Site icoon MartijnSchut.blog

Tien redenen waarom elke gemeente een noodhulpbureau moet hebben

Noodhulpbureaus geven geld als mensen in acute financiële nood verkeren. Particuliere fondsen en gemeenten betalen daar aan mee. De aanvraag wordt altijd gedaan door een professionele hulpverlener. Hij doet vervolgens de noodzakelijke uitgaven voor zijn cliënt. De hulpverlener en het noodhulpbureau checken altijd eerst of er een voorliggende voorziening is, en of die op tijd beschikbaar is. Voor een kleine doelgroep zijn er in Nederland helaas te weinig voorzieningen, o.a. omdat gemeenten gebonden zijn aan de kaders van de Participatiewet, regels rond schuldhulpverlening en beperkte budgetten. Een noodhulpbureau is daaraan niet gebonden en kan bovendien meestal sneller hulp bieden; als het moet, wordt het geld binnen 24 uur overgemaakt. Dat is althans de werkwijze van de Stichting Urgente Noden Nederland (SUNN) waar ik in het bestuur zit. Op dit moment zijn er 19 lokale en regionale SUN’s.

Een paar voorbeelden

Er is bijna altijd sprake van multiproblematiek. Het noodhulpbureau beoordeelt altijd of er een ‘plan’ is voor structurele verbetering van de situatie.

Waarom een noodhulpbureau

  1. De hulp is snel en laagdrempelig. Via hulpverleners worden de moeilijkst bereikbare doelgroepen geholpen.
  2. SUN vult het gat dat gemeenten niet kunnen vullen, omdat zij gebonden zijn aan wet- en regelgeving (zie hoofdstuk 2 van de Werkwijzer Bijzondere Bijstand).
  3. De relatief kleine bijdragen werken als smeerolie voor de hulpverlening.
  4. De hulpverlener moet een ‘plan’ hebben voor een structurele aanpak van de problemen van het gezin. Er moet perspectief zijn.
  5. Elke euro verdient zich vele malen terug (lees: Eén probleemgezin kost overheid zeker 40.000 euro)
  6. Particuliere fondsen dragen bij aan het giftenbudget. Dat is een mooie aanvulling op de gemeentelijke budgetten voor armoedebestrijding en maatschappelijke ondersteuning.
  7. Ook lokale ondernemers kunnen bijdragen en zo hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.
  8. Het noodhulpbureau signaleert problemen van individuen en lokale en landelijke trends en koppelt deze terug aan de gemeente.
  9. De uitvoeringskosten zijn laag. Er is meestal één betaalde kracht die de aanvragen beoordeelt en administratief afhandelt. Vaak is er ondersteuning door vrijwilligers. De onbezoldigde bestuursleden kijken mee met de beoordeling (vier-ogenprincipe) en bepalen het beleid van het noodhulpbureau.
  10. Een eigen – lokaal of regionaal – fonds kent de hulpverleners en het lokale armoedebeleid en kan beter dan landelijke fondsen de aanvragen beoordelen. Soms stelt een fonds een potje beschikbaar aan schuldhulpverlening of maatschappelijk werk voor kleine uitgaven die niet afzonderlijk verantwoord hoeven te worden.

Een SUN is een welkome samenwerkingspartner voor de gemeente en past uitstekend in het armoedebeleid. Het is gepast dat de gemeente in het bestuur vertegenwoordigd is en tenminste de uitvoeringskosten financiert. Maar de gemeente moet ook een gezonde afstand bewaren als het gaat om beleid en claimbeoordeling. Het Rijk wil niet dat gemeenten via een SUN de Participatiewet omzeilen, en fondsen en hulpverleners willen niet dat gemeenten de bijstand op SUN afwentelen. Zie hoofdstuk 4 van de Werkwijzer Bijzondere Bijstand.

Ruim 100 jaar

De voorloper van SUNNederland, het Koninklijk Nationaal Steuncomité, werd in 1914 opgericht door minister Treub en Koningin Wilhelmina. Lees op onze website meer over de geschiedenis of bestel het boekje 100 jaar noodhulp in Nederland 1914-2014. Op sheet 6 van deze presentatie zie je enkele voorbeelden van andere fondsen in het sociaal domein.

Ja, ik wil

Heeft jouw gemeente nog niet een SUN of iets wat er op lijkt? Of is de noodhulp te versnipperd? Hoe richt je een noodhulpbureau op? Ik kom graag langs om er meer over te vertellen! Mail me op info@martijnschut.eu.

Mobiele versie afsluiten