Regeling alleenverdieners

Door een samenloop van regelingen leven ongeveer 6.000 huishoudens onder het bestaansminimum. Het betreft huishoudens waarbij de uitkering van één van de partners, zoals een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering, de belangrijkste of enige bron van inkomen is. Deze huishoudens ontvangen minder toeslagen dan vergelijkbare huishoudens met alleen een bijstandsuitkering, waardoor hun besteedbaar inkomen lager uitvalt. Dit wordt de ‘alleenverdienersproblematiek’ genoemd.

De Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Staatsblad) wijzigt de Participatiewet en regelt dat gemeenten ambtshalve of op aanvraag via categoriale bijzondere bijstand een vast bedrag kunnen uitkeren aan de getroffen huishoudens. Voor 2026 is het bedrag vastgesteld op €1.100. De hoogte van de tegemoetkoming is zo bepaald dat deze naar verwachting toereikend zal zijn voor meer dan 95% van de geraakte huishoudens. De hoogte wordt voor ieder jaar dat de regeling loopt apart vastgesteld. Huishoudens met een groter tekort kunnen terecht bij de gemeente voor aanvullende bijzondere bijstand.

Een structurele oplossing via de Belastingdienst wordt verwacht in 2028.

Op NVVK.nl lees je wat de regeling betekent voor schuldhulpverleners. Bureau WSNP beschrijft in Hoe om te gaan met de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek hoe je de jaarlijkse tegemoetkoming verwerkt in de VTLB berekening.

Handreiking

Lees meer in de Tijdelijke regeling Alleenverdieners problematiek – fase II van de VNG (2 februari 2026)