Eén schuldenwet

In deze Kamerbrief (14 maart) schrijft minister Schouten dat zij het volgende wil doen om de schuldhulpverlening te verbeteren:

  1. Invoering verplichte reactietermijn voor schuldeisers (al in gang gezet door vorige kabinet);
  2. Met gemeenten bespreken hoe we de begeleiding van cliënten naar en tijdens het Wsnp-traject in alle gemeenten standaard kunnen aanbieden;
  3. Met gemeenten in gesprek over gebruik en monitoring van het Kwaliteitskader schuldhulpverlening;
  4. Het breed moratorium verbeteren ‘met bijzondere aandacht voor de toegang tot de rechter, de voorwaarden en de duur’.

Ze doet haar voorstellen naar aanleiding van de Verkenning stelsel schuldhulpverlening. De verkenning werd gedaan na een motie over samenvoeging minnelijk-wettelijk. Vanuit dat perspectief zijn de voorstellen van Schouten op zich sympathiek, maar wel weer pleisters op een scheefgegroeid proces. Hoe voorkomen we dat schuldhulpverleners en bewindvoerders elkaar straks bij die begeleiding (punt 2) in de weg gaan lopen, en dat de klant niet meer weet bij wie hij moet aankloppen? Het kwaliteitskader (punt 3) is tot heden nog geen garantie voor goede schuldhulpverlening (zie bijvoorbeeld de problemen rond Plangroep). De normen in het kwaliteitskader kun je beter afzonderlijk vastleggen in wetgeving. En ook de reactietermijn (punt 1) en het moratorium (punt 4) zijn veel minder relevant als je straks in één Schuldenwet vastlegt hoe we in Nederland schulden regelen en wat daarvan de consequenties zijn voor schuldeisers en schuldenaren.

De oplossing voor problematische schulden hebben we namelijk al! We vegen de schulden bij elkaar, kijken hoeveel iemand in drie jaar kan aflossen, en de rest wordt kwijtgescholden door schuldeisers. We hebben het traject daar naartoe echter nodeloos ingewikkeld gemaakt.

Hoe mooi zou het zijn als de Tweede Kamer wel het grote plaatje ziet en een voorstel doet om de schuldenwetgeving te stroomlijnen in één nieuwe Schuldenwet.

Invoering van de Schuldenwet is geen stelselwijziging. Het is een codificatie van een bestaande minnelijke en wettelijke praktijk die is gegroeid sinds de invoering van de Wsnp in 1998. De Schuldenwet schrijft voor hoe gemeenten schulden moeten oplossen. Dat betekent dat de rechter er straks alleen nog aan te pas komt als een schuldenaar of schuldeiser meent dat de gemeente de Schuldenwet niet goed uitvoert. Dat is hoe wetgeving zich ontwikkelt volgens het subsidiariteitsbeginsel.

De Schuldenwet brengt ook geen fundamentele wijzigingen aan in de (eigendoms)rechten en plichten van schuldeisers en schuldenaren. De oplossing blijft immers dezelfde: er is een vrij te laten bedrag, er wordt drie jaar afgelost, schuldeisers schelden een deel kwijt en er wordt geborgd dat de schuldenaar zijn betalingsverplichtingen nakomt en zich maximaal inspant om te besparen en inkomen te verhogen.

De belangrijkste uitgangspunten voor de verdere uitwerking van de Schuldenwet:

  1. Wgs, Wsnp, bewind en andere schuldenwet- en regelgeving worden samengevoegd;
  2. Gemeenten voeren de Schuldenwet uniform uit. Er is 1 loket, 1 regisseur en 1 plan.
  3. Schulden worden bij voorkeur gesaneerd met een saneringskrediet. Schuldeisers krijgen direct hun geld. Schuldenaren lossen maandelijks een vast bedrag af.
  4. Schuldenaren mogen tijdens het traject zonder toestemming geen financiële verplichtingen aangaan. Gemeenten krijgen de exclusieve verantwoordelijkheid om vormen van budgetbeheer of bewind in te zetten. De wetgever bepaalt of gemeenten deze diensten kunnen inkopen.
  5. De Schuldenwet wordt gecoördineerd vanuit één ministerie. Gemeenten ontvangen voldoende middelen voor de uitvoering.

Nick Huls, grondlegger Wsnp, schrijft dat dit kán en nodig is. Lees de voordelen en wat er misgaat in het huidige stelsel. Tot slot nog wat aanvullende opties.

Een gedachte over “Eén schuldenwet

  1. Martijn terecht zeg je:
    De oplossing voor problematische schulden hebben we namelijk al! We vegen de schulden bij elkaar, kijken hoeveel iemand in drie jaar kan aflossen, en de rest wordt kwijtgescholden door schuldeisers.

    Aanvulling hierop: we bieden dat bedrag dat in drie jaar kan worden opgebracht tegen finale kwijting aan, gaan de schuldeisers niet akkoord, dan direct door naar de Wsnp.
    Kortom alles wat we nodig hebben is er al jaren!!!

    Tja en dan zeg je:
    We hebben het traject daar naartoe echter nodeloos ingewikkeld gemaakt!

    En dat is het eigenlijke probleem: de markt van welzijn geluk èn schulden. Met een stevige lobby in Den Haag. Die is nauwelijks te doorbreken omdat velen er een redelijke boterham mee verdienen.

    En wat ook bij een Schuldenwet het probleem blijft: geen specifiek geoormerkte gelden uit Den Haag, dus weer afhankelijk van de politieke kleur van het college, stokpaardjes van wethouders en managers e.d. Kortom nog steeds geen uniformiteit in de uitvoering. En zodra er bij een gemeente bezuinigd moet worden gaat dat nagenoeg altijd ten koste van formatie in de uitvoering bij sociale zaken.

    Maar uiteraard eens met je opmerking dat Schouten weer pleisters aan het plakken is en er fundamenteels niets veranderd.

Geef een reactie