Site icoon MartijnSchut.blog

BREAKING: kabinet komt met waarborgfonds!

Yes! Het kabinet komt op Prinsjesdag met een plan voor een waarborgfonds. Volgend jaar stopt de overheid daar € 30 miljoen in, zo wist Trouw eerder al te melden. Joke de Kock en ik kwamen eind 2015 op het idee voor zo’n fonds. Joke was toen NVVK-voorzitter en ik SUNN-bestuurslid. Het gebeurde tijdens de door SUNN georganiseerde ‘Noorderheideconferentie’ met vertegenwoordigers van fondsen en overheden. Met financiële steun van fondsen konden we in opdracht van SUNN en NVVK twee haalbaarheidsonderzoeken laten uitvoeren (Schut en Kwinkgroep). Toen we daarna onze uitgewerkte ideeën presenteerden was de tijd nog niet rijp. Het rijk vond dat ze dan teveel de rol van bankier kreeg. Particuliere vermogensfondsen (die ons onderzoek financierden) wilden wel, maar stelden terecht dat de overheid eerst een gebaar moest maken. De NVVK en Schuldenlab namen vervolgens ook initiatieven, maar vooralsnog zonder succes. Corona lijkt nu het breekijzer te zijn. Druk vanuit de Tweede Kamer van vooral CU en PvdA en deze motie gaven het laatste zetje.

Tien suggesties

De vormgeving van het fonds wordt in het najaar uitgewerkt, zodat de eerste mensen met problematische schulden begin volgend jaar al kunnen worden geholpen. Joke en ik hebben tien suggesties:

  1. Maak het fonds structureel onderdeel van de reguliere schuldhulpverlening. Sluit aan bij de werkwijze en criteria voor saneringskredieten.
  2. Bereken hoeveel de schuldenaar in drie jaar kan terugbetalen, rekening houdend met de beslagvrije voet en vermogen dat te gelde kan worden gemaakt. Verstrek voor dat bedrag een saneringskrediet.
  3. Vraag aan schuldeisers om de resterende schuld kwijt te schelden. Dat is gebruikelijk in de huidige schuldhulpverlening. Bovendien, als je niets laat kwijtschelden red je het niet met € 30 miljoen.
  4. Keer het saneringskrediet uit aan de schuldeisers, dus niet aan de schuldenaar. De schuldenaar is dan verlost van alle schuldeisers en heeft alleen het fonds als schuldeiser en lost het bedrag in drie jaar af.
  5. Gebruik het fonds vooral in gemeenten die geen kredietfaciliteit hebben of niet borg willen of kunnen staan. Er zijn twee mogelijkheden: (1) je verstrekt kredieten of (2) je keert uit als de schuldenaar niet het hele krediet aflost. In het tweede geval is het landelijke fonds een ‘waarborgfonds’ en verleent een kredietbank het krediet.
  6. Beleg de uitvoering bij gemeenten (net als de schuldhulp, de Tozo, etc.) en verplicht gemeenten om bij schuldregeling eerst de mogelijkheid van saneringskrediet te onderzoeken (en daarna schuldbemiddeling).
  7. Gemeenten kunnen de uitvoeringskosten betalen. Werken met saneringskredieten levert namelijk flinke besparingen op. Overweeg om kredietbanken tegemoet te komen als zij de rente laag houden. De facto profiteren schuldeisers daarvan; zij hoeven dan wat minder kwijt te schelden.
  8. Kredietverstrekking moet worden gedaan door banken. Maar dan wel graag door sociale (krediet)banken, en met stevige publieke sturing.
  9. Het grootste deel wordt netjes terugbetaald, zo is de ervaring bij saneringskrediet. Met het terugbetaalde geld kun je weer nieuwe mensen helpen. Vul het fonds aan zodra de bodem in zicht komt.
  10. Roep schuldenaren in een publiekscampagne op om zich te melden bij de gemeente. Leg uit wat schuldregeling inhoudt: na drie jaar maximaal aflossen ben je schuldenvrij!

Lees ook:

Mobiele versie afsluiten