
De gemeenten die het wel vergoeden, baseren zich op de richtlijn Alternatieve geneeswijzen (handreiking sociaal medische beoordeling bijzondere bijstand ten behoeve van alternatieve geneeskunde) van de Vereniging van Indicerende en adviserende Artsen (VIA) uit april 2004.
Volgens deze richtlijn zijn alternatieve geneeswijzen: geneeswijzen die niet op Nederlandse universiteiten worden onderwezen, zoals acupunctuur, osteopathie, manuele geneeskunde en haptotherapie. Omdat artsen slechts een universitaire opleiding gehad hebben, kunnen zij volgens de richtlijn, alternatieve geneeswijzen niet goed beoordelen. Toch stelt de richtlijn dat er pas vergoed kan worden indien uit een medische keuring of uit een verklaring van een arts de noodzakelijkheid is vastgesteld. Het bestuur van VIA schrijft in haar voorwoord dat deze richtlijn als een startpunt van de discussie moet worden gezien.
‘Een standpunt van 2004’, zegt Vietsch. Uit de discussie van de afgelopen 8 jaar kan volgens Vietsch geconstateerd worden, dat noodzakelijke alternatieve geneeskunde niet bestaat en dat er dus geen grond is voor gemeenten om via de bijzondere bijstand belastinggelden te besteden aan alternatieve geneeswijzen.
