CPB: Armoede-intensiteit neemt toe

Vanaf heden neemt het CPB de ‘armoede-intensiteit’ op in haar halfjaarlijkse ramingen. Armoede-intensiteit is het procentuele verschil tussen het besteedbaar inkomen en de armoedegrens. Het CPB hanteert daarbij de nieuwe armoededefinitie.

Het aantal mensen in armoede in Nederland neemt af sinds 2018. Maar het aantal mensen met een inkomen van minder dan 30% onder de armoedegrens is de afgelopen jaren hetzelfde gebleven. Daardoor loopt de doorsnee armoede-intensiteit (mediaan) op. Na 2021 loopt de doorsnee armoede-intensiteit op van 10% naar 20% in 2026. Anders gezegd: Minder mensen in armoede, maar overblijvende groep komt gemiddeld meer tekort.

De groep mensen met een hoge armoede-intensiteit komt in 2026 meestal uit huishoudens met loon- of zelfstandigeninkomen. Deze huishoudens vragen relatief vaak niet de toeslagen aan waar zij recht op hebben. Werknemers in armoede hebben vaak een lager inkomen vanwege een laag aantal gewerkte uren. Voor zelfstandigen in armoede ontstaat het lage inkomen door het lage uurtarief.

Mensen met een bijstandsuitkering hebben vaak een relatief lage armoede-intensiteit. Zij vragen meestal al hun toeslagen aan, maar samen met hun uitkering is dit niet altijd voldoende om boven de armoedegrens uit te komen.

Lees het CPB-rapport en het persbericht.

Ik heb bij het CPB nagevraagd: er komen helaas geen cijfers beschikbaar per gemeente.

Geef een reactie