
Voor het eerst in vijf jaar leven er weer meer mensen in armoede. Volgens het CBS hadden vorig jaar 551.000 mensen te maken met armoede, 3,1% van de bevolking. Deze groep mensen houdt na het betalen van de grootste vaste lasten (wonen, energie, zorg) te weinig geld over voor de andere minimale levensbehoeften.
De toename van de armoede heeft te maken met het wegvallen van de energiemaatregelen in 2024 en dan vooral de energietoeslag van veelal € 1.300. Met andere koopkrachtverhogende maatregelen zoals de verruiming van de huurtoeslag en de verhoging van het kindgebonden budget bleef het armoedepercentage in 2024 wel onder het niveau van 2021.
Ook armoede-intensiteit toegenomen
Armen komen inkomen tekort. In 2024 was het inkomen in doorsnee 19% lager dan de armoedegrens. Dat betekent dat de helft van de mensen in armoede meer dan 19% onder de armoedegrens verkeerde. Het tekort was in 2018 nog 12% en liep vooral in 2022 en 2023 op. In die jaren maakten bijstandsontvangers door de energietoeslag een minder groot deel uit van de arme bevolking en werkenden juist een groter deel. In arme huishoudens die voornamelijk inkomen uit werk hebben, komen mensen in doorsnee meer inkomen tekort dan in bijstandshuishoudens. In 2024 ging het bij bijstandsontvangers om 13%. In werknemershuishoudens was het tekort 22% en in zelfstandigenhuishoudens 33%.
Betalingsachterstanden en andere financiële problemen
Het merendeel van de (bijna-) armen had onvoldoende geld om versleten meubels te vervangen, jaarlijks een week op vakantie te gaan of regelmatig nieuwe kleren te kopen. Ook had 17% achterstanden bij de betaling van de maandelijkse huur- of hypotheeklasten, de elektriciteits-, water- of gasrekeningen of bij het afbetalen van een lening of op krediet gekochte artikelen. Mensen die niet arm en ook niet bijna-arm zijn, hadden hier relatief weinig mee te maken.
Van de mensen die arm of bijna-arm zijn, gaf 35% in 2024 aan (zeer) moeilijk te kunnen rondkomen. Bij de mensen die niet arm en niet bijna-arm zijn, was dat 5%. Het percentage armen en bijna-armen dat zegt schulden te moeten maken, kwam uit op bijna 12. Van de mensen in huishoudens met meer inkomen of een voldoende vermogensbuffer was dat 2%. Arme en bijna-arme mensen hebben bovendien vaker problematische schulden en komen vaker in de schuldsanering terecht dan mensen die dat niet zijn. Ook zijn armen en bijna-armen minder tevreden over hun financiële situatie en somberder over de financiële toekomst.
In 2024 had 30% van alle mensen die in armoede leven, te maken met geregistreerde problematische schulden. 1 op de 5 armen heeft al drie jaar op rij problematische schuld.
Cijfers per gemeente
De top vijf van gemeenten met de meeste armoede werd aangevoerd door Vaals (6,9%). De andere gemeenten in de top vijf waren Amsterdam (6,7%), Den Haag (6,4%), Rotterdam (6,3%) en Groningen (5,8%). Bekijk de cijfers per gemeente op Statline. De zijn de cijfers met de nieuwe armoededefinitie. Hier vind je het aantal huishoudens met een inkomen tot x% van het sociaal minimum. Let op, je kunt zelf de variabelen aanpassen en tabellen samenstellen.
Meer lezen
Zie hier de inhoudsopgave van het CBS-rapport:
- Kijk op armoede
- Hoeveel mensen zijn arm?
- Hoeveel kinderen zijn arm?
- Hoeveel werkenden zijn arm?
- Wie zitten er net boven de armoedegrens?
- Wat is de financiële situatie bij armoede?
- Wat betekent armoede voor de leefsituatie?
- Hoe is de leefsituatie van arme kinderen?
- Hoeveel mensen in de Europese Unie zijn arm?