Minister Donner heeft gisteren de resultaten van een onderzoek naar wachttijden in de schuldhulpverlening naar de Tweede Kamer gestuurd. In het onderzoek wordt onder wachttijd verstaan de periode tussen de registratie van een cliënt bij schuldhulpverlening en het eerste intakegesprek met de schuldhulpverlener. Deze definitie sluit aan bij het begrip wachttijd, zoals dat is opgenomen in het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening. Uit het onderzoek blijkt dat de gemiddelde wachttijd per gemeente 32 (kalender)dagen is. In het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening is de wachttijd gemaximeerd op 4 weken. Tussen haakjes: vandaag beantwoordt Donner de vragen van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel.
33% van de gemeenten heeft een maximale wachttijd in beleid vastgelegd. Van de gemeenten die de maximale wachttijd hebben vastgelegd hanteert 28% een wachttijd korter dan 2 weken. 4% hanteert een wachttijd van 3 weken en 46% hanteert een wachttijd van 4 weken. 22% hanteert een wachttijd van meer dan 4 weken. 36% van de gemeenten blijkt de eigen maximale wachttijd te overschrijden. De nieuwe wet verplicht gemeenten om in een beleidsplan de maximale wachttijd vast te leggen (en die mag dus niet langer zijn dan 4 weken).
Download het onderzoeksrapport en lees de begeleidende brief van Donner.
