Chronisch zieken en gehandicapten

Chronisch zieken en gehandicapten hebben een verhoogd risico op armoede. In dit dossier lees je hoe gemeenten deze doelgroep tegemoet kunnen komen met bijvoorbeeld bijzondere bijstand, een collectieve zorgverzekering of een Wmo-maatwerkvoorziening.

Problematiek

De belangrijkste conclusies uit Meerkosten van het leven met een beperking (Nibud, juni 2024):

  1. Huishoudens met een beperking moeten nog meer dan andere huishoudens puzzelen om hun begroting rond te krijgen. Zij hebben niet dezelfde financiële ruimte als mensen zonder beperking met hetzelfde inkomen.
  2. Mensen met beperkingen hebben in veel gevallen te maken met relatief hoge meerkosten voor uitgaven aan vervoer, energie, medicijnen en voedingssupplementen, eigen betalingen voor hulpmiddelen en de zorgverzekering. Dat loopt al snel op tot enkele tientjes per maand per uitgavenpost.
  3. Een beperking kan gevolgen hebben voor het inkomen dat iemand in staat is om te verwerven. Die verschillen kunnen groot zijn. Dit zorgt ervoor dat huishoudens met (kinderen met) een beperking niet alleen minder bestedingsruimte hebben dan mensen zonder beperking, maar ook minder mogelijkheden om hun situatie te verbeteren.
  4. In sommige gevallen zijn mensen met een beperking en een inkomen boven het minimum nauwelijks beter af dan hetzelfde huishoudtype zonder meerkosten op bijstandsniveau. Dat betekent dat het risico dat mensen met een beperkt inkomen en een beperking maandelijks geld tekortkomen als gevolg van hun meerkosten hoger is dan voor andere huishoudens. Bovendien is hun levensstandaard lager door de meerkosten.
  5. Niet alle kosten die gemaakt worden vanwege het leven met een beperking worden vergoed. Voor bepaalde soort kosten bestaan speciale regelingen. Aan de ene kant helpen deze regelingen huishoudens om de meerkosten te beperken. Aan de andere kant bestaat het risico dat mensen vanwege de versnippering niet goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Dit alles legt een hoge administratieve last op de huishoudens met (kinderen met) een beperking.

Cijfers over omvang problematiek en gebruik regelingen:

Wet- en regelgeving

De grondslag voor een financiële tegemoetkoming vind je in de Wmo en de Participatiewet:

  • Artikel 2.1.7 van de Wmo maakt het voor gemeenten mogelijk om specifiek voor personen met een chronische ziekte en/of beperking een categoriale regeling te treffen, waarbij een tegemoetkoming in de vorm van een forfaitaire vergoeding kan worden verstrekt. Hierbij mogen gemeenten zelf de inkomens- en vermogensgrenzen bepalen. Regels moeten worden vastgelegd in een verordening. Zie ook p. 20 van de MvT.
  • Artikel 35 lid 1 en lid 3 van de Participatiewet geven grondslag om te voorzien in bijzondere bijstand respectievelijk collectieve zorgverzekering. In dossier Participatiewet > aanvullende inkomensondersteuning lees je meer over bijzondere bijstand. Er is ook een dossier collectieve zorgverzekering. Regels kunnen worden vastgelegd in een beleidsregel.

De meeste gemeenten gebruiken voor de financiële tegemoetkoming de Wmo-grondslag, maar er zijn ook gemeenten die de regeling baseren op de bijzondere bijstand. Zie voorbeelden hieronder.

Gemeenten kregen in 2016 meer beleidsvrijheid en middelen nadat de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie eigen Risico (CER) kwamen te vervallen en de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) werd gedecentraliseerd.

Uitvoering

De Wmo leent zich wat meer voor het verstrekken van vaste forfaitaire bedragen. Bij bijzondere bijstand worden zoveel mogelijke de werkelijke kosten vergoed. Veel gemeenten gaan hierbij uit van de bedragen in de Prijzengids van het Nibud.

Je kunt ervoor kiezen om alle aanvragers medisch te laten keuren. Alternatief is dat je op basis van andere bewijsstukken bepaalt of iemand tot de doelgroep behoort. In Groningen bijvoorbeeld (zie voorbeelden hieronder) kom je in aanmerking als je een laag inkomen en minimaal € 385 aan extra zorgkosten hebt en minimaal 6 maanden achter elkaar recht hebt op één van de volgende voorzieningen: Voorziening Wmo of Jeugdwet, Bijzondere bijstand voor bewassing, kledingslijtage, stookkosten en/of maaltijdvoorziening, Indicatie Wlz, Aanvullende zorgverzekering met meest uitgebreide dekking of Gehandicaptenparkeerkaart.

Je kunt ervoor kiezen om inwoners elk jaar een nieuwe aanvraag te laten doen. Alternatief is dat je de tegemoetkoming voor meerdere jaren of onbepaalde tijd toekent, bijvoorbeeld voor bepaalde subdoelgroepen zoals 80-plussers of mensen met een specifieke aandoening.

Voorbeelden van gemeentelijke regelingen

  • Amsterdam heeft de Regeling tegemoetkoming meerkosten. Deze is geënt op de Wmo. Bekijk de Verordening (hoofdstuk 5) en de Nadere regels (art. 4.3.1).
  • Den Haag heeft de Vergoeding langdurig zieken of gehandicapten. Huishoudens met een inkomen tot 150% van het wettelijk sociaal minimum (wsm) ontvangen een vast bedrag van € 125. De regeling is geënt op de Wmo. Het verschil met Amsterdam is dat het bedrag niet gekoppeld is aan specifieke kostensoorten en niet wordt getoetst of er meerkosten worden gemaakt. Aanvragers worden alleen gekeurd als ze geen bewijs van bijv. gehandicaptenparkeerkaart, WMO-voorziening, WLZ, PGB van SVB of dubbele kinderbijslag kunnen leveren.
  • Utrecht heeft een regeling die lijkt op de regeling uit Den Haag. Utrecht verstrekt een iets hoger vast bedrag van € 200 per jaar aan een iets kleinere doelgroep (huishoudens met een inkomen tot 125% wsm).
  • Rotterdam heeft de regeling gebaseerd op de Participatiewet: Bijzondere bijstand voor extra kosten door ziekte of handicap. Elke aanvrager wordt gekeurd. In de regel vervalt het recht na 1 jaar. De regeling moet dus elk jaar opnieuw worden aangevraagd en gekeurd. Rotterdam gebruikt de Prijzengids van het Nibud om de hoogte van de tegemoetkoming vast te stellen. De bedragen lopen uiteen van € 133 tot € 600 per jaar.
  • Eindhoven heeft geen aparte regeling voor chronisch zieken en gehandicapten, maar compenseert voor deze doelgroep in het kader van de collectieve zorgverzekering het eigen risico op de zorgkosten.
  • Groningen heeft de Meerkostenregeling. Huishoudens met een laag inkomen ontvangen 400 per jaar als zij minimaal € 385 aan extra zorgkosten hebben en minimaal 6 maanden achter elkaar recht hebben op één van de volgende voorzieningen: Voorziening Wmo of Jeugdwet, Bijzondere bijstand voor bewassing, kledingslijtage, stookkosten en/of maaltijdvoorziening, Indicatie Wlz, Aanvullende zorgverzekering met meest uitgebreide dekking of Gehandicaptenparkeerkaart.
  • Apeldoorn. Hoge zorgkosten en een laag inkomen of in de schuldhulpverlening? Dan kun je één keer per jaar een compensatie krijgen voor 50% van je verbruikte wettelijk eigen risico. Deze regeling is vrij generiek en niet specifiek gericht op chronisch zieken en gehandicapten.

Regeerakkoord

In het Regeerakkoord 2026-2030 van het kabinet Jetten staat op p. 54: ‘We komen deze groep tegemoet in hun zorgkosten via de gemeente en we stoppen het doorgeslagen indicatiecircus: niemand hoeft zijn chronische ziekte of beperking meer periodiek aan te tonen. We investeren hiervoor ook in het gemeentefonds en maken landelijke bindende afspraken.’ Hiervoor wordt een envelop van € 350 miljoen structureel gereserveerd. Deze middelen worden vanaf 2027 beschikbaar gesteld aan gemeenten. Dit wordt momenteel verder uitgewerkt.

Actueel