Verfrissend

Vandaag bezocht ik het congres Schulden? Maak er werk van! Nu en in de toekomst. Met een afwijkend programma, zonder de geijkte sprekers en een wat ander publiek dan ik gewend ben. En als goed schuldhulpverlener ben je natuurlijk ook gevoelig voor de lage entreeprijs (75 euro). Verfrissend dus.

Ik heb een paar notities gemaakt:

Workshop ‘papieren ordenen’
Om in de opstartfase van de schuldhulpverlening z.s.m. het schuldenoverzicht op orde te krijgen, biedt Den Haag haar klanten een workshop papieren ordenen, zo vertelt Jan van der Hulst van de GKB. Tijdens de workshop wordt meteen ook beoordeeld of de klant later in het traject zijn eigen administratie op orde kan houden of dat hij begeleiding nodig heeft. Als de workshop niet het gewenste resultaat oplevert, volgt eventueel een huisbezoek. De workshops worden wekelijks aangeboden en duren ongeveer 3 uur.  De ervaring leert dat op deze manier het schuldenoverzicht al binnen 2 á 3 weken rond is. Deelnemers krijgen een handige tabbladenset.

Ketenontstopper
Den Haag zet sociaal casemanagers in als ketenontstopper. Deze casemanager trekt de klant door de bureaucratische keten als er ergens in de keten iets niet soepel loopt. Goed voor de klant, maar ook de ketenpartners leren ervan.

Jongeren en schulden
Tijdens één van de workshops werd voorgerekend wat Mbo-studenten gemiddeld aan het eind van de maand overhouden, of liever gezegd tekort komen. Een bijbaantje is voor Mbo-studenten (vooral niveau 1) bijna niet te realiseren, omdat ze al een volle week naar school moeten, en omdat werkgevers – zelfs voor eenvoudige schoonmaakklussen – toch liever iemand hebben met een hoger niveau. Vooral bij de jongeren waarbij er geen stabiele thuissituatie is (ouders betalen bijvoorbeeld geen ouderbijdrage) ontstaan financiele problemen. Met de IB-groep is niet te onderhandelen over uitstel van betaling of een betalingsregeling. Een aantal gemeenten en kredietbanken geeft aan dat zij geen schuldregeling kunnen treffen, omdat er geen of te weinig aflossingscapaciteit is.

Zelfstandigen
De regering is van mening dat gemeentelijke schuldhulpverlening niet bedoeld is voor zelfstandigen met een nog functionerende onderneming (zie MvT bij wetsvoorstel). Indien het voortbestaan van een onderneming in gevaar is vanwege te hoog oplopende schulden zal de zelfstandige veelal bij een bank aankloppen om extra krediet. Indien het niet mogelijk is het benodigde extra krediet bij een bank te verkrijgen, kan een zelfstandige beroep doen op het Bbz 2004.

Jacqueline Zuidweg van Zuidweg & Partners (wel een ‘geijkte spreker’, maar iemand waarvan je toch altijd weer energie krijgt) verzorgde een workshop over schuldhulpverlening aan zelfstandigen.  Ik was er nu niet bij, maar eerder vertelde ze me, dat ze het jammer vindt dat de regering op dit standpunt staat. De banken en het Bbz 2004 bieden namelijk niet altijd een uitkomst (bij Bbz geldt bijvoorbeeld een inkomensgrens). Het zou mooi zijn als zelfstandigen dan toch nog bij hun gemeente kunnen aankloppen en niet hun ondernemning hoeven te beëindigen. Er wordt vaak gedaan alsof het regelen van schulden van zelfstandigen ontzettend ingewikkeld is, zo vertelde ze. Vooral het berekenen van het VTLB is lastig, omdat er geen regelmatig inkomen is. Maar van het te verwachten inkomen is best een raming te maken. Het is niet heel gemakkelijk, maar best door schuldhulpverleners te leren.

Koopverslaving
Carien Karsten (schrijfster en psychotherapeute) gaf een presentatie over koopverslaving. Een groot deel van de schuldhulpverleningsklanten lijdt daaraan. Ze noemde ook een paar therapieën. Eén daarvan heeft EMDR. Dat is een therapie waarbij de therapeut zijn hand op ongeveer 30 centimeter afstand, voor het gezicht van de klant langs, heen en weer beweegt terwijl hij vragen stelt over de (oorsprong van de) koopverslaving. Mijn vriendin is psycholoog en oud-collega van Carien Karsten en zegt dat het echt werkt! Kortom, stuur je klant naar de GGZ.

Minder zzp-ers door crisis

Door de economische crisis is het aantal zzp’ers in 2009 afgenomen. In het tweede kwartaal van 2009 daalde het aantal zzp’ers voor het eerst; in het derde kwartaal is de daling versneld (cijfers CBS).
De VNG zet op haar website op een rij wat de gemeente voor haar zzp-ers kan doen. Binnenkort verschijnt er een handreiking met nog veel meer voorbeelden. Lees ook het artikel Kleine zelfstandige nieuwe klant voedselbank. Daar zijn onlangs Kamervragen over gesteld. Als de antwoorden de moeite waard zijn, zal ik tzt verslag doen.

Kleine zelfstandige nieuwe klant voedselbank

Steeds meer kleine zelfstandigen komen door de financiële crisis in problemen en kloppen voor hulp aan bij de voedselbanken. Volgens de Voedselbank Nederland gaat het wekelijks om tientallen kleine ondernemers die om gratis levensmiddelen vragen. De inkomsten van veel zelfstandigen zijn de afgelopen maanden zo sterk gedaald, dat ze te weinig geld hebben voor eten en drinken. Het probleem doet zich vooral voor in de Randstad. Daar zitten ook meer kleine bedrijven, bijvoorbeeld in de bouw (bron: NOS).

Ik ben in de afrondende fase van een project in Rotterdam waarbij we zoeken naar mogelijkheden om in Rotterdam het gebruik van minimaregelingen door kleine zelfstandigen te vergroten en de zelfstandige beter in staat te stellen duurzaam een goed inkomen uit de onderneming te realiseren. Binnenkort verschijnt er een handreiking waarmee ook andere gemeenten hun voordeel kunnen doen.

Lees ook het artikel Stille armoede onder starters naar aanleiding van cijfers van de Kamer van Koophandel over Oost-Nederland.

Uit het platform schuldhulpverlening

1. Binnen de Regionale Sociale Dienst Alblasserwaard Oost / Vijfheerenlanden is afgesproken dat er in principe niet meer mag worden ingehouden op de bijstand. De klant moet meteen naar schuldhulpverlening.

2. Tiel heeft Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ), debiteurenbeheer en schuldhulpverlening in 1 unit ondergebracht. Dat heeft voordelen vanwege korte lijnen en overlappen in werksoort.

3. In de wet gemeentelijke schuldhulpverlening wordt niets gezegd over schuldhulpverlening aan zelfstandige ondernemers. In de Memorie van Toelichting wordt waarschijnlijk wel e.e.a. opgenomen. De insteek zal zijn dat zelfstandigen met een levensvatbaar bedrijf in de BBZ kunnen worden geholpen. Als het bedrijf niet meer levensvatbaar is, dan kan schuldhulpverlening worden ingezet. Maar gemeenten kunnen hier zelf beleid op maken.

4. De NVVK komt binnenkort met een handreiking over schuldhulpverlening aan klanten met een eigen huis en hypotheek (deelnemers constateren dat deze doelgroep zich steeds vaker meldt).

5. SZW vertelt dat het onderwerp ‘bezwaar en beroep’ in de nieuwe wet gemeentelijke schuldhulpverlening nog niet is uitgekristalliseerd. Men is er nog niet over uit of er recht op schuldhulpverlening moet bestaan.

6. De looptijd van de schuldregeling was een onderwerp in een tripartite overleg tussen Divosa, VNG en NVVK. De VNG en Divosa zaten aanvankelijk op de lijn dat de looptijd kon worden verlengd (langer dan drie jaar) in twee gevallen: (1) als minnelijk en wettelijk traject niet slagen of (2) als de klant het zelf wil. Een werkgroep van) de NVVK heeft vastgesteld dat er geen uitzonderingen mogelijk moeten zijn op de max. doorlooptijd van 3 jaar. VNG en Divosa hebben nu besloten zich bij het voorstel van de NVVK aan te sluiten. De NVVK moet dit nog wel vaststellen in de Algemene Ledenvergadering op 26 november. Waarschijnlijk wordt de looptijd in januari 2010 aan de orde gesteld in de NEN-commissie.

Nibud lanceert werkloosheidsberekenaar

Geen geld meer kunnen opnemen, aanmaningen ontvangen en de huur of hypotheek niet op tijd kunnen betalen. Nederlanders die het afgelopen jaar hun baan hebben verloren, hebben twee keer zo vaak betalingsproblemen als mensen met een baan. Zo’n acht procent van de Nederlanders is tussen mei 2008 en mei 2009 zijn baan kwijt geraakt of is gedwongen minder gaan werken.

Dit blijkt uit het onderzoek ‘Rondkomen in economische onzekerheid’ van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Daarnaast verwacht nog eens één op de tien werkende Nederlanders binnenkort geen of minder betaald werk te hebben. Om in te kunnen schatten wat het verlies van baan betekent voor het netto maandinkomen heeft het Nibud de ’werkloosheidsberekenaar’ ontwikkeld, een nieuwe tool om mensen wijzer in geldzaken te maken. Met de nibud.nl/werkloosheidsberekenaar kan online worden berekend hoeveel je netto per maand minder in je portemonnee overhoudt als je een werkloosheidsuitkering krijgt. De berekenaar houdt ook rekening met eventuele toeslagen en belastingvoordelen die je krijgt bij een lager inkomen.

Tip voor de gebruiker: raadpleeg vervolgens ook www.berekenuwrecht.nl en bereken op welke aanvullende landelijke en gemeentelijke inkomensverruimende regelingen je recht hebt.

Voor meer informatie lees het volledige persbericht  van het Nibud.

Ondersteuning van zelfstandigen

De gemeente Rotterdam heeft Stimulansz gevraagd advies te geven over de ondersteuning van kleine zelfstandigen met een laag inkomen of dreigende schulden. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn:
1. Hoe bereik je de doelgroep? Hoe dring je het niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen terug?
2. Kan de aanvraagprocedure worden vereenvoudigd? Zijn er vormen van ambtshalve toekenning die kunnen worden toegepast (terugdringing bureaucratie)?
3. Hoe kan de financiele huishouding (vaardigheden en administratie) van de doelgroep worden verbeterd?

We streven ernaar deze kennis zoveel mogelijk te delen met andere gemeenten. Stimulansz zal een rondgang langs gemeenten maken om goede voorbeelden te verzamelen. We houden ons aanbevolen voor suggesties! Ook bezoeken we organisaties zoals de Kamer van Koophandel, Bureau Zelfstandigen, formulierenteams en dergelijke. Op basis hiervan wordt een notitie met een aantal beleids- en uitvoeringsscenario’s uitgewerkt. Per scenario worden de kosten en (maatschappelijke) opbrengsten voor de gemeente Rotterdam beschreven.

Armoede onder zelfstandigen

Voor het aprilnummer van Impuls (tijdschrift Stimulansz) schreef ik het volgende artikel:

In deze Impuls staat de zelfstandige centraal. Daarbij is terecht vooral aandacht voor manieren waarop gemeenten zelfstandigen kunnen ondersteunen bij het opstarten of doorstarten van hun onderneming. Zowel de gemeenschap als de zelfstandige hebben er immers belang bij dat de zelfstandige winst maakt en voldoende opbrengsten heeft om zichzelf en zijn of haar gezin te onderhouden. In dit artikel wordt echter gekeken vanuit een ander perspectief, namelijk vanuit de armoede- en schuldenproblematiek. In tijden waarin de onderneming in een financiële dip zit, is het aan de gemeente om een minimuminkomen te bieden, schuldhulpverlening te bieden en, jawel, dreigend sociaal isolement tegen te gaan. Zelfstandigen zijn per definitie ondernemend, maar dat wil niet zeggen dat er geen sprake kan zijn van sociaal isolement. In sommige sectoren dreigt stille armoede.

Uit de Armoedemonitor 2008 van het SCP blijkt dat van de 175.000 werkende armen in Nederland 60% zelfstandige is. Daarbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de kleine winkeliers, freelancers, alfahulpen, tuinders, boeren, kleine horeca-exploitanten en vissers.

Ongeveer acht procent van de Nederlandse bevolking heeft een laag inkomen. Zelfstandigen hebben met 12 procent vaker dan gemiddeld een laag inkomen. Als we kijken naar de huishoudens onder de niet-veel-maar-toereikendgrens[i], dan zien we dat zelfstandigen (23%) na bijstandsontvangers (37%) de grootste groep vormen. Onder de huishoudens die langdurig onder de ‘basisbehoeftengrens’ verblijven, vormen de zelfstandigen zelfs de grootste groep. Een voor gemeenten meer herkenbare grens is die van het beleidsmatige sociaal minimum, zeg maar de bijstandsnorm. Bijna alle gemeenten hanteren in hun armoedebeleid een inkomensgrens van x% van het sociaal minimum, bijvoorbeeld 110% of 120%. Deze doelgroep bestaat voor 15% tot 20% uit zelfstandigen.

Zelfstandigen hebben een veel grotere kans op armoede dan werknemers. Dit komt voor een deel doordat zij de bescherming missen van het minimumloon en cao-afspraken over lonen, die werknemers wel hebben. Bovendien voelen zij een eventuele daling van de winst van hun onderneming veel directer in hun portemonnee.

Gevolgen
Een armoedesituatie kan voor zelfstandigen grote gevolgen hebben voor het voortbestaan van de onderneming. De overlevingskansen van zelfstandigen die in een bepaald jaar met een laag inkomen geconfronteerd worden, zijn consequent lager dan die van ondernemers met een inkomen boven de lage-inkomensgrens.[ii] Permanente armoede leidt niet tot lagere overlevingskansen van ondernemingen. Kennelijk is permanente armoede geen extra risicofactor. Dit kan te maken hebben met eventuele zwarte inkomsten. Ook kan ‘eten uit de onderneming’ een belangrijke rol spelen, waarbij het bedrijfsvermogen structureel wordt aangewend om in het levensonderhoud te voorzien. Op den duur zal dit de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen.

Agrariërs
Een bijzondere groep zelfstandigen wordt gevormd door tuinders en boeren. Uit cijfers van het Landbouw Economisch Instituut blijkt dat 34% van de gezinnen een inkomen uit bedrijf heeft, dat onder de lage inkomensgrens ligt. Ruim 95% van de agrarische bedrijven wordt met gezinsleden gerund. Deze bedrijven hebben moeite overeind te blijven in tijden van schaalvergroting, bulkproductie en export. De gevolgen leiden tot armoede en bedrijfsbeëindiging. Het bespreekbaar maken hiervan is ‘not done’ in de agrarische wereld. Men probeert ’weg te kijken’ van de problemen en zodoende ontstaat ‘stille armoede’.[iii]

Inkomensondersteuning
De IOAZ en de Bbz gelden als basisvoorziening voor (ex) zelfstandige ondernemers. In aanvulling daarop zijn er tal van landelijke regelingen en regelingen in het kader van het gemeentelijke armoedebeleid waarvan arme zelfstandigen, net als andere minima, gebruik kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan de toeslagen, bijzondere bijstand, de collectieve aanvullende zorgverzekering en regelingen om de kinderen deel te laten nemen aan sport en cultuur. Voor zelfstandigen met structureel een laag inkomen kan de langdurigheidstoeslag van toepassing worden verklaard. Sinds 1 januari is de gemeente namelijk vrij om de langdurigheidstoeslag ook aan werkende minima te verstrekken.

Vaak komen zelfstandigen met een laag inkomen niet in aanmerking voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Er is echter een wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet en Waterschapswet in voorbereiding waardoor kwijtschelding mogelijk wordt van lokale belastingen die de kleine zelfstandige met als privé persoon moet betalen. Ook krijgen gemeenten de mogelijkheid om bij de beoordeling van het vermogen van zelfstandigen aan te sluiten bij de systematiek van de Wet werk en bijstand. Dit betekent een versoepeling van de vermogenstoets.

Een probleem bij het verstrekken van inkomensondersteuning aan zelfstandigen is het vaststellen van het inkomen en vermogen op een peildatum. De bijzondere bijstand wordt door de meeste gemeenten daarom voorwaardelijk vastgesteld. Op basis van jaarstukken vindt definitieve vaststelling plaats of wordt tot terugvordering overgegaan.

Niet-gebruik van voorzieningen
Er zijn geen cijfers bekend specifiek over het niet-gebruik van voorzieningen door zelfstandigen, maar aangenomen mag worden dat het niet-gebruik onder deze groep groter is dan bij andere minima. Een belangrijke reden voor het niet-gebruik is onwetendheid. Vaak is men in de veronderstelling dat inkomensondersteunende regelingen bedoeld zijn voor uitkeringsgerechtigden. Soms speelt ook schaamte of trots. Dit is sterk het geval in de agrarische wereld.

Naar schatting van diverse specialisten is slechts iets meer dan 10% van de kleine zelfstandigen in Nederland verzekerd bij arbeidsongeschiktheid.[iv] Een ongeluk of een langdurige ziekte brengt zelfstandigen vrijwel altijd in financiële problemen. Staatssecretaris Klijnsma schreef onlangs in haar verzamelbrief (febr. 2009) aan gemeenten dat ook de Bbz onderbenut wordt.

Vanuit de rijksoverheid en gemeenten worden diverse activiteiten ingezet om het gebruik van voorzieningen te bevorderen. Van belang is vooral gebruik om informatie over inkomensondersteuning aan te bieden op voor zelfstandigen logische vindplaatsen zoals de Kamer voor Koophandel, website van de gemeente, een starterscentrum, maar ook de diaconieën in agrarische gebieden.

Schuldhulpverlening
Zelfstandigen hebben vaak een groot aantal schuldeisers, relatief hoge schulden en ingewikkelde contracten met schuldeisers, onderaannemers en medewerkers in loondienst. Bovendien is het belangrijk een koppeling te leggen met de uitvoering van de Bbz waarbij gekeken wordt naar de levensvatbaarheid van het bedrijf en de mogelijkheid om een (door)start te maken en een lening te verschaffen. Schuldhulpverlening voor zelfstandige ondernemers is daarom een specialisme. Om een optimale schaal te bereiken werken gemeenten samen met andere gemeenten of gespecialiseerde organisaties.

Geconstateerd moet worden dat het armoedebeleid en de schuldhulpverlening in de meeste gemeenten nog niet zijn toegerust op zelfstandigen. Speciale aandacht voor zelfstandigen kan armoede, schulden, sociaal isolement en verlies aan kennis en kapitaal voorkomen.

Noten:


[i] Deze budgetgerelateerde grens is door het SCP vastgesteld aan de hand van normbedragen voor een alleenstaande van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). De laagste variant ervan, de basisbehoeftengrens, heeft betrekking op vrijwel onvermijdbare uitgaven, zoals voedsel, kleding, wonen en persoonlijke verzorging. De hogere variant, de niet-veel-maar-toereikendgrens, omvat tevens bescheiden uitgaven voor sociale participatie en recreatie.


[ii] EIM, Armoede onder zelfstandigen, december 2004.


[iii] Armoede in de landbouw: Het mocht geen naam hebben. Maar wij gaven het een naam en een gezicht, Werkgroep Landbouw en Inkomen, december 2008.


[iv] Bron: Startbedrijf.nl, maart 2009.

Werkende armen: boekpresentatie Onzeker bestaan

Onzeker bestaanGisteren presenteerde de FNV onder grote belangstelling een nieuw boek met portretten van werkende armen. Een fototentoonstelling gaat door het land reizen. Er zijn in Nederland 1,25 miljoen werkenden die rond moeten komen van een inkomen onder de armoedegrens. Om dit verschijnsel een gezicht te geven hebben journalist Will Tinnemans en fotograaf Chris de Bode ruim twintig mensen geïnterviewd en gefotografeerd. Een tentoonstelling met de foto’s is vandaag en morgen te zien in Amsterdam en later deze maand in Rotterdam en Goes. Meer informatie.

Microfinanciering in het hele land beschikbaar

(Startende) ondernemers met een levensvatbaar bedrijfsplan kunnen sinds begin van dit jaar makkelijker geld lenen. Van beginnende ondernemers kunnen banken vaak niet goed vaststellen wat de risico’s zijn, zelfs bij relatief kleine bedragen, waardoor het verkrijgen van een krediet moeilijk wordt. Een garantiestelling of lening via een fonds kan dan helpen. Het Rijk is gestart met twee proeven waarvoor een totaal bedrag van € 27 miljoen beschikbaar is voor garantstellingen of leningen via een fonds voor microfinanciering (19 miljoen van EZ en 8 miljoen van SZW). Lees meer in de verzamelbrief van SZW van 27 april.

Schuld werkenden deels kwijtgescholden

De gemeente Amsterdam begint volgens het AD een proef waarbij mensen die in de schulden zitten, de periode van aflossing daarvan korter kunnen maken door te werken. Nu moeten mensen in een schuldhulpverleningstraject drie jaar werken om schuldenvrij te raken. De gemeente wil mensen die driekwart van deze periode volmaken, de overige negen maanden kwijtschelden.  ‘De wettelijke periode van drie jaar schuldhulpverlening blijkt te lang. In de praktijk houden veel mensen dat niet vol,’ legt een gemeentewoordvoerder uit. Slechts een op de vier mensen komt in de hoofdstad na zo’n traject definitief uit de schulden. De gemeente mikt in eerste instantie op vijfhonderd deelnemers aan de proef. Het kwijtschelden geldt overigens niet voor mensen die vanuit de bijstand aan het werk gaan.

Looptijd schuldregeling
Dit initiatief staat op gespannen voet met (of moet ik zeggen haaks op) de NEN-norm waarin is bepaald dat de looptijd van de schuldregeling voor mensen met een wat hogere afloscapaciteit kan worden verlengd van 3 naar 5 jaar. Amsterdam beloont mensen die werken, terwijl de NEN-norm juist nadelig uitpakt voor mensen die werken (en een hogere aflossingscapaciteit hebben), in de zin dat zij langer aflossen. Daartegenover staat hopelijk dat er hoger slagingspercentages worden behaald omdat schuldeisers een groter deel van hun vordering terugkrijgen. In Amsterdam heeft de beloning volgens mij geen nadelig effect op het slagingspercentage, omdat het aanbod aan schuldeisers niet wijzigt. De gemeente neemt immers de kwijtschelding van de restschuld voor eigen rekening.

Vroegtijdige signalering
In het Parool lees ik overigens dat de gemeente Amsterdam ook vroegtijdige hulp gaat bieden aan mensen met betalingsachterstanden. In notoire probleemwijken sluiten afnemers van de diensten van woningcorporaties en ziektekostenverzekeraars een contract dat hen verplicht met hulpverleners in zee gaan, die hen thuis opzoeken zodra rekeningen niet betaald worden.

Kwijtschelding lokale belastingen voor kleine ondernemers

Staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken heeft aan de Tweede Kamer bericht dat momenteel een wetsvoorstel in voorbereiding is dat het mogelijk moet maken dat kleine ondernemers (evt. starters) in aanmerking kunnen komen voor een kwijtschelding van lokale belastingen. Het gaat hierbij om gemeentelijke belastingen, provinciale belastingen en waterschapslasten. De staatssecretaris streeft ernaar om het wetsvoorstel op 1 januari 2010 in werking te laten treden. Lees ook het artikel Aandacht voor mogelijkheden bijstand kleine zelfstandigen in financiële problemen op mijn weblog. In het platform armoedebeleid is dit onderwerp ook aan de orde geweest, zie verslag 3 maart. @ Het aprilnummer van Impuls staat in het teken van (o.a. armoedebeleid en schuldhulpverlening voor) kleine zelfstandigen.

Meer of weer werken: wat levert het op?

Nibud heeft een handig instrument ontwikkeld waarmee je kunt berekenen of en hoeveel je er netto op vooruit gaat als je (meer) gaat werken. Daarbij wordt rekening gehouden met o.a. lagere toeslagen en hogere kosten van kinderopvang. Start direct de webwijzer Werk en Geld.
Dit instrument kun je bijvoorbeeld gebruiken om een bijstandsgerechtigde bij uitstroom te informeren over de regelingen waar hij of zij nog recht op heeft bij een wat hoger inkomen. Het brengt ook goed de armoedeval in beeld.
Veel gemeenten gebruiken Berekenuwrecht om hun (ex) klanten te informeren over inkomensondersteuning. Het voordeel is dat Berekenuwrecht naast de landelijke regelingen (toeslagen e.d.) ook de gemeentelijke regelingen omvat. Berekenuwrecht is echter niet gemaakt om de armoedeval te berekenen.

Aandacht voor mogelijkheden bijstand kleine zelfstandigen in financiële problemen

Uit de SZW-verzamelbrief van 9 februari 2009 van staatssecretaris Klijnsma (de belangrijkste onderdelen heb ik vet gedrukt):

“Tijdens het Algemeen Overleg van 21 januari 2009 met de Tweede Kamer over de WWB heeft de Kamer nadrukkelijk de aandacht gevraagd voor de financiële positie van (kleine) zelfstandigen die getroffen zijn of dreigen te worden door de gevolgen van de kredietcrisis. De leden dringen erop aan dat bijstandsaanvragen van zelfstandigen die in de problemen zijn geraakt met zoveel mogelijk spoed worden afgehandeld en dat de gemeenten zo breed mogelijke bekendheid geven aan de mogelijkheden die het besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) biedt voor zelfstandigen in financiële problemen.
Ik onderschrijf de inbreng van de leden van de Tweede Kamer volledig. Bij deze wil ik u dan ook verzoeken om maximaal de mogelijkheden te benutten die het Bbz 2004 u biedt om inkomensondersteuning te verlenen aan zelfstandigen, die als gevolg van een (tijdelijke) terugval in inkomsten niet in de noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen voorzien. Ik ben voornemens om in overleg met de verschillende organisaties van zelfstandigen de mogelijkheden van het Bbz 2004 breed onder de aandacht te brengen. In dat kader verzoek ik u om binnen uw gemeente eveneens brede bekendheid te geven aan de mogelijkheden van het Bbz 2004.
Gezien de huidige situatie doe ik een beroep op u om aanvragen van zelfstandigen met spoed en dienstvaardigheid in behandeling te nemen en u bij de beoordeling van een bijstandsaanvraag in het kader van het Bbz 2004 in eerste instantie zoveel mogelijk te richten op het lenigen van de directe financiële problematiek. Hierbij vraag ik nadrukkelijk uw aandacht voor het belang van tijdige bevoorschotting ten einde te voorkomen dat de zelfstandige in liquiditeitsproblemen geraakt. Bevoorschotting van de algemene bijstand dient uiterlijk binnen vier weken na indiening van de aanvraag plaats te vinden (artikel 14, tweede lid, Bbz 2004 juncto artikel 52 WWB).
Wellicht ten overvloede wijs ik u erop dat het recht op bijstand niet alleen bestaat als de zelfstandige in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert, maar ook als deze in dergelijke omstandigheden dreigt te geraken (artikel 11 WWB)”.

Boeren en tuinders onderberlicht in het armoedebeleid?

Recente cijfers van het Landbouw Economisch Instituut geven aan dat 34% van de gezinnen een inkomen uit bedrijf heeft, dat onder de lage inkomensgrens van 22.000 euro per gezin ligt. Veel gezinnen vullen hun inkomen aan door buiten het bedrijf te gaan werken. Dan nog blijkt dat gemiddeld 23% van de gezinnen met hun totaal inkomen beneden deze grens uitkomt. Per jaar stoppen 3.000 tot 4.000 bedrijven, dat is 7 tot 8 bedrijven per dag. De Werkgroep Landbouw en Inkomen geeft ter gelegenheid van haar tienjarig bestaan een boekje uit onder de titel ‘Armoede in de landbouw- Tien jaar strijd’. Het boekje biedt weinig concrete handreikingen voor gemeentelijk beleid. Het geeft wel treffende beschrijvingen van de problematiek en biedt op die manier toch aanknopingspunten voor de ontwikkeling van armoedebeleid voor boeren en tuinders.