Toelichting bij oproep om 95%-regel te hanteren bij beslagvrije voet

Gerelateerde afbeelding

Eerder dit jaar riep staatssecretaris Van Ark gemeenten op om bij verrekening van vorderingen met de bijstandsuitkering de in de wet geïntroduceerde 95%-regel te hanteren. Ik schreef toen o.a. dit artikel. Lees ook even de commentaren eronder.

Gisteren schreef Van Ark in Gemeentenieuws:

‘Concreet vraag ik gemeenten om bij verrekening van een vordering met een lopende bijstandsuitkering minimaal uit te gaan van een beslagvrije voet ter hoogte van 95% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande, respectievelijk gehuwde (ex. artikel 21 van de Participatiewet). In twee specifieke situaties is sprake van een uitzondering en zal (toch) een lagere beslagvrije voet kunnen worden gehanteerd:

  • als u bij de berekening van de beslagvrije voet rekening heeft kunnen houden met alle correcties en op basis daarvan een lagere beslagvrije voet voor betrokkene geldt;
  • als er naast de verrekening ook beslag is gelegd op de uitkering en de beslagleggende partij een lagere beslagvrije voet hanteert. *

Door op deze wijze te handelen kunt u reeds in hoge mate anticiperen op de aanstaande wetgeving, terwijl ook de schuldenaar op deze manier reeds de vruchten plukt van de met de wet beoogde betere bescherming van zijn bestaansminimum.’

* In deze situatie zou het hanteren van de 95% regel immers enkel tot gevolg hebben dat u afdrachtplichtig wordt richting de beslagleggende partij, terwijl er dan voor de schuldenaar niets verandert.

Geef een reactie