Is adviesrecht de oplossing?

Afbeeldingsresultaat voor schuldenbewindDeze week was ik bij het kantongerecht en bij een bijeenkomst met bewindvoerders in de Leidse regio. Kort daarvoor beluisterde ik de reportage ‘Onder bewind‘ op radio 1. Aanvankelijk wilden we in de Leidse regio net als in Tilburg adviesgesprekken gaan voeren voorafgaand aan de aanvraag schuldenbewind. Maar nu twijfelen we toch. Wordt het niet veel te bureaucratisch? En gaat dit wel de gewenste besparing opleveren voor gemeenten?

Van de 101 inwoners waarmee Tilburg samen met bewindvoerders een gesprek voerde, kregen 77 inwoners de indicatie bewindvoering. De overige 24 personen konden op een andere manier worden geholpen. Maar dat kost ook geld; dus het is maar de vraag of dit voor de gemeente een besparing oplevert. Joke de Kock, hoofd schuldhulp, verwacht dat je pas op termijn kunt beoordelen of de kosten voor schuldenbewind dalen. De Kock en Roeland van Geuns, lector aan de HvA, vinden dat het wetsvoorstel te vroeg komt.

Van Geuns: ‘Als je bedenkt dat 2,5 tot 4 miljoen mensen beperkte basisvaardigheden hebben zoals digitale-, lees- en rekenvaardigheden, of een beperkt verstandelijk vermogen, dan valt het aantal bewinden (244.000) eigenlijk wel mee. En als je het plaatst in het licht van preventie, en beseft hoeveel kosten je bespaart, dan is de rekening die gemeenten betalen, misschien helemaal niet zo groot.’

Vóór de pilot in Tilburg deed de rechtbank aanvragen in vrijwel alle gevallen schriftelijk af. Snel en efficiënt, maar zonder goed gesprek. Het positieve van de pilot in Tilburg is volgens kantonrechter Rouwen dat er nu wel gesprekken plaatsvinden. Er kan zo een veel duidelijkere opdracht worden gegeven aan de bewindvoerder. Rouwen geeft hiermee invulling aan de ‘schuldenrechter’ die in het regeerakkoord en het Actieplan Brede Schuldenaanpak werd geïntroduceerd.

We moeten de gesprekken in de Leidse regio nog even laten bezinken, maar hebben al wel geconcludeerd dat we veel intensiever willen samenwerken met bewindvoerders. Bijvoorbeeld op basis van een intentieverklaring zoals in Zaanstad. Dat is in het belang van beide partijen, zo concludeerden we tijdens de overigens zeer positieve en constructieve bijeenkomst. In de uitvoering krijg je een goed beeld van de bewindvoerders waarmee het prettig samenwerken is. De bewindvoerders die niet (willen) samenwerken, hopen we in beeld te krijgen via de klanten die bijzondere bijstand aanvragen. De rechtbank houdt zich aanbevolen voor signalen dat bewindvoerders er een potje van maken, zo zeiden ze. Wellicht ontstaat er op termijn een lijst met bewindvoerders waarvan de rechtbank weet dat zij afstemmen met de gemeente. En dat er dan dus geen gebruik hoeft te worden gemaakt van het adviesrecht. Áls dat adviesrecht er al komt. Want ik hoor verschillende betrokkenen twijfelen of het adviesrecht de oplossing is.

Het voordeel van het adviesrecht is wellicht dat de rechtbank straks aanvragen kan voorleggen aan de gemeente wanneer zij twijfelt over de bewindvoerder. En dat gemeente en rechtbank gemakkelijker gegevens kunnen uitwisselen. Nu stuit dat nog op privacybezwaren. Maar dat kan je misschien op een andere manier oplossen dan met adviesrecht.

Er waren 65 reacties op de internetconsultatie.

Een gedachte over “Is adviesrecht de oplossing?

  1. Natuurlijk is het Adviesrecht niet de oplossing Martijn.

    Het was een zoethoudertje van Klijnsma richting Divosa/VNG ten tijde van de discussie over de stijgende kosten van bijzondere bijstand voor bewind. Divosa wilde meer geld of een andere financiering, maar in ieder geval zeker meer inspraak bij de toekenning van bewind omdat het voor gemeenten tot nu toe “ niet bepalen, maar wel betalen” was.

    De wetswijziging 2014 kreeg bij deze publieke discussie, die meer over beelden dan over feiten en cijfers ging, ten onrechte de schuld voor het toenemend aantal aanvragen bijzondere bijstand voor bewind. Onderzoek van Stimulansz liet eerder zien dat het aantal verzoeken om schuldenbewind, hoewel de grond officieel nog niet bestond, juist voor de wetswijziging – in de periode van 2010 tot 2013 – met maar liefst 66% toenam. En hoe pijnlijk was niet de conclusie van de geïnterviewde kantonrechters, die als voornaamste reden aangaven dat de gemeentelijke schuldhulpverlening te weinig soelaas bood: mensen moesten maanden wachten of werden helemaal niet geholpen vanwege niet saneerbare vorderingen, verkeerd gedrag of recidive. Een reeks rapporten van de Ombudsman sloten daarbij aan: de gemeentelijke schuldhulpverlening was, en is nog steeds onvoldoende toegankelijk.
    Het is dus niet verwonderlijk dat mensen met problematische schulden in die periode al op zoek gingen naar andere hulp en dat bewindvoerders daar, als gedegen marktpartij, terecht gretig op inspeelden.

    Over bewindvoering doen, overigens net zoals over schuldhulpverlening, allerlei Indianenverhalen de ronde. In de uitvoering kent iedereen wel voorbeelden van slechte bewindvoerders, maar gedegen onderzoek naar het mogelijk disfunctioneren van de beroepsgroep is er niet. Men laat zich bij het bedenken van alternatieven leiden door onderbuik gevoelens, zonder eerst lokaal onderzoek te doen.
    Voor bewindvoerders werden in 2014 de kwaliteitseisen wettelijk vastgelegd, voor schuldhulpverleners tot op heden nog niet. Dat er op dit moment nog programma’s nodig blijken te zijn als ‘Schouders eronder’ met als doel kennis en vakmanschap in de schuldhulpverlening op te krikken, zegt ook al iets.

    Het Adviesrecht op zich zal de scheefgroei van de laatste tien jaar niet corrigeren.
    Als je er als gemeente ja tegen zegt, krijg je in principe alle bewinden met schulden op je bord. Dus ook de groep die niet in aanmerking komt voor bijzondere bijstand en waar we ons nu eigenlijk niet zo druk over maken. Het motto is dan wel het juiste instrument bij de individuele burger, maar het gaat natuurlijk vooral over geld.
    Een toestroom van aanvragen voor bewind ter advisering waar binnen vier weken daadwerkelijk iets mee moet gebeuren! Nieuwe instroom met voorrang boven de reguliere instroom!

    Als je het Adviesrecht als gemeente serieus wil oppakken, moet je lokaal een gedegen aanbod van diensten met voldoende formatie hebben klaarstaan.
    Waarom dan niet direct de lokale schuldhulpverlening optimaliseren met een breed aanbod gericht op financiële zelfstandigheid en financiële stabiliteit? Opgezet in nauwe samenwerking met ketenpartners, waaronder de wijkteams. Als subsidieverstrekker kun je via sno’s duidelijke afspraken maken over ieders kerntaken en over het al dan niet doorverwijzen naar bewind.
    En natuurlijk ook in nauwe samenwerking met bewindvoerders, bij voorkeur degenen die lokaal bekend staan als maatschappelijk betrokken.

    We hebben bij Stadsring51 Amersfoort met subsidie van Klijnsma, net een pilot afgerond waarbij bewindvoerders, tegen een extra vergoeding, actief meewerkten aan het verbeteren van de financiële zelfstandigheid en daarmee aan het afbouwen van bewind. Ook een handmatig dossieronderzoek onder alle bijstandontvangers in de kosten van bewind behoorde tot het project. Daaruit kwam onder meer naar voren dat je ook je lopende bestand prima kunt monitoren op uitstroom en veel kunt leren van de individuele verhalen achter de dossiers. Bijvoorbeeld hoe het is gelopen dat men niet eerst bij de schuldhulpverlening terecht kwam maar direct bij een bewindvoerder.
    De stukken van dit subsidieproject Grip op bewind, gaan eind deze maand naar het ministerie en zijn dan openbaar; zeker de moeite van het lezen waard.

    Alle benodigde instrumenten, diensten, convenanten en codes voor een gedegen schuldhulpverlening – minnelijk en wettelijk – zijn ondertussen wel voorhanden.
    Investeringen in pilots met weer nieuwe methoden voor weer nieuwe doelgroepen kunnen beter gebruikt worden voor gedegen onderzoek naar wat er lokaal in de schuldhulpverlening dan misgaat en het vervolgens optimaliseren ervan.

    Zo ook het Adviesrecht. Het is in feite niet meer dan een “koekje van eigen deeg”; gemeenten mogen dan nu wel mee bepalen, maar voor het organiseren van een even adequate lokale oplossing zal men zelf eerst fors moeten investeren (= betalen).

    Stef den Daas

Geef een reactie