Basisdienstverlening voor gemeentelijke armoededienstverlening

We moeten terug naar de situatie waarbij het Rijk het bestaansminimum garandeert en gemeenten maatwerk leveren. We stellen gemeentelijke basisdienstverlening en model-beleidskaders vast om te voorkomen dat maatwerk leidt tot willekeur, niet-gebruik en ongewenste verschillen tussen gemeenten. Dat is simpel gezegd de oproep in de Verkenning armoededienstverlening uitgevoerd door Divosa in opdracht van VNG.

De oproep sluit aan op de wens van het huidige kabinet om een model-beleidskader te ontwikkelen (dat lazen we in juni ’25 in het Nationaal Programma Armoede en Schulden) en de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning van het Rijk (juli ’25). Je herkent daarnaast ook voorstellen van het Instituut voor Publieke Economie en de Commissie Sociaal minimum. De oproep om te komen tot een eerlijker en eenvoudiger (gemeentelijk) armoedebeleid vond je ook in de verkiezingsprogramma’s van een aantal politieke partijen. De analyses en oproepen zijn dermate eensluidend dat je verwacht dat ook het nieuwe kabinet hiermee voortvarend aan de slag zal gaan.

Negen adviezen

In de verkenning geeft Divosa negen adviezen:

  1. Werk met gemeenten, Rijk, maatschappelijke en publieke partners aan een landelijk armoedekader met een duidelijke norm voor een toereikend inkomen. Doe dit op basis van gedeelde principes, waarden, doelen en gewenste effecten.
  2. Zorg dat de taken en verantwoordelijkheden van het Rijk en gemeenten beter op elkaar aansluiten en functioneer als gezamenlijke overheid.
  3. Organiseer het netwerk voor een krachtige lobby voor een toereikend, zeker en voorspelbaar inkomen van rijkswege.
  4. Bepaal samen met het Rijk bij de medebewindstaak bijzondere bijstand welke regelingen bij de landelijke norm horen en welke bijzondere normen bij gemeenten passen. Zo passen een aantal regelingen beter bij een landelijk minimum en daarmee bij een centrale uitvoering. Denk aan de individuele inkomenstoeslag, collectieve aanvullende verzekering en studietoeslag.
  5. Werk aan een basisdienstverlening voor armoededienstverlening [afgekeken van basisdienstverlening schuldhulpverlening, red.], die de volgende elementen bevat:
    ● vraaggestuurde dienstverlening;
    ● bredere begeleiding van inwoners in armoede;
    ● eenvoudige toegang;
    ● samenwerking met lokaal middenveld;
    ● vakmanschap.
  6. Voorkom dat de dienstverlening is gebaseerd op tegenstrijdige werkende principes.
  7. Zorg voor ruimte en sturingskracht op lokaal en individueel niveau. Maak een handelingsperspectief om lokaal keuzes te maken, politieke sturing te geven en in te spelen op geografische verschillen en verschillende behoeften van doelgroepen. Ontwikkel ook een kwaliteitskader voor maatwerk voor individuele verschillen, met als uitgangspunt: ongelijk investeren in ongelijke situaties, ongeacht waar iemand woont.
  8. Verbind de ontwikkelingen van armoededienstverlening (en bestaanszekerheid) met andere dossiers, waarin er overlappende ontwikkelingen plaatsvinden.
  9. Neem als VNG en Divosa de regie om samen met het Rijk en maatschappelijke en publieke partners beweging op gang te brengen, zoals een landelijk armoedekader, de normen voor bijzondere bijstand en basisdienstverlening.

Klik om te vergroten:

Meer over dit onderwerp

In de media was veel te doen over dit onderwerp. Van oud naar nieuw:

Geef een reactie