Spannend! Houd dit initiatief in de gaten of beter: denk mee. Het huidige model voor schuldhulpverlening werkt niet meer. ‘Betere uitkomsten verwachten met dezelfde aanpak is minimaal naïef’ zeggen de initiatiefnemers van het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden. Het afgelopen jaar hebben verschillende nationale en lokale organisaties (waaronder NVVK) samengewerkt aan een nieuwe aanpak van schulden. Gemeenten, schuldeisers en lokale initiatieven gaan deze vanaf 2016 in de praktijk testen.
Op pagina 5 van het ‘handboek‘ wordt de essentie van de nieuwe aanpak beschreven:
Er is een integrale aanpak ontwikkeld om een debiteur niet alleen eenmalig uit de schulden te halen maar daar ook duurzaam uit te houden. De aanpak richt zich erop om mensen met schulden, ongeacht de herkomst van de schuld, binnen vier weken te helpen. Dit creëert de rust, de ruimte en het IQ (bron: Shafir & Mullainathan) die nodig zijn om de neerwaartse spiraal te doorbreken en dit voorkomt dat schulden razendsnel oplopen door incasso- en deurwaarderskosten. Door de aandacht te richten op de context van de schuldenaar, in een samenwerking tussen gemeente en lokale initiatieven, ontstaat vervolgens weer nieuw perspectief. Wanneer het besteedbaar inkomen normaliseert, worden de rekeningen en vaste lasten weer structureel betaald.
Financieel en sociaal
Het DNA van het Nationaal Initiatief Herstructureren Schulden bestaat uit twee onlosmakelijk met elkaar verbonden strengen: de financiële en de sociale.
1. Nationale afspraken en lokale fondsen om mensen uit schulden te halen en hen rust en ruimte te bieden. Per gemeente wordt een (publiek en/of privaat) lokaal fonds ingesteld. Het lokale fonds wendt zijn vermogen aan om de gehele schuld binnen vier weken te herstructureren en voorkomt daarmee de oplopende incasso- en deurwaarderskosten.
Praktisch houdt dit in:
- Met de sectoren energie, sociale woningbouw en zorg worden nationale en lokale afspraken gemaakt onder welke voorwaarden en saneringspercentages een schuld gedeeltelijk wordt kwijtgescholden.
- Het overblijvende bedrag van de schuld wordt door het lokale fonds betaald aan de schuldeisers.
- Schuldeisers krijgen in ruil voor het gedeeltelijk afboeken van de schulden structureel en betrouwbaar betalende klanten.
- De gemeente en de debiteur tekenen een overeenkomst, gebaseerd op ons studiefinancieringsmodel: de debiteur betaalt de totale schuld terug aan de gemeente, met een maximaal maandbedrag en in maximaal 180 maanden.
- Net als in ons studiefinancieringsmodel kan er extra worden afgelost om de afbetaling sneller af te ronden; en net als in ons studiefinancieringsmodel wordt de restschuld na 180 maanden kwijtgescholden.
- Het lokale fonds en de debiteur maken precieze afspraken over het startpunt van terugbetaling (zodra de afloscapaciteit dit toelaat), aflossing naar draagkracht (bijv. anders aflossen bij stijging van besteedbaar inkomen) en de rentepercentages.
2. Een lokale sociale infrastructuur wordt opgebouwd om mensen duurzaam uit schulden te houden en om hen perspectief te bieden. Zonder een plan en een behulpzaam netwerk is de kans op terugkerende schulden immers groot. De sociale infrastructuur is gebaseerd op samenwerking tussen gemeente en lokale initiatieven, en ziet er per gemeente anders uit.
In de overeenkomst tussen gemeente en debiteur worden niet alleen financiële afspraken gemaakt, maar met nadruk ook een set sociale. De behoeften van de debiteur zijn leidend; de afspraken zijn erop gericht om diegene actief mee te laten doen aan lokale initiatieven. Denk aan financiële coaching-trajecten door een buddy, meewerken in een sociale coöperatie, loopbaan-coaching of deelnemen op werkervaringsplekken. De overeenkomst biedt ruimte om in te spelen op veranderende persoonlijke omstandigheden.Nationaal en lokaal
Dit is een nationaal initiatief omdat armoede, schulden en schuldeisers zich niet aan gemeentegrenzen houden. Een groot deel van de vaste lasten van huishoudens wordt gevormd door zorgverzekeringen, energiekosten en huur en deze aanbieders werken landelijk of regionaal. Zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningbouwcorporaties, brancheorganisaties en gemeenten hebben daarom de handen ineen geslagen.
Anderzijds heeft dit initiatief een decentraal karakter omdat elke gemeente het concept zal aanpassen aan de lokale cultuur en infrastructuur van WMO-budgetten, sociale fondsen, aanbestedingen voor welzijnsinstellingen en aan de aard van de lokale initiatieven. Iedere gemeente(raad) moet een eigen afweging maken over hoe het fonds wordt ingericht.
