor de uitvoering is dat wel prettig, want de bulk van aanvragen kan – ondersteund met bijvoorbeeld Berekenuwrecht – snel en eenvoudig worden afgehandeld. Maar daarnaast willen deze gemeenten ook meer maatwerk gaan leveren. We willen daarom het aantal beleidsregels reduceren en deze ruimer formuleren.

Heb je deze exercitie al een keer gedaan in jouw gemeente? Zo ja, dan houd ik me aanbevolen voor (goede) voorbeelden! (info@martijnschut.eu)

 

Inkomensondersteuning op maat

maatwerk2Het kan! Aan de keukentafel of in het wijkteam kijken wat ècht nodig is in een gezin. Niet aanbodgericht, maar vraaggericht. Niet categoriaal, maar geïndividualiseerd. En zonder precedentwerking.

Er zijn drie mogelijkheden:

  1. Een potje voor de wijkteammedewerker: een regelvrij budget waarbij de regels van de bijzondere bijstand niet worden toegepast. Deze vorm van inkomensondersteuning is, denk ik, juridisch op het randje. Lees voor de zekerheid de publicatie Maatwerk in armoedebeleid, en dan vooral hoofdstuk 3 over inkomensondersteuning op basis van de gemeentewet. Het is in ieder geval raadzaam om hierbij intercollegiaal te beoordelen of een bepaalde vergoeding gepast is en geen ongewenste effecten heeft in het geval er schulden worden afbetaald. Ik vermoed dat de gemeenten die voor deze optie kiezen de bijzondere bijstand te omslachtig en tijdrovend vinden. En dat ze ervaren dat de Participatiewet het in veel gevallen onmogelijk maakt om iets te verstrekken. Maar..
  2. Je kunt binnen de bijzondere bijstand meer dan je misschien denkt. Maak bijvoorbeeld vaker gebruik van artikel 16. En het hoeft niet heel tijdrovend te zijn: lees de nieuwe handreiking ‘Efficiënt uitvoeren bijzondere bijstand en minimaregelingen‘ over het beperken van de bewijslast en rapportageverplichtingen. Als je goed onderbouwt waarom bijstand moet worden verstrekt, heb je geen probleem met de accountant en is er geen precedentwerking. Lees ook socialevraagstukken onder ‘artikel 16 Participatiewet; fantastisch artikel’
  3. Een derde mogelijkheid is samenwerking met een particulier fonds. Vooral hulpverleners kunnen via een fonds gemakkelijk en snel iets voor hun cliënt te regelen.

2015, het jaar van de grote transities in het sociaal domein

Ik schreef er een column over voor SPRANK:

Column

Geen maatwerk in individuele inkomenstoeslag

Het valt me op, dat de meeste gemeenten niet of nauwelijks een individuele afweging maken bij de toekenning van de individuele inkomenstoeslag. Vaak is gewoon de voormalige langdurigheidstoeslag gecontinueerd, met vergelijkbare toekenningscriteria, maar alleen in andere bewoordingen. Dus de facto een categoriale regeling.Maatwerk

In de Participatiewet staat welke individuele omstandigheden de colleges in ieder geval in de beoordeling van het recht op een individuele inkomenstoeslag moeten betrekken. Bijvoorbeeld de ‘krachten en bekwaamheden’ van de aanvrager en de inspanningen die hij heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Vaak zie ik, dat de gemeente er nu ambtshalve vanuit gaat dat wanneer iemand drie jaar of langer een laag inkomen heeft, hij niet de krachten en bekwaamheden heeft om zijn inkomen te verbeteren. Dat kan natuurlijk, en ik snap ook wel dat het een stuk eenvoudiger is voor de gemeente en aanvrager, maar het is niet de bedoeling van de wet.

Lees anders de Memorie van Toelichting er nog eens op na (§ 4.4).

Zie ik een paar hele creatieve gemeenten over het hoofd?